Nummer 31


Interview | november 1997


Vlaamse gordel: van koeweide tot Brussels grootstedelijk gebied (David Vits)<< Nummer 31

Het afgelopen jaar is er, binnen en buiten de Vlaamse beweging, heel wat te doen geweest rond het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Dat plan wil eindelijk de ruimtelijke inrichting van het Vlaams Gewest op een planmatige wijze aanpakken. Dat werd tijd ook, want hoewel ruimtelijke ordening al langer een gewestbevoegdheid is viert het wildverkavelen en lintbebouwen nog steeds hoogtij. Maar wie verwacht had dat dit beleidsdocument nu eens van een gedurfde visie op de Vlaamse gordel zou getuigen, komt bedrogen uit. Meervoud sprak hierover met bestuurslid Luc De Coninck van het Halle-Vilvoorde-Komitee, dat het verzet organiseerde tegen deze nieuwste overgave van de Vlaamse Regering.

- Elke grote stad wordt geplaagd met leegloop en uitdeining. Ook Brussel bleef niet gespaard van suburbanisatie, met als gevolg de verstedelijking en de sociale verdringing in de Vlaamse gordel. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen bouwt op deze realiteit voort. Wat is daar zo verkeerd aan?

De Coninck: Wel, het structuurplan is eigenlijk een beleidsplan. Dat betekent dat het een visie naar voren schuift over hoe onze ruimte in de toekomst ingericht moet worden. De vraag is dus: 'hoe willen we dat Vlaanderen, en in het bijzonder Halle-Vilvoorde, er de komende decennia gaan uitzien?' En in dat opzicht is het plan voor de Vlaamse gordel een zoveelste ontgoocheling geworden. In plaats van de aangekondigde trendbreuk door te voeren, wordt het bestaande onbeleid voortgezet. Men beschouwt dit gebied, bestaande uit practisch alle gemeenten rond Brussel, als 'stedelijk gebied'. Dit betekent dat de verstedelijking er zal verdergaan, en waarschijnlijk dus ook de verfransing. In feite wordt de Vlaamse gordel zonder meer gezien als verlengstuk van de hoofdstad. Onze bewindslui zien onze streek dus niet langer als een groen en landelijk buitengebied, maar als een hoofdstedelijk gebied rond Brussel. Het is de planmatige verwezenlijking van 'le très grand Bruxelles'.

- Daarbij komt nog de verfransing van de streek. Zou het onze eigen Vlaamse beleidsvoerders totaal ontgaan dat verstedelijking in de gordel het Vlaamse karakter er nog meer zal aantasten? Of is het structuurplan een voorbode van het, zo vaak met de lippen beleden, 'offensief beleid'?

De Coninck: Het probleem is dat de plannenmakers gebruik maken van zogezegd objectieve cijfergegevens. Dat kan allemaal wel waar zijn, maar de gehanteerde criteria zijn vooral urbanistisch en economisch en daarom trendbevestigend. De sociale en culturele onderbouw daarentegen is ver te zoeken en misschien zelfs onbestaande. Men miskent de taalkundige gevoeligheden in dit kwetsbare gebied en onderschat de enorme politieke betekenis ervan voor het voortbestaan van onze federale staat. Alleen al om historische redenen is het een ongelofelijke vergissing om de Vlaamse gordel te beschouwen als - en het staat er letterlijk zo - een onderdeel van het hoofdstedelijk gebied Brussel. Nog minder begrijpelijk is dat men deze gemeenten beschouwt als een onderdeel van het grootstedelijk gebied Brussel en tegelijkertijd zegt: 'en over Brussel hebben we niets te zeggen'. Van een structuurplan zou men daarentegen verwachten dat het bestaande tendensen ombuigt en dat men zich afvraagt of aan de gang zijnde ontwikkelingen wel wenselijk zijn. Wat Halle-Vilvoorde betreft is het toch overduidelijk dat verdere verstedelijking en concentratie ongewenst is.

- Inderdaad, want het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is, op zijn grondgebied, zelf bevoegd voor ruimtelijke ordening. In feite geeft het Vlaams Gewest zijn ruimtelijke Gordel-beleid zomaar uit handen of handelt het uitsluitend in het belang van Brussel. Heeft u daar een verklaring voor?

De Coninck: Men kan niet zeggen dat de Vlaamse Regering haar bevoegdheid uit handen geeft. Men kan alleen vaststellen dat het structuurplan de Vlaamse gordel in essentie tot stedelijk gebied uitroept, met alle gevolgen van dien. Qua invulling van de plannen zou een "Belgische instantie" wellicht ongeveer hetzelfde hebben gedaan. Van een eigen Vlaamse overheid hadden wij een ander en veel duidelijker beleid verwacht. Het blijkt zo dat de Vlaamse Regering te veel een aanhangwagen blijft van federale regering. Beide regeringen bestaan uit dezelfde politieke partijen en het is duidelijk dat de Belgische ingesteldheid, door allerlei mechanismen, overweegt op de Vlaamse. Welnu, de Belgische regeringen hebben altijd een geest van bruxello-centrisme, of eigenlijk centralisme in het algemeen, uitgeademd. En dat zit er nog steeds in, ook bij de Vlaamse ambtenaren, ministers, plannenmakers... Voorts oefenen de projectontwikkelaars achter de schermen zware druk uit om verder te verkavelen en te ontwikkelen. Logisch, ze verdienen daar hun boterham mee. De verkavelaars hebben trouwens steeds nauwe banden gehad met de politiek. Waar het vroeger vooral ging om Franstalige Brusselaars, die hun zaakjes bedisselden in Brussel-hoofdstad, gaat het nu vaak ook om Vlamingen. Het is de taak van de overheid - in casu de Vlaamse Regering - om zonder meer krachtig op te treden door de verdere urbanisatie onmogelijk te maken. Maar wat doet ze in de praktijk? De Vlaamse gordelgemeenten worden tot stedelijk gebied rond Brussel verklaard. Men belooft wel dat de op het gewestplan ingekleurde groene gordel niet zal worden aangetast, maar dit was reeds verworven en bovendien is de belofte niet eens juridisch sluitend. Het ergste is dat de Vlaamse lobby's een verstedelijking in de hand willen werken.

- Ik neem aan dat u het heeft over de 'deskundigen' uit onze provinciale Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappijen. Maar als dat waar is, heeft het dan wel zin dat de Vlaamse beweging, samen met zoveel gewone gordel-bewoners, in het verzet gaat? Wat hebben alle bezwaarschriften totnogtoe opgebracht?

De Coninck: Wel, nadat het openbaar onderzoek werd afgesloten heeft een overheidscommissie bestaande uit deskundigen, 'Vlacoro' in het jargon, advies uitgebracht over de talloze bezwaarschriften. En zoals minister Baldewijns, kort voor de zomervakantie, in het Vlaams parlement al suggereerde, is in elk geval de naamgeving herbekeken. In plaats van de Vlaamse gordel te beschouwen als onderdeel van het grootstedelijk gebied Brussel, beveelt het verslag aan te spreken van een Vlaams stedelijk gebied rond Brussel. Louter symboliek zegt u? Ja en neen. De naamswijziging getuigt enerzijds duidelijk van een andere kijk dan voorheen. Het is niet zonder belang dat de Vlaamse gordel aldus geen deel meer uitmaakt van het grootstedelijk gebied Brussel. Anderzijds blijft inhoudelijk ongeveer alles bij het oude, zo lijkt het. Zo blijft de verstedelijking vrij terrein krijgen... Nadat de Vlaamse Regering voorlopig heeft ingestemd met het advies van Vlacoro is het nu wachten op haar definitief standpunt. En dan is er nog het Vlaams parlement, dat eerder al zijn bezorgdheid kenbaar maakte.

- Een deel van de boodschap is dus ontvangen: de gordel moet Vlaams blijven. Maar men gelooft blijkbaar niet - of men wil het niet geloven - dat men anders kan dan verdere verstedelijking te ondergaan. Kàn het eigenlijk wel anders en waarom moet dat zo nodig? Of wil u, na de affaire Renault, alle economie uit de gordel verbannen?

De Coninck: Wel, het kan zeker anders en dat wordt ten dele ook bewezen door de huidige gewestplannen. Deze plannen konden voorkomen dat er nog duizenden woningen meer werden bijgebouwd. Men zit echter gevangen in een nefaste kringredenering. Men leeft blijkbaar met de dwanggedachte dat alles in Brussel gecentraliseerd moet worden en dat dit door ons groot gemaakt Brussel Vlaanderen kansen biedt. Terwijl Brussel alle kansen ontleent aan de wil om alles in Brussel te centraliseren. Op deze centralistische idee spelen de machtige lobby-groepen handig in. Men maakt van Brussel een kokende ketel die wel moet overlopen. De zogenaamde behoefte aan uitbreiding in de gordel is geboren. Men bouwt en ontwikkelt er dus maar op los, zodat er nog meer concentratie ontstaat. Gevolg is dat de wegen dichtslibben en er terug nieuwe infrastructuur uitgebouwd moet worden. Een typisch voorbeeld hiervan is Zaventem. Dat maakt het dan weer aantrekkelijk om in de streek te investeren, zodat opnieuw een behoefte is ontstaan... Een 'self-fulfilling prophecy' dus of nog: een discussie over de kip en het ei. Renault is natuurlijk een spijtige zaak, maar men mag ook niet overdrijven. De Vlaamse gordel kent een bijna volledige tewerkstelling, zodat de meeste arbeiders uit de Vlaamse gordel wel spoedig ander werk zullen vinden. Bovendien, velen onder hen komen van ver buiten de streek en dus rijst er eigenlijk een andere vraag: moet alle economie koste wat het kost hier geconcentreerd worden?

- Weinigen in de Vlaamse beweging zullen ontkennen dat de Vlaamse gordel een andere aanpak vergt, maar ruimtelijke planning overschrijdt soms grenzen. Zo denkt Brussel aan een ambitieus voorstedelijk vervoersnet. Moet dat alles zomaar van de hand gewezen worden?

De Coninck: Ik begrijp waar je naar toe wil, maar ik kan je geruststellen: ons verzet tegen het GEN (Gewestelijk Expres Net) is niet ongegrond. Dit megalomane project getuigt andermaal van een misplaatst bruxello-centrisme, en zal er alleen voor zorgen dat nog meer mensen de Vlaamse gordel als slaapgemeenten blijven gebruikten, waardoor er nog meer in Brussel geconcentreerd kan worden. Het lijkt me daarentegen veel dringender om binnen de Vlaamse gordel een eigen concentrisch openbaar vervoersnetuit te bouwen. Probeer maar eens met de bus van Halle naar Dilbeek te geraken of van Asse naar Vilvoorde. Of van Overijse naar Halle. Gaat niet, tenzij via een tijdsrovende en overbodige omweg langs Brussel... (aarzelend) Dat wil natuurlijk niet zeggen dat overleg met Brussel uitgesloten is. Integendeel, overleg - bijvoorbeeld over het Gewestelijk Ontwikkelingsplan - kan zeker nuttig zijn. Alleen is dat voor ons nu niet prioritair. Laat ons nu maar eerst een eigen Vlaamse visie op de ruimtelijke planning uitbouwen. Vanuit die Vlaamse visie kan overleg wel zin hebben. Maar niet omgekeerd.

- Uw visie beperkt zich dus voorlopig tot het eigen Halle-Vilvoorde. Brussel volgt dan wel later... Geldt dat ook voor de drie nabijgelegen regionale steden binnen het Vlaams Gewest: Aalst, Leuven en Mechelen? Is dat niet erg provincialistisch?

De Coninck: U vergeet Halle, als meest zuidelijke Vlaamse stad. 'First things first'. En het is toch maar normaal dat het Halle-Vilvoorde Komitee zich allereerst toelegt op Halle-Vilvoorde. We hebben er duidelijk voor gepleit dat het structuurplan in Halle-Vilvoorde de uitbouw van sterke Vlaamse kernen rond Brussel zou bevorderen: Halle, Dilbeek-Asse, Vilvoorde en wellicht ook Overijse. Ook Aalst, Leuven en Mechelen kunnen daarin een rol spelen. Maar het kan toch niet de bedoeling zijn ook deze steden ten dienste te gaan stellen van het grote Brussel. Dat is weer die centralistische Belgische visie. Neen, Vlaanderen heeft er geen belang bij nog meer te concentreren in Brussel. En Wallonië heeft daar nog veel minder belang bij. Ik begrijp de Walen niet dat zij zonder meer aanvaarden dat hun beste krachten naar Brussel en voor een deel naar Vlaanderen worden gezogen. De her en der geopperde gedachte om ergens tussen Namen en Charleroi een Bruxelles-la-Neuve te planten is niet zo gek. Zo kan Brussel terug een stad op mensenmaat worden en zal de druk op de Vlaamse gordel wat verminderen. En voor Wallonië zou dit een goede investering zijn, mee betaald met Vlaams geld. Wellicht is dat zelfs beter dan de bestaande uitzichtloze transferten van noord naar zuid. Een vergelijking met de verhuis van de UCL uit Leuven ligt voor de hand. Die verhuis was zeker een slechte zaak voor de Belgisch-Brusselse francofonie die nog steeds imperialistische neigingen vertoont ten opzichte van Vlaanderen. Maar voor Wallonië is Louvain-la-Neuve zeker een goede zaak. Kunt u zich voorstellen hoe eivol Leuven gezeten zou hebben indien de UCL daar was gebleven? Terzijde: de keuze van Leuven als hoofdstad van de provincie Vlaams-Brabant zal nieuwe overconcentratie in de hand werken. Decentralisatie werkt. Maar plaatselijk prestige en lobby's moeten dan opzij gezet worden ten voordele van de wil om een beleid te voeren dat elke regio evenveel kansen geeft.

Wat Aalst, Leuven en Mechelen betreft, wijs ik erop dat wij kiezen voor de uitbouw van de vier bestaande kleinere kernen: Halle, Asse, Vilvoorde en Overijse. Beide benaderingen sluiten elkaar echter niet uit. Integendeel, we kunnen gerust onderscheid maken tussen een binnenring en een buitenring.

Deze laatste zou dan de drie regionale steden met elkaar verbinden. Dat sluit overigens goed aan bij wat ik al zei over de concentrische verkeersverbindingen.

- Tot slot nog een laatste vraagje. Wat zou ú doen met een lapje bouwgrond in de Vlaamse gordel als een koppel Franstalige Brusselaars er een aardig bedrag voor zou willen neerleggen? Met andere woorden, kiest u voor idealisme of voor opportunisme? Velen lijken alvast het laatste te verkiezen...

De Coninck: Ik verkeer jammer genoeg niet in de gelegenheid om tussen beiden te kunnen kiezen, maar ik zou niet verkopen - denk ik toch... (aarzeling)

Hoe dan ook, eigenlijk is dit een verkeerde vraag. Het probleem van de verfransing en van de sociale verdringing moet structureel opgelost worden.

Men kan het de gordel-bewoner niet kwalijk nemen dat hij gebruik maakt van de mogelijkheid om wat bij te verdienen. Onze politici moeten eerst zelf maar eens het voorbeeld geven, in plaats van steeds te kiezen voor de minste weerstand en dus... precies te doen wat de verfransing in de hand werkt.

Een krachtdadig en efficiënt beleid zou uw vraag totaal overbodig maken.