Nummer 31


Terugblik | november 1997


Hendrik Fayat (1908-1997): "Flamingant omdat ik socialist ben" (Dirk De Haes)<< Nummer 31

Het is op 27 oktober van dit jaar juist 75 jaar geleden dat de flamingante priester en letterkundige Hugo Verriest overleed. Toen ik een korte "Terugblik" over hem voor Meervoud aan het samenstellen was kwam mij het nieuws ter ore van het overlijden van Hendrik Fayat, een van de bekendste socialistische flaminganten. Zo komt het dat dit een dubbele Terugblik is geworden.

Hugo Verriest

Het leven van Hugo Verriest (1840 - 1922) is nog altijd voldoende bekend in Vlaamsgezinde kringen. Toch is het nuttig nog eens in herinnering te brengen dat hij als strijdbare Katholiek zeer vriendschappelijke contacten onderhield met de vrijzinnige flaminganten, al was zijn zienswijze op de Vlaamse Beweging heel anders dan de hunne. En die contacten bestonden niet enkel in brieven of schriftelijke uitingen van sympathie. Nee, gedurende zijn lange leven heeft Verriest vaak gesproken voor volbloed vrijzinnige en vooruitstrevende gezelschappen, die hij bezocht èn thuis ontving. Hij heeft ook zijn oud-leerling en vriend Berten Rodenbach tot aan diens dood bijgestaan, al was Rodenbach naar de vrijzinnigheid geëvolueerd. Als een van de eerste nationalistische flaminganten, ijverde Verriest voor een Algemeen Nederlands in Vlaanderen, sympathiseerde hij met de christelijke democratie van priester Daens en stelde hij daden van zelfopoffering ten tijde van een epidemie. De 'pastoor van te lande' Hugo Verriest wist immers dat het Vlaams-nationalisme, om een kans op slagen te hebben, ruimdenkendheid nodig had en een doorgedreven sociale voeling.

Vijfenzeventig jaar na zijn dood is dit tot sommigen nog niet doorgedrongen.

Jeugd van Rik Fayat

Was Verriest sociaal geëngageerd omdat hij flamingant was, van Rik Fayat komt de uitspraak "Flamingant omdat ik socialist ben". Hendrik Fayat werd geboren op 28 juni 1908 te St.-Jans-Molenbeek in een socialistische familie. Op zestienjarige leeftijd engageerde hij zich al in de Socialistische Jonge Wachten, het begin van een welgevulde carrière in de Belgische en internationale politiek waarvan we hier alleen de Vlaamsgezinde aspecten kunnen belichten. Hij zou, naast Camille Huysmans en Lode Craeybeckx, een van de socialisten worden die ook belangrijke flamingante daden stelde.

Als student rechten te Brussel stichtte hij samen met Jef Rens en Maurits Naessens de Vlaamse Federatie van Socialistische Studenten en in 1933 behoorde hij tot de oprichters van het Vlaams Verbond voor Brussel dat ijverde voor de bevordering van het Nederlands te Brussel. In 1935 was hij de eerste advocaat aan de Brusselse balie die zijn stageverslag in het Nederlands schreef.

Algauw stond hij bekend als een der grote promotoren van de Vlaamse kwestie binnen de socialistische beweging: in 1937 was hij verslaggever op het eerste Vlaams Socialistische Congres, in 1938 werd hij B.W.P-afgevaardigde in het Harmel-centrum en in de jaren 1938 en 1939 organiseerde hij samen met Maurits Naessens de socialistische Guldensporenvieringen te Kortrijk. Ook schreef hij vanaf 1938 in de Vooruit artikels meestal gewijd aan de Vlaamse kwestie.

Na 1945

Na de oorlog bleef Fayat als volksvertegenwoordiger voor de Vlaamse zaak ijveren. In 1945 was hij een der stichters van het Vermeylenfonds en een jaar later richtte hij mee het Comité ter bevordering van het Vlaams leven te Brussel op. In 1946 werd hij lid van de Commissie van Taaltoezicht. Samen met de Nederlander Pieter Geyl lag hij aan de basis van de vijf Vlaams-Nederlandse socialistische congressen die tussen 1952 en 1958 werden georganiseerd. Eeuwig trouw aan de principes van August Vermeylen nam hij in 1954 het initiatief tot de A. Vermeylenkring te Brussel om er culturele manifestaties in het Nederlands te bevorderen.

Fayat bleef er 25 jaar lang voorzitter van. In 1959 organiseerde hij de oproep van de schrijvers Stijn Streuvels en Herman Teirlinck over de taalgrensproblematiek en de Vlaamse aanwezigheid in Brussel (diezelfde Teirlinck had in 1922 de lijkrede voor Hugo Verriest uitgesproken!).

Fayat-boys

Fayat zal echter vooral bekend blijven door zijn actie voor de vernederlandsing van de diplomatie. Als adjunct-minister van Buitenlandse Zaken in de regering Lefèvre-Spaak, diende hij twee wetsvoorstellen in met betrek-king tot het taalgebruik in de diplomatie die in 1962 werden goedgekeurd. De eerste wet stelde taalrollen in voor het diplomatieke corps, wat tot een grotere vertegenwoordiging voor de Vlamingen leidde en tot de verplichting voor de diplomaten van de Nederlandstalige rol om het Nederlands te gebruiken. De tweede wet beoogde het wegwerken van het manifeste onevenwicht bij de Vlamingen en schiep de mogelijkheid om 50 Vlamingen aan te werven voor een betrekking in de hoogste klassen: deze 50 zijn de geschiedenis ingegaan als de 'Fayat-boys'.

Deze inzet en ook het feit dat hij op internationale ontmoetingen eerder Engels sprak dan Frans, werd Fayat door bepaalde middens niet in dank afgenomen: nooit zou hij nog later op een topministerie geraken.

Rode Leeuwen

In de Brusselse B.S.P stonden de Vlamingen steeds onder druk. Reeds bij de verkiezingen van 1965 waren de Vlaamse kandidaten Fayat en Piet Vermeylen, gezien de electorale bedreiging van het FDF, achteruitgeschoven op de lijst, maar ze werden toch herkozen. Toen bij de volgende verkiezingen in 1968 de hetze tegen de Vlamingen ten top gedreven werd door de Vlaamse kandidaten Fayat en Gelders op een onverkiesbare plaats te stellen, werd aan Vlaamse kant besloten een eigen lijst in te dienen waarmee ze twee zetels veroverden.

In 1969 werden de zogenaamde Rode Leeuwen officieel erkend als Vlaamse B.S.P-federatie voor Brussel-Halle-Vilvoorde (de B.S.P. zou in 1979 definitief splitsen). Ondanks het einde van Fayats politieke loopbaan in 1973 bleef hij voorzitter van de Rode Leeuwen tot 1977.

Laatste jaren

Van 1977 tot 1986 was Rik Fayat nog voorzitter van het Algemeen Nederlands Verbond en tot voor enkele jaren schreef hij nog regelmatig bijdragen en hield hij toespraken over de Vlaamse zaak. In 1991 werd hem om zijn engagement in de Vlaamse Beweging de Taaluniepenning toegekend.

Een grote persoonlijkheid als Hendrik Fayat had nog een grotere rol kunnen spelen, maar hij is bij zijn principes gebleven: socialist en vrijdenker, Brusselaar en flamingant.

Zoals hij het zelf zei: "Ik ben altijd eenzaam geweest". 't Is te hopen dat er ooit een hele schare socialisten zich zal laten kennen door Vlaamsgezinde daden, en dat ze kunnen zeggen: "Wij waren nooit eenzaam".