Nummer 28


Een partij die zwalpt | juni - juli 1997


De Belgische ziekte van de Volksunie (Roel Van Booitshoecke)<< Nummer 28

Wie enige hoop koesterde dat de Volksunie met zijn nationale conventie eindelijk enige duidelijkheid zou scheppen rond zijn communautair project komt, nauwelijks drie dagen later, bedrogen uit. In een interview dat voorzitter Bert Anciaux aan De Standaard weggeeft, stelt hij namelijk dat de Volksunie geen separatisme wil (in tegenstelling tot wat op de conventie werd verkondigd : "niet scheiden doet lijden"); een totaal soevereine staat kan niet voor de VU-voorzitter; hoewel de VU-militanten die op de conventie het "proces van België" maakten een ondubbelzinnig verdict uitspraken, mag de naam België blijven bestaan, eventueel te vervangen door 'Vlawallon'; de fel toegejuichte uitlatingen van VU-senator Jan Loones tegen het koningshuis (zoals voor hondepoep is er maar één oplossing: opruimen) worden een "scheve schaats" genoemd. Anciaux: "Ik besef dat het koningshuis voor sommigen een houvast is. Ik wil hen dat niet afnemen."

Ook Nelly Maes, die op de conventie nochtans unisono leek met Jan Loones, haastte zich twee dagen later aan Gazet van Antwerpen toe te vertrouwen: "Begrijp ons niet verkeerd: we zijn geen separatisten." Verkeerd begrijpen? Vóór de onafhankelijkheid, tégen het separatisme...

Al deze contradicties zaten eigenlijk al ingebakken in de voorstellen die op de conventie werden voorgelegd. Immers, samengevat werd daar gepleit voor een onafhankelijk Vlaanderen in een confederatie met Wallonië in een federaal Europa. Het is het ene of het andere: een confederatie is een wederzijdse afspraak tussen twee soevereine staten om een aantal dingen samen te doen. Een federatie impliceert daarentegen een overdracht van soevereiniteit naar een hogere bestuurseenheid.

Het woord 'staat' is voor de Volksunie echter een vies woord. In de jaren zestig, toen 'federalisme' nog een betrekkelijk revolutionaire term was, had men het steeds over een 'Europa der volkeren'. Later zijn daar, wellicht bij gebrek aan volksbewuste volkeren, 'regio's' bijgekomen. Dat was in een periode dat Europese federalisten als een Guy Hérauld volksnationalisme tegenover staatsnationalisme plaatsten. De Volksuniejongeren van de jaren zeventig kozen dan weer voor 'integraal federalisme', een soort salonanarchisme geïnspireerd op Proudhon en prins Kropotkin. Leven in cirkels was het ordewoord: best aardig, maar politiek onbruikbaar, ook toen al. Maar in eigen militantenkring was het anti-Belgische gevoelen overheersend.

Daar werd een krachtige rem op gezet door Hugo Schiltz, die in de jaren tachtig op congressen herhaaldelijk al zijn gewicht in de schaal moest werpen om de partij toch maar te behoeden voor anti-Belgische escapades. En hij slaagde erin de partij in de pas te laten lopen. Hij kreeg een lintje van het Hof, werd minister van staat, maar inmiddels slankte de Volksunie ook danig af.

Na het vertrek van Jaak Gabriëls naar de VLD voorspelde Bert Anciaux een radicalisering. De ondertitel 'Vrije Vlaamse Democraten' zou onmiddellijk verdwijnen (bij een interview op De Zevende Dag gebeurde dat ook letterlijk!), maar enkele dagen daarop bleek dat een typisch Bert-grapje geweest te zijn. Wellicht lagen er nog te veel voorgedrukte vlaggen op de zolder van het Barricadenplein.

Sindsdien heeft Bert Anciaux zich vervolmaakt in het spuien van dubbelzinnigheden. De VU zou zowel uit de Vlaamse als uit de Brusselse regering stappen, indien niet naar de partij geluisterd werd. Zo geschiedde: er werd niet naar de partij geluisterd, maar 'vake' Anciaux en Johan Sauwens bleven op hun kabinet.

Dit werd op de lange duur pijnlijk. De 'basis' van de Volksunie in Brussel is in tien jaar tijd quasi volledig vervangen. Militanten van toen zie je vandaag bijna niet meer op pannenkoekenbakken of teerfeesten. In de plaats zijn een aantal jongeren gekomen, dat wel, en een aantal kabinettards met vrienden en kennissen. De meeste aandacht gaat uit naar de verpaupering van Brussel, de stadskankers, de vierde wereld, de jeugdprostitutie... allemaal dingen die best in de aandacht mogen en moeten komen, maar waar de Volksunie nauwelijks mee kan scoren. (Vergeten we niet dat zelfs Agalev in Brussel van de kaart werd geveegd bij de laatste verkiezingen).

Zaken die de vroegere achterban wèl interesseerden, zoals het eerbiedigen van de taalwetten in het openbare verkeer, komen nog nauwelijks aan bod. Heeft iemand Vic Anciaux nog iets horen vertellen over de zgn. 'driemaandelijkse taalrapporten', die er al jaren niet meer zijn? Neen. Het is hallucinant hoe de VU het terrein verlaten heeft en de loper uitrolt voor het Vlaams Blok. Anciaux slooft zich uit om het Blok te bestrijden en wordt daarin fel aangemoedigd door de CVP en de SP (met Michiel Vandenbussche als eerste viool), maar heeft er door een gebrek aan strategisch-politiek denken precies voor gezorgd dat het Blok zoveel succes kent in Brussel.

Daarmee zij we dus aanbeland bij het grote taboe: het Blok. Het Blok komt op tegen België, is ronduit voor separatisme, dus is voor de VU het woord 'separatisme' besmet. Het Blok is tegen stemrecht voor EU-vreemdelingen, en kan aantonen dat dit stemrecht de genadeslag wordt voor de Vlamingen in Brussel en ver daarrond. Omdat het Blok tegen is, durft de VU niet anders dan voor zijn, wel wetende dat zijzelf als kleine Vlaamse partij het eerste slachtoffer zal zijn. Van masochisme gesproken! Zo zouden we nog een tijdje kunnen doorgaan. In essentie komt het erop neer dat de VU een heilige schrik heeft ook maar van ver met het Vlaams Blok vereenzelvigd te worden.

Dat is ronduit dwaas. Er zijn genoeg andere dan communautaire dossiers waarin de VU zich kan (en moet!) onderscheiden van het Blok.

Nu kunnen wij niet verdacht worden van overdreven sympathie voor het Vlaams Blok. In haar grootschalige wervingscampagnes met luxe-kleurenfolders in de beide landstalen komt het 'communautaire' niet of nauwelijks aan bod. Maar de VU zou zich precies op dat vlak wél kunnen en moeten profileren in Brussel. Een radicale, democratische maar flamingantisch-nationalistische partij in Brussel, naast een communautair lauw maar anti-vreemdelingen-Blok dat gaat vissen in Franstalige reactionaire modderpoelen, het moet kunnen. Maar zo heeft de huidige leiding van de Volksunie het niet begrepen.

De communautaire radicalisering van de 'Conventie der Durvers' leek een stap in de goede richting te zijn, maar alle pit gaat meteen verloren door de verklaringen van een aantal VU-tenoren achteraf. Het is erger dan een Echternachse processie. Op die manier spot de partij met haar militanten. In het Congressenpaleis was het enthousiasme van de basis groot toen o.m. Loones hartverwarmende taal sprak. Tot bleek dat die basis het verkeerd begrepen had.

Als de VU als 'durvende' partij wil doorgaan, moet ze ophouden mist te spuien. Enkel duidelijkheid kan de partij nog redden. Een duidelijk standpunt over onafhankelijkheid, een duidelijk standpunt over Europa (dat verder gaat dan de strijd tegen parkings onder het Europees parlement), een duidelijk standpunt over nog heel wat andere zaken, maar dan echt duidelijk. En de partij kan best vermijden telkens standpunten af te zwakken of in een andere richting om te buigen. Dat, en dat alleen kan de partij redden van een roemloos einde. Er zijn alleen geen lintjes van het Hof aan verbonden.