Nummer 37


Interview | mei - juni 1998


Walter Kerckhove, burgemeester van Ronse (SP): "De Franstaligen bijten hier hun tanden stuk!" (David Vits)<< Nummer 37

Het faciliteitendebat werd nieuw leven ingeblazen na de rondzendbrief van de inmiddels in Franstalig België berucht geworden minister Leo Peeters. In één van de vorige nummers van Meervoud zetten we het nog eens allemaal op een rijtje: ons faciliteiten-overzicht. Nu gingen we het terrein verkennen. Dit resulteerde alvast in een gesprek met de burgemeester van de Oost-Vlaamse faciliteitengemeente Ronse, Walter Kerckhove (SP). Kerckhove staat al meer dan dertig jaar in het onderwijs, zowel in Ronse als in Moeskroen. Toen hij op de kabinetten van Claes en Callewaert werkte had hij ook al te maken met de taalkwestie in Voeren. Thans is hij schoolhoofd van de Ronsense gemeenschapsschool, met een Nederlandstalige en een Franstalige afdeling: de faciliteitenklassen. Daardoor bezet hij de twee sleutelposities die doorslaggevend zijn voor de manier waarop in Ronse de faciliteiten worden toegepast: het onderwijs en de administratie.

- Hoeveel Franstaligen zijn er naar schatting in Ronse, en wie zijn dat?

Walter Kerckhove: Met de laatste talentelling kwam men precies aan de 30% die nodig waren om een bijzonder taalstatuut te verkrijgen. Dit kwam omdat de patrons Franstalig waren, en omdat er heel wat Nederlandstalige arbeiders waren die onder druk van hun baas verklaarden dat ze Franstalig waren. Sedert de talentellingen zijn afgeschaft hangt het aantal Franstaligen voornamelijk af van wie ze telt. Beschouwt men de identiteitskaarten als norm, dan zijn het er 25%. Wie zijn dat dan? Vooreerst heb je de oude liberale burgerij van Ronse, in feite zijn dat Fransvoelende Vlamingen. Een tweede belangrijke groep zijn de Tunesiërs die sinds 1965 op vraag van de werkgevers hierheen zijn gehaald, voornamelijk uit het textielgebied Souche-Monastir. Die mensen hebben zich geïntegreerd in de Franstalige gemeenschap. Zij hebben zich eigenlijk goed geïntegreerd en stellen het wel. Maar sinds een tiental jaren is er een migratiebeweging geweest van Marokkanen uit Brussel. Hun integratie verloopt heel wat moeizamer omdat zij met tal van misvattingen naar Ronse zijn gekomen. Zeer recent stellen we dan een toenemende immigratie vast van kansarme Walen.

- U bent van mening dat de nieuwkomers zich in de Nederlandstalige gemeenschap moeten integreren.

Walter Kerckhove: Ons beleid is daarop gericht. We stellen immers vast dat wie geen Nederlands kent grote problemen ondervindt op de arbeidsmarkt. Wie in Wallonië universitair onderwijs volgt zal wel een baan vinden in Wallonië. Maar de grootste groep kansarmen in Ronse zijn zij die geen Nederlands kennen. Tot vorige week was er 13% werkloosheid (door een failliet van een bedrijf waarbij 272 arbeiders op straat komen zal dit nu stijgen tot 20%). Dat zijn dus voor een groot stuk Franstaligen.

- Kunt u het even hebben over de groep Marokkaanse inwijkelingen?

Walter Kerckhove: Die Marokkanen komen uit Brussel hierheen, omdat het hier rustiger is, omdat ze denken hier gemakkelijker aan werk te geraken, en vooral omdat ze hier hun kinderen naar de Franstalige klassen denken te kunnen sturen. Ze denken dat Ronse Brussel in het klein is. Bovendien heeft Ronse als arbeidersstad zeer veel sociale woningen. De vroegere arbeiders hebben de stadskern echter verlaten en de kleine arbeidershuisjes waren voor een appel en een ei te koop, en zijn opgekocht door Marokkanen. Die betaalden cash en het blijkt zelfs dat zij renteloze leningen kunnen krijgen. Het gaat in totaal om zo'n 1600 mensen op een totaal van 25.000 inwoners. Deze migratiebeweging is nu aan het verminderen.

- U vindt dat zij hun kinderen naar de Nederlandstalige school moeten sturen.

Walter Kerckhove: Ik heb uiteraard niets tegen de Magrebijnse gemeenschap, maar als ze naar Ronse komen ben ik de mening toegedaan dat ze zich moeten integreren in de Vlaamse gemeenschap. Trouwens, de taalwet van 1963 voorziet dat men in het Franstalig (faciliteiten-)onderwijs terecht kan (kleuter- en basisonderwijs) op twee voorwaarden: ten eerste dat men hier gedomicilieerd is, en ten tweede dat men een taalverklaring aflegt waarbij men verklaart dat de huis- of gebruikelijke taal het Frans is. Bij de Marokkanen is de huistaal meestal het Berbers - soms het Arabisch. Dus moeten die kinderen naar het Nederlandstalig onderwijs. In het verleden is dat praktisch nooit gebeurd. Sedert jaren probeer ik daar met man en macht iets aan te doen, en nu sedert een drietal jaren slaag ik daarin.

In de Franstalige afdeling zorgt de aanwezigheid van Magrebijnen voor een ernstige daling van het onderwijspeil. Er zijn klassen met 60% of meer niet-Belgen. In het vrij onderwijs gaat het zelfs tot 80%.

In de Nederlandstalige afdeling, waar meer leerlingen zijn, is het aantal vreemdelingen procentueel veel lager. De opvang is hier doenbaar, en dit is des te meer het geval wanneer ze vanaf de kleuterschool Nederlandstalig onderwijs hebben genoten. Dat besef begint nu door te dringen. Wij stimuleren dit uiteraard met gunstig gevolg.

Overigens stuurt ook de Franstalige Ronsense burgerij haar kinderen nu meer en meer naar het Nederlandstalig onderwijs. Dit onderwijs levert immers zeer goed tweetalige leerlingen af. Thuis blijven ze verder Frans spreken en vanaf dertien jaar krijgen ze Engels. Maar ook het verschijnsel dat men in Brussel kent: de vlucht voor de overtallige Magrebijnse aanwezigheid in de Franstalige klassen speelt hier een rol.

- Na de lagere school moeten de kinderen volgens u sowieso naar het Nederlandstalig middelbaar onderwijs.

Walter Kerckhove: In de Nederlandstalige klassen krijgt men vanaf het derde leerjaar 3 uur Frans en vanaf het vijfde leerjaar 5 uur Frans. In de Franse klassen heeft men vanaf het derde 4 uur Nederlands en vanaf het vijfde leerjaar 8 uur Nederlands. Dat is een bewijs dat in de geest van de wet die kinderen na de lagere school naar het Nederlandstalig onderwijs zouden gaan. Dat onderschrijft de stelling van Leo Peeters dat dit als overgangsfase bedoeld is. Zo is het ook ingeschreven in de wet van 1963.

Maar in 1964 al heeft men in de dichtsbijzijnde gemeente over de taalgrens, Anvaing, waar men dus niet verplicht was Nederlands te geven, een atheneum gebouwd in een agrarisch gebied. Deze school was voornamelijk bedoeld om de Franstalige kinderen van Ronse na de lagere school op te vangen.

Men heeft de geest van de wet dus niet gevolgd. Ik heb gedaan wat ik kon om deze kinderen toch naar het Nederlandstalig middelbaar onderwijs te laten gaan. We slagen daar momenteel voor een derde in.

- In de faciliteitengemeenten rond Brussel is het versterkt Nederlands ook voorzien, maar we stellen vast dat daar knutselen wordt gegeven in de les Nederlands.

Walter Kerckhove: Hier is dat niet zo. We volgen het op de voet. Met het sociaal impulsfonds besteden we heel wat geld om huistaakbegeleiding te doen in het Nederlands. Ook de extra lesuren in het kader van onderwijsvoorrangsbeleid en NT2 (taalbegeleidingspakketten 'Nederlands als tweede taal') worden maximaal benut. Bizar genoeg realiseert de Nederlandstalige afdeling gemakkelijker een tweetaligheid dan de Franstalige.

Sedert enige tijd laten we de kinderen van Nederlands- en Franstaligen samen op de speelplaats. Voorheen was dat niet het geval. Toen was het hier iedere dag 1302!

Degenen die toch het Franstalig onderwijs over de grens volgen, blijven Nederlandsonkundig. Zo maken ze geen enkele kans om in Ronse aan de bak te geraken. Hier op de administratie bijvoorbeeld moet men een taalexamen afleggen. Het besef dat Nederlandsonkundigheid een handicap is begint dus wel door te dringen. Vandaar ook de trendbreuk.

- Maar uw beleid wordt ook nu nog gesaboteerd.

Walter Kerckhove: Sedert kort hebben de Franstalige scholen (zowel gemeentelijk, vrij en Frans Gemeenschapsonderwijs) over de grens het initiatief genomen om 12 bussen uit te sturen die in Ronse huis aan huis kinderen ophalen. Twee jaar geleden, de eerste keer dat het gebeurde en toen de leerplicht nog op het stadhuis gecontroleerd moest worden, kwamen we aan een 300 leerlingen die huis aan huis opgehaald werden. Ik heb dat aangevochten bij de minister van onderwijs, bij Baldewijns, ik heb de bussen laten verbaliseren, enz. enz. En we zijn nog altijd even ver.

Dit is onaanvaardbaar. Temeer daar wijzelf geen bussen mogen inleggen om kinderen huis aan huis op te halen.

Die Waalse schooltjes doen dat ook niet om Ronse te verfransen, hoor, maar om zichzelf in stand te houden. Door de maatregelen van Onkelinckx zouden er anders heel wat van die scholen afgeschaft worden wegens een tekort aan leerlingen. Er zijn zelfs scholen die gratis maaltijden aanbieden. Dat is een onaanvaardbare oneerlijke concurrentie. En dat is ten nadele van de kinderen: ze zullen geen Nederlands leren en geraken hier nooit aan werk.

Ik ben de eerste om Magrebijnen die goed Nederlands spreken aan te werven in de openbare dienst. Men kan ons geenszins verwijten racistische neigingen te hebben. Op mijn school zijn er verschillende. Dat betekent trouwens een stimulus voor de andere.

- U heeft NT2-omkadering gevraagd voor de Franstalige afdeling, terwijl die bedoeld is voor Nederlandstalige scholen met veel anderstaligen.

Walter Kerckhove: Ja, die is dan ook geweigerd. Ik heb het aangevraagd voor het vrij onderwijs. Nu, we moeten eerlijk zijn: ik krijg wel omkadering van de Franse gemeenschap voor het Nederlands.

Met de Walen is het wel soepel werken. Als ik bijscholing nodig heb voor mijn leraars Nederlands krijg ik die, en als ik daarvoor een Vlaming aanwijs vormt dat geen enkel probleem.

De onderwijsinspectie daarentegen is rampzalig. Die Waalse inspectie komt en kent geen gebenedijd woord Nederlands. Ze durven dan ook haast de klassen niet binnen te gaan. Die inspectie vloeit voort uit een protocolakkoord van 1974. Ik heb de minister van onderwijs al verschillende keren voorgesteld om de Nederlandse taallessen in de Franse klassen te laten controleren en begeleiden door de taalinspectie. Maar men is daar nooit op ingegaan. Het loopt daar nu goed fout met de taalinspectie: de hoofdtaalinspecteur is met pensioen gegaan maar is nooit vervangen. Die hadden practisch geen werk, maar juist zij hadden deze taak kunnen uitvoeren: het controleren van de les Nederlands in de Franse klassen. De gewone - pedagogische - inspectie is daar niet toe bij machte.

- Hoe zit het met de toepassing van de administratieve faciliteitenregeling?

Walter Kerckhove: Minister Peeters is hier maanden geleden eens geweest. Het schijnt mij toe dat de circulaire die hij heeft ontworpen de resultante is van wat hij hier ervaren heeft.

Ik ben hier acht jaar cultuurschepen geweest, en ben burgemeester sedert deze legislatuur. Vanaf het begin wordt er een informatieblad uitgeven. Dat wordt in het Nederlands uitgegeven door een privé-uitgever. Uiteraard kan ik van deze man met de beste wil van de wereld niet verlangen dat hij dat ook in het Frans zou doen. Continu zijn er klachten bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht. Het is echter mijn schuld niet dat dat in het Nederlands uitgegeven wordt. Een andere zaak waar ik voor heb gezorgd zijn de straatnaamborden: daar is de Nederlandse tekst groter dan de Franse. Er is geen enkele wet die ons zulks verbiedt. De burgemeester van Sint-Genesius-Rode zei me dat die borden onleesbaar zijn voor de Franstaligen. Daarop heb ik geantwoord dat die mensen te vlug rijden. In de centrale hal van het stadhuis is ook alles in het Nederlands en het Frans aangeduid. Verder in het gebouw is het enkel in het Nederlands.

- Voert u dan ook een 'niet-repetitief' faciliteitenbeleid?

Walter Kerckhove: Inderdaad, bijvoorbeeld voor de veiligheidsmonitor (de federale criminaliteitsstatistieken) moest er een steekproef gehouden worden bij 700 Ronsense burgers. De politiecommissaris had een tweetalig formulier ontworpen. Ik heb hem gevraagd om eentalige formulieren te maken in het Nederlands, met onderaan de vermelding dat een Franstalig formulier op aanvraag te krijgen was. Zo kwamen er 42 reacties binnen.

- En voor de documenten die jaarlijks opnieuw verstuurd worden, zoals de belastingkohiers?

Walter Kerckhove: Wel, die moeten zij telkens opnieuw in het Frans aanvragen. Wij passen de circulaire van Peeters toe. We deden dat vroeger al voor heel wat zaken. Maar in de toekomst zullen we dat voor alle stukken toepassen.

Nu moet u weten dat, wat de financiën, de belastingen betreft, al meer dan tien jaar, het aantal Franstalige aanvragen zeer beperkt is: het gaat om 6 % van het totaal.

- In de faciliteitengemeenten rond Brussel past men de taalcode van het Rijksregister toe, om steevast ieder in zijn taal te benaderen.

Walter Kerckhove: Dat is natuurlijk arbitrair. Net als bijvoorbeeld de identificatieplaatjes van het leger: toen ik mijn legerdienst deed kreeg ik er ook eentje met een 'k' van katholiek, terwijl ik vrijzinnig ben.

Een vraag die ik nog aan Peeters gesteld heb is de kwestie van het huwelijksboekje. Een huwelijk wordt uiteraard indien daarom verzocht wordt in het Frans afgehandeld. Maar het huwelijksboekje - nu bestaan ze nog in het Nederlands en in het Frans - maar volgens mij hoeven die enkel in het Nederlands te zijn, en kan men een uittreksel van de huwelijksakte krijgen in het Frans. Dat moest hij nog laten onderzoeken.

- Wat is voor u het belang van die psychologische maatregelen?

Walter Kerckhove: Dat men voor eens en voor altijd moet weten dat Ronse in Vlaanderen ligt!

- Is uw beleid hier algemeen aanvaard, of manifesteren de Franstaligen zich? Zijn zij politiek georganiseerd?

Walter Kerckhove: Er zijn 27 gemeenteraadsleden. Tien SP, acht CVP, dat zijn twee groepen die uitgesproken de Vlaamse kaart trekken. Dan is er de VLD, met vier leden, die op Vlaams gebied met ons meegaan, maar als er verkiezingen zijn sturen zij al hun propaganda in twee talen. Wij en de CVP doen dat niet. Dan zijn er de Franstalige liberalen van VLD-LDR. Bij mijn weten zijn dat ook Vlamingen die Fransvoelend zijn. En dan is er één Vlaams-Blokker bij, die verkozen is uit de algemene ontevredenheid. De Volksunie is hier nooit van de grond gekomen omdat SP en CVP altijd zeer duidelijk de Vlaamse kaart speelden.

De Franstalige gemeenteraadsleden komen regelmatig tussen over taalzaken en beroepen zich dan op klachten bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht. Maar ze bijten hun tanden stuk omdat wij altijd een degelijk antwoord geven.

Ik weet wel, wij hanteren de logica van de taalgebieden, maar de Franstaligen hanteren het principe van de taalkundige meerderheid om territoriale afspraken te doen herzien.

- Hebben ze dan geen draagvlak bij de bevolking?

Walter Kerckhove: De Franstalige burgers zijn op hun hoede. De Magrebijnen laten zich veelal vergezellen door een Nederlandskundige die als tolk optreedt. Ze voelen aan dat als ze zich willen integreren in de Nederlandse gemeenschap, ze dan steun krijgen. Maar als de Franstalige burgers bij mij komen spreken ze ook Nederlands!