Nummer 28


Europa | juni - juli 1997


De Franse socialisten tussen twee stoelen (Antoon Roosens)<< Nummer 28

In een commentaar op de recente Franse verkiezingen schreef de 'International Herald Tribune' (3 juni 1997) dat er eigenlijk geen verschil bestaat tussen de beloften, waarmee Chirac twee jaar geleden de presidentsverkiezingen won, en deze waarmee Jospin op 1 juni jl. de parlementsverkiezingen won. Beiden beloofden tegelijk méér Europa en minder werkloosheid. Twee onverzoenbare objectieven.

De eerste daad van Chirac, na zijn verkiezing, was een lang en vertrouwelijk gesprek met de Duitse Bondskanselier Helmut Kohl, de kampioen van het Europa van Maastricht. En Chirac koos voor Europa; dus voor een verdere soberheidspolitiek en stijgende werkloosheid. Jospin zal ook moeten kiezen. Maar hij zal het wel moeilijker hebben dan Chirac.

*
* *

Spijts haar eclatante overwinning beschikt de Parti Socialiste niet over een meerderheid in het parlement. Zelfs met haar trouwe bondgenoten, de Groenen, schiet zij negen zetels tekort. Zij hebben dus de communisten nodig. Nu heeft de PCF zich - schoorvoetend - uitgesproken tegen de Euromunt en tegen het Europa van Maastricht. Niet zozeer uit overtuiging. Wel om te beletten dat haar traditionele basis verder massaal overloopt naar het Front National van Le Pen.

Het Front National heeft de laatste tijd het zwaartepunt van zijn propaganda verplaatst. Het migrantenprobleem staat niet langer centraal. Wel de sociale afbraak die gepaard gaat met de teloorgang van de nationale zelfstandigheid, onder druk van Europa en het mondiaal kapitaal. Le Pen komt met dit thema niet alleen dichter bij de Gaullisten van Philippe Séguin, maar ook bij de massa van het traditionele kiezerspubliek, dat zeer gevoelig is, zowel voor de economische en sociale achteruitgang, als voor de sluipende uitholling van de soevereiniteit van de Franse natie.

De verwarring is dus groter dan ooit! Temeer daar de Parti Socialiste van Jospin - en van Delors ! - blijft geloven dat welvaart en werkgelegenheid kunnen samengaan met een Europese eenheidsmunt, zij het dan in een zogenaamd 'sociaal Europa'. Wat aan Bernard Cassen, in de Monde Diplomatique van mei 1997, het sarcastische commentaar ontlokte: "Il faut une sérieuse dose d'angélisme pour fonder une stratégie sur une telle hypothèse" (men moet wel erg wereldvreemd zijn om een politieke strategie te steunen op een dergelijke veronderstelling).

*
* *

Tenzij er zich nog verrassende wendingen voordoen - men mag mirakels nooit a priori uitsluiten - dreigt de nieuwe linkse regering dus spoedig op dezelfde klip te lopen als haar rechtse voorgangster. Ook Jospin kan water en vuur niet verzoenen. Indien deze regering op haar beurt haar kiesbeloften verloochent, dan gaat het spel pas beginnen.

Lang geleden reeds schreven wij in dit blad dat de mondialisering van het kapitaal onafwendbaar leidt tot de teloorgang van de hegemonische functie van de Westerse heersende klassen: deze zijn niet meer in staat om hun klassenbelangen te verzoenen met het algemeen belang van de Natie. Daaruit volgt een geleidelijke desintegratie van het maatschappelijk weefsel: de burger maakt zich los van de politieke klasse, waarin hij zich niet meer herkent. Ook in Frankrijk is dit proces duidelijk aan de gang. De kiezer zwalpt van de ene kant naar de andere. Voor zover hij niet reeds afgehaakt heeft: 30% van de Fransen bleven thuis bij de eerste verkiezingsronde.

Na bedrogen te zijn geweest door Chirac, en met valse beloften te zijn gepaaid door Jospin, is het niet denkbeeldig dat de Franse kiezer, bij een volgende gelegenheid, het Front National als sterkste partij uit de stembus doet komen. De onwil - of het onvermogen - van de Franse socialisten om een coherent en radicaal alternatief te poneren voor dit Europa van het internationaal kapitaal, zou wel eens de beslissende stap kunnen worden naar een diepe hertekening van het Franse - en Europese - politieke landschap.