Nummer 29


Standpunt | september 1997


Vakantiekolder (Mireille Leduc)<< Nummer 29

Zoals ieder normaal mens heb ik ook last van de hondsdagen van augustus. Natuurlijk is het te heet om een hond door te jagen. Ook moeten we iedere normale ontspanning ontberen. Dit jaar is er zelfs geen sprake meer van het monster van Loch Ness, en zelfs het gat in de ozonlaag is gedicht. De federale premier heeft zich blijkbaar in één of ander donker hol teruggetrokken. Normaal zorgt de Vlaamse beweging in deze troosteloze dagen nog voor enig vertier. Die kent immers een bijzonder vreemde politieke conjunctuur. Begin juli wordt die wakker, wanneer de eerste zwaaiers hun vendels ontvouwen, en ze dommelt weer in in september, wanneer het serieuze werk begint.

Gelukkig zijn er enkele illustere geesten die de dorre rust verstoren. Zo blijkt dat de King al twintig jaar uit ons midden verdwenen is. Sire de Koning is wel nog in ons midden, en wil dat ook blijven: daarom moeten we weer wat talen leren. Een bepaald soort humor is de brave man niet vreemd.
Verder constateren enkele eminente denkers dat er een jaar na augustus 1996 bitter weinig veranderd is. Verwonderlijk is dat ze zich daarover verwonderen.

Maar toch: er is hoop in bange dagen. Een verlopen karnavalprins poogt aan de kust verwoed voor enig jolijt te zorgen. Volleerd als geen ander zet hij iedere zotskap op waarmee hij enig applaus kan oogsten. Hij had natuurlijk al de muts van minister van Binnenlandse Zaken geërfd, maar daarmee scoorde hij niet hoog genoeg. Hij tooide zich, niet helemaal volgens de regels, ook met de pluimen van eerste burger van de koningin der badsteden. Alsof dat nog niet genoeg was, acht hij zichzelf nog intelligent genoeg om zich voor te doen als hoofdorganisator van luchtacrobatieën. Tenslotte (voorlopig toch) moet iedereen er over akkoord gaan dat hij, en niemand anders, de titel van Vlaams minister van Cultuur verdient. Zijn voornaamste verdienste is dat hij erin slaagt ernstig te blijven bij deze maskerade.

Ook de pers laat ons bijna volledig in de steek. Gelukkig bezingt "Solidair" nog steeds de heroïsche strijd van de Geliefde Grote Leider tegen het Yankee-imperialisme in het betere deel van Korea, maar voor de rest: armoe troef. Dat dachten we toch. Gelukkig viel ons lui oog deze week op een werkelijk onovertroffen - we gebruiken dit epitheton heus niet omdat onze goede Wase vriend Freddy Willockx er een zo prominente rol in speelt - werkstuk. De Belgische progressieve socialisten (en wij argeloze zielen die dachten dat zoiets als conservatieve socialisten niet kon bestaan) zingen de lofzang van de ene echte federale sociale zekerheid. Enkele jaren terug zouden die personages wellicht op hun knieën naar Scherpenheuvel getrokken zijn als ze het woord "federaal" in hun mond zouden moeten nemen. Voor wie eraan twijfelt: iedereen die ook maar voor de gedeeltelijke defederalisering van de sociale zekerheid durft te pleiten, is des duivels. Vooral sujetten als ene Ludo Abicht, die dan nog het lef heeft zich progressief te noemen, moeten gemeden worden. Zij durven het immers hebben over een solidariteit die niet opgelegd wordt. Als dat niet de meest verwerpelijke reactionaire praat is. Solidariteit die niet afgedwongen wordt kan toch niet echt zijn.

En waarom zou de gezondheidszorg niet naar de gemeenschappen mogen gaan. De inwoners van Brussel zouden massaal voor het Vlaamse stelsel kiezen: dat zou immers goedkoper zijn. We moeten echter niet denken, aldus de noeste schrijvers, dat dit zou leiden tot een grotere affiniteit met de Vlaamse gemeenschap. Daarvoor is die keuze te zeer gebaseerd op een eng materialistisch belang. Een beetje perfide, deze redenering: als de Brusselaars massaal gekozen hebben voor de Franse gemeenschap, is dat dan niet te wijten aan een materialistisch belang? Wellicht aan het hoger prestige van de Franse cultuur.

Ten slotte de ultieme weerlegging van de aloude argumenten van de Vlaamse overheid: wat we zelf doen, doen we beter. Dat blijkt inderdaad zo, geven deze Belgen doodleuk toe, maar ze draaien het adagium wel even om. Vlaanderen heeft betere concepten over gezondheidszorg. Juist daarom moet alles unitair blijven. De Vlamingen moeten de zuiderburen maar kunnen laten genieten van hun progressieve visie. Nu weet iedereen natuurlijk dat dit de federale regel is: Vlamingen leggen overal hun wil op. Zeker als het om de sociale zekerheid gaat. Het is trouwens daarom dat onze Waalse broeders zo gehecht zijn aan deze staat: om te kunnen genieten van het Vlaamse overwicht.

Hopelijk zorgen deze Belgische kameraden voor een jaarlijks vervolg: kolder mag ook in de zomer.