Nummer 40


Vlaams Huis | oktober 1998


Brigitte Grouwels: een resolute keuze voor tweeledigheid (Brigitte Grouwels)<< Nummer 40

Op 18 september opende in Brussel het 'Vlaams Huis', een initiatief van Meervoud. Na korte gelegenheidsredes van prof. dr. Joost Rampelberg en Meervoud-hoofdredacteur Christian Dutoit, nam Brigitte Grouwels, Vlaams minister van Brusselse Aangelegenheden en Gelijkekansenbeleid het woord. Zij pleit nog maar eens voor tweeledigheid in de staatsstructuur. Omwille van het politieke belang publiceren wij hier haar toespraak.

Beste vrienden,

Vooreerst wil ik Joost Rampelberg, Christian Dutoit en de hele ploeg van Immovlah en Meervoud feliciteren bij de opening van dit Vlaams Huis. Dit initiatief komt ten goede aan de Brusselse Vlamingen, aan alle Vlamingen en aan alle Brusselaars. Het komt mij niet toe de motieven van de initiatiefnemers toe te lichten. Dat hebben ze zelf reeds gedaan. Maar ik wil graag even stilstaan bij het belang van een dergelijk initiatief binnen de huidige Brusselse context.

De idee van een Vlaams Huis

De idee van een Vlaams Huis te Brussel is niet nieuw. Het heeft ook reeds in het verleden bestaan, bijvoorbeeld in de gedaante van "de Egmont". Het wordt ook reeds 75 jaar beleefd onder de vorm van de Vlaamse Club. Onder verschillende benamingen, en met andere inhouden, steekt deze idee nog regelmatig de kop op. Nu eens stelt men een Vlaams-Nederlands Huis voor. Anderen hebben het over een Huis van de Nederlandse Taal.

Voor deze voornoemde grote projecten ontbreekt voorlopig helaas nog het nodige overheidsinitiatief. Maar vandaag heeft er wel een ander soort Vlaams Huis te Brussel, gedragen door privé-initiatief, vaste vorm gekregen. En dat is, hoe dan ook, het vieren waard.

Het belang van een Vlaamse pijler in Brussel

Waarom zijn Vlaamse initiatieven hier in Brussel belangrijk?

Dit is geen ijdele vraag. Zeker niet als we de term 'Vlaams Huis' iets ruimer interpreteren dan enkel het gebouw waar we hier vandaag samen zijn. Ons 'Vlaams Huis' in Brussel, dat zijn ook de talloze eigen Vlaamse voorzieningen in de hoofdstad. Het gaat hem, in de ruimere betekenis, om de Vlaamse pijler die wij in Brussel verder wensen uit te bouwen, binnen het kader van de Vlaamse Gemeenschap en in de context van een hoofdstedelijk gewest dat gebouwd moet zijn op de twee grote Gemeenschappen van ons land.

Waarom bouwen we zo'n Vlaamse pijler in Brussel?

Horen we niet de sirenenzang dat de tegenstelling tussen Vlamingen en Franstaligen in Brussel voorbijgestreefd is? Worden we niet opgeroepen om onze krachten te bundelen voor één, harmonieuze en multiculturele stadsgemeenschap, gebouwd op een consensueel model, in plaats van op een conflictmodel? Wat met het verwijt dat de keuze voor eigen Vlaamse instellingen een uiting is van provincialisme, bekrompenheid en egoïsme? Waarschuwt men ons niet dat wie zich in Brussel nadrukkelijk als Vlaming profileert de multiculturele realiteit van deze stad miskent? Dit zijn geluiden die komen uit onze eigen Vlaamse gemeenschap hier in Brussel. Ze verdienen het er even bij stil te staan.

De uitbouw van eigen Vlaamse instellingen in Brussel is geen provocatie aan het adres van de Franstaligen waarmee wij hier het terrein delen. Zij die beweren dat de keuze voor unicommunautaire instellingen een conflictmodel inhoudt gaan blijkbaar uit van twee mythes.

De eerste is de ondertussen klassieke Franstalige mythe dat al die Vlaamse instellingen eigenlijk heimelijke uitvalsbases zijn van waaruit, op 11 juli 2002, de Vlaamse heerscharen hun verovering van Brussel zullen inzetten. Die mythe van de agressieve Vlaamse strategie voor etnische zuiveringen in en rond Brussel wordt niet alleen gretig gepropageerd in de Franstalige pers. Bepaalde Franstalige politici voelen zich blijkbaar geroepen om ook in het buitenland luidkeels moord en brand te gaan schreeuwen. Dat 'would-be' internationale 'staatsmannen', zoals de Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, zich hiertoe lenen, zegt veel over het al dan niet voorbijgestreefd zijn van de tegenstellingen tussen Vlamingen en Franstaligen in Brussel. En het zegt nog meer over de noodzaak om als Vlaamse Gemeenschap zelf, onder eigen vlag, onze belangen op het internationale toneel te verdedigen.

De tweede misvatting is dat de unicommunautaire instellingen ook gesloten en sectaire instellingen zijn. Dit geeft aan dat sommigen de bestaande Vlaamse instellingen in Brussel blijkbaar niet goed kennen. Vaak zijn het precies die Vlaamse unicommunautaire instellingen die de beste tweetalige en zelfs meertalige dienstverlening aanbieden. En dat is maar goed ook. Als Vlaamse Gemeenschap wensen wij ons immer open en gastvrij op te stellen ten aanzien van alle Brusselaars, ongeacht hun taal of afkomst. Kon hetzelfde maar gezegd worden van alle bicommunautaire instellingen!

Ik stel vast dat dezelfden, die het luidst jammeren dat de uitbouw van eigen Vlaamse en Franstalige voorzieningen in Brussel moeilijkheden schept voor de sociaal zwakkeren, blijkbaar geen problemen hebben met het feit dat Vlaamse bejaarden en zieken in de bicommunautaire instellingen niet op een correcte dienstverlening kunnen rekenen. Wie is hier nu asociaal?

Een uitgestoken hand naar heel Brussel

Niet alleen zijn onze Vlaamse instellingen hier in Brussel niet tegen de Franstaligen gericht. Zij zijn juist evenzovele uitgestoken handen naar allen waarmee we hier het terrein delen. Zij vormen een Vlaams aanbod om, op basis van wederzijds respect en op een evenwaardige wijze, samen aan de toekomst van deze stad te bouwen. Als Brusselse Vlamingen zijn wij immers even verliefd op deze stad als wie dan ook. En we willen die liefde graag zelf, vanuit onze eigen gemeenschap, uiten. Zo kan de rest van Brussel misschien ook wat meer van de Vlamingen gaan houden.

Ik ben de eerste om toe te geven dat het aanbod aan Vlaamse voorzieningen in Brussel niet volmaakt is. Er zijn nog witte vlekken, bijvoorbeeld in de welzijnssector. Het wegwerken van die onvolkomenheden is een essentiële opdracht voor de hele Vlaamse Gemeenschap. Het is niet voor niets dat ik straks, als Vlaams minister van Brusselse Aangelegenheden, heel Vlaanderen ga afreizen om al onze Vlaamse medeburgers te overtuigen van het belang van Brussel voor Vlaanderen en van Vlaanderen voor Brussel.

Ondertusssen mag toch ook gezegd worden dat wij ons als Vlaamse Gemeenschap niet moeten schamen voor wat we hier in Brussel reeds als eigen instellingen hebben. Ik schaam me niet voor onze eigen, Nederlandstalige scholen. De kwaliteit van hun onderwijs trekt vele Franstalige en anderstalige ouders aan, en onze scholen staan daar open voor. Is dat een conflictmodel? Wie stelt de aanwezigheid van een Nederlandstalig en een Franstalig onderwijsnet hier in Brussel nu nog in vraag? Ik schaam mij niet voor onze eigen Vlaamse Gemeenschapscentra. Het dynamisme van het Vlaamse verenigingsleven dat er tot uiting komt heeft een stimulerend effect voor alle inwoners van onze diverse wijken en gemeenten. Dat is pas echte stadsopbouw!

Geen schrik voor de tweeledigheid

Het is merkwaardig dat sommigen, die luidkeels roepen dat Vlaanderen niet genoeg doet voor haar hoofdstad, plotseling bijzonder huiverig reageren wanneer de Vlaamse minister-president voorstelt dat beide grote Gemeenschappen in de toekomst meer rechtstreeks zouden moeten optreden in hun gezamenlijke hoofdstad. Blijkbaar zijn sommigen voorstander van de tweeledigheid wanneer het op de geldstromen aankomt, maar voorstander van de drieledigheid wanneer er over de aanwending van dat geld gepraat moet worden.

Als Vlaams minister van Brusselse Aangelegenheden, én als Brusselse Vlaming, kies ik resoluut vóór de tweeledigheid. Niet omdat ik tegen de Franstaligen ben. Maar wel omdat ik vóór een leefbaar, tweetalig en evenwichtig Brussel ben, waar Vlamingen en Franstaligen zich allebei even goed kunnen thuisvoelen. Ik doe voor niemand onder in mijn liefde voor deze stad. Maar in tegenstelling tot sommige narcissisten wens ik mij niet af te zonderen op een Brussels eiland. Als Vlamingen binnen de Vlaamse Gemeenschap kunnen wij immers veel meer bijdragen tot de toekomst van Brussel. Wanneer wij ons afzetten tegen de Vlaamse Gemeenschap zagen we daarentegen de poten van onder onze eigen stoel en ontnemen we onszelf de kracht om hier een eersterangsrol te spelen.

Vlaamse eigenheid als basis voor grotere openheid

Sommigen juichen de Vlaamse initiatieven in Brussel wel toe, maar gaan aan het steigeren wanneer men aan die initiatieven een duidelijk Vlaams karakter en profiel wil geven. Zij vrezen dat dit te bekrompen en provincialistisch overkomt en dat het de multiculturele realiteit van Brussel miskent.

De culturele diversiteit van Brussel is inderdaad zeer groot. Zij vormt ook een zeer grote rijkdom, waarover we ons alleen maar kunnen verheugen. Maar de stelling dat je die multiculturaliteit het best tot uiting laat komen door je eigen culturele identiteit te verdoezelen lijkt mij bijzonder merkwaardig en is trouwens een contradictio in terminis. Hoe kunnen we onze Franstalige, Turkse, Spaanse, Marokkaanse en andere medeburgers erkennen en respecteren als we zelf gecomplexeerd gaan doen over onze eigen identiteit?

Als Vlamingen op een eigen en herkenbare wijze naar buiten treden heeft niets te maken met bekrompenheid of provincialisme. Het heeft wel te maken met zelfbewustzijn, een goede en essentiële basis voor openheid naar anderen. Om de klassieker van August Vermeylen nog maar eens te citeren: "We moeten Vlamingen zijn, om Europeeërs te worden". Men moet mij trouwens maar eens uitleggen hoeveel van onze Europese medeburgers hier in Brussel interesse zouden betonen voor de Vlaamse Gemeenschap als die zichzelf niet eens in de kijker zou stellen.

Conclusie

Een Vlaams Huis is dus wel degelijk nodig in Brussel. En niet alleen het Vlaamse Huis waarvan we hier vandaag de opening vieren, maar nog vele tientallen andere herkenbare Vlaamse instellingen. Die Vlaamse initiatieven nemen we niet tegen onze Franstalige medeburgers, maar vóór onze gezamenlijke stad. Wij bouwen hier ons eigen Vlaams Huis, zodat we zelf de deuren wagenwijd kunnen openzetten voor heel Brussel, voor heel Europa en voor heel de wereld.