Nummer 35


Brief uit Wallonië | maart 1998


De Republiek is meer dan een bestuursvorm (José Fontaine)<< Nummer 35

In Leopold III. De Koning. Het land. De Oorlog (Tielt : Lannoo, 1994) tonen Velaers en Van Goethem (wellicht ongewild...) de centrale rol aan van de monarchie in de geschiedenis van de Belgische politiek.

Alle naties worden gemaakt, wat betekent dat ze een uitvloeisel zijn van de menselijke wil (het contract in de zin van Rousseau). Het België van 1830 heeft zo'n contract willen tot stand brengen (de katholieke of liberale burgerij in Wallonië of in Vlaanderen). Maar, tegelijkertijd, door het Verdrag van de 18 en dan de 25 artikelen (dat België de neutraliteit opdrong), heeft de Belgische staat van 1830 een belangrijk deel van zijn soevereiniteit opgegeven, met name iets fundamenteels uit de stichtingsclausules van het sociaal contract.

Een kind dat op het punt staat om naar de eerste schoolklas te gaan weet dat het de speelplaats van de groten zal betreden en de confrontatie met de anderen zal moeten aangaan, maar ook samenwerken met hen (al was het maar om te spelen). Zowel de vriendschap en het conflict uitproberen, de vrede en de oorlog.

In de context van 1830 werd een natie of een Staat die in het koor der naties opgenomen werd, hoe dan ook geconfronteerd met deze twee mogelijke houdingen : oorlog of vrede. Deze bewering komt absoluut niet van een oorlogsstoker. Kant meende dat het uiterst moeilijk was om voorbij te gaan aan de oorlog. Een boom die alleen op de vlakte staat groeit moeizaam. Maar wanneer hij naast andere bomen wordt geplant, moet hij zich met hen meten, met hen strijden voor de lucht en het licht, wat hem dwingt om zich recht te houden en zo doen ook de andere bomen. Conflicten doen beschavingen ontstaan en vooruitgang. Zelfs indien het conflict trouwens uitmondt in een barbaarse oorlog. Het is in deze betekenis dat Kant een vrede voorstaat die de tegenstrijdige stromingen niet verbiedt of opheft, maar ze sublimeert.

Zich recht houden en de blik hoog richten is een yoga-houding (rechtop blijven, onbeweeglijk, terwijl men het hoofd lichtelijk naar de hemel richt) en is een beroemde zin uit de tijd van het gaullisme tijdens de oorlog waardoor de Weerstand zich liet inspireren. Viser haut et se tenir droit kan leiden tot het ergste chauvinisme, maar betekent ook de waardigheid die de republikeinse Staat aan elk van zijn leden verleent, de staat als Stad van de burgers (onvertaalbare term die geen gewone politieke ervaring aanduidt, niet - de Griekse of Romeinse Stadstaat - maar de politiek zelf, van de Griekse term polis).

Alleen de Cité verleent ons menselijke waardigheid. Dat is de obsessie van Hannah Arendt. Een Duitse jodin die leefde tijdens de holocaust en dus weet waarover ze spreekt - meent dat het niet de verergering van het nationaal gevoel is, maar de verzwakking ervan die leidt naar het fascisme en het totalitarisme. En als voorbeeld geeft zij het Frans republikeins herstel bij de Dreyfus-zaak, waarbij mensen als Clémenceau en Zola, die zich hartstochtelijk verbonden voelen met Frankrijk, het respect voor de rechtvaardigheid boven deze passie voor hun land stellen. Want het is wel degelijk de rechtvaardigheid die elke politieke gemeenschap en elke natie wil belichamen. En het is zo en niet anders. Zelfs voor Machiavelli is de Staat het middel om de bloedige anarchie, de oorlog van allen tegen allen te vermijden. Hij is dus al rechtvaardig zonder het te willen zijn. Wanneer de staat er dus in slaagt rechtvaardig te blijven, vergroot hij zichzelf.

Dat Frankrijk (en andere landen) niet aan dit groots idee beantwoorden, spreekt vanzelf ! Maar deze gedachte blijft niet zuiver symbolisch. Ik ben een tegenstander van de rattachisten die menen dat in Frankrijk alles beter is dan bij ons. Maar ik ben ook een tegenstander van de belgicisten die denken dat Frankrijk niet meer waard is dan wij. Wat Frankrijk voor ons in feite meer heeft is niet van reële aard (en daar geef ik de belgicisten gelijk). Het gaat om het vergezicht dat men zich biedt. Dit perspectief mag dan al niet bestaan of niet concreet zijn : het project dat een sociaal bestel in zich draagt, dat is het wat het levend, menselijk en republikeins maakt. Zelfs als dit project en dit ideaal verraden worden. Wat dan tenminste bekend raakt.

Dát is de Republiek. Een zelfbewustzijn. Een geloofsdaad, een wijze waarop men zich in de geschiedenis situeert door zichzelf verantwoordelijk te verklaren. Niet de sociologen, maar de historici kunnen ons vertellen dat dit onbestaande is in België. Van het ogenblik dat een Staat niet weloverwogen neutraal is, maar omdat dit opgedrongen wordt, is hij geen Cité meer. Komt de staat in het grote koor der volkeren als een kind uit de kleine burgerij dat van zijn ouders met geen enkel kameraadje mag vechten of spelen. Zo verliest de Staat zijn republikeinse meerwaarde.

Als Belgen zijn we klein in het koor der naties met een geamputeerde politieke soevereiniteit en in de onmogelijkheid om verdragen te sluiten of oorlog te voeren. En wat ons bovendien nog restte aan soevereiniteit (voor wat betreft het buitenlandbeleid, maar dat is het belangrijkste) werd ons afhandig gemaakt door de monarchie. Een belangrijk deel van de Belgische soevereiniteit werd uitgeoefend door een instituut dat noch formeel, noch concreet ontstaan is uit de soevereiniteit van het volk. Sinds 1831 is het sociaal Contract in België ongeldig gemaakt.

De ministers van de regering Pierlot waren geen lakeien. Zij hadden hun kleine kanten, maar ook heel wat moed en inzicht. Maar voor en tijdens de oorlog hebben ze zich ten opzichte van de koning als kleine kinderen gedragen. Ze vreesden - zelfs nog in 1944 ! - , bij hun terugkeer uit Londen, voor hun aanhouding of hun ontslag (zie Velaers en Van Goethem). Amper een paar dagen voor mei 1945 kwam vanuit het Waalse land het heftige verzet tegen Leopold III tot stand. Niet dankzij de burgerij of de syndikale en politieke leiders, maar vanuit het volk zèlf. Deze koning, die begin mei bevrijd werd, slaagde er maar niet in om terug te keren naar het land en nog minder om een regering te vormen omdat alle ministers van de toenmalige regering Van Acker wisten, en het hem ook zegden, zelfs de katholieken, dat van zodra hij het land zou binnenkomen er onvermijdelijk bloedige rellen zouden uitbreken.

Deze rellen zouden uitgelokt zijn door het wallonië van de arbeiders en van de weerstanders die ze ook daadwerkelijk uitlokten in 1950. Het was dit Wallonië dat een Weerstandsorganisatie gevormd had dat de naam kreeg van "Onafhankelijkheidsfront".

Dit Wallonië droomde er dus van de soevereiniteit te belichamen die door de burgerij (in 1830) was opgegeven en door Leopold III was verraden (na 1940 of reeds daarvoor: hoe kan men neutraal blijven tussen een nazi-staat als Duitsland en democratische staten als Engeland en Frankrijk ?).

Om deze redenen ben ik een republikein. Ik verheerlijk hier niet Wallonië tegenover Vlaanderen, ik raak geëxalteerd door één moment uit de geschiedenis van Wallonië en plaats dit tegenover de huidige lafheid van de Franstalige en Waalse leiders die niet de durf en de moed hebben van de Volksunie om voor het republikeinse model te kiezen. Ik weet wel dat de Volksunie uiterst voorzichtig gebleven is. Maar het woord republiek is gevallen en dat is niet niets.

Want het is de idee zèlf van de soevereiniteit (zelfs in het Europese kader dat nooit meer gewelddadig of oorlogszuchtig kan zijn, maar waar de conflicten zullen blijven bestaan) die hier verkondigd wordt. België wordt verworpen. Het is de waardigheid die men vooropstelt. Het wezenlijke element van de staatkunde.

België aanvaardt niets : noch zijn glorie noch zijn schande. Dat het barst ! Laat het land ten onder gaan dat geen pardon vraagt aan de Joden om hen te hebben opgejaagd, daar waar de Fransen (president Chirac en de gemijterden) het wel doen.

Moge het land verdwijnen dat niet in staat is om berouw te betonen omdat het altijd onschuldig wil zijn (denk maar aan Ruanda), dat noch het goede noch het kwade aankan. Moge dit onmenselijk, want onverantwoordelijk land ten onder gaan. En snel. Vlaming of Waal gehecht aan Vlaanderen of Wallonië, - en vooral als we progressieven zijn, vooral als we voorstanders zijn van de Cité en niet van het Kapitaal,vooral als we willen dat de vreemdelingen zich integreren en dat de natuur gerespecteerd wordt - wij moeten niet denken dat wij enkel maar Vlamingen of Walen zijn omdat we van Vlaanderen of van Wallonië houden.

Vlaanderen of Wallonië willen, is de Republiek willen, en meteen ook de verantwoordelijkheid in de tijd en de geschiedenis opnemen. Zo wij het monarchistische België niet uit ons hart bannen, dan zullen we alleen maar blijven stilstaan bij wat Clément Pansaers, de Waalse schrijver en dadaïst, "de kleine verouderde Belgische waarheid" noemde. Mijn grote vrees is dat wanneer Vlaanderen en Wallonië autonoom zullen worden, zij beiden opnieuw België zullen maken en opnieuw de Republiek zullen negeren.

Wat de Volksunie heeft gedaan is een stap in de goede richting voor de Vlaamse beweging, maar ook een signaal voor de Walen die altijd al diep overtuigde republikeinen waren en zijn. En dat het de hoogste tijd is om dit signaal op te volgen. Men moet zich dan ook afvragen wat de idee van de soevereiniteit nog kan creëren, zelfs al is dit idee vruchtbaar gebleken.

(vertaling Geert Orbie / Hendrik Carette)

P.S. : De gedachte dat de Staat rechtvaardig is zonder het zelf te willen, buiten elke referentie naar een moraal of een religie, is volgens G. Mairet in Le principe de la souveraineté (coll. Folio, 1997), de fundamentele bijdrage van machiavelli, maar ook van denkers die hem tot op heden opvolgden. Volgens deze auteur is het grote moderne probleem dat een Staat, de nazi-staat, zich tegen de diepe staatsnatuur gekeerd heeft, niet door uit eigenbelang een gewelddadige of onderdrukkende rol te spelen, maar door gewoonweg crimineel te zijn door de volkerenmoord op de joden.