Nummer 34


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | februari 1998


(Euro-)Brussel-kroniek (Bernard Daelemans)<< Nummer 34

De 'Elsense Haard' spreekt geen Nederlands

De 'Elsense Haard' - excuus 'Foyer ixellois' is een van 37 Brusselse openbare huisvestingsmaatschappijen, die de sociale woningen beheren. Deze instelling geeft sedert november van vorig jaar een blaadje uit dat volledig in het Frans verschijnt, om zijn huurders beter in te lichten over de verschillende diensten die zij aanbiedt.

De MIVB spreekt Nederlands

Een gunstige wind liet volgend schrijven van de Brusselse bus- en trammaatschappij MIVB op onze redactie belanden. We publiceren het graag in extenso, met weglating van de persoonsgegevens, zonder verdere commentaar.

"Beste Klant,

Wij hebben de rittenkaart die U bij het gebruik enkele moeilijkheden bezorgd heeft, goed ontvangen.
Bij nader onderzoek in het kontrole-apparaat is er enkel sprake van een fout bij de afdrukking.
Inderdaad, het is gebleken dat alle plaatsen niet gebruikt geweest hebben.
Daarom, U vindt bijbehorend, 4 ritkaart ten vervanging van de verloren plaatsen.
Ingeval van controle, bezitten onze bevoegde personen over een speciale afleeskaart die een onmiddellijk nazicht geeft van de kaart.
Het spijt ons voor deze onaangename ervaring en tekenen inmiddels,

Hoogachtend, Le responsable du Service Commercial"

Vaste Commissie voor taaltoezicht (1)

De MIVB is dan ook een van de Brusselse overheidsdiensten waar de taalwet op de meest systematische en flagrante manier geschonden wordt. Uit een schriftelijke vraag van Dominiek Lootens (VB) blijkt namelijk dat van 430 personeelsleden die van 1993 tot 1996 werden aangeworven en die in contact komen met het publiek er slechts 118 het taalexamen met succes hebben afgelegd. In 1996 was er zelfs geen enkel van de 96 aanwervingen conform de taalwet!

Eén van de instanties die over de toepassing van de wet moet waken is de Vaste Commissie voor Taaltoezicht (VCT), een adviserend rechtscollege dat politiek samengesteld is, en waar de grote partijen afgevaardigden in hebben. De VCT heeft enkel een adviserende rol en kan dus niet rechtstreeks ingrijpen. Sedert het Sint-Michielsakkoord ligt dat echter enigszins anders, omdat de VCT toen het zogeheten 'subrogatierecht' verwierf, waardoor de VCT zicht in de plaats kan stellen van een ingebreke blijvende overheid, althans in Brussel en in de zes randgemeenten.

De afgelopen jaren diende het Vlaams Blok enkele honderden klachten in. Daarbij werden tal van onregelmatigheden vastgesteld. De VCT respecteerde nooit de wettelijke termijn waarbinnen zij haar advies moet neerleggen. Het duurde vaak al zes maanden vooraleer zij de klager een ontvangstmelding liet geworden. Volledige behandeling van een klacht liep soms tot jaren op, terwijl de wet voorschrijft dat dit binnen de 180 dagen moet gebeuren. Volgens het VB druisen de adviezen vaak in tegen de wet, tegen de eigen rechtspraak van de VCT of zijn ze vaak een minimalistische interpretatie van de taalwet. De VCT, zo zegt het VB, holt de taalwet uit en tast de rechtszekerheid aan. Dat komt omdat de Vlaamse leden van de VCT opvallend gehoor verlenen aan de stelling van de Franstaligen die wijzen op de "feitelijke sociologische evolutie" in Brussel en die menen dat "niet de letter, maar de geest van de wet moet gerespecteerd worden".

Er werden ook klachten neergelegd, waarbij de VCT uitdrukkelijk verzocht werd van haar subrogatierecht gebruik te maken. Daar kwam, lang na de wettelijke termijn, nooit antwoord op, behalve in één geval (de hogervermelde onwettige aanwervingen van de MIVB) waar de VCT dit "niet nuttig" achtte.

Het VB, dat naar eigen zeggen tot op heden constructief meewerkte in de VCT, gaat nu radicaal in de aanval: Gerolf Annemans, die Brusselaar Dominiek Lootens flankeerde op de persconferentie van 27 januari, deelde mee dat er die dag in één klap 1.300 klachten werden ingediend, als startsein van een papieren oorlog tegen de VCT. Het hele partij-apparaat wordt ingeschakeld om hierrond te werken. Er werd een brochure gedrukt die op grote schaal verspreid wordt en één en ander zal permanent opgevolgd worden in de verschillende parlementen.

Vaste Commissie voor Taaltoezicht (2)

Ook Walter Vandenbossche (CVP) kent de weg naar de VCT. Hij legde één (1) klacht neer tegen minister Hasquin (PRL-FDF) die in tal van lokale blaadjes eentalige mededelingen liet plaatsen. Vandenbossche interpelleerde de minister tevens over één en ander. Hasquin legde uit dat hij ook in Deze Week in Brussel een eentalig (Nederlandse) mededeling liet plaatsen, maar dat hij in de toekomst alle mededelingen tweetalig zou maken.

Vaste Commissie voor Taaltoezicht (3)

Tenslotte maakte ook CVP-gemeenteraadslid Jos Claes uit Vorst zijn beklag bij de VCT omwille van het feit dat hij regelmatig de agenda van de gemeenteraadszitting uitsluitend in het Frans ontvangt. Hij is in het bijzonder gebeten op de schepen van Cultuur, die er schijnt vanuit te gaan dat alleen de Franstalige cultuur in Vorst ondersteuning moet genieten, en dan ook een uitsluitend Frans cultuurbeleid voert.

VLD versus VLD

De Brusselse VLD drijft het liberale beginsel van de vrije concurrentie ten top. Guy Vanhengel en Leo Goovaerts, van elkaar beducht dat 'de andere' electoraal zou scoren, steken mekaar de loef af met publieke stellingnamen, de ene al Vlaamsgezinder dan de andere. Zo blijft Vanhengel hameren op de noodzaak van een vaste vertegenwoordiging voor de Vlamingen in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, terwijl Leo Goovaerts voort timmert aan de idee om het financieel mechanisme in Brussel uit te spelen ten voordele van de Vlamingen. Dat is natuurlijk uitermate positief, maar het is intussen algemeen geweten dat de strijd tussen beide zo bitter is, dat men niet goed inziet hoe die ooit nog in der minne geregeld kan worden. De strijd zwermt zelfs uit naar het hele VLD-partijgebeuren. Het eigengereide optreden van Guy Verhofstadt, die weigerde een bemiddelende rol te spelen in het Brussels VLD-conflict, die de geëigende besluitvormingsprocedures in zijn partij passeerde, die ondanks alle ronkende verklaringen toch alleen maar een inbraak in de Brusselse regering voor ogen had, en over heel deze zaak spreekverbod oplegde aan zijn partijbestuur, zet de geloofwaardigheid van zijn partij natuurlijk op het spel. Het ongenoegen dat hij zo creëerde heeft uiteindelijk toch zijn uitlaatklep gevonden, o.m. in de persoon van de omstreden eendagsvoorzitter van de VLD-jongeren, Peter Reekmans, die de vuile was van de partij breed uitsmeerde in het nieuwe weekblad P-Magazine, hierin aangemoedigd door reclameman Wim Schamp die nog een rekening te vereffenen had met Verhofstadt. Met het afstraffen van de onbesuisde boodschapper, die zijn politieke carrière nu wel kan vergeten, vervalt echter niet de grond van de zaak: is het programma daadwerkelijk het richtsnoer van het politiek handelen van de partij, of primeert het machtsstreven? Paradoxaal genoeg leidt de ambitie die beide Brusselse VLD-ers koesteren tot een verhar-ding van het programma op communautair vlak. Een heel bevreemdende situatie is dat.

Welke CVP?

De situatie in Brussel wordt door het harde spel van de VLD hoogst ongemakkelijk voor de CVP. Jan Béghin, ondervoorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, deed zijn beklag in De Standaard. Dat er verder geregeerd kan worden zonder een Vlaamse meerderheid vindt hij een aanfluiting van de democratie. En hij is ontgoocheld en verbitterd over de houding van de partijtop. Ook de Brusselse CVP-fractieleider Walter Vandenbossche trok aan de alarmbel, omwille van twee resoluties die de Franstaligen door de Brusselse Raad wilden doen aannemen, één tegen de voorstellen van Vlaams minister Leo Peeters om de faciliteiten in de zes randgemeenten in te perken, en één om Brussel als volwaardig gewest te herbevestigen. Na een ophefmakend interview in de Gazet van Antwerpen waarin hij dreigde het vertrouwen in de regering op te zeggen en stelde dat het pacificatiemodel, dat hij altijd had verdedigd, aan herziening toe was, kreeg hij het van het nationale CVP-bestuur gedaan dat de partij deze resoluties "onontvankelijk en onaanvaardbaar" verklaarde. Even later werden deze resoluties toch ontvankelijk verklaard, met dien verstande dat er ook een Vlaamse tegenresolutie werd ingeschreven op de agenda. Alleen een subtiele geest als Vandenbossche kan deze werkwijze als een tegemoetko-ming zien.

Fundamenteel verandert er niets. Behalve dan dat we weten dat de Brusselse regering nu alleen nog voluit gesteund wordt door twee Vlaamse ministers en één raadslid.

'Wonen in Brussel' slachtoffer van succes?

Enige tijd geleden werd binnen de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) de dienst 'wonen in Brussel' opgericht. Deze dienst wordt in heel Vlaanderen bekendgemaakt via een breed opgezette promotiecampagne die gefinancierd wordt door minister van Brusselse Aangelegenheden Brigitte Grouwels. Blijkens een antwoord op een parlementaire vraag van Dominiek Lootens heeft de dienst op drie maanden tijd al zo'n 2.400 oproepen beantwoord. Daarvan is ruim een derde reeds in Brussel woonachtig. Van de niet-Brusselaars blijken vooral jonge gezinnen waarvan één partner al in Brussel werkt geïnteresseerd.

Toch zijn er klachten over het functioneren van de dienst. Die schijnt onderbemand te zijn: twee personeelsleden moeten instaan voor het beantwoorden van vragen die betrekking hebben op de meest verschillende zaken, zoals woon- en verbouwingspremies, sociale woningen, huur- en koopaanbod, enz. Verschillende geïnteresseerden zijn er ondanks herhaalde pogingen nog niet in geslaagd tot de dienst door te dringen. De dienst beschikt wel over een antwoordapparaat, maar daar kan men geen boodschap op achterlaten.