Nummer 34


Sociaal | februari 1998


Vlaanderen werkt (nog altijd) voor Wallonië en Brussel (Thomas Du Plessis)<< Nummer 34

De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid heeft voor het eerst een lijvig rapport uitgebracht over de werkgelegenheid in België en alle problemen die ermee te maken hebben. De bijeengegaarde cijfergegevens moeten de beleidmakers ondersteunen bij het nemen van beslissingen met het oog op een betere tewerkstelling en het terugdringen van de werkloosheid.

Eens te meer worden de nodige cijfers effectief aangevoerd, maar ontbreekt elke conclusie inzake de scheeftrekking van de sociaal-economische toestand tussen de gewesten. De Hoge Raad is dan ook samengesteld volgens het strikte Belgisch model van paritaire verdeling tussen Vlaamse, Waalse en Brusselse kopstukken van de Nationale Bank, de RVA, het Planbureau en de universiteiten als federale leden en telkens twee "regionale" leden voor Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Voorzitter van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid is federaal minister van Arbeid en Tewerkstelling Miet Smet.
Eén en ander moet mede duidelijk maken waarom "communautair gekleurde" conclusies achterwege blijven.
Minister Smet vond het trouwens niet nodig het rapport zelf voor te stellen (zij zat op dat ogenblik vast in de Kamer) en liet de eer aan ondervoorzitster Marcia De Wachter, secretaris van de Nationale Bank.

Bij het doornemen van de studie valt op dat België niet langer benaderd kan worden als entiteit en dat er huizenhoge verschillen bestaan tussen de drie gewesten. Eigenlijk zou men moeten zeggen tussen Vlamingen en Franstaligen, vermits Brussel van langs om meer aansluit bij Wallonië in de evolutie van zijn economische activiteit.
De gegevens wijzen er eens te meer op dat Vlaanderen opdraait voor het "levensonderhoud" van de andere twee regio's (en voor het voortbestaan van België als dusdanig) en dat het beleid dringend conclusies uit die toestand moet trekken. Bovendien schreeuwt die om de mogelijkheid voor de gewesten een eigen werkgelegenheidsbeleid te kunnen voeren.

In 1995 telde Vlaanderen 60,8% van de bevolking aan "werkenden" tegen 30,2%voor Wallonië en 8,6% voor Brussel. Tegenover 1987 gaat het om een stijging van 1,4% voor Vlaanderen en een daling van 0,1% voor Wallonië en 0,7% voor Brussel.
Het aantal werkenden steeg in Vlaanderen van 1987 tot 1995 met 111.000 eenheden tot 2.281.000, terwijl die stijging in Wallonië 24.000 eenheden bedroeg tot 1.130.000 en Brussel zelfs een daling kende van 15.000 eenheden tot 324.000. Gemeten naar de bevolking op actieve leeftijd komt Vlaanderen uit op 58% terwijl Wallonië en Brussel slechts 52% halen.

De evolutie van de werkgelegenheid heeft uiteraard in niet onbelangrijke mate te maken met de economische groei. Die bedroeg voor de periode 1987-1995 voor Vlaanderen 2,7%, terwijl Wallonië uitkwam op 1,9% en Brussel nog maar 1,1% haalde.
Met de werkloosheid is het dan weer anders gesteld: gemeten naar Europese normen bedraagt de werkloosheidsgraad in Vlaanderen 6,2% tegen 14,2% in Wallonië en zelfs 16,1% in Brussel.

Een andere factor is uiteraard de scholingsgraad en de mogelijkheid van het bedrijfsleven een beroep te kunnen doen op arbeidskrachten met de nodige scholing. Dat is des te meer nodig in Vlaanderen waar vooral de privé-sector voor banen zorgt: hier werkt slechts 14% van de bevolking op actieve leeftijd voor de overheid, terwijl dat in de andere twee regio's meer dan 20% bedraagt. Met dat opleidingsniveau is het niet zo goed gesteld: van alle werkzoekenden in België volgde 57,5% slechts primair of lager secundair onderwijs; 24,3% had een opleiding hoger secundair onderwijs en 8,7% hoger onderwijs. Van de 9,6% "overige" is de scholingsgraad niet bekend, o.m. omdat die categorie veel migranten telt, waarvan aangenomen wordt dat zij ten hoogste lager secundair onderwijs hebben gevolgd. In Vlaanderen rekent men met 8,5% "overigen" terwijl dat voor Wallonië maar 5,6% bedraagt, maar in Brussel oploopt tot 25,8%. In Vlaanderen daalt het aantal werkzoekenden met alleen primair of lager secundair onderwijs tot 55,9% en in Brussel zelfs tot 46,8%, terwijl het in Wallonië stijgt tot 62,4%.
Vlaanderen heeft met 26,6% meer werkzoekenden hoger secundair onderwijs dan Wallonië (24%) en Brussel (17,6%) en met 9% ook meer werkzoekenden die hoger onderwijs genoten. Hier komt Wallonië uit op 8% en Brussel op 9,9%.