Nummer 36


Invoering euro: het einde van een tijdperk | april - mei 1998


1453-1998 (Antoon Roosens)<< Nummer 36



Het is best mogelijk dat 1998, het jaar van de beslissing tot invoering van de euro, later in de geschiedenis dezelfde historische betekenis krijgt als het jaar 1453. De verovering van Constantinopel door de Turken in dat laatste jaar wordt meestal beschouwd als het symbolisch einde van een historisch tijdperk, de Middeleeuwen, en het begin van de Moderne Tijden. Van dan af en gedurende meer dan vijf eeuwen, werd de wereldgeschiedenis gekenmerkt door het ontstaan, de bloei en het verval van de natie-staat, de politieke expressie van het nationaal-kapitalisme.

Met de beslissing tot invoering van de euro, in mei 1998, komt deze belangrijke epoque tot een symbolisch einde.

De politieke leiders van 11 Europese landen verzaken hiermee ostentatief aan het principe van de nationale soevereiniteit, als basis van de economische en politieke ordening van de maatschappij. Hiermee loopt het tijdperk van het nationaal-kapitalisme ten einde, en treden we het tijdperk binnen van het mondiaal-kapitalisme... en van de anarchie.

Ongetwijfeld zal de natie-staat nog vrij lange tijd het geografisch kader blijven waarbinnen een aantal politieke beslissingen tot stand komen. Maar deze 'nationale' beslissingen kunnen van nu af nog slechts een marginaal belang hebben. Over de essentiële dingen, over alles wat te maken heeft met de economie en dus met de aanwending en de verdeling van de financiële middelen (het maatschappelijk surplus-product, zouden de marxisten zeggen), zal voortaan niet meer worden beslist door de democratisch verkozen en dito gecontroleerde vertegenwoordigers van het volk. Wel door anonieme exponenten van de mondiale industrie en de internationale groot-financie, die aan niemand verantwoording verschuldigd zijn.

*
* *

Deze uitschakeling van elke democratische controle op het economisch gebeuren is niet het resultaat van een ideologische perversie. Het is een wezenlijke vereiste opdat het mondiaal kapitalisme, in de huidige stand van wetenschap en technologie, zou kunnen overleven en zich verder zou kunnen ontwikkelen. Het is precies om vrij spel te geven aan het kapitaal, dat de natie-staat moet verdwijnen.

De veel verspreide opvatting, dat de euro niet zou beantwoorden aan een economische doelstelling, maar slechts bedacht werd als middel om een politiek eengemaakt Europa te realiseren, is onjuist en naïef. Het ligt geenszins in de bedoeling van de machten die achter de euro staan, om de politieke controle op de economie - die met de euro wordt afgeschaft op nationaal vlak - te herstellen op het pan-Europese vlak. Er komt geen nieuwe, Europese natie-staat, ook indien een dergelijke utopische nonsens politiek realiseerbaar zou zijn, quod non. De euro beantwoordt wel degelijk aan een - zorgvuldig verzwegen - economische doelstelling: de ongehinderde groei van het mondiaal kapitalisme.

*
* *

De beslissing tot invoering van de euro wordt genomen in een klimaat van doffe apathie of nauwelijks verholen vijandigheid van de bevolkingen. Deze werden onderworpen aan een intense campagne van systematische desinformatie. Enkele bescheiden pogingen tot oppositie niet te na gesproken - vooral dan in Frankrijk - kwam er rond de euro geen open en eerlijk debat tot stand in leidende kringen. Dit is kenschetsend voor een politiek regime dat niet langer geleid wordt door een nationale klasse, die de strategische belangen van de bevolking tot de hare heeft gemaakt.

Niet alleen in België - waar het proces het verst gevorderd is - maar in alle euro-landen heeft de mondialisatie van de grootnijverheid en de deregulatie van de kapitaalmarkten geleid tot de geleidelijke verdwijning van de nationale bourgeoisie, als leidende klasse. De politieke machine, in al deze landen, wordt ongetwijfeld aan de top gecontroleerd door de discrete bezitters van de industrieel-financiële wereldconglomeraten. Maar geen enkele partij incarneert nog een echte leidende klasse. Zoals in het oude Byzantium is de staatsmacht vrijwel overal in handen gevallen van een aantal min of meer corrupte kliekjes, die onder elkaar met alle middelen - politieke moord inbegrepen - vechten om de controle over, en de plundering van de staatskas.

Een dergelijke politieke klasse voert geen openbaar debat meer over de grote beleidsopties. Zij dingt slechts naar de gunst van het plebs dat opzettelijk misleid wordt en, zo mogelijk, zoet wordt gehouden met 'brood en spelen'.

*
* *

Tenminste zolang er 'brood' is. Want de opgeklopte euforie rond de euro zou wel eens van korte duur kunnen zijn. Dit geldt in de eerste plaats voor België en Italië, landen met een openbare schuld van meer dan 120% van het bruto binnenlands product. De financiële machtscentra die morgen de euro zullen controleren, hebben reeds duidelijke eisen gesteld. Beide landen moeten drastische bezuinigingsmaatregelen nemen, om de schuldgraad zo snel mogelijk in de buurt van de Maastrichtnorm van 60% te brengen.

Dehaene en consoorten bedriegen dus bewust de publieke opinie, wanneer zij het voorstellen alsof met het halen van de 3%-norm en de toetreding van België tot de euro, de economische en begrotingsproblemen opgelost zouden zijn. De serieuze problemen gaan nu pas beginnen: "attachez vos ceintures!".

Maar ook in een aantal andere euro-landen, Duitsland en Frankrijk inbegrepen, bestaan er redenen tot ongerustheid. De 3%-norm werd er nipt gehaald, mits enkele boekhoudkundige goocheltoeren, en vooral dank zij een onverwacht gunstige economische conjunctuur. Maar geen enkele ernstige economist durft vandaag zijn reputatie verbinden aan een voorspelling over de economische vooruitzichten op meer dan zes maand. Het risico is reëel dat, onder meer als gevolg van de Aziatische crisis, de economische groei binnen het jaar sterk gaat vertragen. En dan is het uit met de zegebulletins over de miraculeuze convergentie van de elf landen.

Bij een ietwat uitgesproken conjunctuurvertraging zullen de onderliggende, diepe verschillen in economische structuur tussen al deze landen, opnieuw aan het licht komen en in verschillende landen zal dat leiden tot een ernstige overschrijding van de 3%-norm. Om dan te beletten dat de euro in vrije val gaat op de internationale wisselmarkten, zullen in die landen draconische saneringsmaatregelen genomen moeten worden.

Het is precies de vrees voor een dergelijke ontwikkeling die landen als Groot-Brittannië en Denemarken buiten de euro heeft gehouden.

*
* *

Hieruit volgt meteen dat het gevaar voor implosie van de euro-zone niet slechts uit strikt economische hoek komt, maar ook en vooral van politieke aard is.

Europa is een ingewikkelde mozaïek van volkeren en ethnieën. Vele zgn. natie-staten - zoals Frankrijk, Groot-Brittannië, Spanje en België - zijn in feite multi-ethnisch. Anderen, zoals Duitsland, die mono-ethnisch zijn, tellen dan weer belangrijke minderheden van hun eigen ethnie in aangrenzende staten, zoals Oostenrijk en Zwitserland.

Nu is het een historisch verifieerbaar feit (men denke slechts aan Oost-Europa en Joegoslavië) dat elke gevoelige wijziging van de bestaande economische evenwichten onmiddellijk aanleiding geeft tot scherpe spanningen en conflicten tussen grote bevolkingsgroepen, zoals klassen en ethnieën. Hun verworven posities en interne cohesie worden immers bedreigd door die economische verschuivingen.

Ofwel slaagt de euro, en dat kan slechts door een groot aantal succesvolle en grootschalige economische structuurwijzigingen in verschillende landen. Ofwel stort hij in elkaar, en dan wordt het een economische ramp op Oost-Aziatische schaal. In beide gevallen is het voorspelbaar dat de eerstvolgende decennia de sociale en nationalistische koers in Europa snel, en wellicht gevaarlijk, zal stijgen.

Nu is het wel juist dat de geschiedenis ook aantoont dat een menselijke gemeenschap in staat is om diepe en radicale economische transformaties, met explosieve sociale en politieke conflicten, triomfantelijk te doorstaan en zelfs gesterkt uit de beproeving te komen. Dat was steeds het geval wanneer het ging om grote revoluties, zoals de Franse of de Russische. Maar daar ging het ook telkens om een revolutionaire wijziging onder de leiding van een nieuwe heersende klasse, die de enthousiaste adhesie van de gehele natie wist te verwerven voor een nieuw en begeesterend maatschappijproject.

Europa is geen natie. Het heeft geen leidende klasse. Van Andalusië tot Lapland strekt zich een hutsepot uit van uiterst verschillende culturen en civiele maatschappijen. En de euro is het tegendeel van een begeesterend en massa-mobiliserend project!

Hoelang zal dit Europa weerstaan aan de sociale en ethnische convulsies die ongetwijfeld gepaard zullen gaan met de diepe economische transformaties van de eerstvolgende decennia? De vraag is zuiver rethorisch.

*
* *

Dit alles brengt ons haast tot de wens - paradoxaal genoeg - dat de euro moge slagen... nu de dwaasheid toch is begaan.

In een vorig nummer van Meervoud schreven wij, in een commentaar op de Oost-Aziatische crisis, dat niets ons toelaat te denken dat West-Europa immuun zou zijn tegen dergelijke rampen. Een eventuele instorting van de euro is precies één van de mogelijke scenario's voor een economische implosie, zoals ook Mexico heeft meegemaakt.

Het is een feit dat het gemondialiseerde kapitalisme onvermijdelijk steeds grotere onevenwichten gaat veroorzaken, wereldwijd. De mensheid gaat naar een duistere periode van destabilisatie en convulsies op wereldschaal. Geen enkel land, geen enkel continent, is veilig. De euro, die een onderdeel is van het mondiaal kapitalistisch complot tegen de volkeren, maakt West-Europa wel bijzonder kwetsbaar. Moge de toekomst mij ongelijk geven.