Nummer 32


| december 1997


Vlaanderen heeft een nieuwe Lode Craeybeckx nodig (Bernard Daelemans)<< Nummer 32

Wanneer de beroemde slagzin van de socialistische burgemeester van Antwerpen opgediept wordt, "Vlaanderen laat Brussel niet los", is dat meestal om te illustreren dat het tegendeel waar is. Voor Craeybeckx was het echter geen slogan, maar een leidraad waar hij zich een leven lang voor heeft ingespannen, in een tijd toen het in, vooral Brusselse, socialistische middens nog bon ton was om te stellen dat de Vlaamse arbeiders maar Frans moesten leren om hogerop te geraken. Aan de antipode van Craeybeckx staat Louis Tobback, die met zijn waanzinnig plan om Brussel een Europees statuut te geven het anti-Brussel gevoel in Vlaanderen verder voedsel geeft. Bij het ter perse gaan was het lang niet duidelijk of Gentenaar Guy Verhofstadt de lijn van Craeybeckx weer oppikt. De ovaties die Vic Anciaux te beurt zijn gevallen bij zijn ontslag uit de anti-Vlaamse Brusselse regering geven te denken: de algemene ambivalente houding tegenover Brussel kent ook zijn Brussel-koesterende stroming.

Door aan te kondigen dat de VLD een Vlaams front wilde vormen om in Brussel de Vlaamse belangen te dienen, heeft Verhofstadt menig hart in Vlaanderen sneller doen slaan. Door te weigeren in de Brusselse regering te stappen kon de VLD een institutionele crisis uitlokken zodat de kwestie-Brussel onvermijdelijk een nationale kwestie werd en het statuut van Brussel in het voordeel van de Vlamingen wordt herbekeken. De Vlaamse pers, minister-president Van den Brande en zelfs Charles Picqué zijn wat dat betreft zeer duidelijk geweest. Op het ogenblik dat we dit schrijven is het echter onduidelijk of de VLD nu ook doorzet. Nieuwsblad-journaliste Annemie Eeckhout noemde de hele vertoning rond het VLD-VUkartel een "soap".

Met zijn "Europese" piste, die hij overigens weigert concreet in te vullen, bouwt Tobback voort op een reeks incidenten, zoals de pogingen om Vlaamse instellingen zoals radio Vlaams-Brabant en het filharmonisch orkest van de BRTN uit Brussel terug te trekken en over te brengen naar Leuven. Daarmee beoogt de Leuvense burgervader niet alleen zijn eigen provinciale kiespubliek te stropen.
"Volksmenner" Tobback weet op die manier als geen ander het anti-Brussel-gevoel dat in Vlaanderen zeer reëel is electoraal uit te buiten. Brussel, de verloederde, verfranste stad waar Vlamingen niet thuis zijn, kan maar beter aan "Europa" afgestaan worden. Dan zijn de Vlamingen ervan verlost. Het is immers ondenkbaar dat het Europees kader meer garanties zou bieden om het respect voor de Vlamingen af te dwingen of de taalwetten na te leven. Wel integendeel.

Verhofstadt heeft nu een buitenkans om enerzijds de volkse solidariteit met de Vlamingen in de hoofdstad waar te maken, maar anderzijds en vooral om voor de economische belangen die Vlaanderen heeft bij een blijvende verankering van Brussel in Vlaanderen op te komen. Dit laatste aspect wordt van langsom meer erkend in economische middens.

Ook op andere vlakken heeft de VLD al uitgepakt met stevige Vlaamse taal, onder meer waar zij pleit voor het overlaten van fiscale hefbomen in Vlaamse handen.

De vraag is natuurlijk of dit is ingegeven door het besef dat voor het realiseren van een aantal doelstellingen (of slechts maar het "deelnemen aan de macht"?) van de VLD binnen België geen onmiddellijk perspectief is, en of deze Vlaamse gedrevenheid dan ook een eerder conjunctureel verschijnsel is. De VLD doet er best aan elk misverstand hieromtrent uit de weg te ruimen. De Brusselse kwestie zal een lakmoesproef blijken die de Vlaamse geloofwaardigheid van de partij fundamenteel op de proef stelt.
De hele Brusselse crisis overschaduwde de initiatieven die de nieuwe Brusselminister in de Vlaamse regering, Brigitte Grouwels, stilaan op poten zet. Grouwels wil voornamelijk de kennis van Brussel in Vlaanderen verhogen onder het motto "in het oog, in het hart".

Van de aandacht die de Brussel de jongste tijd heeft gekregen valt beslist niet te klagen, zelfs het Vlaams Parlement wijdde er een plenair debat aan. Wat opviel was het schrijnende gebrek aan begeestering dat dit debat kenmerkte. Alleen Agalev'er Jos Geysels legde gevoel in zijn betoog. Meteen was hij ook de enige die ervoor pleitte om meer middelen voor Brussel vrij te maken.

Tot nu toe is het debat immers beperkt gebleven tot de louter institutionele aspecten. Dat is broodnodig, aangezien de Brusselse instellingen tegen de Vlamingen werken, en omdat de politieke Vlaamse aanwezigheid op grond van de demografische gegevens aan het doodbloeden is.

Maar er dringt zich ook een toekomstvisie voor Brussel op. Vic Anciaux heeft geen ongelijk waar hij stelt dat Vlaanderen geen visie bezit op de "hoofdstedelijke potentialiteiten", zoals hij dat noemt. Het is echter gerechtvaardigd de vraag terug te kaatsen: heeft Anciaux dan een visie uitgedragen naar Vlaanderen, die het Vlaams staatsbelang koppelt aan een positieve Brusselstrategie? Bert Anciaux' sloganeske "we draaien de geldkraan toe" doet het misschien goed op een militant congres, maar draaft evengoed voort op het anti-Brussel gevoel in Vlaanderen.

Waar blijft het Vlaams engagement in Brussel? Zijn het de 80 miljoen SIF-gelden of gelden van het Sociaal Impuls Fonds (ter vergelijking: 4 miljard voor Antwerpen)? Zijn het de luttele extra leerlinguren voor een Vlaams onderwijsnet dat de toevloed van anderstaligen - die spontaan kiezen voor het Nederlands - nauwelijks kan verwerken? Zijn het de 25 miljoen voor het Nederlands Tweede Taalonderwijs? (Durft men het aan dit te vergelijken met de inspanningen die de doorsnee Nederlandse provinciestad op dit vlak levert?) Zijn het de investeringen in 44 Vlaamse serviceflats? Heeft Vlaanderen een antwoord op de Kuregem-rellen?

Vlaanderen moet zijn macht en mogelijkheden in Brussel demonstreren. Laat de OCMW-ziekenhuizen verder ploeteren in hun verouderde infrastructuur, en bouw een kwalitatief Vlaams gezondheidsnetwerk uit. Provoceer en bied de Brusselse regering aan om jaarlijks 10 miljard in de stad te pompen, waarmee iets reëels kan gedaan worden aan de stadsverloedering! Stel dat het FDF het aanbod weigert, kan deze partij dit aan de Brusselse kiezer verantwoorden? Het antwoord is neen.

Een niet onaanzienlijke groep Franstalige Brusselaars heeft al een mentale omslag gemaakt ten gunste van het Nederlands, en stuurt zijn kinderen naar Vlaamse scholen. Een niet te onderschatten groep Brusselaars is te overhalen, indien Vlaanderen een verstandige politiek voert.

Een verstandige politiek houdt in dat men Brussel niet beschouwt als een restgebied waar ook nog Vlamingen wonen, maar als een hoofdstad, Vlaanderen waardig. Dat men - zoals Marc Platel al zolang vraagt - eindelijk eens volmondig ja of neen zegt tegen Brussel - en er alle, ook financiële, consequenties bijneemt.

Welke nieuwe Lode Craeybeckx geeft Vlaanderen een hoopvol perspectief in Brussel?