Nummer 39


Omslagartikel | september 1998


Naar een gewaarborgde minimumvertegenwoordiging voor de Brusselse Vlamingen? (Guido Tastenhoye)<< Nummer 39

Het EU-stemrecht, dat aan onderdanen van de Europese Unie die in België verblijven stemrecht wil geven bij de gemeenteraadsverkiezingen, moet desnoods worden uitgesteld tot na de verkiezingen van juni 1999. Het mag niet worden ingevoerd op de kap van de Brusselse Vlamingen. Dat stelde Vlaams CVP-minister van Brusselse Aangelegenheden en Gelijke Kansen Brigitte Grouwels (1). Guido Tastenhoye, politiek commentator bij Gazet van Antwerpen, zet voor Meervoud de feiten op een rijtje.

Grouwels ging daarmee lijnrecht in tegen de CVP-top die het snel op een akkoordje wilde gooien met de PRL-FDF-federatie met het oog op een tweederde meerderheid om een noodzakelijke grondwetswijziging door te voeren. Dat ze niet aarzelde de eigen partijtop tegen de haren in te strijken, illustreert dat ze de toestand van de Brusselse Vlamingen als zeer ernstig inschat. Grouwels zei dat de toekenning van het op zichzelf uiterst waardevolle EU-stemrecht dient te geschieden parallel met de toekenning van waarborgen voor de Brusselse Vlamingen. "Indien de twee nu niet gelijktijdig kunnen worden toegekend, dienen beide aangelegenheden verwezen te worden naar de regeringsonderhandelingen van juni 1999, één vol jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2000".

Daarmee zegt Grouwels in feite dat er geen reden is om grote haast te maken met dat EU-stemrecht, ook al werd België recent veroordeeld door het Europees Hof van Justitie. Grouwels gelooft niet dat het later nog mogelijk zal zijn garanties af te dwingen voor de Brusselse Vlamingen tenzij daar een zeer zware prijs voor wordt betaald. Het lijkt Grouwels dus "ongepast om wel in te gaan op de door het FDF en de PRL gestelde eisen en terzelfdertijd de door de Vlaamse democratische partijen gestelde voorwaarden, waaronder deze betreffende Vlaams-Brussel, te negeren. Zodra de Vlaams-politieke vertegenwoordiging in Brussel onder een minimum belandt, zal het Brussels model opgehouden hebben te bestaan. Op dat ogenblik zal willicht blijken dat de drieledige gewestvorming veel meer kiemen van separatisme in zich bevat dan een tweeledige gemeenschapsvorming. De verankering van de gemeenschappen in Brussel en van Brussel in de gemeenschappen, zijn en blijven de beste waarborgen tegen separatisme".

In haar 11-juli rede op de Guldensporenviering in Voeren op 10 juli 1998 had ze gezegd dat de Franstaligen die het EU-stemrecht willen misbruiken om de Nederlandse taal en cultuur en de Vlaamse bevolking in en rond Brussel te verdringen, een ernstige bedreiging vormen voor de Brusselse en federale instellingen. "Wie het evenwicht tussen Vlamingen en Franstaligen in de federale hoofdstad ondermijnt, bedreigt ook het voorbestaan van België", zei Grouwels, die zo de thesis onderschrijft van het Vlaams Komitee voor Brussel. Ook het Brusselse europarlementslid Annemie Neyts (VLD) bevestigde deze thesis (2).

Het standpunt van Grouwels, die in Brussel woont en de stad beter dan wie ook in de CVP kent, is even simpel als helder. Ook zij is een voorstander van het EU-stemrecht (zoals bijna alle Vlamingen), maar ze wil dat er parallel aan de invoering daarvan ook waarborgen worden voorzien voor de Brusselse Vlamingen. Zoniet dreigt er een catastrofenscenario. In mijn twee boeken over Brussel en Vlaams-Brabant besteedde ik veel aandacht aan de problematiek van het EU-stemrecht.

Het eerst boek 'Vlaams-Brabant in de wurggreep van Europa" (4) verscheen reeds in 1991, het tweede boek 'Vlaams-Brabant ingelijfd bij Brussel?' (5), werd gepubliceerd in 1997 en kende al een tweede druk. Beide boeken beïnvloedden in belangrijke mate de Vlaamse standpunten en lagen mede aan de basis van de actieplannen van de Vlaamse regering en het Vlaams Parlement voor Brussel en Vlaams-Brabant.

Laat me toe de cijfers even op een rijtje te zetten. In 1995 haalden alle Vlamingen samen nog zowat 56.000 stemmen in Brussel, tegenover ongeveer 450.000 voor de Franstaligen. De Vlamingen blijven verder Brussel ontvluchten, en intussen groeit de groep nieuwe Belgen versneld aan door de sterk versoepelde procedures om Belg te worden. Tussen 1995 en 1999 zullen in Brussel meer dan 50.000 nieuwe Belgen bijkomen, die allen stemplicht hebben. Ze mogen dus niet kiezen, zij moeten kiezen. Van de nieuwe Belgen, in hoofdzaak Marokkanen en Turken, kiest 1,36 procent voor het Nederlands en 98,64% voor het Frans. Dat zijn officiële cijfers.

En dat is nog niet alles. Want ook zonder EU-stemrecht worden de Brusselse Vlamingen in juni 1999 bij de verkiezingen voor de Brusselse gewestraad al sterk bedreigd. Want al die nieuwe Belgen, van wie de overgrote meerderheid geen Nederlands spreekt, moeten zoals gezegd gaan kiezen. Indien men de naturalisatieprocedures tot een formaliteit op het gemeentehuis zou herleiden voor iedereen die 5 jaar in België verblijft (waar de PRL-FDF sterk op aandringt) dan komen er op die wijze een kleine 200.000 potentiële kiezers bij in Brussel; dat effect is dus nog veel groter dan dat van het EU-stemrecht. En in oktober 2000 krijgen dan nog eens 134.000 EU-burgers gemeentelijk stemrecht (meer dan er Vlamingen overschieten in Brussel) van wie er 85 procent afkomstig zijn uit Latijnse landen, en die in Brussel aansluiting zoeken bij de Franse cultuur, met als grootste groepen de Fransen (31.719), de Italianen (29.762), de Spanjaarden (22.965) en de Portugezen (15.615). De 'Germanen' zijn in Brussel telkens met slechts enkele duizenden aanwezig. Zo wonen er 4.972 Nederlanders in Brussel, die onze hoofdstad dan nog dikwijls beschouwen als een Franstalige stad. De 'Latijnen' sluiten in Brussel overwegend aan bij de Franse cultuur. Elke terreinverkenner weet dat. De Vlaamse aanwezigheid zal ruim onder de 10 procent zakken en wordt zo te onbetekenend om er nog garanties voor af te dwingen.

En nog is het niet alles. Want er verlaten zowat elk jaar 10.000 inwoners de hoofdstad, onder wie een relatief groot aantal Vlamingen. Hun plaatsen worden ingenomen door buitenlanders (EU-burgers, Oost-Europeanen en vooral Marokkanen en Turken die België binnenkomen door te huwen met een reeds in België verblijvende allochtone partner) en door de nakomelingen van de reeds hier residerende allochtonen. In 1998 bestaat ongeveer 40% van de Brusselse bevolking uit buitenlanders en uit mensen van allochtone afkomst (350.000 allochtonen, zijnde 280.000 buitenlanders en 70.000 mensen van allochtone afkomst) op een bevolking van 950.000. In het jaar 2005 of 2006 zal de Brusselse bevolkigng voor de helft uit allochtonen bestaan en voor de andere helft uit autochtonen. Tegen het jaar 2015 zal de situatie compleet omgekeerd zijn, en bestaat de Brusselse bevolking voor 60% uit allochtonen en nog slecht voor 40% uit autochtonen. Wellicht beseffen de autochtone Brusselaars niet dat ook zij weldra een minderheid zullen zijn in Brussel.

Dat zijn de harde cijfers, en die kent Brigitte Grouwels ook. Daarom zegt ze dat de gegarandeerde vertegenwoordiging van de Brusselse Vlamingen op alle bestuursniveaus gelijktijdig moet worden geregeld met het EU-stemrecht. Gebeurt dan niet dan zal achteraf voor de verzwakte en onbeschermde Brusselse Vlamingen een (te) zware prijs moeten worden betaald.

Dan kunnen wij Vlamingen twee dingen doen: aan de Franstaligen enorme toegevingen doen in de Vlaams-Brabantse Rand (door de Franstaligen steevast de 'Brusselse periferie' genoemd) en wij zullen ons bovendien eeuwig blauw blijven betalen aan een Wallonië dat op onze kosten leeft. Of wij kunnen dan ook niets doen, verlamd als we zijn door de Franstalige chantage, waarbij dan de weerloze, onbeschermde Vlamingen het permanente chantagemiddel blijven in de handen van de Franstaligen die zo elke Vlaamse eis voor meer autonomie kunnen tegenhouden. Hebben de Vlaamse politici van CVP en SP dan werkelijk niets begrepen van tactiek en strategie? En dan durft CVP-voorzitter Marc Van Peel met een uitgestreken gezicht zeggen dat het EU-stemrecht geen communautaire kwestie is. En zoekt hij steun bij de PRL-FDF, die daar natuurlijk gretig op ingaat.

Mag ik er hier aan herinneren dat de bocht van de PRL spectaculair is. De PRL toonde zich altijd, mede onder invloed van haar overleden voorzitter Jean Gol, een vurig tegenstander van het stemrecht voor migranten. In Brussel ging de PRL onder leiding van haar kopstuk Roger Nols fel te keer tegen de migranten met affiches waarop een C-130 te zien was, en daaronder enkele migranten op kamelen met als vrij vertaald onderschrift: "Met de PRL waren ze al onderweg". Sommige pamfletten van de PRL waren zo racistisch van inslag dat het Vlaams Blok er rode oortjes bij zou krijgen. In het parlement verklaarde de PRL zich meermaals en openlijk een tegenstander van de multiculturele samenleving. PRL-parlementslid Jacques Simonet, de zoon van gewezen minister van Buitenlandse Zaken Henri Simonet, toonde zich, met instemming van zijn fractie, een voorstander van een beleid van terugkeer van de migranten naar het land van oorsprong. De bocht voor de PRL is dus louter ingegeven door opportunistische overwegingen, niet door liefde voor de vreemdelingen.

Brussel baart ons Vlamingen dus grote zorgen. Verkiezing na verkiezing gaan de Vlamingen achteruit in Brussel. In 1988 waren er nog 78 Vlaamse gemeenteraadsleden op de in totaal 665 in de 19 gemeenten van het Brussels gewest. In 1994 was hun aantal reeds geslonken ot 69. Van die 69 behoren er 7 tot het Vlaams Blok of het Front National, wellicht mee verkozen met Franstalige stemmen. De meeste Vlaamse raadsleden werden bovendien op tweetalige lijsten verkozen met een groot Franstalig overwicht. Met ander woorden: bij de gratie van de francofonen. De PRL-FDF-federatie zou al van plan zijn om geen Vlaamse liberalen meer op haar lijsten op te nemen. Van de nog 69 Vlaamse gemeenteraadsleden in Brussel (op 651, 10,75%), zouder er 16 wegvallen met EU-stemrecht en minstens 20 met algemeen vreemdelingenstemrecht. De Vlaamse kartellijsten zouden bijzonder zware verliezen lijden. Op het niveau van het Brussel parlement zou het vreemdelingenstemrecht er in het slechtste geval toe leiden dat de Vlamingen niet meer met genoeg zijn op de grondwettelijk voorziene zes afgevaardigden naar het Vlaams Parlement te sturen (nu hebben de Vlamingen nog 10 zetels op 75 in het Brussels parlement). De achteruitgang van de Vlamingen in Brussel is te wijten aan de aanhoudende stadsvlucht onder autochtonen (wegens stadsverloedering, criminaliteit, enz.), de enorme vergrijzing en de geringe politieke macht van de Vlaamse politici. Bij een belijklopende evolutie in 2000 zullen nog eens 10 Vlaamse gemeenteraadsleden wegvallen, ook zonder EU-stemrecht, namelijk uitsluitend door de demografische achteruigang van de Vlamingen.

Men moet inderdaad geen helderziende zijn om te weten dat het EU-stemrecht de totale electorale ravage zal aanrichten onder Vlaamse lijsten. Neem Jette, een gemidddelde Brusselse gemeente waar in de jaren 70 een 10-tal Vlaamse verkozenen waren en 3 schepenen. In 1988 waren er nog 7 Vlaamse verkozenen en 1 schepen, in 1994 nog 3 en 1 schepen (Garcia). In 2000 zullen er in het beste geval nog 2 Vlaamse verkozenen zijn (op 33) en met het EU-stemrecht nog 1, wellicht een Vlaams-Blokker. Uit de meeste Brusselse gemeenteraden en OCMW's zullen de Vlamingen compleet verdwijnen. De VLD heeft in dit opzicht overschot van gelijk om van de gegarandeerde Vlaamse aanwezigheid in Brussel een absolute voorwaarde te maken voor regeringsdeelname.

Om het met Brussel-kenner André Monteyne, de voorzitter van het Vlaams Komitee voor Brussel, te zeggen: als de Vlaamse gemeenschap in Brussel virtueel verdwijnt, heeft België voor Vlaanderen geen enkele meerwaarde meer en houdt het op te bestaan. Ook nationaal Davidsfondsvoorzitter prof. Fernand Vanhemelrijck wees al op de gevolgen van een EU-stemrecht dat geen rekening houdt met de broze federale evenwichten in Brussel en in de rand: "De federale regering en de Franstalige Brusselse partijen zouden moeten beseffen dat zij hierdoor met vuur spelen. Want wanneer Brussel uitgegroeid is tot een volledige Franstalige stad, waar sommigen naar streven, heeft zij ook haar doodvonnis getekend als hoofdstad van België, met alle gevolgen van dien", zei Van Hemelryck op een Vlaamse meeting in Jezus-Eik op 10 maart 1998. Het is zeer de vraag of premier Dehaene en vice-premier Herman Van Rompuy, inwoner van Sint-Genesius-Rode, goed beseffen wat er op het spel staat. Minister-President Luc Van den Brande heeft het wel ingezien. "Geen Vlamingen meer in Brussel, betekent ook geen België meer", stelt Luc Van den Brande (3), die eveneens aandrong op uitstel voor het EU-stemrecht.

De veroordeling van België door het Europees Hof van Justitie voor het nog niet invoeren van het EU-stemrecht, is veel minder erg dan het wordt voorgesteld. Het is vooral een blaam voor premier Dehaene. Keer op keer ging de Belgische regering in de fout. Eerst door in het Verdrag van Maastricht de Vlaamse voorwaarden niet te doen opnemen. Dat had perfect gekund, want België had een vetorecht aan de Europese tafel. Maar de Franstaligen verhinderden dat de Belgische onderhandelaars de Vlaamse eisen hard konden maken. Vervolgens door het advies van de Raad van State te negeren dat stelde dat vooraf de grondwet moest worden gewijzigd. Op dit punt moest premier Dehaene intussen wel inbinden. Verder door de resolutie van het Vlaams Parlement weg te wuiven dat in de Europese richtlijn voorwaarden wilde inbouwen. En tot slot door de datum van 1 januari 1996 niet te respecteren, datum waarop de richtlijn in Belgische wetgeving moest zijn omgezet.

De regering-Dehaene probeert het nu anders voor te stellen. Europa zou ons dwingen het EU-stemrecht in te voeren en de voorwaarden van het Vlaams Parlement zouden voor Europa onaanvaardbaar zijn. Maar dat komt neer op boerenbedrog. Want kijken we eens naar de zes voorwaarden gesteld door het Vlaams Parlement van 25 juni 1997.

  1. Waarom zou Europa niet aanvaarden dat de taalwetgeving strikt van toepassing blijft?

  2. Waarom zou Europa niet aanvaarden dat elke kiezer een zekere tijd in de gemeente moet wonen, als deze voorwaarde geldt voor iedereen?

  3. Waarom zou Europa niet aanvaarden dat de uitvoerende ambten van schepen en burgemeester voorbehouden blijven voor de eigen Belgische onderdanen? De Europese richtlijn laat dit trouwens toe.

  4. Waarom zou Europa niet aanvaarden dat elke kiezer moet onderworpen zijn aan gemeentelijke belastingsplicht, als deze voorwaarde geldt voor iedereen? Kan men zich voorstellen dat een Frans euro-ambtenaar in Overijse wordt verkozen als gemeenteraadslid, en mee beslist over belastingen die hij zelf niet moet betalen?

  5. Waarom zou Europa niet aanvaarden dat de gemeente- en provinciewet wordt overgeheveld, zoals vijf jaar geleden werd afgesproken in het Sint-Michielsakkoord?

  6. En tot slot: waarom zou Europa niet aanvaarden dat er voor de Brusselse Vlamingen een gewaarborgde vertegenwoordiging wordt voorzien?

Neen, niet Europa verhindert die Vlaamse voorwaarden - die zijn perfect legitiem - maar de Franstalige partijen, die de Vlamingen in Brussel en de Gordel van de kaart willen vegen. Om zijn regering te redden en zijn Europese ambities veilig te stellen, is Dehaene en met hem de CVP bereid de Vlaamse resolutie in de vuilbak te gooien en de Vlaamse belangen te verkwanselen. Nota bene een resolutie die CVP-voorzitter Marc Van Peel mee goedkeurde en waarvan het amendement over de Brusselse Vlamingen kwam van Brigitte Grouwels, nu Vlaams Minister voor Brussel.

En nu wil de CVP het aan boord leggen met de PRL-FDF-federatie om aan een tweederde meerderheid te geraken. Er is een tweederde meerderheid voorhanden, en VLD en VU willen die morgen leveren als de Vlaamse resolutie wordt gerespecteerd. Maar dat mag niet van de Franstaligen, en dus neemt de CVP haar bocht. Als de CVP met het FDF het EU-stemrecht erdoor jaagt zonder tweederde meerderheid aan Vlaamse kant - een primeur in onze geschiedenis - zal ze door de Vlaamse Beweging van verraad worden beschuldigd. Kan de CVP het zich veroorloven met een zwaar geschonden Vlaams blazoen naar de verkiezingen te gaan, die hoe dan ook communautair zullen zijn? Hoe ver Dehaene durft gaan, zal blijken in het najaar van 1998.

Als de bedoelingen van de Franstaligen zuiver zijn, als het hen er werkelijk enkel en alleen om te doen is om de Europeanen stemrecht te geven, waarom stemmen ze dan niet in met de Vlaamse voorwaarden? Ieder kind ziet waarom. Omdat ze de Vlamingen in Brussel en in de Vlaams-Brabantse Gordel willen doen capituleren. De invoering van het onvoorwaardelijk Eu-stemrecht, gekoppeld aan de tot een formaliteit herleide naturalisatieprocedure (zoals PRL-FDF en PS eisen) en het later in te voeren migrantenstemrecht, betekenen de doodsteek voor de Vlamingen in het Brusselse.

Als door het voorwaardelijk EU-stemrecht de Vlamingen in Brussel virtueel worden uitgeschakeld, en als zij in de Vlaamse Rand verder worden achteruitgeslagen, zal de roep om Brussel te laten voor wat het is en snel een onafhankelijk Vlaanderen - staat in Europa -, te realiseren, zeer luid weerklinken. We moeten daar zelfs niet mee wachten. Als Dehaene erin slaagt het EU-stemrecht erdoor te duwen, zonder de resolutie van het Vlaams Parlement te respecteren, dan moet de Vlaamse Beweging onmiddellijk en krachtdadig de steven wenden naar een onafhankelijk Vlaanderen. Dit ondermeer volop gesteund door het Vlaamse bedrijfsleven, dat het hoe langer hoe meer niet meer ziet zitten in het door de Waalse 'communisten' gedomineerde en tot volslagen immobilisme gedwongen België, waar de Vlaamse ondernemingen door de loodzware lasten niet meer concurrentieel kunnen zijn, wat een zware hypotheek legt op onze groeikansen en onze werkgelegenheid, en dus op onze Vlaamse welvaart en welzijn.

Wij Vlamingen zijn Brussel daardoor niet noodzakelijk kwijt, integendeel. Als onafhankelijke, souvereine staat in Europa, lid van de Europese Unie, de NAVO, enz..., zullen de Vlamingen dan vanuit een veel sterkere, met een veto-recht uitgeruste natie meepraten over de toekomst van Brussel, waar geen beslissing zal kunnen over genomen worden zonder het akkoord van de Vlamingen, zoniet ontstaat een interstatelijke crisis in het hart van Europa, en dat zullen de andere EU-staten niet laten gebeuren.

Maar Dehaene lijkt wel doof voor alle redelijke argumenten, verblind als hij is door zijn Europese ambities om nog eens een gooi te doen naar naar het voorzitterschap van de Europese Commissie, ambitie waaraan alles onderschikt wordt gemaakt, ook de belangen van de Vlamingen en waarvoor zelfs, zoals hierboven uiteengezet, de toekomst van het federale België op het spel wordt gezet. Niet dat wij Vlamingen kost wat kost België moeten verdedigen, integendeel, maar als België uitéénvalt, moeten wij wel zo handig manoevreren dat we als nieuwe Vlaamse souvereine staat Brussel als tweetalige hoodstad (met alle culturele rechten voor de Franstaligen) kunnen meenemen. Het is van levensbelang. Dat vergt groot staatsmanschap, en dan zullen staatsmannen van het kaliber van een Guy Verhofstadt moeten bewijzen wat ze in hun mars hebben. Tjechië heeft het ons, vreedzaam, voorgedaan. Als het moet, volgen de Vlamingen het voorbeeld.

Noten
(1) Gazet van Antwerpen, 13 juli 1998
(2) De Standaard, 24 juli 1998
(3) De Standaard, juli 1998
(4) Guido Tastenhoye, 'Vlaams-Brabant in de wurggreep van Europa', Leuven, Davidsfonds, 1991, 212 blz., 495 BEF
(5) Guido Tastenhoye, 'Vlaams-Brabant ingelijfd bij Brussel?', Leuven, Davidsfonds, 1997, 126 blz., 495 BEF