Nummer 33


Het goede leven | januari 1998


De betere sigaar doet het weer (2) (Christian Dutoit)<< Nummer 33

In ons vorige nummer hadden we het over de 'wederopstanding' van de betere sigaar. Toch blijft de kwaliteitssigaar - en uiteraard tabak in het algemeen - controversieel. Iedereen kent de spotprenten van de buikige sigarenrokende kapitalist met buishoed, tegenover de pezige werkman met een zelfgerold rokertje. 'Sigarenrokers zijn geen onruststokers', werd vroeger wel eens gezegd. Maar dit is een allesbehalve 'progressief' gezegde. Klopt dat eigenlijk wel? En sigarenroken zou ook vrouwonvriendelijk zijn, maar dàt is wel het grootste misverstand.

Hoe links is een sigaar? Goed, iedereen weet dat Fidel Castro tot enkele jaren geleden verwoed het beste van zijn bodem promootte, en van Che Guevara-kenner Hendrik Carette, eveneens redactielid van dit maandblad en overtuigd sigarenroker, vernam ik dat dit links icoon het op aanraden van zijn heelmeesters iets kalmer aan moest doen met zijn rokertjes. Eén à twee per dag luidde het devies. Che liet het niet aan zijn hart komen en volgde het doktersadvies: hij rookte nog slechts twee sigaren per dag, maar het waren dan wel Coronas Gigantes van 'Bolivar', joekels van 17 cm waar je toch wel een tijdje zoet mee bent.

Cuba is echter een buitenbeentje in het 'reële socialisme', dus nogmaals: hoe links is een sigaar? Deze vraag stelde zich Martin van Amerongen, die onlangs afscheid nam als hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer, een toch wel onverdacht links-Amsterdams weekblad (dat overigens al meer dan honderd jaar bestaat).

Tory-leider Winston S. Churchill kan moeilijk een boegbeeld van de linkerzijde genoemd worden. Hij flirtte voor de wereldbrand met Hitler, en hielp vervolgens mee Europa van Hitler bevrijden, de ene havanna na de ander rokend. Churchill had de havanna's ontdekt op 22-jarige leeftijd, toen hij tijdens de Spaans-Amerikaanse oorlog op Cuba gelegerd was. Uit de Internationale Gids Sigaren (Könemann, 1997) leer ik dat de conservatieve politicus, toen hij op 91-jarige leeftijd stierf, een kwart miljoen sigaren had gerookt, wat neerkomt op 4.000 stuks per jaar. Moeilijk te geloven, maar het zal wel bij de mythevorming horen. Hij was hoe dan ook een kenner: hij had een klimaatkamer (een soort humidor op kamerformaat) met gemiddeld 3.000 stuks double coronas met een doorsnee van ruim 19 mm, maduros. Later kreeg dit weelderige formaat zijn naam.

Minder bekend is dat de Amerikaanse president John F. Kennedy in 1962, enkele uren voordat hij Cuba het embargo oplegde, een assistent de opdracht gaf om onmiddellijk een persoonlijke voorraad van duizend H. Upmann Petit Coronas aan te leggen. Het gaat om één van de klassieke Cubanen, een in 1844 door een Europese bankier opgerichte sigarenfabriek in Cuba. De man die voor de sigaren moest zorgen, generaal Ulysses S. Grant, zou er als sigarenroker alle begrip voor gehad hebben.

Marx

Maar nu even naar de wortels van het marxisme: welja, Karl Marx was een sigarenroker. Een hartstochtelijke roker overigens. Jammer genoeg bediende hij zich van zo'n inferieur merk rookgerei, dat menige bezoeker hoestend en kuchend de keuken invluchtte wanneer hij een paffertje opstak.

Zijn naamgenoot Groucho Marx daarentegen zocht het in de betere kwaliteit, maar over zijn politieke achtergronden is dan weer niet zoveel bekend.

Nederland

Vandaag voert Nederland (in deviezen) voor ongeveer tien keer meer sigaren uit dan Cuba. Het gaat dan natuurlijk wel om massaproductie. Nederland heeft een sigarentraditie omwille van het koloniale tijdperk: de Java en Sumatra uit Nederlands-Indië, thans Indonesië. De sigaar heeft er dan ook altijd al een grote rol gespeeld, ook in de politiek.

De Friese socialist Pieter Jelles Troelstra was een gretig afnemer van de koloniale tabaksproducten. In 1892 deden zich in Leeuwarden, naar aanleiding van een bezoek van het huis van Oranje, hevige rellen voor tussen oranjegezinden en Friese socialisten. De oranjegezinden hadden zich verzameld in het Friesch Koffiehuis, terwijl de socialisten bijeenkwamen in en voor de sigarenwinkel van kameraad Van Borssum Waalkes.

De jonge Troelstra stond natuurlijk aan de kant van de republikeinen. Vervelend voor hem was wel dat zijn vader aan het door koningin Emma aangeboden diner had aangezeten, en bij die gelegenheid benoemd was tot ridder in de orde van Oranje Nassau. Vader en moeder Troelstra bekogelden mee de sigarenwinkel met projectielen, en het kwam tot een - naar Friese normen - hevig handgemeen. Moeder Troelstra werd uiteindelijk uit een hachelijke situatie ontzet door Lourens Zandstra, een smidseknecht en één van de pioniers van het socialisme in Friesland. Als dank schonk Pieter Jelles Troelstra deze Zandstra de beste sigaar uit het assortiment van de sigarenwinkel. Zandstra was zo aangedaan van dit nobele gebaar dat hij de sigaar nooit heeft opgerookt. Hij ligt (de sigaar) nu nog in het Frysk Letterkundig Museum en Dokumentaasjesintrum te Leeuwarden. Of: hoe een sigaar geschiedenis kan maken in de strijd voor een klassenloze maatschappij!

In navolging van Troelstra stapten wel meer sociaal-democraten over op de sigaar, en vaak werden hun 'koppen' ook afgebeeld op sigarenbandjes die de sigaren moesten sieren. Vandaag zijn dit natuurlijk collector's items.

Maar ook Joop den Uyl stak menigmaal een sigaartje op.

In het protestantse noorden van het land betrof het meestal wel dunne panatellas, terwijl in het katholieke zuiden eerder grote, gepoeierde bolknakken werden geconsumeerd. Geweten is dat alle deelnemers aan een congres van de Katholieke Volkspartij in 1957 van partijvoorzitter Romme een sigaar kregen aangeboden, zodat zijn afsluitende rede geheel door sigarenrook werd verduisterd.

Het zou ons te ver leiden alle sigarenrokende kopstukken van de linkerzijde de revue te laten passeren. Maar als u, als overtuigd progressief, sigaren rookt, dan bent u in goed gezelschap. Vergeet niet dat zowel Albert Einstein als Sigmund Freud van een goede sigaar hielden. De eerste deed onderzoek naar de buitenwereld en de tweede naar de innerlijke belevingswereld, maar dàt hadden ze tenminste met elkaar gemeen.

Vrouwen en sigaren

Een ander misverstand is dat - althans de betere sigaar - typisch macho zou zijn. Larie en apekool.

Lucille Ball rookte dagelijks sigaren, niet haar kapitalistische baas Uncle Harry in de succesvolle comedyserie Here's Lucy.

Vrouwen rookten trouwens al eeuwen sigaren, tot het in de tweede helft van de negentiende eeuw opeens niet meer 'vrouwelijk' stond om van de betere tabak te genieten en roken sowieso aan mannen voorbehouden was.

"Heren, u kunt roken", kondigde koning Edward VII aan op de dag dat hij de Engelse troon besteeg. Edwards moeder, koningin Victoria, had zich immers een halve eeuw afwijzend getoond tegenover dit genotsmiddel. Opgelucht staken de blijmoedige hovelingen hun gerief op.

Het heeft nog wel een tijdje geduurd voor de Victoriaanse traditie definitief tot de geschiedenis ging behoren, en vooral voor vrouwen stond het niet om te roken, laat staan sigaren.

Toch waren er zelfs in deze Victoriaanse zwarte tijden uitzonderingen. In 1867 schreef de vrijgevochten schrijfster George Sand (ooit vriendin van Chopin): "Een sigaar verzacht het leed en vervult de eenzame uren met miljoenen verfijnde beelden".

In de Hollywood-traditie van de jaren dertig en later waren vrouwen sigarettenrooksters, vaak met een mooi en lang mondstukje. Sigaren waren voorbestemd voor hun mannelijke collega's. Ook in onze contreien gingen vrouwen eerder sigaretten roken dan wel sigaren: denken we maar aan het beroemde Belga-meisje van de Merksemse sigarettenfabricant Van der Elst, of de verleidelijke schone die op de pakjes van Tigra poseert. Het is niet zo duidelijk of er in het interbellum, bijvoorbeeld in kringen van Vooruitziende Vrouwen, ook sigaren gerookt werden.

Vandaag zijn ze weer met bosjes, de vrouwen die het betere werk roken: denken we maar aan Madonna, Whoopi Goldberg of Bette Middler. En het supermodel Linda Evangelista zweert al jaren bij de Cohiba panatelas. Ook Claudia Schiffer en Demi Moore lieten zich al verleidelijk fotograferen met Cubaanse longfillers.

Ook onze Friese vriendin Gosta Jellema, cultuurambtenaar voor de Provinciale Staten van Friesland, liet zich herhaaldelijk opmerken met een rokertje van betere kwaliteit.

In eigen land kennen we natuurlijk vooral Maria Logghe, de excentrieke maar moedige ex-abdis van de Arme Klaren van Nieuwpoort. Die heeft al heel wat watertjes doorzwommen, maar klampt zich vast aan één vaste waarde: haar geliefkoosde havanna's.