Nummer 33


Koerdistan | januari 1998


Koerdische oorlogsslachtoffers en het negationisme van de Europese Unie (Piet De Zaeger)<< Nummer 33

Het is een "vervelende" oorlog daar in Koerdistan. Om meerdere redenen. Als de Koerdische bevrijdingsbeweging - ondanks haar interne tegenstellingen en rivaliteiten - te sterk wordt, moeten gezworen vijanden als Turkije, Syrië, Iran en Irak het zowaar op een akkoordje gooien om de rebellen gezamenlijk de kop in te drukken. Maar "de Koerdische kwestie" ligt ook zwaar op de maag van Europa dat - in de vorm van een vluchtelingenstroom - geconfronteerd wordt met de gevolgen van dit conflict. De houding van de Europese Unie tegenover de Koerdische vluchtelingen getuigt echter van geïnstitutionaliseerde xenofobie en een totaal gebrek aan humanitaire solidariteit.

Koerdisch anti-imperialisme

Het gewapend conflict tussen Koerdische rebellen en de staten die zich het grondgebied van hun volk hebben toegeëigend, dateert al van enkele eeuwen geleden. Tussen de 16de en 19de eeuw hadden de Koerdische vorsten zich niet kunnen handhaven tegenover de Turkse en Perzische imperialistische overmacht. De geografische afzondering van de Koerdische gemeenschappen tussen de bergmassieven, maar ook de onderlinge rivaliteiten hadden hen parten gespeeld. Nochtans zouden de talrijke opstanden in de 19de eeuw telkens getuigen van een ontwakend nationaal gevoel. Dat ontluikend nationalisme uitte zich ook op cultureel vlak, o.m. via het tweetalig Turks-Koerdische dagblad Kurdistan dat vanaf 1898 uitgegeven werd in Caïro, Geneve, Folkstone, Constantinopel en opniew Caïro.

Bij het begin van de 20ste eeuw groeide de Koerdische beweging nog. Wanneer de Jong-Turken in 1909 alle niet-Turkse verenigingen, scholen en publicaties in het Ottomaanse Rijk verbieden èn er executies en gevangenisstraffen volgen, belet deze zware repressie niet dat in 1912 een eerste goed gestructureerde politieke partij wordt opgericht door Koerdische studenten: Hevi ("De Hoop"). De politieke beweging krijgt vanuit Diyarbekir vertakkingen in verschillende Koerdische steden.

De Eerste Wereldoorlog vormt een uiterst belangrijk scharniermoment in de Koerdisch politieke geschiedenis. Het Ottomaanse Rijk had zich, via een bondgenootschap met het Duitse Rijk en de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, aan de kant van de verliezers geschaard. In zijn achtertuin had het af te rekenen met Arabisch nationalisme, dat zich militair vertaalde in een anti-Turkse guerillastrijd die handig werd georganiseerd door de Britse officier T.E. Lawrence. Maar ook de opstandige Koerden roeren zich en nodigen de Britten zelfs uit naar hun regio. De Turkse reactie was keihard: middels gedwongen volksverhuizingen naar Turkse streken probeert Ankara de Koerden te assimileren.

Sévres en Lausanne

Na de wapenstilstand groeit even de hoop op een zelfstandig Koerdistan. Op 10 augustus 1920 werd het verdrag van Sévres getekend door de Volkerenbond. Het verwees naar de 14 punten van president Wilson en naar "het recht van de naties om over zichzelf te beschikken". Het Ottomaanse Koerdistan moest een nationale staat worden, maar andere gebieden (Koerdistan onder het Frans mandaatgebied en het Perzisch Rijk) werden er niet bij betrokken. Twee jaar later, op het verdrag van Lausanne (1922), wordt de Koerden-kwestie herleid tot de erkenning van nationale rechten van de Turkse Koerden. De minimalistische verworvenheden, vervat in het verdrag van Sévres, werden van de baan geschoven door het Turkse verzet en het verraad van de Britten tegenover de Koerden. Een arbitraire opdeling in mandaatgebieden (eigenlijk pseudo-kolonies), overeengekomen door Engeland en Frankrijk op basis van het Sykes-Picot-verdrag (1916), bezegelt het lot van Koerdistan. De dekolonisatie op de diverse wereldcontinenten brengt geen onafhankelijkheid met zich mee.

Halabja

Koerdistan blijft dus verdeeld onder Turkije, Syrië, Iran en Irak. Binnen die vier staten krijgen de Koerden het zwaar te verduren. Op enige steun van het westen hoeven ze niet te rekenen. Integendeel! De Turkse bondgenoot is na de Tweede Wereldoorlog van kapitaal belang in de westerse geopolitieke strategie tegenover de communistische dreiging van de USSR. Het Turks leger wordt tijdens de Koude Oorlog (1947-1989) daarom goed bewapend door de NAVO. Verbaast het in die context dat een deel van de Koerdische verzetsbeweging zich in NAVO-land Turkije, met zijn door het leger gesteunde extreem-rechtse terreurgroep Grijze Wolven, uiteindelijk marxistisch-leninistisch opstelt ? Want wat de Turken met die wapens uitrichten jegens de eigen bevolking is van secundair belang voor het Westen.

Hetzelfde "realpolitieke" principe geldt voor Irak dat eveneens militair wordt gesteund tijdens de Eerste Golfoorlog tussen Iran en Irak (1980 - 1989). Sadam Hoesseins regime vormt dan immers een seculiere dam tegen het totalitaire Islam-fundamentalisme dat Ayatollah Khomeini vanuit Iran verspreidt. In 1988 vallen er duizenden doden als het Iraakse leger het Koerdische stadje Halabja met gifgas bombardeert. De operatie was een vergelding en waarschuwing voor de Koerdische guerilla ("pesjmerga") tegen Sadam Hoessein. Pas na de jongste Golfoorlog (1991), waarin de afvallige Sadam Hoessein werd verslagen, creëren de troepen van de westerse landen een feitelijke "vrije zone" met enig zelfbestuur in Iraaks Koerdistan. Deze "vrije zone" wordt echter nooit internationaal erkend.

Europese en Belgische betrokkenheid

Op het internationaal vlak is West-Europa hoe dan ook betrokken partij in het Koerdische vraagstuk. Turkije is immers lid van de NAVO en van de Raad van Europa. Als dusdanig is Turkije een militair-politieke bondgenoot van de West-Europese landen en van België. Ondanks de onderdrukking van de Koerden blijft deze positie van Turkije ongewijzigd. Ook de gemeenschappelijke buitenlandse politiek van de Europese Unie is, zoals steeds, erg halfslachtig: Turkije mag niet bij het elitaire EU-clubje wegens een slecht rapport voor mensenrechten, maar het mag wel wapens kopen om Koerden en Assyrische christenen bloedig te onderdrukken. Een handig handelsakkoord maakt dat allemaal wat makkelijker en verzekert meteen de Westerse economische belangen in dat afzetgebied.

België is als lidstaat van de NAVO, de Raad van Europa en de Europese Unie medeverantwoordelijk voor de huidige coöperatie met Turkije. Maar de Belgische betrokkenheid is groter dan de deelname aan multilaterale bondgenootschappen en het afsluiten van diplomatieke akkoorden. Op 10 juli 1996 maakte het dagblad Turkish Daily News een samenwerkingsakkoord bekend tussen "security chief Alaadin Yüksel on behalf of Turkey and by General Commander of Gendarmerie Willy De Ridder on behalf of Belgium". Na de ondertekening had De Ridder een onderhoud met de toenmalige Turkse minister van Binnenlandse Zaken, Mehmet Agar. Die zal in november van datzelfde jaar moeten aftreden na een bizar auto-ongeval waarin een politiechef, een gangster en zijn maîtresse omkomen. Uit een onderzoek wordt immers een web van politieke corruptie, omkoping van politie en maffiapraktijken blootgelegd. Mehmet Agar is daarbij betrokken.

MED-TV

Het Belgisch-Turkse samenwerkingsakkoord blijft evenwel niet zonder gevolgen. Het Koerdische televisiestation MED-TV, gevestigd in Denderleeuw, wordt het doelwit van een brutale raid door de Belgische rijkswacht, die zodoende het verlengstuk wordt van de Turkse repressiepolitiek.

De uitzendingen van MED-TV zijn al langer een doorn in het oog van de Turkse regering. MED-TV heeft immers een informatieve impact op de Koerdische dia-spora in West-Europa en moet het zwijgen worden opgelegd. De in de media fel bekritiseerde raid was een duidelijke vorm van politionele intimidatie.

De EU en Vande Lanotte versus oorlogsvluchtelingen

Niet enkel bestendigen de westerse landen het Turks-Koerdische conflict door hun hypocriete houding tegenover de schending van de mensenrechten in Turkije, maar bovendien getuigt hun houding tegenover de Koerdische slachtoffers van een kille onmenselijkheid en een totaal gebrek aan begrip. De arrogante manier waarop Duitsland Italië beschuldigde van te veel mededogen tegenover Koerdische vluchtelingen, lag in de lijn van de Duitse politiek. Als een van de grootste wapenleveranciers aan het Turkse regime voeren onze oosterburen al enkele jaren een "zero-tolerance"-politiek tegenover sympathisanten van de Koerdische verzetsbeweging PKK en verscherpt het zijn strenge controle op Koerdische migranten en vluchtelingen.

SP-minister Vande Lanotte houdt evenmin van Koerdische asielzoekers. Trouwens van geen enkele categorie asielzoekers. Dat bleek bij de jongste asielwet. Een vluchteling moet nu haast zwart op wit, liefst in drievoud en zonder enige ruimte voor twijfel kunnen bewijzen dat hij of zij vervolgd werd in het land van oorsprong, wil hij erkend worden. Amnesty International stelde de ongenuanceerdheid van de Belgische asielwetgeving al aan de kaak en kapittelde ze als bevooroordeeld. De wet is nochtans het geestelijke kind van "socialist" Vande Lanotte. Een zekere partijpolitieke berekening is niet vreemd aan deze harde opstelling. Het nieuwe asielbeleid past perfect in de SP-strategie tegen het Vlaams Blok. Met dit imago van hardliner hoopt SP-boegbeeld Vande Lanotte te verhinderen dat het Blok xenofobe gevoelens bij een deel van het traditionele SP-kiezerskorps electoraal verzilvert. Aangezien de Vlaamse meerderheid slechts uit de helft plus één van de parlementsleden bestaat, miste de dreiging van SP'er Jef Sleeckx om te breken met de meerderheid zijn effect niet. De "socialistische" minister Vande Lanotte bond in en beloofde de Koerdische hongerstakende asielzoekers (voorlopig) niet uit te wijzen. Vervolgens ging de Wetstraat over tot de agenda van de dag. Alsof hiermee het dossier van de baan is¼ Dat dit niet het geval is werd bewezen door de stroom bootvluchtelingen richting Italië.

Een fundamentelere aanpak van dit dossier is daarom vereist. Die impliceert een correcte inschatting van de oorlogssituatie in Turks-Koerdistan, met al zijn tragische menselijke gevolgen. En op langere termijn de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van het Koerdische volk als de enige politieke uitweg uit de militaire fase van dit conflict. Daarbij zijn reeds 30.000 doden gevallen. Zowat 3000 dorpen werden door het Turkse leger geëvacueerd of platgebrand. Vele miljoenen Koerden zijn op de vlucht en leven in erbarmelijke omstandigheden. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft Turkije op 16 september 1996 veroordeeld voor het gedrag van het Turkse leger in het Koerdische gebied. Er zijn duidelijke bewijzen van folteringen en executies op grote schaal. Desondanks blijven de Verenigde Staten en lidstaten van de Europese Unie de Turkse troepen massaal bewapenen. Dat is de realiteit vandaag.

Wat nu met de Koerdische oorlogsvluchtelingen ? Volgens Vande Lanottes stalen logica moet er een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen "politieke vluchtelingen" en "economische vluchtelingen". Die grens kan echter niet rechtlijnig worden getrokken in het Turks-Koerdische conflict. Want wat met Koerden die niet individueel worden vervolgd, maar wiens bergdorp verwoest wordt door het Turkse leger? Wat met de honderdduizenden Koerden die door de Turkse regeringspolitiek gedwongen worden te verhuizen naar het controleerbare Istanbul en de erbarmelijke toestanden in de Turkse mega-stad ontvluchten ? Daarom was het ballonnetje dat de Volksunie opliet interessant: "Zolang er geen staakt-het-vuren in deze regio afgekondigd wordt, moeten de asielzoekende Koerden als slachtoffers van oorlogsomstandigheden beschouwd worden. Een dergelijk statuut moet in alle Europese landen bepleit worden. Ook voor de Bosnische vluchtelingen is destijds een apart statuut uitgewerkt. Op het moment dat het Koerdische probleem een politieke oplossing krijgt, loopt het statuut af" (persmededeling VU-partijbestuur, 5 januari).

Negationisme

Doet de Europese Unie dat niet, dan maakt het zich schuldig aan negationisme. Nu heeft een marginaal deel van onze samenleving steeds wel een boontje gehad voor vormen van negationisme. Ook bepaalde lieden die zich Vlaams-nationalist noemen en dus bij uitstek begrip, zo niet sympathie, zouden moeten opbrengen voor de Koerdische vluchtelingen. Het simplistische artikel in 't Pallieterke onder de onthullende titel "Koerdische komedie" (7 januari 1998) bewees nog eens dat het extreem-rechtse en xenofobe karakter van dat weekblad het gehaald heeft op de nationalistische motivatie waarmee het Antwerpse tijdschrift werd opgericht. Wij citeren letterlijk: "De komedie over de Koerdische asielzoekers begint ons lelijk de keel uit te hangen. Natuurlijk lopen Koerdische asielzoekers een ernstig risico als ze terugkeren naar Oost-Turkije, naar het oorlogsgebied zelf. Maar als zij zich in de westelijke provincies of in Istanbul vestigen, zijn ze absoluut niet in gevaar. Tienduizenden Koerden hebben zich daar al gevestigd, en ze leven er in relatief veilige (sic) omstandigheden".

Vlaams-Koerdische solidariteit

Tegenover de cynische "realpolitik" van de Europese Unie en de Belgische staat, en tegenover anti-vluchtelingen-standpunten bij een deel van de bevolking, ontwikkelden zich in de loop der jaren gelukkig meerdere solidariteitsbewegingen in Europa. Ook in Vlaanderen kan Koerdistan op hulp rekenen. Het Vlaams Internationaal Centrum (Laanbrugstraat 11 te 1000 Brussel) ontplooit al jarenlang concrete solidariteitsacties. Via het ophalen van kleren via een netwerk van vrijwilligers in talrijke Vlaamse gemeenten, financiert deze volksnationalistische NGO haar projecten in Koerdistan. Deze ontwikkelingshulp bestaat voornamelijk uit opleidingsprojecten met Koerdische jongeren die leren omgaan met bouwmateriaal. Een nuttige taak als men weet hoeveel dorpen vernietigd zijn in het militaire conflict.

In het Leuvense is Paul De Greef erg actief met het Overleg Vlaanderen-Koerdistan (Smoldersplein 3 te 3000 Leuven). Deze geestelijke is een specialist in de Koerdische taal en cultuur. Zijn educatief integratiewerk (o.a. de uitgave van een Koerdisch-Nederlands woordenboek) is complementair met de inspanningen van het Koerdisch Instituut in Brussel (Bonneelstraat 16 te 1210 Brussel) dat daarnaast ook de Turkse desinformatie in Vlaanderen poogt te counteren èn de bevolking probeert te sensibiliseren voor het Koerdische vraagstuk.

Dat doet ook de Belgisch-Koerdische vriendschapsvereniging (Vogelsberg 10 te 3600 Genk) die de Koerdische hongerstakers in Limburg moreel en logistiek ondersteunde. Merkwaardig was wel de reactie van woordvoerder Willy Mebis op onze vraag naar het "Belgische" karakter van zijn vereniging: "We zijn ook in Wallonië actief want wij doen niet mee aan dat nationalisme". Is de Koerdische beweging dan geen concrete vorm van bevrijdingsnationalisme ?

In schril contrast daarmee stond de uitlating van pater De Greef die in het VRT-programma Ter Zake verklaarde dat de Vlamingen wellicht het best geplaatst zijn in dit land om begrip op te brengen voor de Koerden. Hij verwees daarbij naar de jarenlange discriminatie van de Vlamingen in België.

Het jongste initiatief in de rij solidariteitsacties is de Coördinatie "Stop de oorlog tegen het Koerdische volk", die gecontacteerd kan worden via het Koerdisch Instituut.

Op 16 januari organiseerde de Coördinatie in het Huis der Parlementairen een hoorzitting en debat met specialisten in het Koerdische dossier, politici en journalisten. Verder zal een delegatie wellicht in maart een studiereis ondernemen naar Koerdistan.