Nummer 25


Euskadi/Baskenland | maart 1997


Spaanse repressie wordt opgedreven dank zij Belgische en Europese medeplichtigheid (Bernard Daelemans)<< Nummer 25

De situatie in Baskenland wordt thans gekenmerkt door een toenemende vlaag van geweld. Zowel een reeks ETA-aanslagen en straatrellen van de jongerengroepering Jarrai als het inzetten van politiestrijdkrachten met rubberkogels tegen een betoging in Bilbao zijn hiervoor tekenend. Maar dit geweld kan niet los gezien worden van de overhand toenemende politieke repressie en het uitblijven van een politieke oplossing voor het Baskisch probleem. De gematigde nationalisten van de PNV, die de Baskische regering leidt, komen, met hun recente pleidooien voor een onderhandeling met ETA, onverwacht uit de hoek.

De aanleiding voor het oplaaiende geweld is de recente beslissing van het Spaans gerechtshof, de Audiencia Nacional, om over te gaan tot de arrestatie van heel de partijtop van Herri Batasuna, de politieke vleugel van de ETA. De partij wordt in beschuldiging gesteld wegens "apologie van het terrorisme", omdat zij bij de laatste verkiezingscampagne een videoband had verspreid waarin gemaskerde ETA-leden het woord voeren. Nu bevat die video helemaal geen boodschap waarin de ETA of geweldplegingen in het algemeen worden opgehemeld of aangeprezen als politiek strijdmiddel; integendeel bevat hij een vredesvoorstel van de ETA, gekend onder de naam "het Democratisch Alternatief". Concreet wordt voorgesteld dat in heel Baskenland (dus met inbegrip van Navarra) een referendum wordt georganiseerd over de staatkundige toekomst van Baskenland. Het komt immers uitsluitend aan de Basken zelf toe om over de toekomstige verhouding met Madrid te beslissen, of het nu gaat om een federatie, een confederatie of een volledige onafhankelijkheid. De ETA zou zich schikken in de uitkomst van een dergelijk referendum.

Het enige antwoord van de Spaanse staat op dit aanbod is dus het arresteren van de leiding van HB, met inbegrip van de democratisch verkozen vertegenwoordigers in het Baskisch en het Navarrees parlement. Achttien kaderleden van de partij zitten nu al in voorhechtenis, terwijl er vier naar Brussel gevlucht zijn. Daarop werd dan weer geriposteerd met een golf van ETA-aanslagen waarbij onder meer een rechter werd omgebracht alsook een burgerpersoneelslid van een militaire basis in Granada. Op een recente grote manifestatie in Bilbao gebruikte de politie rubberen kogels om de betoging uiteen te drijven.

Nog voor deze escalatie van geweld een aanvang had genomen herzag de PNV (de Baskische christendemocraten) zijn standpunten met betrekking tot de ETA. De partij, die voordien al gepleit had voor de terugkeer van de politieke gevangenen naar Baskenland, drong nu aan op onderhandelingen tussen de Spaanse staat en de ETA. De partij meent dat er een einde gemaakt moet worden aan de patstelling waarin we nu zijn aanbeland. PNV-voorzitter Xabier Arzalluz stelde: "Wij moeten ons verzetten tegen de mogelijkheid dat wij de laatste uithoek van de westerse wereld worden waar nog irrationeel geweld gebruikt wordt om een politiek doel na te streven, zonder dat er een weg gevonden wordt om dit conflict op te lossen dat ons verstikt als volk en ons een toekomst voorspiegelt van haat en confrontatie". Zelfs bij politiemensen leeft volgens Arzalluz de mening dat ETA niet zal verdwijnen als gevolg van exclusief politionele actie. Tegelijk lijkt de PNV meer en meer bereid om een einde te stellen aan het "cordon sanitaire" tegen Herri Batasuna, dat in Baskenland gesymboliseerd wordt door het pact van Ajuria Enea.

Recent heeft de PNV er bij de Spaanse regering op aangedrongen dat de HB-top buiten vervolging zou worden gesteld. De voorstellen van de PNV lijken sterk geïnspireerd door de niet-partijpolitieke beweging Elkarri, die inderdaad af wil van het geweld om te komen tot een hechter Baskisch front, en daartoe al jaren gesprekken stimuleert tussen de erg verzuilde politieke fracties van de Baskische maatschappij. Ook de Kerk lijkt een rol op te eisen in het gebeuren: kort geleden hebben de Spaanse bisschoppen zich aangeboden als bemiddelaars in het Spaans-Baskische conflict.

Het lijkt er vooralsnog niet op dat de Spaanse regering zal ingaan op de voorstellen van de PNV. Zij weet zich in haar repressief beleid internationaal gesteund door de verregaande inschikkelijkheid van de andere Europese landen, zoals is gebleken uit de goedkeuring door de Europese ministers van justitie van het Europees uitleveringsverdrag. Ook de toekenning van het eredoctoraat aan de Spaanse koning past in die internationale steun. (Zoals De Standaard schreef zijn dergelijke initiatieven nu eenmaal "niet mogelijk tenzij zij het koningshuis of de Europese Unie welgevallig zijn").

Toch zijn er ook kritische geluiden te horen. De Vlaamse pers is bijvoorbeeld sedert de perikelen rond de uitlevering van het echtpaar Moreno-García erg kritisch gebleken tegenover de raison d'Etat van de regering Dehaene. En het Vlaams parlement keurde op voorstel van Willy Kuijpers unaniem een resolutie goed waarin alle partijen in het Spaans-Baskisch conflict opgeroepen worden tot het staken van geweld en repressie en tot het streven naar een politieke oplossing. Er wordt bij de Vlaamse regering aangedrongen de zaak aanhangig te maken bij de gepaste internationale instanties. Wetende dat de Vlaamse regeringspartijen via de Europese fracties relaties onderhouden met hun Spaanse tegenhangers, kan dit inderdaad een nuttig sinjaal zijn.

Bovendien heeft ook Portugal nu geweigerd een vermeend ETA-lid aan Spanje uit te leveren. Net als in Vlaanderen is er in Portugal een enorme commotie ontstaan rond de uitlevering, waarbij Bekende Portugezen zich achter de zaak schaarden, wijzend op de zwakke juridische basis van het dossier en vooral op de folterpraktijken die nog altijd opgang maken in Spanje. Net als hier heeft het Hooggerechtshof het uitleveringsbevel vernietigd. Een lelijke streep door de rekening van Madrid.

Verder krijgt het Europees uitleveringsverdrag, dat nog door de nationale volksvertegenwoordigingen moet worden goedgekeurd, nu de wind van voren van belangrijke internationale mensenrechtenorganisaties. Zo onder meer de Europese raad voor Vluchtelingen en Ballingen. Woordvoerder Friso Roscam Abbing stelt dat "alle staten verplicht zijn het vluchtelingenrecht toe te passen, zonder onderscheid wat het land van herkomst betreft. Het huidige voorstel bouwt een geografische beperking in, een flagrante schending op voornoemde conventiebepaling." Elizabeth Anderson van Human Rights Watch wees erop dat de bestaande verdragen de bestrijding van het terrorisme niet in de weg staan. Een nieuw verdrag is dus overbodig. Caroline Stainier van de Internationale Liga voor de Rechten van de mens meende dat wanneer de EU als bakermat van de mensenrechten het asielrecht binnen zijn eigen grenzen negeert, dit de doodsteek kan betekenen van het internationaal asielrecht. Niet-Europese landen kunnen dan licht het Europese voorbeeld volgen.

Zowel op nationaal als op internationaal vlak is er dus heel wat in beweging. Maar of de krachtproef in het voordeel van de Basken zal uitdraaien valt nog te bezien.