Nummer 26


"Terrorismebestrijding" | april 1997


Een nieuw Europees uitleveringsverdrag (Paul Van Cappellen)<< Nummer 26

In het kader van de geslaagde Ierse Sint-Patricksday-week organiseerden Meervoud, het Masereelfonds en de VNSU (Vlaams Nationale Studenten Unie) op 19 maart in Gent een debat over het nieuw Europees uitleveringsverdrag dat onder zware Spaanse druk tot stand kwam in de nasleep van de uitleveringsperikelen rond het Baskisch echtpaar Luís Moreno en Rakel Garcia.

De organisatoren hadden wel enige moeite om een spreker te vinden die bereid was het in september door justitieminister Stefaan De Clerck (CVP) in Dublin ondertekende verdrag te verdedigen. Op het kabinet van de minister bleek de enige medewerker die het verdrag kende een franstalige te zijn, en van de meerderheidsfracties in het Parlement kregen we te horen dat er niemand onderlegd was terzake.

Ook de CVP-leden in het Europees Parlement verklaarden zich niet bevoegd, zodat uiteindelijk Anne Van Lancker, SP-Europarlementslid, de zaak mocht komen verdedigen. Ze merkte wel op dat de Europarlementsleden pas twee weken eerder het zes maand eerder afgesloten verdrag officieel mochten ontvangen.

Tegenspreker was Meester Paul Bekaert, lid van de Liga voor de Mensenrechten en advocaat van Luís Moreno en Rakel Garcia.

Tom Vanderbeken, professor internationaal recht aan de RUG trad op als moderator, inleider en deskundig toelichter. Zo schetste hij bij de aanvang van het debat de huidige toestand met o.m. het niet door ons land geratificeerde uitleveringsverdrag van de Raad van Europa van 1957. Voor het grootste gedeelte is dit verdrag echter wel in werking, al maakt ons land voorbehoud bij de uitlevering voor politieke misdrijven. Indien de politiek geïnspireerde misdrijven echter van terroristische aard zijn levert ons land de verdachten nochtans wel uit.

Anne Van Lancker toonde zich een vurig pleitbezorger van Europa en meende dat ook de criminaliteitsbestrijding in de Unie een prioriteit moet zijn. Ze heeft echter wel problemen met het verdrag daar waar het het evenwicht met de rechtsbescherming en de parlementaire controle in gevaar brengt.

Aan dat soort theoretische beschouwingen had Paul Bekaert weinig boodschap. Hij kijkt liever naar de praktijk van die bescherming en controle en vindt die overduidelijk te licht. De mensenrechtenadvocaat zweert dan ook bij de liberale traditie in ons land als het erop aankomt mensen te beschermen tegen machtsmisbruik in andere landen.

Het geval van Luís en Rakel, die beschuldigd worden op basis van verklaringen afgelegd door een ETA-lid onder marteling, is daar een mooi voorbeeld van.

Ook de uitzonderingswetgeving die in verschillende Europese landen van kracht is ondermijnt de rechtszekerheid van verdachten. Zeker in landen waar geopteerd werd voor een militaire confrontatie met etnische minderheden loopt de situatie wel eens uit de hand. Het is nu net de repressie die hiermee gepaard gaat die deze landen met het nieuwe uitleveringsverdrag willen exporteren naar de andere Europese lidstaten.

Het ontbreken van een Europese rechtsruimte maakt dat we geen impact hebben op de rechtszekerheid en mensenrechtensituatie in die landen. We worden alleen een verlengstuk van hun repressieapparaat.

Met een verdrag als dat van Dublin, waarbij de dubbele strafbaarheid, t.t.z. het feit dat een misdrijf in de twee betrokken landen strafbaar moet zijn, wordt afgeschaft, en dat voorziet in de uitlevering van eigen onderdanen, dreigt de strengste wetgeving de norm in heel Europa te worden.

Een politieke controle, van lidstaat tot lidstaat, om respect voor de mensenrechten en de rechtsstaat af te dwingen, is ook utopisch. Er zijn daarvoor steeds te veel andere belangen in het spel. De weigering van Spanje en ook van onze eigen regering om de uitspraken van de Belgische rechtbanken in de zaak van Moreno en Garcia te respecteren zegt trouwens al veel over zo'n controle.

Vanuit de zaal werd tenslotte geopperd dat er ook heel wat alternatieven voor de uitlevering van verdachten uitgewerkt kunnen worden. Verdachten zijn immers tot nader order onschuldig en dreigen voor lange periodes uitgeleverd te worden aan bedenkelijke rechts- en gevangenissystemen ver van huis.

Het stelsel van rogatoire commissies zou bijvoorbeeld kunnen uitgebouwd worden. Onderzoekers van het land dat om uitlevering vraagt zouden dan gemakkelijker ter plaatse informatie komen verzamelen of natrekken zonder uitlevering. Ook de veroordeling of het uitzitten van een straf in het land van herkomst of woonplaats zou verder ontwikkeld kunnen worden.

Professor Vanderbeken wees er trouwens op dat heel wat van deze principes al in werking zijn en soms veel meer toelaten dan algemeen geweten is. Verschillende internationale verdragen regelen al zulke creatieve oplossingen.

Paul Bekaert vreest echter dat het verdrag toch door ons land geratificeerd zal worden, al hoopt hij dat er voldoende voorbehoud wordt gemaakt bij sommige passages ervan. De uitlevering voor politieke feiten, de uitlevering zonder dubbele strafbaarheid en de uitlevering van eigen onderdanen zetten wel de hele traditionele Belgische houding terzake op zijn kop, zodat men kan verwachten dat er nog een hartig woordje over gedebatteerd zal worden in het Parlement.

Ook Amnesty International en andere mensenrechtenorganisaties hebben al aangegeven zich niet onbetuigd te laten. Daarvoor staat er te veel op het spel. De initiatiefnemers van het debat valt alleszins de eer te beurt de kat de bel aangebonden te hebben.