Nummer 27


| mei 1997


Oranjebloesems (Christian Dutoit)<< Nummer 27

Anne Van Asbroeck, Vlaams minister voor Brusselse Aangelegenheden en Kansarmenbeleid, heeft in de maand april een meer dan geslaagd initiatief genomen: 'Oranjebloesems', of een veertiendaagse ontmoetingssessie tussen Noord- en Zuidnederlanders in Brussel. Het was tot dusver één van haar betere beleidsdaden, hoewel de indruk bestaat dat zij zich, nu ze binnenkort als minister plaats moet maken voor een CVP-politica, vrij goed in haar job aan het inleven was. Maar daar willen we het vandaag even niet over hebben.

De verhouding Vlaanderen-Nederland is altijd al een beetje problematisch geweest. Na eeuwen scheiding is er inderdaad een mentaliteitsverschil tussen Noord- en Zuidnederlanders, maar in een tijd van ontkerkelijking en communicatiehoogstandjes zijn de scherpste tandjes afgesleten. Onnozele uitspraken als die van Mark Van Peel, die liever met Marokkanen op een eiland (een Waddeneiland?) wil overwinteren dan met Bataven, zijn niet meer dan een uitschuiver en Van Peel weet achteraf maar al te goed dat hij beter op zijn tong gebeten had. Louis Tobback, nooit verlegen om een goed gespeelde slip of the tongue, noemt zich steevast een 'orangist', hoewel we ons daarbij niet al te veel moeten voorstellen. Hij is zeker geen 'Dietser' of 'Grootnederlander', maar beseft wel dat Vlaanderen en Nederland er alle baat bij hebben om practisch samen te werken, willen zij de culturele ruimte die thans bestaat in de toekomst veilig stellen.

Wellicht stevenen wij af op een soort mariage de raison met de Nederlanders. Niet weinigen onder ons gruwen van de 'broodjes gezond' en de 'bamischijven uit de muur' van boven de Moerdijk, en ook het vermanende vingertje van de ketterse Calvinisten is in het land van de weiden als wiegende zeeën en de lintbebouwing niet zo populair. Maar die samenwerking is nu eenmaal lonend. Ze kan enkel positieve resultaten opleveren, en dat schijnt men nu ook in het noorden te snappen.

Nederlanders zijn, in vergelijking met hun weke onderbuik, koele kikkers. Een Taalunie zou er wellicht nooit gekomen zijn indien Vlaanderen geen vragende partij was. Maar in het dossier van een binationale universiteit Limburg bijvoorbeeld lijken er stappen in de goede richting te worden gezet. De fusie tussen Diepenbeek en de Universiteit Maastricht was al een wensdroom in de jaren zestig, maar toen waren wel de geesten maar niet de structuren rijp voor een dergelijk experiment. "De grens tussen Belgisch en Nederlands Limburg vervaagt met de dag", aldus vast secretaris Willy Goetstouwers van het Limburgs Universitair Centrum van Diepenbeek.

Het is een verheugende zaak dat de Noord-Zuid-Nederlandse samenwerking een nieuwe impuls krijgt vanuit realistische hoek. De Vlaamse heelnederlanders hebben uiteindelijk weinig vooruitgang geboekt, maar hun aftands romantisme stond dan ook haaks op de Hollandse nuchterheid. In Nederland durft men vandaag weer geopolitiek denken, en groeit het besef dat de economische dominantie van Frankrijk over de Belgische economie een onrustbarende evolutie is. Ooit had de Nederlandse republiek barrièresteden in de Zuidelijke Nederlanden. Vandaag durft men in Amsterdam en Den Haag al, zij het schuchter, luidop denken over meer economische samenwerking met Vlaanderen. Er bestaan plannen om een gecoördineerd Rotterdams-Antwerps havenbeleid gestalte te geven. Schiphol wil samenwerken met Zaventem. Het is allemaal nieuw, en het is ook een beetje wennen. Jozef Deleu, die al adellijke lintjes mocht ontvangen van Noord en Zuid, is zo onwennig dat hij vandaag - ooit was het anders - liever de boot afhoudt. Maar al bij al is het een meer dan verheugend feit dat er Oranjebloesems bloeien.