Nummer 35


Vlaamse beweging | maart 1998


Racisme: een element in de relaties tussen Vlamingen en Franstaligen (Rudi Coel)<< Nummer 35

Onder deze provocerende titel organiseerde de MRAX (Mouvement contre le Racisme, l'Antisémitisme et la Xénophobie) en het Centrum voor de studie van het Nationalisme op zaterdag 7 maart 1998 een colloquium in Brussel. In de voormiddag lichtten een zevental sprekers vanuit verschillende invalshoeken (historisch, filosofisch...) het Belgo-Belgisch conflict en het eventueel daarin aanwezige racisme toe. Na de middag werden er rond een viertal thema's (onderwijs, media, cultuur en Brussel) werkgroepen georganiseerd. Meervoud was erbij, zo blijkt duidelijk uit onderstaand verslag.

Alhoewel het publiek in meerderheid Franstalig en ongetwijfeld belgicistisch ingesteld was, zou het toch een te simplistische voorstelling van zaken zijn te beweren dat het hier om een handige poging van belgicisten ging om de Vlaamse beweging te culpabiliseren door ze in het verdomhoekje van het racisme te duwen.
Natuurlijk kreeg Luc Van den Brande ervan langs, maar ook José Happart, Jean-Maurice Dehousse en het FDF werden niet gespaard.
Serge Govaert van het CRISP trachtte in zijn tussenkomst uitvoerig aan te tonen dat het actieplan van de Vlaamse regering voor Brussel onmogelijk als een daad van agressie beschouwd kan worden. Hij argumenteerde ook dat wie begaan is met het voortbestaan van België een zekere flamandisation (waarmee hij de stijging van het aantal Nederlandstaligen in Brussel bedoelde) moet toejuichen.
Dit zijn nu niet bepaald geluiden die men in de Franse pers of uit de mond van Franstalige Brusselse politici zal vernemen. In de werkgroep onderwijs viel een pleidooi te horen voor een veralgemeende tweetaligheid, waarbij ik toch niet aan de indruk kan ontkomen dat men het moeilijk had toe te geven dat dit probleem zich vooral aan Franstalige kant voordoet.
Hoe het gesteld is met het respect van de Franstaligen voor onze taal bleek uit een onderzoek van Laurence Mettewie (ULB). Zij deed een attitude-onderzoek bij Franstalige adolescenten, waaruit naar voren kwam dat zij het Nederlands maar liefst met 90% negatieve adjectieven duiden (regionalistisch, niet interessant, enz...)

Net zoals de ondertekenaars van de oproep Gedaan met de nationalistische dwaasheid, diezelfde dag in Le Soir en De Standaard gepubliceerd, begaan de initiatiefnemers echter de fout het diaboliseren van de "Andere" als oorzaak van alle problemen af te wijzen, maar ondertussen zelf het nationalisme te diaboliseren als hoofdschuldige voor het scheeflopen van het Belgische 'multiculturele' samenlevingsmodel. Zoiets getuigt van een verregaande domheid of van intellectuele oneerlijkheid. Denken dat het volstaat als het ware het nationalisme aan te pakken om de communautaire spanningen op te lossen, is al even belachelijk als menen het racisme te laten verdwijnen door het Vlaams Blok te verbieden.
Oorzaak en gevolg worden hier immers door mekaar gehaspeld. Het (Vlaams-)nationalisme is net het gevolg van het falen om het samenleven van Nederlandstaligen en Franstaligen op basis van gelijkheid en wederkerigheid te organiseren. Mensen als Ludo Dierickx (ex-Agalev, thans SP) en Anne Morelli (perfect tweetalig Frans-Italiaans) zijn er blijkbaar van overtuigd dat het samenleven van verschillende volkeren in één staat per definitie goed is, terwijl het er net om gaat hoe die volkeren samenleven.

Dierickx cs. willen ons doen geloven dat nationalisten diegenen zijn die vinden dat elk volk per sé zijn eigen staat moet hebben. Dit is een bewust verkeerde voorstelling van de feiten. Het (volks-)nationalisme bestaat niet in het luchtledige, maar is het gevolg van de vaststelling dat een bepaald volk zich niet kan ontplooien binnen een bestaand staatskader. Nationalisten willen de grenzen van de staat met die van het volk laten samenvallen, omdat de meeste staten (Frankrijk, Engeland, Italië, Servië enz.) hardnekkig probeerden en proberen de grenzen van het volk met die van de staat te laten samenvallen, m.a.w. de sociologische en/of numerieke minderheden te homogeniseren.

Wanneer Anne Morelli in haar slottoespraak argumenteert dat er belangrijker problemen zijn dan de 'linguïstische' (en daarmee dus impliciet de communautaire tegenstellingen tot 'valse' problemen herleidt), bewijst zij net als de 60 ondertekenaars van de oproep in de kranten niets, maar dan ook niets van de Belgische ziekte begrepen te hebben. In een staat met twee grote taalgemeenschappen is het vraagstuk van de talenkennis en het taalgebruik namelijk de kern van het samenlevingsprobleem. In tegenstelling tot wat Morelli en medestanders beweren wordt het probleem niet opgelost door te beweren dat het geen probleem is. In tegenstelling tot wat Geert Van Istendael en companen beweren is de faciliteitenoorlog geen klucht, maar legt deze juist de vinger op de wonde. Het (Vlaams-) nationalisme en het independentisme zijn immers de afgeleide van de onwil van de Franstaligen om de prijs van het multicultureel samenleven te betalen, nl. het respect voor de taal en de identiteit van de 'Andere'. Zij zijn de verantwoordelijken voor het uiteenspatten van België.

'Filosoof' Dieter Lesage stond er tijdens het colloquium op zijn tussenkomst in het Frans te houden. Terwijl duizenden Vlamingen zich dag in dag uit verplicht zien Frans te spreken omdat hun medeburgers hun taal niet machtig zijn, hadden hijzelf en Ludo Dierickx het ongelooflijke lef zijn geste voor te stellen als een bewijs van politieke moed (sic). Lesage vond het zelfs nodig de bekende uitspraak van John F. Kennedy ("Ich bin ein Berliner") te parafraseren door te hopen dat in de nabije toekomst veel Vlamingen samen met hem zouden durven stellen "Moi aussi je suis un francophone". Doctor Lesage zou beter zijn ogen richten op het heden. Het is de fout van België dat veel Vlamingen (zoals de burgemeester van Linkebeek) zeggen dat ze francophone zijn en hun nieuwe identiteit zo sterk beleven dat ze het nodig vinden faciliteiten te eisen in het landsdeel waarvan ze zelf afkomstig zijn.

Jan Reynaers (Belgische Progressieve Socialisten), kabinetschef van het Gouvernement van de adjunct-gouverneur van Vlaams-Brabant, bleek tijdens het colloquium zelfs niet eens te weten dat de kennis van het Frans door het 'onverdraagzame' Vlaanderen verplicht werd gesteld.

Aan het slot van het colloquium werd ook het bestaan van een Belgo-Belgische webstek aangekondigd (http://belgobel.linkline.be). Daarin kunnen we lezen dat de initiatiefnemer "comme de nombreux francophones" slechts "à ce jour une connaissance très passive du néerlandais" heeft, wat verklaart dat "certaines pages du site BELGOBEL soient parfois plus développées en français qu'en néerlandais". Sic!

Toch hebben de heren Van Istendael, Lanoye of Benno Barnard nog het lef om te stellen dat "de nieuwe Belgische staat tolerant, pluricultureel, open voor de inbreng van zijn migrantengemeenschappen een voorbeeld (kan) zijn voor een Europa dat ten prooi valt aan de opgang van etnische micro-nationalismen". Resic!