Nummer 38


| juni - juli 1998


De links-flamingantische intellectueel: excuus-Truus? (Christian Dutoit)<< Nummer 38

Je kan er niet naast kijken. De afgelopen maanden en jaren vallen de progressieve flamingantische intellectuelen in de prijzen. Nog maar pas werd de prestigieuze 'Orde van de Vlaamse Leeuw'-plaquette toegekend aan Ludo Abicht, voorzitter van het Masereelfonds en laten we zegggen 'vriend des huizes' van dit blad. Onze medewerker Antoon Roosens wordt voortdurend gesolliciteerd om lezingen te geven en werd door het VVB-maandblad 'Doorbraak' zelfs unilateraal uitgeroepen tot 'de Che Guevara van Vlaanderen', wat dat ook moge betekenen.

Er moet een reden zijn waarom de links-flamingantische intellectuelen - we gebruiken deze term gemakshalve - vandaag meer op de voorgrond treden dan gisteren. Akkoord, er worden de laatste jaren misschien wat meer initiatieven genomen, denken we maar aan het werk dat verzet wordt door de werkgroep 'Vlaamse beweging' van het Masereelfonds, maar dit verklaart niet alles. De traditionele Vlaamse beweging is wellicht wat geschrokken van de stigmatisering van haar organisaties door een bepaalde politieke klasse die zo haar profijt wist te trekken uit de successen van het Vlaams Blok, en gemakshalve het kind met het badwater weggooide. De afschuw voor bepaalde simplistische Vlaams Blok-oplossingen dreef heel wat welmenende Vlamingen, hierbij gestimuleerd door hun kerkelijke en wereldlijke overheden, in het andere kamp, en leerde ze meteen - mooi meegenomen - politiek correct te denken. Die - laten we ze even zo noemen - 'traditionele' Vlaamse beweging beseft echter ook wel dat ze er weinig baat bij heeft in een extreem-rechts of ultraconservatief verdomhoekje te worden geduwd, en heeft dus nood aan een min of meer herkenbare linkerzijde die een aantal van haar legitieme standpunten onderschrijft.

Anderzijds heeft een bepaalde klasse van 'Belgische' intellectuelen het ook wel heel bont gemaakt. In bepaalde kringen is het zonder meer de bon ton om te spotten met alles wat Vlaamsgezind is, laat staan Vlaams-radicaal. Op een historisch colloquium van het Masereelfonds te Gent, naar aanleiding van de voorstelling van een boekje rond tijdgenoten van Jef Van Extergem, werd enigszins meewarig gedaan over de inderdaad tragische figuur van August Borms. "Die man werd verafgood, maar heeft tenslotte nooit iets van betekenis geschreven", aldus een gekend journalist van een belangrijk politiek weekblad. Debatleider professor Eric Defoort herinnerde er de interpellant aan dat één van de tenoren van het Belgische socialisme, de heer Willy Claes, bij het afsterven van Boudewijn I, wellicht in een vlaag van treurnis, openlijk verklaarde dat hij deze laatste beschouwde als "zijn geestelijke vader". Nu kan men zich samen met Defoort alleen maar afvragen welke indringende teksten deze telg van het roemrijke geslacht van de Saksen-Coburgs dan wel geschreven heeft om te fungeren als groot licht voor een in een recent verleden nog leidend en smaakmakend sociaal-democraat. Maar goed, symbolen zijn er om een symboolfunctie te vervullen. Meer moet dat niet zijn.

Onlangs vond ik in Le Monde een oproep van 55 Franse cineasten ten voordele van een solidariteitsmanifestatie met sans-papiers. Ontroerend, en ook typisch Frans. In welk ander land zou men zich bekreunen over wat een aantal filmmakers denken over mensen die in slechte papieren zitten? Onze eigenste 'intellectuelen' echter die een manifest ondertekenden 'tegen de nationalistische verdwazing' zijn quasi stuk voor stuk mensen die leven van het manna van de overheid. Toch denken zij het voortouw te moeten nemen in een achterhoedegevecht van krachten die hetzij de klok willen terug zetten, hetzij andere bedoelingen hebben die zij alvast niet erg snappen. Velen onder hen hebben nu al spijt van hun démarche, en werden o.m. voor hun dwaasheid gekapitteld door een onverdachte Yves Desmet, hoofdredacteur van een dagblad dat in hun kringen circuleert. Dat heeft inderdaad te maken met het weerwerk vanuit links-flamingantische hoek, maar vooral met het gezond verstand van mensen die ook wel beseffen dat er een verschil is tussen een bepaalde vorm van pseudo-intellectualisme en het reële, dagelijkse gebeuren. In die zin staan de èchte Vlaamse intellectuelen voor een enorme uitdaging. Die lintjes mogen er gerust bijkomen, maar laten zij er het hoofd koel bij houden.