Nummer 37


Nieuw-Caledonië | mei - juni 1998


Een primeur: Frankrijk erkent de Kanaken als 'volk' (Geert Orbie)<< Nummer 37

Op 21 april tekenden vertegenwoordigers van het FLNKS (Front National de Libération Kanak Socialiste), van de RPCR (Rassemblement pour la Calédonie dans la République), die de blanke gemeenschap vertegenwoordigt en van de Franse regering in Nouméa, hoofdstad van Nieuw-Caledonië, een akkoord dat voorziet dat deze eilandengroep binnen vijftien tot twintig jaar over zijn volledige soevereiniteit zal beschikken. De tekst legt "de basis voor een burgerschap van Nieuw-Caledonië", dat gedeeld zal worden door Kanaken en blanken, en organiseert een "progressieve", maar "onomkeerbare" overheveling van bevoegdheden van de Franse staat naar dit land in de Stille Zuidzee, dat "een internationaal statuut met volledige verantwoordelijkheid" zal verwerven.

Dit akkoord volgt op dat van Matignon van 26 juni 1988, gesloten door toenmalig premier Michel Rocard, FLNKS-leider Jean-Marie Tjibaou en RPCR-voorzitter Jacques Lafleur, een akkoord dat voorzag in een referendum over zelfbeschikking in 1998. Dit akkoord noodzaakt een wijziging van de Franse grondwet en breekt met een republikeins dogma dat "elk onderscheid tussen Fransen" (sic) verbiedt.

De meeste lezers van Meervoud hebben waarschijnlijk voor de eerste keer van Nieuw-Caledonië gehoord toen in april 1988 een commando van het FLNKS de gendarmerie-post van het eiland Ouvéa poogde te bezetten. De gendarmes verweerden zich, vier van hen kwamen om het leven, twee raakten gewond en de overige 27 werden gegijzeld. Enkele weken later lanceerden Franse elite-troepen Operatie Victor om de gendarmes uit de grot van Gossanah te bevrijden. Negentien FLNKS-strijders werden gedood, waarvan verscheidene nadat ze zich reeds hadden overgegeven. Ondanks deze bloedige afloop stuurde de Franse premier Rocard reeds twee weken later een dialoog-missie naar de eilandengroep, die uiteindelijk zou zorgen voor het totstandkomen van bovenvermelde akkoorden van Matignon.

Een stukje geschiedenis

Nieuw-Caledonië werd een deel van Frankrijk op 24 september 1853. Aanvankelijk werd het eiland vooral gebruikt als deportatie-oord. Galeiboeven (40.000) en politieke gevangenen (4.300) vormden de eerste blanke kolonie. In 1877 maakte de gevangenispopulatie al meer dan het dubbele uit van de oorspronkelijke Kanaakse. Een volkstelling tien jaar later echter gaf aan dat de 45.000 Kanaken 68% van de bevolking uitmaakten. Zij werden verplicht in reservaten te leven, konden zich niet vrij verplaatsen en hadden natuurlijk geen stemrecht. Dat zou pas in 1945 aan een deel van hen (1444 op 9500 potentieel stemgerechtigden) verleend worden.

In 1898 en 1917 waren opstanden van de autochtonen reeds bloedig onderdrukt geworden. In 1957 genoten eindelijk alle Kanaken van stemrecht. Het jaar daarop opteerde de Assemblée territoriale voor het statuut van TOM (Territoire d'Outre-Mer), op een ogenblik dat alle Franse kolonies in Afrika voor autonomie en uiteindelijk onafhankelijkheid kozen. Door massieve Europese immigratie maakten de Kanaken vanaf 1963 niet meer de meerderheid op hun eiland uit. De eerste Kanaken die universitair onderwijs genoten hadden, namen vanaf 1969 het voortouw in de strijd voor het bestaan en de cultuur van hun volk.

Moderne Kanaakse beweging

Het cultureel festival Melanésia 2000, dat georganiseerd werd door Jean-Marie Tjibaou, vormde de geboorte-akte van het hedendaags collectief Kanaaks bewustzijn. Dit leidde bij de verkiezingen in 1979 tot 35% van de stemmen voor een onafhankelijkheidslijst en in 1984 tot de oprichting van het FLNKS. Van dan af werd de sfeer tussen de autochtonen en de blanken grimmiger en vielen er bij schermutselingen aan beide zijden slachtoffers. De Fransen zijn vooral geconcentreerd in de hoofdstad, terwijl de Kanaken de meerderheid vormen in de rest van het land.

Wanneer rechts in 1986 aan de macht kwam, schroefde het onmiddellijk elke vorm van autonomie terug. Het Statut Pons (1987) voorzag zelfs in het terugdrijven van de Kanaken in reservaten, die dan militair bewaakt zouden worden. Dit leidde tot een escalatie die zou uitmonden in het bloedbad van Ouvéa. De nieuwe socialistische regering van Michel Rocard ging veel bedachtzamer te werk en wist de gemoederen te bedaren. In een referendum in november 1988 spraken 80% van de Fransen hun goedkeuring uit voor de akkoorden van Matignon. In de jaren die volgden stemde de leider van de blanken aan de Kanaken voor om via onderhandelingen te komen tot een voor iedereen aanvaardbare oplossing, in plaats van in 1998 te komen tot een verscheurend referendum. De Kanaakse politici aanvaardden dit voorstel, wat uiteindelijk leidde tot de akkoorden die recent ondertekend werden.

Volk

Hiermee doet de notie 'volk' (ethnie) zijn intrede in de Franse grondwet, want het Kanaaks gewoonterecht en een Kanaakse senaat worden erkend. Bij verkiezingen zullen bovendien niet alle burgers kunnen stemmen, maar enkel zij die gedurende meer dan twintig jaar onafgebroken op het eiland gewoond hebben of er geboren zijn, of zij die elders wonen, maar van wie minstens één van beide ouders daar geboren is. Met andere woorden: er wordt een onderscheid gemaakt tussen 'echte' Caledoniërs en andere. Du jamais vu in Republikeins Frankrijk. Het nieuwe arbeidsrecht is al even kenschetsend, want oorspronkelijke bewoners zullen bij jobaanbiedingen bevoordeeld worden en de vestiging van niet-Caledoniërs als zelfstandige kan beperkt worden. Uiteindelijk zal in 2013 in een referendum gestemd worden over het internationaal statuut van het eiland.

De ogenschijnlijk discriminerende premissen dienen begrepen te worden in het kader van de 'schaduwen van de koloniale periode' die in het akkoord worden erkend. Op deze wijze poogt men het onrecht tegenover de oorspronkelijke bevolking enigszins goed te maken. Elke analogie met de 'préférence nationale' van het Front National dat, hoeft het gezegd, een felle tegenstander van dit akkoord is, of het 'eigen volk eerst', is dus louter schijn.

Misschien opent dit akkoord echter wel perspectieven voor Basken, Bretoenen, Corsicanen en andere volkeren in de Franse staat.