Nummer 30


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | oktober 1997


(Euro-)Brussel-kroniek (Paul Van Cappellen)<< Nummer 30

Zuivere Zenne

Sedert de gewestvorming is Brussel, zoals de Franstaligen dat wensten, zelf bevoegd voor milieuzaken. Deze materie werd echter zwaar verwaarloosd. De staatshervorming verplichtte het Hoofdstedelijk gewest wel om akkoorden af te sluiten met het Vlaams Gewest, maar een correcte uitvoering bleef ten achter. Dit geldt zowel voor het Zenne-akkoord van 1990, waardoor Brussel tegen volgend jaar een groot zuiveringscomplex moest bouwen (kostprijs 25 miljard), als voor de afvalverbranding in de oven van Neder-Over-Heembeek, die zijn zwaar toxische rookgassen, in strijd met de Europese normen, uitstoot over de Brusselse agglomeratie.

Het protest van Brussels milieuminister Gosuin tegen de bouw van een veel milieuvriendelijker installatie in Drogenbos was dan ook erg hypocriet te noemen.

Om de Brusselse excellentie op zijn plichten te wijzen, voerden de Mechelse en Brusselse VVB-afdelingen actie: de Mechelaars haalden een kwalijk ruikend staal Zenne-water op ter hoogte van Heffen. Dit werd door de Brusselaars opgehaald en op "gevaarlijk transport" gezet naar de hoofdstad, waar de medewerkers van Gosuin het goedje onder de neus kregen.

De VVB meent dat Brussel zijn status van 'région à part entière' niet kan waarmaken, door zijn precaire financiële situatie; dat Vlaanderen bijgevolg financieel over de brug zal moeten komen, maar dat het dan ook ten volle mee instaat voor het beheer van deze materies, die bijgevolg best overgeheveld worden naar Vlaanderen.

Tweetaligen worden zeldzaam

Dat is althans de bevinding van een aantal Brusselse bedrijven die regelmatig een beroep doen op jobstudenten, volgens een bericht in de krant La Lanterne. De beheerders van de bioscoop in het centrum van de stad UGC-De Brouckère weet dat 30% van haar clienteel Nederlandstalig is, en die moeten correct onthaald worden. "Franstalige studenten kennen doorgaans wel Engels, maar we kunnen die taal niet bevoordelen ten koste van het Nederlands", zo zegt directeur Patrick Terreyn. Met de talenkennis van de Nederlandstaligen is het duidelijk veel beter gesteld.

Een heel andere attitude blijkt uit de antwoorden van het bedrijf GB: GB eist geen tweetaligheid van zijn personeel in het stadscentrum. "Maar men moet even goed Frans als Nederlands kennen om in onze winkels in Strombeek en Vilvoorde te werken." A bon entendeur...

"Vlamingen in Brussel stemmen al voor Vlaamse lijsten"

Volgens de studie van een EHSAL-student, Koen Claes, zouden de Brusselse Vlamingen reeds allemaal voor Vlaamse lijsten stemmen. Hij komt tot deze conclusie door het aantal Brusselaars met Nederlandstalige identiteitskaarten te vergelijken met het aantal uitgebrachte stemmen. Volgens zijn onderzoek zouden het juist Franstaligen zijn die voor Vlamingen stemmen bij de federale Kamer- en Senaatsverkiezingen.

Heel deze redenering staat of valt echter met het criterium dat gehanteerd wordt om de Brusselse Vlaming te omschrijven. Het is onmiskenbaar zo dat vele Nederlandstaligen Franstalige papieren hebben. Niet iedereen is immers zo assertief om te reageren wanneer de gemeentelijke ambtenaar weer eens de smoes opdist dat er geen Nederlandstalige formulieren meer zijn. En dan is er nog de niet te onderschatten groep tweetaligen die, althans volgens Geert Van Istendael, eigenlijk bij de Vlamingen moet worden ingedeeld.

Straks vijf of negen Vlamingen in de Brusselse Raad?

Senator Leo Goovaerts (VLD) maakte een aantal berekeningen en extrapolaties, aan de hand van de bekende electorale verschuivingen in Brussel en rekening houdend met de mogelijkheid dat EU-burgers en niet-EU-burgers stemrecht zouden genieten.

Goovaerts gebruikt als referentie de Gewestverkiezingen van '89 en '95. Dat is ook het handigst om een algemeen beeld te krijgen, want de situatie in de gemeenten (die over de hele lijn nog minder rooskleurig is dan op gewestelijk vlak) is heel erg verscheiden. Nochtans is het stemrecht voor EU-burgers voor het gewest nog geen voorwerp van politiek debat.

Tussen '89 en '95 wordt een globale vermindering van het electoraat waargenomen à rato van 7600 kiezers per jaar. Daaronder zijn er jaarlijks 1700 Vlamingen (die kiezen voor een Nederlandstalige kandidaat). Bijgevolg weegt de electorale vermindering zwaarder door voor de Vlamingen (-15%) dan voor de Franstaligen (-4%). Dit bracht het aantal Vlaamse stemmen in 1995 op 13,7% (10 zetels op 75). Indien deze evolutie zich doorzet zouden er bij de volgende verkiezingen nog 12,3 % van de kiesgerechtigden voor Vlaamse lijsten kiezen (9 zetels op 75).

Gesteld dat de EU-burgers mogen meestemmen voor het gewest (voor de gemeenten is dat voorzien), en nog aangenomen dat de zogeheten 'Germanen' (Engelsen, Duitsers, Nederlanders en Ieren) voor Nederlandstalige lijsten stemmen (hetgeen lang niet zeker is), dan zouden de Vlaamse lijsten samen nog slechts 9,2% van de stemmen verwerven of slechts 6 zetels op 75. Indien de niet EU-burgers meestemmen, voorspelt Goovaerts dat er nog 5 Vlaamse zetels overschieten op een totaal van 75.

Daarom moet er dringend een gewaarborgde vertegenwoordiging komen voor de Brusselse Vlamingen. Deze eis wordt overigens door zowat alle partijen onderschreven. De vraag is echter of men er een breekpunt van maakt.

Daarnaast moet Vlaanderen volgens Goovaerts 2% van zijn begroting uittrekken voor Brussel om er een voluntaristisch beleid te voeren, nl. voor sociale en medische voorzieningen en sociale woningen voor jonge Vlaamse gezinnen. "Zoniet zal de Vlaamse regering een verpletterende verantwoordelijkheid dragen voor de finale scheiding tussen Brussel en Vlaanderen. Zoniet zal Vlaanderen geen deel meer hebben aan de ontwikkeling van de internationale technologische communicatiepool die Brussel is", aldus nog Goovaerts.

Openheid naar anderstaligen

Nogal wat politici en andere waarnemers menen dat de tijd gekomen is dat de Brusselse Vlamingen een strategie ontwikkelen naar anderstaligen. Zo ook VLD'er Guy Vanhengel: hij pleit ervoor om het reeds bestaande weekblad 'Deze week in Brussel', dat nu hoofdzakelijk bestaat uit culturele aankondigingen, om te turnen tot een echte stadskrant "met een ruim nieuwsaanbod over alles wat leeft en beweegt in de stad, uitgaande van de Vlaamse Gemeenschap, maar open, zo toegankelijk mogelijk en ten dele meertalig". Dit blad zou dan in alle 450.000 Brusselse brievenbussen moeten belanden. "Wanneer één Vlaamse partij erin slaagt dankzij de overheidssubsidies die ze ontvangt, drie, vier maal per jaar een tweetalige brochure in alle bussen van de hoofdstad te stoppen en daarmee een bijzonder "eng" beeld van de Vlaamse gemeenschap oproept, moet het ook mogelijk zijn met een degelijke stadskrant een open en aantrekkelijker communicatie te voeren met de anderstaligen."

Blok-campagne op volle toeren

En daarmee zijn we aanbeland bij de enige Vlaamse partij die wel een forse groei kent in Brussel. Het lijkt erop dat de politici van de andere partijen meer en meer rekening houden met het succes van de Vlaams Blokstrategie, die erin bestaat de Brusselaars massaal te bestoken met tweetalige propaganda, waarin het veiligheids- en vreemdelingenthema de quasi-exclusieve thema's zijn. Het blijft evenwel niet bij een papieren campagne, want het Blok gaat ook 'de boer op', en voert nú reeds een huis-aan-huisbezoek-campagne.

Komt daarbij dat de geschorste Schaarbeekse politiecommissaris, Johan De Mol, sedert hem een disciplinaire sanctie werd opgeleged vanwege het loochenen van zijn vroegere lidmaatschap van het Front de la jeunesse, er geen doekjes om gewonden heeft - in interviews met de Franstalige pers - wáár hij desnoods zijn politiek heil zou zoeken: bij het Vlaams Blok. Zelfs al komt het er uiteindelijk niet van, deze blijk van sympathie alleen al zal het VB geen windeieren leggen.

Wonen in de zuidwijk !?

Op 26 augustus organiseerde Hervé Hasquin, Brussels minister van ruimtelijke ordening, openbare werken en verkeer (PRL-FDF) een persconferentie op de zesendertigste verdieping van de zuidertoren om zijn "perspectieven voor de zuidwijk" uit de doeken te doen. Hasquin had namelijk gehoord dat het gerucht werd rondgestrooid dat de plannen voor de zuidwijk worden opgeborgen voor de HST-stations in de noordwijk en in Schaarbeek. Hasquin wou de bevolking geruststellen. Het prestigieuze project in de zuidwijk moet af zijn tegen 2002. De projecten in het noordstation en Schaarbeek zijn complementair en zullen pas voltooid zijn in 2010.

Veel nieuws werd er op de persconferentie niet verteld. De tienduizenden vierkante meters kantoorgebouwen moeten 600 miljoen frank stedenbouwkundige lasten opbrengen en dat is genoeg voor zo' n 200 (?!) woningen. Hier zouden de onteigende inwoners gehuisvest worden. Zij krijgen eerst gedurende drie jaar huurtoelagen om zich voorlopig elders te huisvesten tot de woningen af zijn.

Op de vraag hoeveel onteigeningen er dan wel zouden gebeuren antwoorde Hasquin dat er 120 gezinnen werden getroffen. De onteigeningen begonnen dan ook pas nadat speculatie al voor een volledige kaalslag hadden gezorgd in het huizenblok van de Frankrijkstraat. Promotor Dewaele slaagde er in 1991 al in om en heel huizenblok in St-Gillis op te kopen. Bewoners die niet wilden zwichten vluchtten uiteindelijk toch omdat ze niet in een niemandsland wilden wonen. Voor deze mensen is er in de nieuwe zuidwijk dus geen plaats meer. Het is nog maar zeer de vraag of de onteigende inwoners nog gaan willen terugkeren naar een woonwijk die geen woonwijk meer is.

Toeschrijving problematisch...

Eigenaardig toch dat 'Deze Week in Brussel' de Art Nouveau-tentoonstelling van de collectie van de Internationale Tentoonstelling in Brussel van 1897 aankondigde met een afbeelding van de Franse affiche terwijl die even goed in het Nederlands bestaat...

Eens in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het Jubelpark wordt alles echter duidelijk. De suppoost aan de ingang die er de bezoekers attent op maakt dat ze hun tas aan de vestiaire dienen af te geven blijkt Nederlandsonkundig te zijn. Aan de receptie kan men ook al niet in de taal van de meerderheid van dit land bediend worden, en de zaalwachter die de publicaties over de tentoonstelling verkoopt is ze ook niet machtig. En dan hebben we het uiteraard nog niet over de vriendelijkheid gehad.

Deze musea hangen nochtans af van de federale Diensten voor Culturele Aangelegenheden en dienen zoals elke andere staatsinstelling in de hoofdstad, volgens de taalwet altans, tweetalig personeel in te zetten indien het in contact komt met het publiek.

Even leerzaam is de uitleg bij de tentoonstelling die stukken toont van de Kongo-expositie van 1997: "de uitgang van de Kongo-tentoonstelling is voorbehouden aan een zaal van de grote culturen" waar men bedoelt dat die zaal de laatste van de tentoonstelling was. Van een stoeltje waarvan men de oorsprong niet echt weet te situeren weet men wel te zeggen dat "zijn toeschrijving problematisch is". Verder was er ook nog "een versierde (sic!) harnas" te zien. Een 'tegenhanger' was steevast een 'pendant' voor de vlotte hedendaagse vertalers van de tentoonstelling die over het brons en zilver in de oude sculptuurtjes ook wisten te vertellen dat "Hun kleur de witheid van het ivoor zal benadrukken".

Onze felicitaties voor deze 'Koninklijke' musea die huizen in het Jubelpark, 'opgericht ter verheerlijking van de onafhankelijkheid van België'.

Arm Brussel

Uit de laatste cijfers gepubliceerd door het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS) blijkt dat Brussel ondertussen de bedenkelijke eer heeft veroverd het armste gewest te zijn geworden. De gemiddelde (belastings-)inkomsten per hoofd van de bevolking zijn in 1995 voor het eerst in Brussel nog lager dan in Wallonië.

De gemiddelde Brusselaar betaalde nog 348.900 fr. belastingen, de gemiddelde Waal met 349.100 fr. betaalde amper meer, en de gemiddelde Vlaming mocht 393.100 fr. aan vadertje staat afstaan.

Daar waar het hoofdstedelijk gebied tien jaar geleden nog voor 13,7 % bijdroeg aan de federale staatsinkomsten is dit tegenwoordig nog maar 9,3 %. Kortom, de Brusselaars worden in steeds sneller tempo armer!

Het Brussels Hoofdstedelijk gewest zelf geeft ondertussen trouwens ook meer geld uit dan het bezit. Ondanks de jaarlijkse federale geldstroom naar het gewest, 'om zijn hoofdstedelijke functie te kunnen uitoefenen', geeft het gewest elk jaar ongeveer 10 miljard (d.i. 20% van de begroting!) meer uit dan het inkomsten heeft.

Voor de Vlaamse beweging is de oprichting van het gewest steeds een doorn in het oog geweest en ze heeft er dan ook steeds voor gewaarschuwd dat het een niet leefbare entiteit zou zijn.

Onverwachts worden de Vlamingen nu (gedeeltelijk) in hun analyse bijgetreden door het anti-Vlaams populistisch huis-aan-huis-blad in Brussel, Vlan. In zijn nummer van begin september is de balans van de oprichting van het Brussels gewest nogal bedenkelijk: verarming van de bevolking, een stijgende belastingdruk en werkloosheid, steeds minder arbeidsplaatsen en steeds duurdere politieke verkozenen etc.

In tegenstelling tot wat in andere steden gebeurt blijken volgens Vlan de Brusselse politici niets te doen aan de stadsvlucht en de factoren die daartoe bijdragen. Integendeel. En, niet alleen de begoede burgers trekken weg en laten de armsten en steuntrekkers achter. Ook de bedrijven vluchten voor de toenemende belastingdruk en het dichtslibben van het verkeer.

En, terwijl de belastingen verhogen en overal de kraan wordt dichtgedraaid kost het politiek systeem in Brussel steeds maar meer: in 1996 kostte de Brusselse hoofdstedelijke Raad bijna een miljard frank, nagenoeg een verdubbeling t.o.v. het jaar daarvoor.

Maar goed, voor Vlan liggen alle problemen bij de voor Brussel onvoordelige financieringswet. Voorlopig gaat men nog niet zo ver om te zeggen dat een stadsgewest gewoonweg niet leefbaar is. Alleen door een volledige integratie van het Gewest in Vlaanderen kan men de grootstadproblematiek oplossen: verloedering van het patrimonium, stadsvlucht, onveiligheid, mobiliteit, verarming, werkloosheid etc. Iedereen zal er wel bij varen: Vlaanderen, de Vlaamse Brusselaars, de verfranste Brusselaars en de in Brussel wonende migranten.

Goed nieuws (1)

In 1997 zegden al zo'n 855 Vlamingen de file's vaarwel en vestigden zich in Brussel. Dit blijkt uit de cijfers die Vlaams minister Peeters (SP) bekend maakte en die betrekking hebben op de eerste helft van het jaar. De meesten komen uit de onmiddellijke omgeving van Brussel (319 uit Wemmel, 100 uit Overijse, 55 uit Sint-Pieters-Leeuw en 68 uit Halle). Van de verderaf gelegen steden spant Sint-Niklaas de kroon met 35 inwijkelingen. Veeleer dan hieruit te besluiten dat de grote invasie is begonnen (de uitstroom van Vlamingen is vooralsnog belangrijker), betekent dit dat er nog Vlamingen zijn die Brussel als een uitdaging zien. Als het beleid deze tendens kon aanzwengelen is er nog reden genoeg om in Brussel te geloven.

Goed nieuws (2)

De krant Le Soir pakt uit met 'onthutsende' cijfers over de ASLK. Dit bedrijf is, sedert de gedeeltelijke privatisering in 1993, volop aan het vervlaamsen. Reeds toen de privatisering nog maar werd aangekondigd zijn alle Franstalige kaderleden zich naarstig gaan toeleggen op de studie van het Nederlands. Thans blijkt dat nog slechts 35% Franstaligen in dienst zijn. Bij de 'eerste raadslieden' (een trapje onder het directiecomité) zijn er zelfs nog maar 25% Franssprekenden. Eén en ander zou onder meer te maken hebben met het feit dat het personeelsbeleid in handen is van Nederlandstaligen. En de jobomschrijving voor vrijkomende plaatsen werd toevertrouwd aan een Vlaamse firma. Beter nog: enkel de voozitter van het directiecomité getroost zich nog de moeite om zijn tussenkomsten in beide talen te houden. De andere Vlaamse directieleden houden het bij het Nederlands. Onderzoeksopdrachten worden dan weer steevast uitgeschreven aan een universiteit "uit het noorden". Ook het beheer van de Brusselse filialen is in Vlaamse handen.

Goed nieuws (3)

De provincie Vlaams-Brabant zette een grootscheepse promotieactie op het getouw om de inwoners van de Vlaamse gordel attent te maken op de mogelijkheden die er zijn om Nederlands te leren. Alle inwoners van de gemeenten rond Brussel kregen de hieronder afgedrukte ludieke briefkaart in de bus. Die kunnen zij naar hun anderstalige kennissen sturen. Gelijktijdig werd in de Franstalige kranten een grootscheepse advertentiecampagne gevoerd. De provincie Vlaams-Brabant heeft met haar initiatieven al vaker de Vlaamse regering in de schaduw geplaatst.

Goed nieuws (4)

In het sterk verfranste Ukkel werd onlangs een Vlaams café geopend, Le Gibbereir (Brussels voor de giechelaar). De initiatiefnemers, twee jongelui uit Beersel keken aanvankelijk uit naar een locatie in het Pajottenland. Ze geraakten echter enthousiast over een pand in het Derde Gewest, aan het einde van de Alsembergsesteenweg (nr. 1006) vlakbij het NMBS-station Ukkel-Kalevoet. Klaarblijkelijk hebben al vele jonge Vlamingen de weg gevonden. De relatief lage tarieven maken Le Gibbereir dan ook toegankelijk: in het trendy Franstalige café Ombra enkele huizen verderop wordt voor een eenvoudig pintje, in het Frans geserveerd, het dubbele aangerekend.

Goed Nieuws (5)

In Overijse bewijst het jeugdhuis De Klomp al jarenlang dat een Vlaams bewustzijn niet in tegenspraak hoeft te zijn met een eigentijdse jongerencultuur. Het succes van De Klomp spreekt dan ook boekdelen. Het nieuwe bestuur van de Vlaamse Jongeren Overijse is meer dan een jaar doende geweest met een investering die deze traditie alle kansen geeft: nieuwe huisvesting in een pand dat voor 66 jaar van de gemeente in erfpacht werd genomen. In totaal werden reeds voor 3 miljoen werken uitgevoerd, waarvoor menig Vlaamse jongere dan ook zijn handen uit de mouwen stak. 'Den Bouw' werd inmiddels in gebruik genomen en de leeuwevlaggen werden plechtig overgebracht naar het nummer 46 in de Heuvelstraat.

Goed Nieuws (6)

Als opvolgster van de uittredende minister van Brusselse Aangelegenheden en Gelijkekansenbeleid, Anne Van Asbroeck (SP), werd de CVP'ster Brigitte Grouwels aangeduid, niet onbekend in deze kolommen. Daarmee komt een einde aan de speculaties over de concurrentenslag binnen de CVP, die de waarnemers al in hun ban houdt van sinds twee jaar terug bekend raakte dat voor deze ministerpost een 'duobaan' gecreëerd werd. Van Asbroeck besloot haar bekorte ambtstermijn dan ook met de mededeling dat dit 'experiment' niet voor herhaling vatbaar is. Het was inderdaad zo dat de bewindsvrouwe, die bij haar aanstelling uit het niets opdaagde (ze was niet verkozen en had geen noemenswaardige politieke ervaring), pas het laatste half jaar op kruissnelheid was geraakt en enige beslagenheid had verworven omtrent de dossiers die haar waren toevertrouwd. Van Van Asbroeck zullen we ons voornamelijk de 'Oranjebloesems' herinneren, de Vlaams-Nederlandse veertiendaagse in Brussel, die hopelijk uitgroeit tot een jaarlijks weerkerend evenement.

Gelukkig dat de nieuwbakken minister op dit vlak niet gehandicapt is: zeven jaar zitting in de Hoofdstedelijke Raad en ruim twee jaar in het Vlaams parlement hebben haar de gelegenheid geboden zich vast te bijten in de dossiers. Niet gespeend van enige bescheidenheid voert zij dit dan ook als het voornaamste voordeel dat zij bezat op haar rivales, dat zij toevallig "op het juiste moment op de juiste plaats" zat. Wat er ook van zij, Grouwels heeft zich steeds laten opmerken door een Vlaams profiel. Zo was zij het die regelmatig en niet zonder scepsis vanuit de meerderheidsfracties interpelleerde over de stand van zaken i.v.m. de toepassing van de taalwetten. Ook werd zij op de laatste IJzerbedevaart opgemerkt, in gezelschap van Eric Van Rompuy.

Terwijl uit haar curriculum een onmiskenbaar sociaal engagement spreekt (o.m. activiteiten in de ontwikkelingssamenwerking), heeft zij duidelijk te verstaan gegeven waar haar prioriteiten liggen: bij het versterken van de Vlaamse aanwezigheid in Brussel.

Vaste vertegenwoordiging Brusselse Vlamingen

Vijf Brusselse politici van de 'democratische' partijen maakten kort geleden een gemeenschappelijk standpunt bekend, waarin zij de noodzaak onderlijnden van een vaste vertegenwoordiging voor de Vlamingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Tegenover het voordeel van een eenduidig signaal dat voortvloeit uit dit gezamelijk optreden staat de relatieve vaagheid van het standpunt, dat niet alleen geen normen vooropstelt, maar zelfs niet specifieert dat gestreefd moet worden naar een gegarandeerde aanwezigheid in gewestraad en gemeenten, in raden én colleges. Het lijdt geen twijfel dat de moeilijkheden om CVP'er Walter Van den Bossche over de streep te krijgen hier niet vreemd aan zijn. De gezamelijke tekst is dan ook een 'gemene deler', want het is bekend dat VU en VLD zeker verder willen gaan, evenals wellicht Michiel Vandenbussche (SP) en Adelheid Byttebier (Agalev). Deze beiden willen het kiesrecht overigens ook uitbreiden tot de niet-EU-migranten.