Nummer 30


| oktober 1997


Het Schotse voorbeeld (Christian Dutoit)<< Nummer 30

Schotland krijgt dus, na enkele eeuwen, terug een volwaardig parlement. Sinds het referendum van 13 september heeft Schotland Vlaanderen in één keer bijgebeend of zelfs voorbijgestoken. Het nog te verkiezen Schotse parlement zal op fiscaal vlak bijvoorbeeld meer in de pap te brokken hebben dan het Vlaamse, en ook op juridisch vlak staat men thans verder.

De evolutie van Schotland naar een grotere zelfstandigheid, die kan leiden tot onafhankelijkheid (Schotland wil een directe stem in het Europese gebeuren), is een positieve zaak. Al jaren proberen tegenstanders van een streven naar onafhankelijkheid de goegemeente bij ons diets te maken dat dit in feite neerkomt op groepsegoïsme of - erger nog - moet leiden tot 'Bosnische toestanden'. Toen enkele jaren geleden Tsjechië en Slowakije vreedzaam uit elkaar gingen bleek dit niet helemaal te kloppen: Slowakije, vragende partij, was nu niet meteen het rijkste deel van de vroegere unie. Het had veel meer te maken met een eigen politieke cultuur en een andere economische traditie en infrastructuur.

Ook in het geval van Schotland kan men moeilijk stellen dat het om het meest welvarende gebied gaat van het Verenigd Koninkrijk. Bovendien zijn het niet enkel de Schotse nationalisten, maar ook de Labour-politici ('socialisten' durven we ze niet meteen noemen) die de motor waren achter de devolution. Frank Vandenbroucke, in een vroeger leven voorzitter van de SP, liet ons via de beeldbuis vanuit Oxford weten dat die jump in de richting van meer onafhankelijkheid van Londen in feite een progressieve zaak is.

Schotland zou een voorbeeld kunnen worden voor Vlaanderen. Bij ons is de beweging voor meer zelfstandigheid in een sukkelstraatje terechtgekomen, althans op het institutionele vlak. Luc Van den Brande houdt een laag profiel aan en mag rustig verder kabbelen, voor zover hij zich houdt aan de richtlijnen van peetvaders Dehaene en Tobback. Het is zeker niet reculer pour mieux sauter! Na het Schotland-referendum van 13 september wauwelde hij iets over de betekenis van de historische uitslag voor het efemere Comité der regio's van de Europese Unie, maar als er iets is wat de Schotten niét willen, dan is het door Europa als onnozele regio behandeld te worden, naast de Nord-Pas de Calais of Asturië.

Van den Brande zit in een Belgisch partijpolitiek keurslijf dat hem niet toelaat een èchte Vlaamse politiek te voeren. Telkens hij een of andere uitspraak doet die dit keurslijf ietsje te buiten gaat, gaan franstalige politici op hun achterste poten staan en wordt hij even gauleiter of iets in die zin. Dit franstalig lawaai geeft menige Vlaming de indruk dat de Vlaamse minister-president wel degelijk tanden heeft. Deze indruk is onterecht. De waarheid is dat Van den Brande aan handen en voeten gebonden is aan Dehaene, die communautair gekibbel binnen zijn regering kan missen als kiespijn.

De Vlaamse regeringsverklaring van 22 september is daar een mooie illustratie van. Naar jaarlijkse gewoonte werd gesteld dat de werkgelegenheid prioritair is voor de regering, en dat daar zelfs geld beschikbaar voor is. Maar om echt iets aan die werkgelegenheid te doen ontbreken de noodzakelijke hefbomen in de domeinen van fiscaliteit en de sociale zekerheid. Zolang daar niet aan getornd kan worden, kan Van den Brande niet anders dan een laag profiel aanhouden. Het keurslijf kan ten allen tijde aangesnoerd worden door de peetvaders. De vraag is alleen hoelang die voor Vlaanderen nefaste situatie moet voortduren, en of de democratie niet beter verdient.