Nummer 30


Inheemse volkeren in Latijs-Amerika | oktober 1997


De uittocht uit de clandestiniteit (Paul Eyben)<< Nummer 30

Bij de lezing van de column van Hendrik Carette in het nr. 25 van Meervoud onder de titel "Cioran en het metafysisch nationalisme" werd ik getroffen door het citaat van ene Marc Schoorl: wellicht "hineininterpretierd", zou nationalisme betekenen: "het streven van een volk om geschiedenis te ZIJN" i.p.v. de wil om deel uit te maken van de geschiedenis. Deze gedachtengang, weze hij uit zijn context genomen, vond ik erg toepasselijk op het recent emancipatieproces van de indianenbevolking in Latijns-Amerika, waar ook H. Carette terloops naar verwijst: hun uittocht uit de clandestiniteit kan begrepen worden als hun wil om opnieuw geschiedenis te "zijn", na 500 jaar overleefd te hebben, als deel uitmakend van de geschiedenis, in hun verdrongen vaderland.

Historische situatieschets

De koloniale periode

De eerste bewoners van het continent zijn vermoedelijk over een landbrug vanuit Azië (Mongolië, Tibet) gekomen, ongeveer 20.000 jaar geleden. Deze oorspronkelijke bewoners hadden, na verloop van duizenden jaren, geavanceerde, op georganiseerd landbouw gebaseerde, beschavingen opgebouwd in de hooglanden. Op het moment van de "conquista" in 1492 waren de belangrijkste beschavingen: de Maya-cultuur in Yucatan en Guatemala, de Azteken in Centraal Mexico, de Zatopeken in Oaxaca en de Inca's, wier centrum lag in Cuzco (Peru) en Quito (Ecuador).

De gevolgen van de "conquista" voor de inheemse bevolking waren afschuwelijk: er is sprake van een genocide van 80.000.000 mensen. De indianenbevolking was zo uitgedund dat men om de, wegens het nijpend tekort aan arbeidskrachten in mijnen en plantages, mankracht op peil te houden verplicht was om 10 miljoen slaven uit Afrika in te voeren; die op hun beurt, in het Westen, in de tin- en zilvermijnen van de Andes de dood vonden wegens het gure klimaat.

Het oorspronkelijk legertje Spanjaarden goudrovers en moordenaars uit Extremadura was inmiddels uitgegroeid tot een enorme koloniale macht, in stand gehouden door dwangarbeid (la mita). Dit gebeurde in gelijke tred met de Kerk, die het bekeringswerk grondig aanpakte. Vooral de Franciscanen gingen, ondanks het protest van de dominicaan Bartolome de las Casas (Brevísima relación de la destrucción de las Indias) uiterst fanatiek te werk. Zij zijn o.a. verantwoordelijk voor de massale vernietiging van inheemse heiligdommen, kunstvoorwerpen en de documenten met Maya-hiërogliefen. Omdat de Maya's de enige cultuur in de Nieuwe wereld was, die een schrift ontwikkeld had, is onze kennis van de precolumbiaanse geschiedenis voor een deel onherstelbare schade toegebracht (1). Het enige perkament dat gered werd, bevindt zich in het museum te Dresden.

De indianen lieten zich nochtans slecht ogenschijnlijk bekeren en hebben nooit hun godsdienst of cosmosvisie afgezworen, ook vandaag niet. Het lijdelijk verzet tegen de nieuwe orde, vooral vanwege de Maya's en de Inca's, bleef een probleem voor de Spanjaarden. De indianen waren bovendien al te goed bewust van de waarde van hun eigen taal en van het feit dat ze via hun taal een greep konden houden op hun eigen verleden, tradities en waarden, om alzo hun eigen identiteit te bewaren. Nu nog, wordt het Castillaans meestal uit louter commerciële overwegingen gesproken. Gewelddadig verzet was eerder uitzonderlijk: de opstander onder de leiding van respectievelijk Tupac-Amaru (Peru), Tupac-Katari (Bolivia) en Hidalgo (Mexico) werden al na enkele jaren in bloed gesmoord.

Onafhankelijkheidsoorlogen en onafhankelijkheid van de Latijns-Amerikaanse Staten.

De befaamde veldslagen van Simon Bolivar en San Martin in Zuid-Amerika en de machtsovername door generaal Santa Ana in Mexico maakten een einde aan 3 eeuwen Spaans Kolonialisme en luidden de oprichting in van de jonge Amerikaanse Republieken, geïnspireerd op de Europese resultaten van de Franse revolutie.

Voor de indianen maakte het echter niet veel uit wie in de hoofdsteden de dienst uitmaakte. Zij konden weinig verschil zien tussen de Spanjaarden en de "Criollos" (in Amerika geboren afstammelingen van Spanjaarden), die in de voetsporen van de Spaanse kolonisator traden. De grenzen van de nieuwe republieken vielen vaak precies samen met de koloniale administratieve verdelingen, die, zo wie zo, geen rekening gehouden hadden met de verschillende bevolkingsgroepen, die over de grenzen heen leefden.

De staten waarin nog een ruime aanwezigheid van inheemse volkeren bestaat, zijn: Mexico, Guatemala, Ecuador, Peru en Bolivia en in mindere mate, Chili, Columbia en Brazilië; in de anderen zijn ze uitgestorven of volledig vermengd. Maar het is opvallend hoe op politiek en economisch gebied al deze verschillende republieken gelijkenissen vertonen.

De liberale ideologie was toonaangevend en er was uitsluitend plaats voor het Noordamerikaans en Europees model. Juan Bautista Alberdi schreef rond 1860 de beroemde handleiding "Bases y puntos de partida para la organización política de la república Argentina", een politiek handvest dat, mutatis mutandis, ook voor de andere republieken kon gelden. "Wat hen voor ogen stond, was een etnisch gemengd land met minimale indiaanse sporen, met een Europees kapitalistisch en sociaal systeem als overheersende factoren" (2).

Het centrale thema van de Latijns-Amerikaanse geschiedenis, sinds de onafhankelijkheid is de economische ontwikkeling. Ondanks de geweldige tegenslagen, is in die wens nog geen verandering gekomen. Meer dan ooit zijn de Latijns-Amerikaanse overheden vastbesloten een industriële revolutie naar westers model te ontketenen. Vandaar wellicht de recente geestdriftige ontvangst van "onze" premier op de zetel van MERCOSUR, in Montevideo!

El Quinto Centenario (500e verjaardag van de ontdekking van Columbus)

De indianen hebben gedurende deze 500 jaren slechts deel uitgemaakt van de geschiedenis, zij het op een onvoorstelbaar negatieve wijze. Vooral omdat zij tevens bewust bleven dat zij voordien in levensomstandigheden leefden die aanvaardbaar waren. Zo was bijvoorbeeld, met beperkte middelen, zonder dat zij het wiel of het schrift kenden, het Incarijk als een modern aandoende staat opgebouwd; met een rudimentaire vorm van sociale verzekeringen, een goed functionerende administratie en een doeltreffend economisch stelsel. In de veroverde gebieden respecteerden deze aristocratische Incakursers (Quichua's) de eigenheid en de taal van de overwonnen volkeren.

De evolutie van de mensenrechten is aan de indianen grotendeels voorbijgegaan:

  • de grote revoluties van de 18e en 19e eeuw, die de individuele rechten en gelijkheid t.a.v. de wet erkenden;

  • de sociale revoluties vanaf het begin van de 20e eeuw;

  • zelfs de laatste generatie mensenrechten, vanaf het einde van deze eeuw, waarbij een volk het recht wordt toegekend om de integriteit van zijn cultuur in stand te houden en zich "qualitate qua" economisch en sociaal te ontwikkelen.

    Aan deze laatste fase blijken - sinds de "quinto centenario" - de inheemse volkeren toch stilaan deelachtig te worden. Die verjaardag blijkt het startsein te zijn tot de uittocht uit de clandestiniteit, van de Zapatisten in de Chiapas tot de Mapuches in Zuid-Chili. De Andes en Amazoneculturen komen na eeuwen in beweging ondanks de voortschrijdende armoede en het daarmee gepaard gaande korte-termijn-denken. Politiek perspectief en toekomstig gericht denken is voor de Indiaan immers een ongehoorde luxe, want zijn voornaamste zorg is dagelijks te kunnen overleven. Die uittocht zal een lange weg worden, als is hij reeds eeuwen uitgestippeld: in die clandestiniteit heeft de Indiaan immers stiekem vluchtheuvels en bermen gezocht - wars van het colonisatieproces- waarop hij zich mentaal en cultureel kan isoleren, helemaal zichzelf zijn, ondanks 5 eeuwen agressie, heeft hij een diep en onwankelbaar identiteitsgevoel bewaard. In de biografie van Rigoberta Menchu, opgetekend door E. Burgos, wordt dit op indringende wijze beschreven.

Hoe lang nog, de Aymaras, Quechuas, Guaranis enz. als vreemdelingen in eigen land?

De staten Bolivia en Peru tellen een meerderheid van inheemse volkeren; Bolivia, 7 miljoen inwoners en het armste land van Zuid-Amerika, zelfs tot 70 %. De bevolking van het Andesgebergte (3) bestaat, over de staatsgrenzen heen, uit miljoenen "Campesinos" (letterlijk: boerenfamilies, een meer functionele term als "indio"), Quechua's en Aymaras, die het benijdenswaardige record van armoede van de wereldwijde rurale bevolking bereiken. Dit heeft een massale exodus voor gevolg van die indígenas (Campesinos) uit de Alti-plano naar de steden, zoals Lima en La Paz, waar zij in de informele sector als Chollos (stedelijke indianen) iets makkelijker kunnen overleven.

Zo telt "El Alto", de bovenstad van La Paz op 4000 meter bijna 1.000.000 Aymaras, die er leven van de "scharreleconomie".

Nu blijkt Bolivia een van de beste leerlingen te zijn van de Wereldbank op macro-economisch vlak, "dankzij" de stipte toepassing van de opgelegde S.A.P.s (structurele aanpassingsprogramma's).

Nochtans weet iedereen dat het land al lang bankroet zou zijn zonder haar "Schaduweconomie": en dat heeft alles te maken met die bloeiende informele sector en last but not least met de Narco-trafico (cocaïne) en de daarmee gepaard gaande corruptie (4).

De vraag kan gesteld worden of de vlucht naar de steden en de coca-veldjes voor de campesinos geen identiteitsverlies tot gevolg heeft... Gilbert Pauwels, pater Oblaat en antropoloog in Oruro, die al tientallen jaren werkt in de Alti-plano beweert in een interview met W.Lotens (5) het volgende: "Ik denk dat het heel belangrijk is een onderscheid te maken tussen "cultuur" en "identiteit".

De objectieve cultuur is alles wat kan bestudeerd worden. Wanneer een volk enkele kenmerken van de cultuur aanwendt om te zeggen "Ik ben Aymara", dan pas spreken we van identiteit. In verband met de Vlaamse strijd b.v. kan je zeggen dat vooral de taal benoeming gaf aan het Vlaming zijn. In de huidige evolutie - ik spreek dan vooral over het laatste decennium - zie ik heel sterke veranderingen op cultureel vlak, waaronder er een aantal traditionele, culturele elementen verloren gaan. Op het vlak van de identiteit constateer ik echter het omgekeerde. De eigen identiteit is zich duidelijk aan het versterken, terwijl de culturele verworvenheden meer en meer in verdrukking komen (...).

Het is misschien paradoxaal, maar ik meen dat precies het veranderen van een aantal traditionele, culturele elementen de oorzaak is van de versterking van de eigen identiteit (...).

Het versterken van de eigen identiteit kan alleen maar in confrontatie met een andere cultuur. Iemand die altijd tussen Aymaras geleefd heeft, kan zich, precies vanuit die geïsoleerde situatie, geen beeld vormen van de eigen identiteit. De vergelijking ontbreekt (...). Het is pas door een aantal elementen te verliezen, dat men er andere gaan bijwinnen. Het is b.v. zeer duidelijk dat de etnische heroplevingsbeweging rond de "Quinto centenario" vooral in een stedelijke omgeving plaats grijpt. Het is daar -méér dan in de campo- dat een aantal elementen, die uiteindelijk het profiel van die identiteit zullen gaan uitmaken, vorm beginnen te krijgen. Territorium, taal, vlag (de Wiphala (6)), klederdracht, muziek, een aantal waarden, een aantal historische figuren, dat zijn vermoedelijk elementen die sterk naar voren worden geschoven.

Onze grote vraag is wat men met de godsdienst zal doen. Het ziet er naar uit dan met gaat terugkeren naar de "Pachamama" met de zeer reële mogelijkheid dat men alles wat christelijk is, overboord zal gooien, zeggende dat het een element is van de dominante cultuur."

Maar laten we terugkeren naar het platteland (el campo), de traditionele thuishaven van de campesino, waar ook de meerderheid nog in een situatie van pure zelfvoorziening woont.

Niet de staat, noch de grote N.G.O.'s, die in het kader van de vrije markt streven naar moderniteit om de productie te verhogen, kunnen het ontwikkelingsproces van de campesino bevorderen. Zelfs niet louter economisch, ware het omdat op het terrein en in deze ecosystemen, productie slechts mogelijk is op "minifundios".

Gelukkig zijn er ook plaatselijke N.G.O.'s die het "Self Reliance" beginsel huldigen en louter ondersteunend (vooral financieel) werken i.s.m. Europese N.G.O.'s.

Hun aanpak heeft een bijzondere politieke dimensie, gebaseerd op de precolumbiaanse, vooral landbouw-tradities van de Andesbevolking.

Met verbazing kwam men tot de vaststelling dat dit volk, in de slechtste omstandigheden, het 500 jaren lang heeft klaargespeeld om in deze mooie maar barre omgeving te overleven. Reden te over om hun oude structuren beter te leren begrijpen en te respecteren, hun logica te recupereren en alzo hun overlevingsstrategie te helpen ombuigen naar een integrale ontwikkelingsstrategie.

Dit houdt het volgende in:

  • Eerbied voor eigen taal en recht op tweetalig onderwijs. Tot voor kort bestond er slechts eentalig Spaans onderwijs, zelfs in de schaarse lagere scholen, met alle gevolgen vandien...;

  • Eerbied voor hun godsdienst in concrete cosmosvisie: basis van geheel hun sociaal weefsel met als voornaamste pijlers: de solidariteit, de wederkerigheid, de complementariteit, de herverdeling en het "collectieve ik". Zelfs "les Petits prètres" uit Europa zijn de theologie van de bevrijding aan het inruilen voor de "Teología de culturización"...;

  • Het recht op behoorlijke bestaansmiddelen dankzij hun producten; door ontsluiting van hun afgelegen dorpen, de doorvoering van een tweede landhervorming en de stopzetting van voedselimport aan dumping-prijzen;

  • Het recht op territorium en waardigheid. (Boliviaanse situatie)

Zelfs na de nationale revolutie van 1952 door de M.N.R. (Movimiento Nacionalista Revolucionario) onder leiding van President Victor Paz Estensorro met de medewerking van de C.O.B. (Central obrera Boliviana) heeft men in naam van de klassenstrijd, het recht van de oorspronkelijke volkeren bevroren. De campesinos hebben geen vertrouwen in politieke partijen, noch in ouvriéristische syndicaten. Zij geloven niet in een revolutie zonder het veroveren van een culturele hegemonie (zei Gramsci dit lang geleden ook niet?).

Als tegenpool van de absolute prioriteit van de republiek om van alle etnische groepen (30!) een volk te vormen, die in een geheel moeten integreren (Natiestaat) en het latent racisme, ook vanwege de "Mestiezen" (afstammelingen van indianen en Blanken) werden, buiten de C.S.T.U.B. (confederación sindical única de los trabajadores campesinos de Bolivia, onder de koepel van de C.O.B.) heel was asambleas en comunidades de pueblos originarios opgericht. Zelfs enkele nationalistische partijtjes (Kataristas) zagen het licht.

Een eerste aanloop tot een multiculturele en multiterritoriale staat...?

De angst van de machthebbers voor iedere dreiging van radicale verandering is groot, zelfs op internationaal vlak. Zo heeft onlangs de O.A.S. (Organisatie van de Amerikaanse Staten) onder druk van de V.S. haar charter aangepast: een land waar de "democratie" in gevaar komt, zal voortaan uit de organisatie gestoten worden... Hierdoor wordt ongetwijfeld iets anders beoogd dan de oude plaag van de militaire staatsgrepen... Dat gevaar is definitief geweken, nu zij vervangen werden door de dictatuur van de Wereldbank en het I.M.F.

Enige toegevingen vanwege de, nochtans neo-liberale, Boliviaanse regering, werden in 1994-'95 gedaan:

  • de instelling van de "Ley de Participacion Popular" of de wet van volksdeelname, waarbij de traditionele autoriteiten en de rechtspersoonlijkheid van de campesino-gemeenschappen worden erken, via de O.T.B.'s (Organisación territorial de Base). Volgens de Aymara-leider Felix Cardenas, een mogelijk politiek instrument van inspraak voor de landelijke "comunidades" (Ayllus).

  • de "Ley INRA" (Institución Nacional de reforma agrara) die o.a. aan de boerengemeenschappen hun grondrechten teruggeeft. De wet werd, na veel touwtrekkerij door de boerengemeenschappen, de C.O.B. en de agro-industrie van Santa-Cruz, in oktober 1996 goedgekeurd.

De toekomst zal moeten uitwijzen of deze positieve stappen, post factum, niet zullen uitdraaien opeen zoveelste strategie van manipulatie of repressieve tolerantie.

De "Ayllu"

De dynamische kern van de emancipatiestroming is de tradionele Ayllu (gemeenschap van een 100 tal campesino's). Deze familiale-organisatorische en economische entiteit is een niet autoritaire, zelfbedruipende samenlevingsvorm die produceert opvoedt, oordeelt, en verdeelt in harmonie met de vitale levensruimte van de campesino's, waarin de gemeenschap zeer duidelijk voorrang heeft op het individu.

Zo bepaalt op veel plaatsen de Ayllu de verdeling van de onvervreemdbare grond, organiseert de landbouwcyclus en de religieuze feesten en spreekt zelfs elementair recht.

Per kanton gegroepeerd, hebben zij intense onderlinge contacten, organiseren regionale raden en zijn bijzonder actief in boerenorganisaties, en zelfs afgevaardigd in de gemeenteraden.

Op termijn kan de Ayllu, "El sujeto histórico", de basis worden van een invloedrijke volksbeweging als emancipatorisch orgaan van de Quechua's en Aymara's.

In 1968 schreef Marcel Niedergang reeds: "Quoi qu'il en soit, les Aymaras, plus rudes, plus farouches, plus secrets, plus hostiles à la pénétration de l'homme blanc, sont restés les vrais seigneurs de ces hauteurs désolées."

In 1997 kunnen zij schrijven: "Los hijos del Sol vuelven a recuperar el Poder y el Territorio".

(1) M. Ph. Vogel. Geschiedenis van Latijns-Amerika. Uitgeverij Het Spectrum.
(2). Idem, p. 140
(3) Voor de conquista: Chincha Suyu, Anti Suyu en Colla-Suyu.
(4) P. Eyben en H. Beckers. Zoektocht door Latijns-Amerika. Uitgeverij MIOS vzw, Brussel. p. 199-121.
(5) Walter Lotens. Abaya-Yala. Uitgeverij Libertas, Mol.
(6) Symboliseert jet verzet en de levensbeschouwing van de indigena bij middel van vierkantjes in de regenboogkleuren (notitie van P. Eyben).