Nummer 40


Baskenland/Euskadi | oktober 1998


Kroniek van een aangekondigd bestand (Geert Orbie)<< Nummer 40

Voor wie de laatste maanden de politieke evolutie in het Baskenland wat nauwgezetter gevolgd heeft, komt het bestand dat ETA op 17 september heeft afgekondigd nauwelijks als een verrassing.

Jarenlang leek de politieke situatie in het Baskenland vastgeroest. Na de dood van Franco en de geleidelijke overgang naar een parlementaire democratie, la transición, was het - zowel electoraal als sociologisch in de meerderheid - Baskisch nationalisme uiteengevallen in verschillende kampen. De gematigden, verenigd in de Partido Nacionalista Vasco (PNV) aanvaardden het door Madrid opgelegde institutionele kader en maken sinds de eerste autonome verkiezingen voor het Baskisch parlement onafgebroken de dienst uit in de Baskische gewestregering. De radicalen, wier politieke strategie bepaald werd door de gewapende verzetsbeweging ETA, verwierpen het Baskisch autonomiestatuut, omdat het niet ver genoeg ging en omdat de grootste Baskische provincie Navarra erbuiten viel. In haar toenmalige politieke analyse ervoer ETA een onvoldoende breuk tussen het Franco-regime en de nieuwe Spaanse instellingen, met name wat hun houding tegenover het Baskenland betrof, waardoor zij besliste de gewapende strijd voort te zetten. De radicale strekking verenigde zich electoraal in de coalitie Herri Batasuna. Beide strekkingen, gematigden en radicalen, groeven zich meer en meer in het eigen gelijk in en vaak namen de onderlinge twisten de bovenhand op de strijd tegen de zogenaamd gemeenschappelijke vijand, het Spaans centralisme. Het ging zelfs zover dat de autonome Baskische politie, de Ertzaina, die in grote mate door de PNV gecontroleerd wordt, werd ingezet in de strijd tegen ETA-commando's en dat ETA in respons aanslagen pleegde tegen Baskische politieambtenaren. Wie heel deze onderlinge broederstrijd met plezier moet bekeken hebben, zijn de Spaansgezinde krachten. En het heeft hun ook geen windeieren gelegd, want beetje bij beetje nam het electoraal gewicht van de espanyolistas (de niet-nationalistische partijen) toe, om bij de laatste verkiezingen voor het eerst de Baskische partijen te overtroeven.

Elkarri

Ondanks de hevige polarisatie tussen gematigde en radicale nationalisten, waarbij geweld en intimidatie niet geschuwd werden, ontstonden er de laatste jaren enkele initiatieven die deze tweespalt trachtten te overstijgen. Ontwikkelingen in het buitenland, met name in Israël, Zuid-Afrika, maar vooral Noord-Ierland, waar langdurige en schijnbaar onoplosbare conflicten via dialoog en onderhandelingen dichter bij een oplossing kwamen, werkten heel inspirerend. Een van die initiatieven was de burgerbeweging Elkarri. Zij onderscheidde zich van de bestaande pacifistische groepjes, doordat ze niet eenzijdig het ETA-geweld veroordeelde, maar ook de repressie en schendingen van de mensenrechten vanwege de Spaanse overheid en politiediensten aan de kaak stelde. Elkarri slaagde erin om politici van verschillende partijen samen te brengen en op een open wijze te laten debatteren over het probleem van het geweld, dat het Baskenland in zijn greep houdt.

Gemeenschappelijk vakbondsfront

Een tweede zo mogelijk nog belangrijker evolutie was de toenadering die zich voordeed tussen de twee grootste Baskische vakbonden ELA (PNV-strekking) en LAB (HB-gezind). In een gemeenschappelijk document gelanceerd in oktober 1997 in Gernika, riepen zij op om de onderlinge tegenstellingen te overstijgen om zo te komen tot meer autonomie en vrede. De arrestatie en daaropvolgende veroordeling tot zeven jaar gevangenisstraf van het voltallige partijbestuur van Herri Batasuna lijkt de toenadering ook te hebben versneld. De nieuwe generatie politieke leiders die het heft hebben overgenomen, lijken minder vastgeroest in het oude conflictmodel en staan meer open voor alternatieve wegen om het doel te bereiken. En de toenadering tussen de verschillende fracties zette zich door. Een meerderheid van nationalistische stemmen in het Baskisch parlement bepaalde in juni van dit jaar dat het Baskenland het recht heeft om zich autonoom over eventuele zelfbeschikking uit te spreken. Dit was in tegenspraak met de Spaanse grondwet, die overigens in 1978 bij het goedkeuringsreferendum nooit een meerderheid haalde in het Baskenland. De socialisten verlieten hierop kwaad de Baskische regering, waarbij ze de gematigde nationalisten verweten in de kaart van ETA te spelen. Tijdens de zomermaanden gingen de gesprekken tussen de verschillende Baskische formaties in het geheim verder.

De verklaring van Lizarra

Op 12 september ondertekenden in Lizarra-Estella in de provincie Navarra de twee gematigde partijen PNV en EA (een afscheuring van de eerste), de linkse coalitie Izquierda Unida (een kartel rond de communistische partij) en Herri Batasuna een gemeenschappelijk akkoord, dat nadrukkelijk stelt via onderhandelingen te willen komen tot een oplossing voor de problemen in het Baskenland. Deze parijen hebben samen een absolute meerderheid in het Baskisch parlement. Ze trekken sterke parallellen met de situatie en de ontwikkelingen in Noord-Ierland en lieten zich duidelijk door dit vredesproces en zijn verloop inspireren. Waarnemers van Herri Batasuna hebben vanuit het hoofdkwartier van Sinn Féin alle belangrijke stappen in het Ierse vredesproces op de voet gevolgd. Het was de Baskische politieke partijen niet ontgaan dat de ontwikkelingen in Noord-Ierland in gang zijn gezet nadat de gematigde nationalisten van de SDLP, onder leiding van John Hume, en de radicale republikeinen van Sinn Féin, met voorzitter Gerry Adams, het eerst onderling eens waren geworden over de noodzaak en de tactiek om tot vrede te komen. Pas later, op 15 december 1993, met de fameuze verklaring van Downing street, kwamen de Britse en Ierse premiers in het spel. De verklaring van Estella-Lizarra kan gezien worden als een gelijkstemmen van de Baskische violen. Wat iedereen nadien een beetje voelde aankomen, geschiedde ook. Goed een week later, op 17 september, kondigde ETA voor het eerst in zijn bestaan een bestand van onbeperkte duur af. Dit bestand is duidelijk bedoeld als steun aan de verklaring van Estella-Lizarra. De regering in Madrid deed het bestand onmiddellijk af als onbetekenend. De voorgestelde dialoogoplossing druist immers lijnrecht in tegen de politiek van de conservatieve Partido Popular die het probleem in politionele termen blijft stellen en een repressief-militaire oplossing voorstaat. Met de Baskische autonome verkiezingen voor de deur (25 oktober) zal er op korte termijn waarschijnlijk niet veel gebeuren. Na de verkiezingen echter zal de Spaanse regering verplicht worden om een houding te bepalen. Vooreerst omdat een Baskische regering bestaande uit de ondertekenaars van het akkoord zeker tot de mogelijkheden behoort. De Spaanse regering kon wel elk gesprek met ETA weigeren onder het mom van de minderheidspositie van ETA en Herri Batasuna (+/- 15% van de Baskische kiezers), maar wanneer een meerderheid van de Baskische gekozenen zich voor een dialoog uitspreekt, zal het moeilijker zijn aan deze zijde doof te blijven. Ten tweede omdat nu reeds de publieke opinie in het Baskenland, maar ook in de rest van Spanje, duidelijk laat blijken dat het elke kans wil grijpen om dit meer dan dertig jaar durend conflict, dat aan bijna 800 mensen het leven heeft gekost, te beëindigen.