Nummer 29


Het goede leven | september 1997


Baskenlands beste: Rioja Alavesa! (1) (Geert Orbie)<< Nummer 29

Na Irulegi (Meervoud nr. 0), Txakoli (nr. 8) en Navarra (nr. 13) komt in deze rubriek eindelijk de bekendste, maar ook de beste wijnstreek van Baskenland aan bod.
De Rioja-streek ligt niet helemaal en zelfs niet hoofdzakelijk in Baskenland. Om het allemaal nog wat moeilijker te maken bestaat er ook nog een autonome regio Rioja, die niet samenvalt met de wijnappelatie. Het wijngebied wordt namelijk in drie districten onderverdeeld: de Rioja Alta en de Rioja Baja, die in de regio Rioja liggen, en de Rioja Alavesa die deel uitmaakt van de provincie Alava (Araba in het Euskara, de Baskische taal). Daarnaast mogen zes gemeenten uit het zuiden van de regio Navarra eveneens wijnen produceren onder de naam Rioja. De opdeling in districten beantwoordt aan verschillen in bodem, in hoogte, in de verhouding van de gebruikte druivenvariëteiten en zodoende ook in type wijn, zodat een afzonderlijke bespreking van de Rioja Alavesa hier zeker op zijn plaats is.

Archeologische vondsten bevestigen dat reeds in de Romeinse tijd in deze streek aan wijnbouw werd gedaan. De naam Rioja, die voor het eerst opduikt in de elfde eeuw, is naar alle waarschijnlijkheid afgeleid van Rio Oja, een riviertje dat uitmondt in de Ebro, de grootste stroom van het Iberisch schiereiland, die ontspringt nabij de Atlantische Oceaan, maar honderden kilometer aflegt om in de Middellandse Zee uit te monden. De Ebro snijdt het Rioja-wijngebied doormidden en vormt de huidige zuidgrens van Baskenland. De Sierra de Cantabria, een noordwestelijk gelegen bergketen, mildert de klimatologische invloeden van de nabijgelegen oceaan.

De bodem van de Rioja Alavesa bevat naast klei veel kalk, wat hem een gele en wij wijlen blanke kleur geeft en zich natuurlijk ook vertaalt in de wijn, die hierdoor minder donker wordt, maar subtieler en frisser van smaak. Het Baskisch gedeelte van de Rioja, dat acht gemeenten omvat, beslaat ongeveer 10.500 ha en is het kleinste van de drie districten (Rioja Alta 20.000, Rioja Baja 15.000 ha). Het landschap is geaccidenteerd, met talrijke kleine heuvels en slingerende wegen. De wijngaarden liggen op terrassen die oplopen van 400 tot 800 meter boven de zeespiegel.

Druifluis

Ondanks de eeuwenoude origine van de Rioja-wijnen duurde het tot de vorige eeuw vooraleer de wijnen enige bekendheid kregen buiten de landsgrenzen. Op dat ogenblik ontstond er vanuit Frankrijk een enorme vraag naar rode wijn, omdat de eigen wijngaarden door de druifluis Phylloxera bijna volledig verwoest waren. Veel Franse wijnbouwers immigreerden trouwens naar de Rioja en introduceerden er moderne vinificatiemethodes. Uiteindelijk sloeg de druifluis ook hier toe en in Frankrijk werd ontdekt dat de Amerikaanse wijnstokken resistent waren tegen de Phylloxera, zodat ze de Franse variëteiten gingen enten op Amerikaanse stokken, waarna de wijnproductie zich opnieuw herstelde.

Dit alles, samen met enkele beruchte fraudeschandalen, waarbij water, kleurstoffen en alcohol aan de wijn werden toegevoegd, leidde er toe dat na de eeuwwisseling de Rioja een terugval meemaakte die door de Burgeroorlog, de Tweede Wereldoorlog en het isolement van Franquistisch Spanje werd verlengd. Pas einde jaren zestig kwam er enig herstel, dank zij enkele opeenvolgende slechte jaren in de Bordeaux en de daaropvolgende prijsstijging. Dit herstel werd in het volgend decennium voortgezet en leidde tot het ontstaan van de meeste van de grote bodegas (wijnbedrijven), die nu nog het belangrijkste gedeelte van de wijnproductie beheersen. Zij zijn in handen van grote Spaanse groepen en multinationals, die aangetrokken waren door de liberale economische politiek van de technocraten in de Franco-regeringen.

Na de toetreding van Spanje tot de EG in 1987 en de gunstige invloed hiervan op de export, kende de Rioja nog verder toenemend succes. In deze periode ontstonden heel wat nieuwe, kleinere bodegas. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk bevinden de wijnproducenten zich niet temidden van de wijngaarden, maar vaak in de dorpen en steden of naast de grote wegen en spoorlijnen. Ze hebben trouwens de wijngaarden meestal niet in bezit, maar kopen vaak most (geperst druivensap) of wijn van de zowat dertig coöperatieven, die de druiven van zowat 14.000 kleine telers verwerken. De wijnhuizen beheersen bijna 90% van de wijnproductie, maar slechts 15% van de druivenopbrengst. Vooral in de Rioja Alavesa zijn er talrijke kleine grondbezitters en de gemiddelde omvang bedraagt er 0,31 hectare. De meeste druiventelers oefenen deze bezigheid dan ook enkel als bijberoep uit. De laatste jaren beginnen meer en meer cooperativas met succes hun eigen wijn te bottelen.

Rood

Vroeger werden er in de Rioja-streek een veertigtal verschillende druivenvariëteiten geteeld. Tegenwoordig zijn er bij wet maar zeven meer toegestaan, vier rode en drie witte. De meest voorkomende soort en ook de meest typische voor de streek is de tempranillo. Deze blauwe druif, wiens naam letterlijk 'vroegrijp' betekent, gedijt bijzonder goed op de kalkrijke grond en in het halfvochtige, niet te warme klimaat van de Rioja Alavesa, waar hij meer dan 70% van de aanplant uitmaakt. Tempranillo zorgt voor een soepele, fruitige smaak met een lage zuurtegraad en relatief weinig tannines, terwijl ook het alcoholgehalte aan de lage kant is.

Hij geeft de wijn wel een mooie kleur en beschermt hem tegen oxydatie.

Om het lage alcoholgehalte te compenseren wordt er bij de vinificatie van de rode wijnen garnacha tinta (de Franse grenache noir) toegevoegd. Deze druif, die veel zon vraagt, geeft veel sap en bevat veel suikers, maar ontbeert wat karakter en aroma. Garnacha, die in de naburige Navarra-streek overheersend is, wordt bovendien gebruikt om rosés te produceren.

Om de weinige tannines en de lage zuurtegraad te compenseren, wordt dan weer mazuelo toegevoegd. Deze druivensoort is echter zeer gevoelig voor ziekten, zodat de aanplant sterk is teruggevallen. Ondanks de stevige vraag naar deze variëteit kiezen de meeste boeren immers voor andere, veiligere druiven.

Een laatste toegestane rode druif tenslotte is de graciano, die zorgt voor een typische kreupelhout-toets, wat wijnkenners met een Franse term als sous-bois bestempelen. De graciano kent echter een zeer lage productie, zodat hij helemaal dreigt te verdwijnen. Op dit ogenblik maakt hij slechts 0,3% van de aanplant meer uit, alhoewel de betere producenten verwoede pogingen doen om hem van de ondergang te redden.

Wit

De meest voorkomende witte druif is de viura. Deze druif groeit heel goed op de kalkbodem van de Rioja Alavesa en wordt vooral gebruikt voor de productie van witte wijn, alhoewel hij, omwille van zijn zuurtegraad, ook aan rosés en rode (soms tot 20%) wordt toegevoegd. In witte wijnen wordt vaak de sterk aromatische malvasia toegevoegd en in steeds mindere mate de alcoholrijke, maar fletse garnacha blanca, die enkel overleeft dank zij zijn rijkelijke opbrengst.

Naast de zeven officiële cépages experimenteren heel wat producenten met andere variëteiten zoals Cabernet Sauvignon, Pinot Noir, Gamay enz. Het verwerken van deze druiven in Riojawijnen wordt oogluikend toegestaan.

In een volgend artikel willen we het hebben over de vinificatiemethode en de typische vat- en fleslagering.