Nummer 39


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | september 1998


(Euro-)Brussel-kroniek (Bernard Daelemans)<< Nummer 39

Van den Brande wil 'minder Gewest en meer Gemeenschap' in Brussel

De Brussel-nota die minister-president Luc Van den Brande begin juli aan de commissie-staatshervorming van het Vlaams Parlement heeft voorgelegd is één van de de beste werkstukken die het officiële Vlaanderen ooit aan de hoofdstad gewijd heeft. Ze is kennelijk sterk geïnspireerd door de VEV-standpunten inzake de Vlaams-Brusselse belangengemeenschap, maar ook het overduidelijk falen van alle Vlaamse inspraakmechanismen in de bestaande Brusselse structuren, dat met de dag flagranter tot uiting komt, heeft heel zeker nogal wat ogen doen opengaan.

Van den Brande stelt inderdaad dat Brussel eerst en vooral een stad is voor haar inwoners, waar Vlamingen en Franstaligen moeten kunnen samenwerken. Maar het is ook de hoofdstad, en zodoende moeten de gemeenschappen bij het beleid van Brussel betrokken worden. Van den Brande stelt dat Vlaanderen bereid is in Brussel zijn verantwoordelijkheid op te nemen, en dit zowel voor de gemeenschapsmateries als voor de gewestmateries "die het strikt urbane overstijgen".

Van den Brande betreurt dat de Vlaamse Gemeenschapscommissie al te sterk aanleunt bij de Brusselse Gewestinstellingen. Dat komt omdat de mensen die het Gewest en de VGC bemannen dezelfde zijn en omdat meer dan de helft van de VGC-financiering uit gewestmiddelen bestaat. Deze toestand is strijdig met de opbouw van België uit twee gemeenschappen Bovendien hebben de Vlamingen vanwege deze gecumuleerde functies hun handen vol. Van den Brande stelt dus voor om de Brusselaars rechtstreeks te laten kiezen voor het Vlaams parlement, en apart voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De Vlaamse Gemeenschapscommissie zou dan bevolkt worden met de Brusselse verkozenen van het Vlaams parlement. De VGC vervult voor Van den Brande nog steeds een belangrijke eerstelijnsfunctie "als bruggenhoofd en expert van het terrein voor de Vlaamse Gemeenschap". Toch moet de Vlaamse gemeenschap ook "maximaal zelf haar rol opnemen". In het meest verregaande scenario ziet Van den Brande de rol van de VGC zelfs "geheel of gedeeltelijk overgenomen worden door de Vlaamse gemeenschap zelf".

Deze laatste piste verdient het inderdaad, ondanks het protest van heel wat Brusselaars zoals Jos Chabert, ernstig overwogen te worden, aangezien vaak wordt vastgesteld dat de VGC meer functioneert als een dam dan als een brug naar Vlaanderen. In ieder geval heeft Van den Brande gelijk te stellen dat "via een sterkere binding met de Vlaamse Gemeenschap de slagkracht van de VGC en haar impact op het Brusselse terrein versterkt wordt".

Uiteraard moet er op het niveau van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar ook op lokaal vlak een minimumvertegenwoordiging komen. Het invoeren van nieuwe dubbele meerderheden moet voorkomen dat de Brusselse Hoofdstedelijke Raad nog langer Vlaamsvijandige moties kan stemmen en het overhevelen van de administratieve voogdij naar de gemeenschappen moet een betere naleving van de taalwetgeving bevorderen. De bicommunautaire sector "mag niet uitgroeien tot een derde gemeenschap". Op dit vlak kiest Vlaanderen voor het sterk uitbouwen van eigen voorzieningen. Daar waar het niet anders kan, zoals wat betreft de ziekenhuizen, moet de sector omgebouwd worden tot een "cocommunautaire" sector, dat wil zeggen dat de Vlaamse Gemeenschap sterk aanwezig is in de bestuursorganen. Nog op het gewestvlak moeten een aantal bevoegdheden overgeheveld worden: de arbeidsbemidde-ling (Gewestmaterie) is thans losgekoppeld van de beroepsopleidingen (Gemeenschapsmaterie), zodat de dienstverlening op dit vlak in feite in het honderd loopt. Maar Van den Brande ziet zelfs brood in het creëren van concurrentiële bevoegdheden inzake bijvoorbeeld huisvesting.

De huidige federale biculturele instellingen zoals De Munt en het Paleis voor Schone Kunsten moeten overgedragen worden naar de Gemeenschappen.

Maar, "de noodzaak tot herdenking van de aflijning tussen gemeenschaps- en gewestbevoegdheden geldt niet enkel voor domeinen waar gemeenschapsbevoegdheden en gewestbevoegdheden zo verstrengeld zijn(...). Dit geldt evenzeer voor acties of programma's die de belangen van het hoofdstedelijk gebied overstijgen. De beide grote Gemeenschappen moeten impact krijgen op de uitbouw van de hoofdstedelijke en internationale functie van Brussel".

De minister-president herinnert nog aan de wenselijkheid om de 'kostencompenserende' sociale zekerheid over te hevelen naar de gemeenschappen, evenals de financiering ervan door middel van fiscale bevoegdheidsoverdracht. Dit fiscaal stelsel zou moeten veralgemeend worden voor de gemeenschapsfinanciering. Voor de gewestzaken is het wenselijk "dat de deelstaten bijspringen voor uitgaven die de hoofdstedelijke en internationale functie van Brussel invullen (...). Dit veronderstelt uiteraard dat de deelstaten inspraak hebben in voorgenomen infrastructuurwerken in de mate dat zij ook voor hen en voor hun inwoners relevant zijn".

Kortom, de Brusselnota is zeker Vlaams, maar ook zeer degelijk en rationeel onderbouwd, en in feite ook zeer redelijk opgevat. Blijkbaar zet de kentering van de mentali-teit in Vlaanderen ten aanzien van Brussel zich door. Dat is een goed teken.

Flamenpolitik

Inmiddels, zoals gezegd, zet een heel aantal Brusselse Vlamingen zich af tegen deze voornemens. Daartoe behoort niet alleen Jos Chabert, maar ook de 'verliefde Brusselaars' Guy Vanhengel en zijn compaan Stefaan Ector. In hun 'lettre d'amour' (zie verder) nemen zij het op voor de 'Vrijstaat' Brussel. Zij wentelen zich in de bruxellitude en zetten zich af tegen Vlaanderen.

Onder de titel 'laat de Iris bloeien' verzamelde De Morgen een hele reeks getuigenissen van Vlamingen die in de Vlaams-Brusselse diensten actief zijn. Ze halen zwaar uit naar de klassieke flaminganten "van Diksmuide tot Mechelen". Sommigen vinden het absurd dat Vlaamse instellingen zowaar Nederlandskundig personeel moeten aanwerven, daar waar de realiteit op het terrein anders is. De Morgen gewaagt zelfs van een heuse Flamenpolitik.

Men heeft het moeilijk om de gangmakers van deze tendens te begrijpen. Door op een dergelijke manier de banden met Vlaanderen door te knippen voeren zij een ware zelfmoordpolitiek. Dat figuren als Vanhengel zich daarachter scharen is bevreemdend. Allicht is zijn houding ingegeven door de sirenenzang van de zittende Brusselse meerderheid en de lonkende ministerportefeuilles na de verkiezingen.

Twee open stadslijsten voor Brussel-19 (1)

In de afgelopen maanden werden de contouren van de Vlaams-Brusselse partijpolitieke strategieën voor de verkiezingen in juni van volgend jaar een stuk klaarder.

In plaats van één 'open stadslijst' met SP, Agalev, VU en "de progressieve vleugel van de VLD" komen er twéé: eentje rond SP en Agalev, een tweede rond VU, ID21 en genoemde VLD-sector. Naar de stand van de geruchten zou de huidige minister Rufin Grijp de eerste lijst aanvoeren en krijgt Agalev-aanvoerster Adelheid Byttebier de tweede plaats. Aangezien de kans uiterst klein is dat er meer dan twee zetels voortkomen uit deze alliantie, hebben speculaties over de derde plaats geen zin; alleen voor de eerste opvolger van Grijp - indien die weer minister wordt - is de parlementaire toekomst gegarandeerd. In dit verband wordt steeds weer de naam van gewezen Vlaams minister Anne Van Asbroeck geciteerd, maar ook MIVB-voorzitter Werner Daem van de vrij sterke afdeling Jette zou in aanmerking kunnen komen. Als deze SP-ers althans niet gepasseerd worden door de 'onafhankelijken' (Kris De Schouwer (BPS) en tutti quanti, zie lezersbrief elders in dit blad).

Voor Agalev is deze operatie de enige mogelijkheid om nog aan een verkozene te geraken in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad: op eigen kracht is het de vorige keer niet meer gelukt. Wellicht rekent de SP erop dat de traditionele SP-er zich herkent in de figuur van Rufin Grijp, terwijl de groene inbreng het jongere kiespubliek niet onwelgevallig is. Daarmee kiest de SP voor een voorzichtig scenario. Hardop dromen van een derde verkozene is ook niet verboden...

Twee open stadslijsten voor Brussel-19 (2)

Van de weeromstuit bleef Sven Gatz (VU), die reeds lang in overleg was met SP en Agalev, verweesd achter. Hoe "paars" ook, ID21 en Guy Vanhengel bleven te blauw voor de rood-groene partners. Want, en dit is wel de meest spectaculaire wending in heel het verhaal van de lijstvorming voor de Brusselse verkiezingen, door tussenkomst van Guy Verhofstadt is het geschil Vanhengel-Goovaerts, dat al ruim een jaar aansleept, beslecht in die zin, dat Goovaerts een derde plaats krijgt aangeboden op de senaatslijst, terwijl Vanhengel en zijn volgelingen in Brussel vrij spel krijgen.

De gevolgen van deze ingreep zijn niet te overzien. Want alhoewel Goovaerts deze regeling heeft aanvaard, zijn zeer vele traditionele liberalen - en van dat slag heeft de Brusselse VLD een solide basis, misschien wel de enige sociale groep aan Vlaamse kant die nog niet zozeer is aangetast door de stadsvlucht en de vergrijzing - misnoegd over het feit dat de 'conservatieve' liberaal de baan moet ruimen. In sommige afdelingen leeft het voornemen om bij de verkiezingen geen campagne te voeren voor een lijst waar men zich niet in herkent. Individuele liberalen vragen zich af of ze nu zouden stemmen voor het Vlaams Blok of voor de PRL. Inhoudelijk gesproken heeft de stelling dat de VLD zich kon profileren op het thema 'wet en orde' als fatsoenlijk alternatief voor het Vlaams Blok, het moeten afleggen tegen de strekking die zich volledig wil profileren tégen het Vlaams Blok.

Inmiddels heeft Vanhengel, die een jaar geleden in dit blad nog pleitte voor een apart opkomen van alle partijen in Brussel, om het probleem van de "politieke herkenbaarheid" te ondervangen, een duidelijke bocht genomen. Hij doet nu mee met VU-er Sven Gatz en nog onbekende figuren van ID21 aan een wazige "open stadslijst", die qua programma - althans volgens Gatz - niet zozeer verschilt van de eerste "open stadslijst". Het is niet de enige bocht die Vanhengel de laatste tijd maakt. Na het ontslag van Vic Anciaux spande hij met de VU samen om een institutionele blokkering te veroorzaken, zodat het probleem-Brussel wel het voorwerp moest uitmaken van communautaire onderhandelingen. Toen bleek dat dit buiten de waard - Jos Chabert - gerekend was, die allerlei institutionele spitstechnologie opvoerde om de werking van de Brusselse instellingen ook zonder de grondwettelijk vereiste Vlaamse meerderheid te garanderen, stak Vanhengel alle Vlaamse eisen op zak en bood zich boudweg aan om de meerderheid te depanneren.

Nu heeft hij weer een 'lettre d'amour' geschreven die als basis moet dienen om het toekomstig Brussels beleid op te schragen. Waar Vanhengel tot voor een jaar geen gelegenheid liet voorbijgaan om de communautaire offensieven van Franstalige kant en de 'lankmoedigheid' van de Vlaamse meerderheid te laken, meent hij nu dat deze een 'communautaire apartheid' tot stand brengt en heeft hij een rozig toekomstperspectief waarbij iedereen zijn 'goede wil' toont om ruimte te scheppen voor 'ontmoeting' met de andere stadsbewoners. Het oplossen van de taalproblemen in de OCMW-ziekenhuizen is klaarblijkelijk plots een klusje van niks geworden. Wat goede wil, een paar boompjes, pleintjes, wandelstraten en terrassen volstaan om van Brussel een leefbare stad te maken met plaats voor 'ontmoeting, verwondering en verliefdheid'.

Twee open stadslijsten voor Brussel-19 (3)

De met het ontslag van Vic Anciaux aangekondigde VU-strategie van communautaire radicalisering smelt met dit alles als sneeuw voor de zon. En dit terwijl het FDF steeds verder gaat in zijn Fransdolle provocaties, zoals op 11 juli ll. Welke inbreng ID21 zal hebben is nog niet bekend, maar de uiteindelijke lijstsamenstelling hangt ongetwijfeld grotendeels af van de cumulwetgeving, die nog in behandeling is bij het parlement. Als het cumulverbod, dat inhoudt dat men bij de verkiezingen maar voor één assemblee tegelijk kan kandideren, aanvaard wordt, dan kan Bert Anciaux niet, zoals eerder aangekondigd, als VU/ID21-boegbeeld worden uitgespeeld. Ook zou dit Annemie Neytsie misschien bij machte is het ongenoegen van de conservatieve liberalen op te vangen, voor de keuze stellen tussen Brussel en Europa.

In ieder geval is de VU/ID21-VLD-stadslijst vèr verwijderd van de respectievelijke traditionele VU- en VLD-kiezers.

Vlaams Blok-monopolie

Het Vlaams Blok staat zich intussen te verkneukelen: de gelederen van de SP-ers die zich nu al zo lang uitsloven om deze partij elke dag opnieuw gratis publiciteit te bezorgen in de zoveelste poging om de onverdraagzaamheid te 'bestrijden' worden nu aangedikt door de D66-achtige alliantie. De partij beschikt van nu af aan over het volstrekte monopolie inzake duidelijke communautaire stellingnamen en ook wat betreft de vreemdelingen- en veiligheidsproblematiek. Daarenboven is het ook de enige Vlaamse partij die inspanningen levert om via huis-aan-huis-campagnes de hele Brusselse bevolking te bereiken, en die een noemenswaardig contact met de bevolking onderhoudt. En dan nog een bekeerde verfranste Vlaming, een gewezen politiecommissaris die geslachtofferd werd op het altaar van de political correctness om de lijst aan te voeren. Ze hebben inderdaad geen reden tot klagen daar op het Madouplein.

Grouwels (1)

Intussen heeft zich bij de CVP één vrouw sterk in de schijnwerpers gezet: de minister van Brusselse Aangelegenheden en Gelijkekansenbeleid Brigitte Grouwels. Zowat in alle dossiers waar ze zich de laatste tijd over uitgelaten heeft liet ze zich gunstig opvallen door haar ondubbelzinnige en consequente, maar ook moedige standpunten. Reeds enkele maanden geleden schreef ze in Le Soir een vranke tribune over de faciliteitenrel, waarbij ze de houding van Leo Peeters (SP) verdedigde en geen spaander heel liet van het Franstalig geblaat over 'droit de la personne' en de zogeheten Vlaamse onverdraagzaamheid. Dat was nog eens wat anders dan haar voorgangster Anne Van Asbroeck (SP) die het onlangs nodig achtte om zich van Peeters te distantiëren met het chantage-argument dat de Brusselse Vlamingen het gelag betalen voor de strikte toepassing van de faciliteitenwetgeving.

Grouwels (2)

Vervolgens schreef ze weer een tribune in De Standaard en Le Soir, deze keer ter verdediging van het decreet-Suykerbuyk over sociale maatregelen voor naoorlogse repressieslachtoffers, waarin ze appelleerde aan universeel-menselijke waarden als vergevingsgezindheid en verzoe-ning die te verkiezen vallen boven de "haat die haat opwekt". Ze verwees hierbij naar het drama dat haar familie te beurt viel tijdens de oorlogsjaren: hoe haar grootvader en haar oom door collaborateurs in een hinderlaag gelokt en laffelijk vermoord werden, en hoe haar vader, kort na de oorlog genade schonk aan de moordenaars van zijn vader en broer. Deze indringende tribune troonde torenhoog boven het gekuip van andere Brusselse CVP-ers zoals Chabert en Walter Van den Bossche die meehuilden met de Franstalige wolven in het bos, die zelfs geen enkele poging ondernamen om uit te leggen dat het repressiedecreet slechts betrekking heeft op in hun eer herstelde burgers en geenszins kan gelijkgesteld worden met amnestie, maar die hun steun verleenden aan het Franstalig initiatief om beroep aan te tekenen bij het Arbitragehof om de vernietiging te eisen van het decreet-Suykerbuyk. Van den Bossche ging zelfs zover te pronken met zijn 'strategische afwezigheid' bij de stemming van het decreet in het Vlaams parlement, die hij rechtvaardigde op 'morele grond'. Hij werd beloond met een aai over de bol in Le Soir en een foto in La Libre Belgique.

Grouwels (3)

Op 11 juli doorbrak Grouwels eindelijk de ambiguë consensus binnen de CVP omtrent het EU-stemrecht. Ze stelde zonder meer dat het EU-stemrecht maar pas kan ingevoerd worden nadat de kwestie van de 'basisvertegenwoordiging' van de Brusselse Vlamingen geregeld is. Deze uitspraak werd daags nadien weliswaar door partijvoorzitter Mark Van Peel geloogenstraft, maar de partij besloot toch om de eindbeslissing uit te stellen tot na het reces. Meteen werd Grouwels door Standaard-journalist Derk-Jan Eppink tot kamikazepolitica gedoopt. Grouwels gaf echter niet af en hernam haar stelling in een interview in Knack dat er niet om loog. Zij is niet bereid om "grootmoedig zelfmoord te plegen" door als Vlaming in te stemmen met een kiesregeling die voorbijgaat aan het probleem van de vertegenwoordiging van de Vlamingen in de Brusselse instellingen. Bovendien stelt ze dat het stemrecht voor migranten al twintig jaar geleden zou bestaan mocht deze kwestie dan al geregeld zijn. Daarmee breekt zij binnen de partij een taboe af met een standpunt dat ongetwijfeld zeer populair wordt bij de achterban. Inmiddels heeft zij zich al verzekerd van de steun van Luc Van den Brande, en heeft een onverdacht-Europeesgezind figuur als Guido Naets, voormalig woordvoerder van het Europees Parlement, haar voor honderd procent gelijk gegeven via een tribune in De Standaard. Wellicht komen er nu nog meer tongen los. Ook bij de buitenwacht groeit respect voor deze moedige politica die tenminste eerlijk haar mening zegt en oog heeft voor de realiteit. Als een van de weinige politici die een duidelijk Vlaams engagement combineert met een degelijke voeling met het Brusselse terrein kan ze nog een belangrijke rol spelen.

Europa moet niet weten van de Zuidwijk

De Europese Unie heeft, om in haar kantoorbehoeften in Brussel voor de komende vijf jaar te voorzien, nood aan zo'n 150.000 vierkante meter bijkomende kantoorruimte. Dit heeft voornamelijk te maken met de noodzakelijke aanwerving van 1.300 tot 2.000 extra-vertalers ingevolge de recente en toekomstige uitbreidingen van de Unie. De vraag is nu wáár deze administratieve nieuwbouw ingeplant kan worden. Verklaringen van Europees commissaris Liikanen aan La Libre Belgique gaven aan dat de Commissie de voorkeur geeft aan een site in Oudergem, omringd door burgerlijke woonwijken. Tot nog toe had de Brusselse regering altijd de Noordwijk naar voor geschoven als aanbevolen locatie. PSC-raadslid Dominique Harmel vroeg de bevoegde minister Hervé Hasquin hierover duidelijkheid te verschaffen. Deze bevestigde dat de Brusselse regering bij haar standpunt blijft dat Oudergem met de inplanting van de derde internationale school het verzadigingspunt bereikt heeft. Voor de Commissie geldt een absoluut veto tegen de Zuidwijk. "De Europese instellingen dreigen ermee Brussel te verlaten indien deze wijk wordt gekozen. (...) Derhalve was de keuze beperkt tot de Noordwijk", zo meldde Hasquin, die er zorg voor droeg dat deze keuze ook door de Federale regering wordt verdedigd bij de Europese instellingen. De Noordwijk kampt echter nog altijd met een slecht imago. Maar de meningen evolueren: "Vijfennegentig procent van het Europees personeel is tegen een migratie naar de Noordwijk. Deze buurt zal tegen het jaar 2.000 echter een ware gedaantewisseling hebben ondergaan en zal dan tot een van de mooiste buurten van Brussel mogen worden gerekend. Ik heb bepaalde Europese verantwoordelijken gesproken en daarbij hoorde ik nergens een categorieke weigering om in de toekomst een deel van de kantoren in de Noordwijk te vestigen. De mogelijkheid blijft dus open, te meer daar in deze wijk werk wordt gemaakt van uitgebreide toegangsfacilititen: een station, een metrolijn en weldra de halte van de HST die in verbinding zal staan met het station in de luchthaven van Zaventem en het GEN-station", aldus nog de minister. Zo te horen worden de EU-ambtenaren op hun wenken bediend wat betreft woon- en leefcomfort. Blijft de vraag wanneer aan de andere Brusselaars gedacht wordt.

Vlaams-Brabant in het offensief

Er is een incident gerezen tussen de krant Le Soir en het bestuur van de provincie Vlaams-Brabant. Om haar Franstalige inwoners aan te zetten om Nederlands te leren had de provincie een aantal advertenties laten plaatsen in een aantal Franstalige bladen. Elke advertentie bevat een cartoon die een typische 'taalsituatie' uitbeeldt. De tweede cartoon (zie afbeelding hieronder) had betrekking op een taalcontact aan een gemeenteloket, waar een Franstalige zich ergert aan het ontbreken van Franstalige formulieren. Je ziet de loketbediende denken: "Denkt hij dat wij, Vlamingen, in Wallonië zo'n formulier in het Nederlands kunnen krijgen?" De advertentie lokte zo'n storm van lezersprotest uit dat Le Soir weigert de volgende afleveringen nog te publiceren. De derde cartoon had met name betrekking op het verhogen van de kansen op de arbeidsmarkt dank zij kennis van het Nederlands.

Een gelijkaardig initiatief leverde vorig jaar 1000 telefonische reacties op en leidde tot een verhoging van het aantal inschrijvingen voor de Nederlandse taalcursussen. Gedeputeerde Herman Van Autgaerden (VU), die in het kader van zijn bevoegdheid over het 'Vlaams karakter' deze campagne heeft opgezet, meent wel dat er flink gesleuteld moet worden aan het cursusaanbod. Naar zijn mening moet er minstens 100 miljoen bijkomende middelen besteed worden aan de uitbouw van een degelijk aanbod in Brussel en Vlaams-Brabant.