Nummer 24


Sport/Friesland | februari 1997


De Elfstedentocht 1997 en zijn belang voor Friesland (Onno P. Falkena)<< Nummer 24

"De harten van de Friezen gaan pas dooien als het gaat vriezen", is een gekende uitspraak. En inderdaad, van zodra er over een Elfstedentocht gepraat wordt slaat de schaatsgekte toe. Meervoud vroeg aan de eigen correspondent in Friesland, televisiemedewerker Onno P. Falkena, wat er nu zo bijzonder was aan de editie 1997 van de Elfstedentocht. En wat het belang van zo'n gebeurtenis voor Friesland wel zou kunnen zijn.

Ljouwert.-
Een kruisje met een gouden randje. Dat verdienden de ruim 10.000 schaatsers en schaatsters die begin januari in één dag per schaats alle elf Friese steden aandeden, volgens voorzitter Henk Kroes van de vereniging De Friesche Elf Steden. De vijftiende Elfstedentocht was, daar is ieder het over eens, een echte Elfstedentocht met een gemene noordoostenwind, verraderlijke scheuren in het ijs, duisternis, bevroren ogen en beijste baarden. Juist het feit dat ruim een-derde van de deelnemers de 'tocht der tochten' niet uitreden maakt de 15de editie tot een echte Elfstedentocht, vinden rayonhoofden en toeschouwers.

Bevroren bierleidingen

En die vijftiende tocht kwam zo snel. Op donderdagochtend 2 januari sprak de onvolprezen Henk Kroes voor de verzamelde media de gedenkwaardige woorden It sil oangean! (Het gaat door!), al op vrijdag dienden de rijders zich in te schrijven en zaterdagochtend om half zes startten de wedstrijdrijders vanuit hun kooi en in hun kielzog het legioen der toerrijders. Binnen 36 uur organiseerde de Elfstedenvereniging in samenwerking met de 21 rayonhoofden en talloze vrijwilligers het spektakel dat alleen al in Nederland goed was voor 9,2 miljoen televiesiekijkers en honderdduizenden langs het ijs. Op de avond voor de start zorgden tienduizenden voor de 'nacht van Ljouwert', waarbij bevroren bierleidingen en toiletten het voornaamste probleem vormden. Zij allen spoedden zich naar de Zwettehaven voor de start.

'Hak een wak!'

En dan gaat het in het duister over de Zwetten naar Snits/Sneek, bijgelicht door fakkels en tractoren. Als de Waterpoortstad om zes uur wordt gepasseerd staat het er al zwart van de mensen. Even eerder heeft de organisatie er zout van het ijs gehaald, dat is verspreid door de obscure en anonieme actiegroep 'Elfstedentocht Nee!' onder het motto 'Hak een wak'! Na Snits volgt Drylts/IJlst, via de Sleattemermar het pittoreske Sleat/Sloten en dan via de Galamadammen - waar de wedstrijdrijders in het aardeduister nog eventjes verdwaalden - Starum/Stavoren. Deze route werd door de meeste deelnemers nog fluitend afgelegd, maar daar in Starum begon het. De lange tocht naar het noordelijke Dokkum, vrijwel geheel tegen de wind in.

Hel van het noorden

Hylpen/Hindeloopen, Warkum/Workum, Boalsert/Bolsward en Harns/Harlingen zijn voor de met enig technisch vermogen en karakter rijdenden nog wel te bereiken, maar daar begon voor velen de hel van het noorden. Slecht ijs, klúnplaatsen met als beloning de oude universiteitsstad Frjentsjer/Franeker, waar het publiek de mensen die van plan waren af te stappen aanmoedigt om door te zetten, om het fel begeerde Elfstedenkruisje. De BRTN-verslaggeefster die ter plaatse een urenlang juichende en helpende Friezin toevoegde 'U bent gek!' kan voortaan beter thuis blijven.

Elfstedenpsychose

Na Frjentsjer begint de hel van het noorden pas echt. Werkijs is een eufemisme, voor hobbels, ribbels, lange scheuren en water op het ijs. Het traject heet de Blikvaart, en wordt door de meeste rijders pas in gehele duisternis bereikt. Ze vallen bij bosjes, worden zonodig door de EHBO weer opgelapt, en schaatsen door, richting Bartehiem, richting Dokkum, richting Elfstedenkruisje. Het is heroëik, doorzettingsvermogen die bij sommigen echter ontaardt in wat Friese psychologen 'Elfstedenpsychose' noemen. Daarmee wordt gedoeld op mensen die teveel van hun lijf vergen, niet meer weten waar ze zijn of wat ze doen maar toch verder doen, richting Bonkevaart, richting finish.

Het dorp Aldeleie/Oudeleye is dan een lichtpuntje. Dorpelingen tillen de vermoeide schaatsers over de dam, geven de rijders belangeloos thee, warm water, suikerklontjes. "Dit is prachtig", zegt de jonge Tjibbe. "De mensen helpen elkaar. Hier gaat het niet om geld, zoals bij voetbal, maar om de sport".

Bartlehiem is dan weer een ontmoediging. De rijders moeten eerst naar links, weer tegen de wind in, naar Dokkum, voordat ze weer via Bartlehiem aan de finish mogen denken.

Voor velen wordt het een race tegen de klok. De stempelpost Harns/Harlingen sluit om zes uur, Frentsjer/Franeker om zeven uur, Dokkum om elf uur. Op de Blikvaart rijdt de gevreesde bezemwagen over het ijs en tegen elven plaatst rayonhoofd Sjirk Velstra van Bartlehiem een hek onder het plaatselijke Elfstedenbruggetje. Het gekras van de schaatsen is dan alleen nog te horen op de laatste 25 kilometer van de route.

Traditie

Om twaalf uur staat Henk Kroes bij de finish. Zachtjes telt hij af. Rijders die een of twee seconden over twaalf binnenkomen krijgen het begeerde Elfstedenkruis niet, evenmin als wedstrijdrijder Piet Kleine die met als motto 'blik op oneindig, verstand op nul' een stempelpost over het hoofd zag. Sneu voor Kleine, maar regels zijn regels vertelt Kroes, die geduldig uitlegt dat het stempelen traditie is. Een traditie die stamt uit de tijd van Pim Mulier, die in alle elf steden een handtekening van de kastelein haalde om te bewijzen dat het kon, het bezoeken van alle Friese steden per schaats in één dag. Hij liet zich de weg wijzen door boerenzonen die hem vroegen "Wolle je net sa duvelse hurd ride?" (wil meneer niet zo hard schaatsen?)

Tot genoegen van sportpionier Mulier maakte de Friese IJsbond - later de Elfstedenvereniging - er een wedstrijd van. Het was eerst een kleinschalige gebeurtenis, met slechts tientallen, later honderden deelnemers. Boeren vaak die eerst 's ochtends de koeien molken en vervolgens zo snel mogelijk de 200 kilometer aflegden teneinde de koeien weer tijdig van hun avondmelkgift te verlossen. De laatste editie van het Fries Landbouwersblad maakte opnieuw gewag van een veehouder van Spannum die vasthield aan deze traditie. De ergste Elfstedentocht was ongetwijfeld die van 1963, toen minder dan 0,75% van de toen al duizenden deelnemers de tocht uitreed. Het aantal kwetsuren was toen groot en de mythe geboren. En die mythe groeide, vooral omdat het maar liefst 22 jaar zou duren voordat de volgende tocht kwam. Met een nieuwe generatie, televisie en voor het eerst 16.000 deelnemers.

Het werd een groot succes, het spontane volksfeest was een verrassing, maar de tocht was te gemakkelijk, een 'voorjaarsritje' volgens toenmalig Commissaris der Koningin Hans Wiegel, die wat dat betreft de Friezen en rayonhoofd Velstra haarfijn aanvoelde. 1986 was minder leuk, want het was te warm en te gemakkelijk en bovendien was er voor het eerst sprake van vandalisme, politieoptreden en collectieve dronkenschap. De Elfstedentocht is niet meer van ons, klaagden de Friezen, en weinigen vonden het erg dat er in 1987 geen tocht kwam. Dat er in 1996 geen tocht kwam vonden velen wel erg, vooral omdat het wellicht de eerste keer in de Elfstedenhistorie was dat de tocht wel gehouden had kunnen worden maar niet plaatsvond. Uiterst grillige temperatuurschommelingen waren hier debet aan.

Maar het Elfstedenbestuur, toch een beetje geschrokken van de grote protestvergadering op initiatief van het dissidente Groninger lid Gaye-Jan Jensma, trok het boetekleed aan. De procedures werden bijgesteld, verbeterd en verkort, met het verbluffende resultaat van zaterdag 4 januari, de vroegste Elfstedentocht ook, en de donkerste, maar voor veel Friezen en schaatsers nu al de mooiste dag van 1997.

Hoe Fries is de Elfstedentocht nu nog, zal de Vlaamse lezer zich wellicht afvragen. De vraag stellen is hem beantwoorden. De Alvestêdetocht is uiterst Fries in karakter, traditie en mentaliteit. Zo is de Elfstedenvereniging volledig acommercieel, voor het publiek een verademing na het gekrakeel van voetbalbonzen over de inmiddels al failliete Nederlandse sportzender Sport7. Alle werkzaamheden geschieden vrijwillig, de publieke omroep heeft gratis vrij baan. En als de NOS dan in de studio de Friese pompeblêdenvlag ondersteboven hangt, wordt de telefooncentrale in Hilversum geblokkeerd door protesterende Friezen.

De traditie is Fries, veel deelnemers zijn Fries en de mensen die de toch mogelijk maken, zoals Henk Kroes, ijsmeester Piet Venema en rayonhoofd Sjirk Velstra zijn allen Fries. Voor de grootste krant van Nederland, De Telegraaf, was de tocht aanleiding om op maandag 6 januari voor het eerst te openen met een Friestalige kop: "Fryslân tige tank".

Fryske Nasjonale Party (FNP)-fractievoorzitter Jan van der Baan greep de tocht der tochten aan om in het NRC-Handelsblad aandacht te vragen voor Fryslân, "ook op dagen dat er geen ijs ligt".

De relatie sport-politiek ligt natuurlijk gevoelig, maar enige politieke aandacht kan Friesland in het tijdperk van het 'paarse' Randstadkabinet Kok wel gebruiken.

Zo kan Friesland nog wel werkgelegenheid gebruiken, en een betere infrastructuur zoals de al lang beloofde volwaardige spoorverbin-ding. 's Winters heeft Friesland geen problemen, want dan kunnen de schaatsen worden ondergebonden en kun je "op redens oer", met andere woorden veel plaatsen veel sneller bereiken als 's zomers. Het schaatsen is in deze waterrijke streek ontstaan als een noodzaak en ontspanning. Als het ijs sterk is, dan rijd je. Punt. Scholen hebben ijsvrij, organiseren wedstrijden. Kortebaanrijden en, als het kan, eens in de zoveel jaar, een Elfstedentocht. Maar na de winter komt het voorjaar, zonder ijspret.

Friesland staat nu, volgens de mediadeskundigen, weer op de kaart bij de politiek en de captains of industry. Op zo'n moment aandacht vragen voor de noden van Friesland kan geen kwaad.