Nummer 40


Brussel | oktober 1998


Matthias Storme: "Indien Brussel zijn Nederlandse wortels niet terugvindt, zal het Vlaanderen verliezen!" (Matthias E. Storme)<< Nummer 40

Op 11 september vierde de Vlaamse Club van Brussel zijn 75-jarig bestaan. Naar aanleiding daarvan werd een academische zitting georganiseerd in de gotische zaal van het Brusselse stadhuis, waarop o.m. prof. Matthias E. Storme een opgemerkte rede hield. Meervoud laat professor Storme aan het woord.

Brussel was toen nog een bruisende stad.

75 jaar geleden, toen de Vlaamse Club werd opgericht, in 1923, was Brussel een welvarende stad. De Eerste Wereldoorlog heeft te Brussel zeer weinig vernield - anders dan de militair zinloze en barbaarse vernieling in 1695 -, het zeekanaal is pas in gebruik genomen, de rijkdom waarvoor in het hele land wordt gezwoegd wordt in de hoofdstad opgestapeld. Een tijdperk van koloniale bloei.

75 jaar later leven we in een ander tijdperk. De binnenlandse politiek is gedemocratiseerd, de buitenlandse gedecoloniseerd. De belangrijkste Belgische industrieel-financiële groepen bestaan niet meer en met hen is ook het 'Belgique de papa' verdwenen. En Brussel - met Brussel bedoel in vanaf nu de 19 gemeenten - is een verarmde stad. De leefbaarheid is zwaar aangetast, om over de veiligheid maar te zwijgen, de werkgelegenheid daalt, de welvaartsevolutie is slechter dan in Wallonië. Alle grote steden hebben problemen. Maar Brussel nog meer, en dat was te vermijden. Brussel is mede daarom een arme stad, omdat de Franstalige Brusselaars - grotendeels verfranste Vlamingen - zich afkeren van Vlaanderen en het Nederlandstalige.

U zal me willen tegenspreken. Natuurlijk is er ook rijkdom te Brusssel. Culturele rijkdom. En werkgelegenheid. Maar de rijkdommen zijn erg labiel.

Economische rijkdom?

De rijken wonen buiten de stad en betalen hier geen belasting. De Europese ambtenaren betalen dat zelfs niet waar ze wonen. Er werken in Brussel evenzoveel niet-Brusselse Vlamingen als er Brusselaars werken, en als Brussel zich blijft afkeren van Vlaanderen, zullen die Vlamingen verdwijnen en met hen hun arbeidsplaatsen, hun lokaal verbruik, en de vennootschappen waarvoor ze werken. De werkgelegenheid stijgt in Zaventem, niet in Brussel. Brussel ligt geografisch in Vlaanderen. Sociaal-economisch is het zeer sterk verweven met Vlaanderen, vooral met Vlaams-Brabant, waaraan het sterk complementair is. Ook Vlaanderen als geheel heeft Brussel sociaal-economisch nodig, zij het toch minder dan omgekeerd Brussel Vlaanderen. Brussel haalt economisch nog een hoge omzet omwille van zijn rol als hoofdstad van België en van Vlaanderen. Maar als Brussel niet meer de hoofdstad van Vlaanderen wil zijn, zal die geldstroom verdwijnen, en met die ook elke andere uit Vlaanderen.

Inter-cultureel of monocultuur?

En die culturele rijkdom? Het is een gemeenplaats geworden te spreken van een 'multiculturele' stad. Als men daarmee bedoelt dat er meerdere culturen naast elkaar leven, is dat natuurlijk juist. Op zichzelf garandeert dit nog geen kruisbestuiving en wederzijdse verrijking. Daarom wil ik veeleer vragen of Brussel wel, met een woord van Ludo Abicht, 'inter-cultureel' is?

Welnu, het inter-culturele in Brussel is omzeggens uitsluitend het werk van de Vlamingen.

De Franstaligen in Brussel, zoals elders in de wereld, kennen bijna enkel Frans. Als er heden ten dage één cultuur is die zich meer dan andere in zichzelf opsluit, is het de Franse. Daardoor zijn de Franstaligen in internationale wetenschappelijke, culturele en andere middens steeds minder aanwezig, zoals ik telkens weer ervaar in internationale projecten. De veelgeroemde Franse openheid blijkt daarin te bestaan, dat het iedereen vrij staat om Frans te worden. Met openheid voor andere culturen en eerbied voor de eigenheid van de andere heeft dit dan ook weinig te maken. Kortom: de franstalige meerderheid brengt Brussel noch multicultuur, noch inter-culturele verrijking, maar monocultuur. Verder hebben we in Brussel de eurocraten. De meesten leven op zichzelf, in hun eigen milieu, in bijna splendid isolation van de Brusselaars. En de andere bevolkings- en cultuurgroepen? Ofwel verdwijnen ze in de Franse mainstream, ofwel hebben ze niet de middelen om cultuur uit te dragen. De enige gemeenschap in Brussel die zijn eigen cultuur overstijgt omdat ze daartoe èn de middelen èn de ingesteldheid heeft, en deze ook ter beschikking stelt voor alle inwoners, is de Vlaamse Gemeenschap. Naarmate de Vlaamse gemeenschap in Brussel verzwakt en de Franse sterker wordt, d.i. naarmate de politieke macht meer en meer in franstalige handen terechtkomt, verdwijnt dan ook het interculturele en krijgen we enkel nog monocultuur. Zonder de Vlamingen verarmt Brussel naast economisch ook cultureel, niet enkel omdat het daardoor de Nederlandse cultuur armer wordt, maar ook omdat precies diegene armer wordt die het meest openstaat voor de wereld en de meeste talen kent.

Brussel verarmt dan ook naarmate het zijn wortels verloochent, zijn Nederlandse wortels en verleden, als hoofdstad - en vooralsnog grootste stad - der Nederlanden.

Brussel - Vlaanderen

Het zelfgekozen keurslijf

Brussel zit ook in een keurslijf. Het zit in een keurslijf omdat het zich van Vlaanderen afkeert. Men moet de zaken niet op zijn kop zetten. De in Brussel gecentraliseerde macht heeft geprobeerd om behalve Wallonië ook Vlaanderen te verfransen, en nu dit niet lukt, keert Brussel zich van Vlaanderen af. Sommige Vlamingen aldaar doen daar trouwens gretig aan mee. Onder het mom van ruimdenkendheid en mondialisme, sluiten zij zich feitelijk op in provincialisme. Onder het mom dat Vlaanderen te klein zou zijn, koesteren zij zich in het nog kleinere Brussel. Zij moeten daarin niet onderdoen voor de franstalige Brusselaars. Niet dat men niet verliefd mag zijn op zijn stad. Ik ben dat ook. Niet dat lokale problemen niet belangrijk zijn. Zij zijn essentieel. Maar men mag het onderscheid tussen lokale problemen - de straathoek -, nationale problemen, en Europese of wereldproblemen niet uit het oog verliezen. Men moet beseffen dat het 'lokale' in Brussel slechts kan worden bestuurd op het niveau van de agglomeratie, en dat de 19 lokale baronieën, waar overigens in de meeste gevallen voor de Vlamingen géén plaats meer is, daartoe moeten verdwijnen. En men moet vooral beseffen dat het Brussels niveau een lokaal niveau is, een stadsgewest, een complementaire partner voor Vlaams-Brabant, en niet de illusie hebben dat Brussel het staatsniveau heeft van Vlaanderen of Wallonië, zoals Antwerpen en Luik evenmin de wereld zijn.

Vlaanderens openheid en toekomst

Keert Vlaanderen zich van Brussel af om zich in zichzelf op te sluiten? Wie dat zegt, doet de waarheid geweld aan. Geen land is meer open op de wereld dan Vlaanderen. Nooit eerder hebben zoveel Vlamingen in het buitenland gestudeerd. Het niveau van onze universiteiten wordt alom als topniveau erkend. Uw vereniging en de mijne, de 'Vlaamse Club' en het 'Verbond der Vlaamse Academici', getuigen van het intellectueel niveau van het Vlaamse verenigingsleven. Er is nauwelijks een land te vinden waar de kennis van vreemde talen groter is. Van geen land is een groter deel van de economie met de buitenwereld verbonden. Enzovoort. Maar de ideologie is voor sommigen sterker dan de werkelijkheid. Omdat hun ideologie plaats maakt voor elke identiteit, zolang het maar geen Vlaamse, want nationale is, vergeten ze dat om als partner met anderen inter-cultureel te kunnen uitwisselen, men eerst zelf iets te bieden moet hebben. Of denkt men werkelijk dat iemand erin geïnteresseerd is in Vlaanderen te zoeken wat men overal ter wereld vindt?

Wanneer de kruisbestuiving tussen Vlaanderen en Wallonië en vooral die tussen Brussel en de rest van Vlaanderen niet loopt zoals het hoort, dan is dat ook en vooral omdat zoiets wederzijds respect vergt. En wanneer de Vlamingen dat niet ervaren in Wallonië of bij franstalige Brusselaars, zoeken zij het elders: in de Nederlanden, de Angelsaksische wereld, Midden- en Oost-Europa en het 'Balticum', Zuid-Amerika, de Middellandse Zee. Met vele landen daar en elders in de wereld, zelfs met Frankrijk, is er uitwisseling op voet van gelijkwaardigheid mogelijk, en dus een win-win-situatie. Met Wallonië en franstalig Brussel lijkt dit vooralsnog bijzonder moeilijk. Liefde kan inderdaad niet van één kant komen. Le Soir weigerde zopas nog een advertentie met cartoon voor lessen Nederlands te plaatsen (derde in een reeks) omdat de sollicitant erin besefte dat zijn kansen vooral in Vlaanderen liggen. Deze waarheid moet hun Brusselse lezers blijkbaar worden ontzegd.

Als de win-win-situatie van het beter op elkaar afstemmen van Vlaanderen en Brussel niet lukt, dan zit het Belgische kader daar voor iets tussen. In plaats van Vlaanderen en Wallonië, Vlaanderen en franstalig Brussel dichter bij elkaar te brengen, vervreemdt de krampachtigheid waarmee sommigen dat kader in stand willen houden hen van elkaar. Maar dat kader verdwijnt toch. Vlaanderen wordt hoe dan ook even onafhankelijk als de andere Europese lidstaten - niet meer, maar ook niet minder - en zal dan de aloude banden met de Noordelijke Nederlanden aanhalen om in Europa te kunnen meepraten met Frankrijk, Engeland en Duitsland. Dit is een onvermijdelijke ontwikkeling en men zou beter de blijde geboorte begunstigen in plaats van krampachtig pogen ze tegen te houden. En wat daarbij vooral van belang is voor Brussel, is dat Vlaanderen zich niet meer laat afdreigen om de huidige zogenaamd federale structuur in stand te houden "omwille van Brussel", om Brussel te behouden. De medezeggenschap van de Vlamingen in Brussel is nu reeds grotendeels een illusie. Brussel wordt zonder een meerderheid aan Vlaamse kant bestuurd. De Vlaamse meerderheid in België is wel opgegeven, de franstalige in Brussel nooit. En als het van de plannen van de federale regering met het kiesrecht afhangt is het vanaf de volgende verkiezingen, minstens die van 2000, helemaal gedaan.

Toch samenblijven ?

Inderdaad. Brussel is niet echt geliefd bij de Vlamingen - maar de laatste aan wie men dat kan verwijten is de Vlaamse overheid: zij is integendeel één van de weinige instanties die in Brussel investeert. Zij probeert de banden met Brussel nauwer aan te halen, en laat tevens vele initiatieven bloeien, waarvoor ze meestal slechts stank voor dank krijgt. Vlaanderen zou nog veel meer in Brussel investeren indien het ook echte medezeggenschap kreeg. Intussen is het juist dat de gewone Vlaming stilaan geneigd is om Brussel inderdaad los te laten, de iris in het moeras te laten bloeien... en weidsere horizonten op te zoeken.

Als Vlaanderen en Brussel elkaar daardoor gaan lossen is dat jammer. Erg jammer.

Het zou jammer zijn voor Vlaanderen. Vlaanderen zou zijn hoofdstad verliezen, en zijn belangrijkste venster op de wereld. Niet dat Vlaanderen zich op zichzelf zou terugtrekken, maar het verlies van Brussel compenseren zal veel inspanningen en geld kosten, meer dan men nodig heeft om Brussel ervan te overtuigen om samen op stap te gaan.

Het zou nog meer jammer zijn voor de franstalige Brusselaars. Cultureel is het een verarming, sociaal-economisch een ramp. En als men denkt dat een louter franstalig Brussel met Europa alleen wegkan, zonder Vlaanderen, is dat een illusie. Of denkt men werkelijk dat de Fransen, de Engelsen, de Duitsers, echt geld gaan pompen in een buitenlandse stad om ze tot een Europese hoofdstad uit te bouwen, tenzij misschien indien men ze daardoor kan inpalmen? (en dan nog: zelfs dan zal Parijs het geld in Parijs steken en niet in Brussel). De ervaring met Washington D.C. leert ons eveneens het omgekeerde!

Het zou het meest jammer zijn voor de Vlaamse Brusselaars. Indien sommigen onder hen zich op een Brussels eilandje willen terugtrekken zullen ze op een ochtend bij het ontwaken merken dat er geen Vlaamse kinderen meer zijn in Brussel en dat met het verdwijnen van de Vlaamse kinderen ook de Vlaamse ouders weg zijn en met hen de geldstromen vanuit Vlaanderen. Zij zullen merken dat hun 'belgitude' verschrompeld is tot een 'Beulemansitude', terwijl Vlaanderen en Nederland zich zonder complexen bewegen in de rest van Europa.

Brussel en de Nederlanden: de historische opdracht

Dit is dan ook het alternatief voor Brussel: zijn historische rol als hoofdstad van de Nederlanden, en eerst daardoor van Europa, terug opnemen. Brussel kan maar overleven en zijn roeping waarmaken door de historische vergissing van 1830, zoals minister Tobback het noemde, ongedaan te maken. De historische rol van de Nederlanden bestaat erin een ruimte te scheppen van democratie, open op de wereld, maar niet ten prooi, onverfranst, onverduitst, onverengelst, weg van het centralisme van Frankrijk of Engeland, van de imperialistische neigingen van Frankrijk, Engeland en Duitsland. De wortels van de moderne democratie liggen in de Nederlanden, in het zelfbestuur van onze Vlaamse en Brabantse steden, in het Placcaet van Verlatinghe, dat de Amerikaanse revolutie inspireerde, niet in de Franse revolutie - althans die van 1792 - die integendeel de wieg is van het moderne totalitarisme. Van die Nederlanden, waarin welbegrepen tolerantie gedijt en de verscheidenheid niet in centralisme wordt verstikt, maar waarin er tegelijk een voldoende homogeniteit is om de democratie te doen werken, kan Brussel de hoofdstad zijn.

Brussel kan maar overleven indien het zijn Nederlandse wortels terugvindt. Dit wil niet zeggen dat Brussel op taalkundig vlak 'per se' eentalig Nederlands moet worden. Dublin is qua taal niet verierst en in Edinburgh spreekt men nauwelijks 'Scottish Gaelic', maar Dublin bekent zich tot de Ierse cultuur en staat, en is slechts daardoor een culturele hoofdstad van Europa en geen Engels provinciestadje, en hetzelfde geldt voor Edinburgh. Geen bestrijding van het Frans vragen wij, wel respect voor het Nederlands, zoals wij dat voor andere talen hebben.

Door, anders dan Dublin of Edinburgh, zijn Nederlandse verleden te verdonkeremanen en zijn Nederlandstalige inwoners weg te jagen, verloochent Brussel enkel zichzelf. Tot aan de Franse bezetting in 1794 werd Brussel volledig in het Nederlands bestuurd - op zijn betrekkingen met de buitenlandse heersers na. De historische bewijzen zijn op dit punt overweldigend. Zonder de asociale verfransingsdruk gedurende bijna anderhalve eeuw was Brussel nu niet enkel een 'Nederlandse' maar ook een Nederlandstalige stad gebleven. Maar ook los van de taal is Brabant, en Brussel in het bijzonder, slechts groot geworden doordat het de nodige afstand kon bewaren van Frankrijk. Om groot te blijven, moet Brussel dan ook politiek afstand nemen van Frankrijk en de politieke structuur van de 'Franse Gemeenschap' en zich opnieuw bekennen tot de Nederlanden. Wallonië doet dit op zijn manier ook: recent onderzoek heeft nogmaals aangetoond dat van alle 'identiteitslagen' in Wallonië de Franse de zwakste is.

Indien Brussel zijn Nederlandse wortels niet terugvindt, zal het Vlaanderen verliezen en vervallen tot een Franse provinciestad in de kille Noordelijke schaduw van Parijs. Brussel mag dan wel de naam dragen van hoofdstad van Europa, maar dat waarborgt niets. Ook Straatsburg is dat, en toch een Franse provinciestad. En het is juist om die laatste reden dat Straatsburg niet echt tot Europese hoofdstad kan uitgroeien en Brussel wel. "Si Bruxelles sera exclusivement latine, elle ne sera pas européenne".

Indien Brussel zich daarentegen tot de Nederlanden bekent - en dat kan het slechts via Vlaanderen - dan kan het uit zijn keurslijf geraken en uitbreiden, niet op een slinkse manier met enkele gemeenten, maar wel tot heel Vlaanderen, en aldus het sterkste deel worden van die Nederlanden, waarvan het de hoofdstad en het kloppend hart zal zijn.

De bal ligt in de eerste plaats in het kamp van de Brusselaars...