Nummer 41


Francofonie | november 1998


"Le discours antiwallon" (Antoon Roosens)<< Nummer 41

'Le discours antiwallon en Belgique francophone' is de titel van een speciaal dubbelnummer van het maandblad Toudi, dat wordt gepubliceerd door een aantal Waalse autonomisten, onder meer uit de kringen van 'La Fondation Jules Destrée' en de groep 'République' rond José Fontaine. De tekst, volledig van de hand van laatstgenoemde, handelt over de vorm, de inhoud en ook de oorzaken en de verklaringen van het media-offensief dat door de francofone Brusselse intellectuelen en politici wordt gevoerd tegen de Waalse beweging.

Dit offensief is vooral in hevigheid toegenomen sinds de publicatie, op 15 september 1983, van het Manifeste pour la culture wallonne, waarin honderden vooraanstaande personaliteiten uit culturele, artistieke, politieke en sociale kringen, stelling namen voor een autonoom Wallonië los van de Brussels-francofone macht en bevoogding: een keuze "pour la Région wallonne" en tegen "la Communauté française".

Wij kennen een gelijkaardig fenomeen in Vlaanderen. Sinds een tiental jaren hebben enkele Vlaamse intellectuelen, meestal van sociaal-democratische signatuur, een ideologische aanval-in-regel ingezet tegen de Vlaamse beweging. De namen hoeven, voor onze lezers, niet meer genoemd te worden. De bespeelde thema's en de gebruikte strategieën zijn bekend: de ontkenning van de Vlaamse identiteit en de bestrijding van elke nationale identiteit als een gevaarlijke hersenschim; het - intellectueel onzindelijk - amalgaam van Vlaamse zelfstandigheid, geslotenheid, intoleratie, racisme, fascisme... enz., dat voortdurend wordt opgediend in de media, allerlei publicaties, debatten en pseudo-academische conferenties.

In Vlaanderen vindt deze campagne een gemakkelijk - maar grotendeels gratuit en kunstmatig - kristallisatiepunt in de zgn. 'strijd tegen extreem-rechts' en het 'cordon sanitaire' rond het Blok. Men zou dus kunnen denken dat de Waalse beweging, de onbetwistbare erfgename van tientallen jaren Waalse arbeidersstrijd tegen het Belgisch kapitalisme, zou ontsnappen aan deze perverse neo-belgicistische aanvallen. Niets blijkt minder waar te zijn.

In een lucide, en soms gepassioneerde analyse van duizenden artikels in franstalige (Brusselse) kranten en tijdschriften, boeken en brochures, toespraken en publieke standpunten, schetst José Fontaine een - bijwijlen hallucinant - beeld van de systematische campagne van ontkenning, misprijzen, hoon en spot, laster, smaad en regelrechte haat, gericht tegen de Waalse autonomisten en hun beweging, vanwege hun francofone Brusselse 'bondgenoten'. Het gehele arsenaal van sofismes en valse beschuldigingen, tot en met deze van racisme en fascisme, waaraan wij in Vlaanderen gewend zijn, wordt eveneens in stelling gebracht tegen Wallonië en de Waalse beweging. Maar dan met een verbale virtuositeit en een 'Franse' virulentie, waarmee vergeleken onze Vlaamse belgicisten overkomen als brave en saaie koorknapen.

*
* *

Hoe verklaart men deze vijandigheid? José Fontaine zoekt de wortels ervan in de ontstaansgeschiedenis van de Belgische staat en van zijn heersende klasse. Toen in 1830 deze staat tot stand kwam, kende Wallonië reeds een volgroeide industriële economie van wereldformaat. Ingevolge de technologische evolutie - o.m. de stoommachine - en de daaruit voortvloeiende toename van de kapitaalsintensiteit van de industriële bedrijven, kwam de Waalse nijverheid reeds rond de helft van de 19de eeuw onder de controle en in het bezit van het financieel kapitaal: de holdings. Dit financieel kapitaal was niet Waals, maar Brussels.

"De Belgische monarchie, de grote banken, de centrale administratie en de regering vormden toen het knooppunt van een Belgische franstalige bourgeoisie die politiek, economisch, cultureel en sociaal deze Waalse welvaart gingen beheren en overplaatsen buiten Wallonië. (...) Deze gegevens verklaren de demografische groei van Brussel, de verfransing ervan (vetjes van ons) en haar (huidige) dominante positie "(p.9).

De concentratie van de economische en politieke macht te Brussel, in handen van een franstalige bourgeoisie, leidde logisch tot de concentratie, eveneens te Brussel, van de franstalige intellectuele elites en 'ideologische' instellingen: pers, academici, schrijvers, kunstenaars, enz. Fontaine noemt dat "la concentration du capital symbolique" als gevolg en tegenhanger van "la concentration du capital financier". Doorheen het proces van symbiose met de franstalige Brusselse bourgeoisie, verloren deze intellectuele elites - voor zover zij van Waalse oorsprong waren - hun identificatie met Wallonië. Zij werden, in Gramsciaanse termen, de 'organische intellectuelen' van een volksvreemde heersende klasse. Want de Belgische heersende klasse was, hoewel franstalig, nooit Waals. Zoals Fontaine het formuleert: "Deze bourgeoisie, hoewel franstalig, ontwikkelde een maatschappijproject met als kader de Belgische natie-staat, zonder zich te solidariseren met Wallonië." (p.9).

Wij hebben, jaren geleden, eenzelfde analyse gemaakt en erop gewezen dat Brussel, zelfs indien het honderd procent franstalig zou worden, nooit een Waalse stad kan zijn, en dat de toekomst van Wallonië als natie niet mèt, maar zonder Brussel moet worden uitgebouwd.

*
* *

Kwam dan, in de jaren zestig, het historisch moment waarop de oude kolen- en staalnijverheid werd verdrongen, als centraal mechanisme van kapitaalsaccumulatie, door de nieuwe technologische industrie in handen van (buitenlandse) multinationale groepen. Het Belgisch holdingkapitaal liquideerde eenvoudig haar Waalse basisnijverheid, zonder enige ernstige poging te ondernemen tot economische reconversie van Wallonië. Dit bracht een heftige reactie op gang van de Waalse arbeidersklasse, reactie die de concrete aanloop was tot het huidige Waalse nationalisme. Maar meteen kwam ook de positie van de Belgische francofone bourgeoisie als economische - en dus politiek - leidende klasse op de helling te staan. Mede door de gelijktijdige expansie van de Vlaamse economie - die niet werd gedragen door het Belgisch bourgeois-kapitaal - ontstonden aldus de objectieve, structurele voorwaarden voor de aan de gang zijnde ontbinding van het politieke project dat de Belgische staat heet.

De Belgische francofone bourgeoisie - en de francofone intellectuele elites die zich met haar hebben vereenzelvigd - zien dus hun heerschappij over Vlaanderen verdwijnen. Zij plooien zich terug op 'de rest van België'. Die 'rest' betekent voor hen Brussel èn Wallonië. Maar dan een Wallonië als aanhangsel en (politiek) steunpunt van de Brusselse francofonie, tégen Vlaanderen: "L'axe Wallo-Brux" !

Nu stort deze (defensieve) strategie in mekaar, wanneer blijkt dat la Wallonie profonde de uitbouw van een zelfstandige Waalse regio verkiest boven de instandhouding van een communauté française met Brussel; meer nog, wanneer blijkt dat Wallonië deze bevoogdende band met de Brusselse francofonie steeds duidelijker aanvoelt als een hinderpaal voor de economische en culturele ontplooiing van het Waalse volk. Voor de Brusselse francofonie is dit een verraad. Zij hebben er zich bij neergelegd dat Vlaanderen zich ontworstelt aan de francofone heerschappij van Brussel. Deze breuk was in de eerste plaats taalkundig-cultureel, en zij zijn zelf verantwoordelijk voor deze breuk sinds 1830. Zij beperken zich ertoe dit proces van Vlaamse ontvoogding te vertragen en te belemmeren, onder meer bij middel van de (door hen geïnspireerde en gefinancierde) ideologische campagne van hun Vlaamse, pseudo-linkse en neo-belgicistische waterdragers. Maar wanneer ook Wallonië zich zelfstandig gaat opstellen, betekent dit het fatale einde van hun politieke macht en invloed. En meteen het einde van de vele lucratieve posities van geheel hun arrivistische achterban in de Belgische staatsmachine.

Vandaar dat de reactie van deze francofone Brusselse achterban tegen de Waalse beweging zoveel virulenter en hatelijker is dan hun ideologische vertragingsmaneuvers tegen de Vlaamse zelfstandigheid. Want aan de einder doemt voor hen het onnoemelijke schrikbeeld op van de onvermijdelijke reïntegratie van Brussel in een open, krachtige, democratische Vlaamse gemeenschap. Et ça, jamais!

*
* *

Het is dan wel verbazend dat José Fontaine, in het laatste hoofdstuk van zijn schitterende en ontroerende aanklacht tegen le discours antiwallon, toch nog gaat pleiten voor deze as Brussel-Wallonië. Hij richt een bijna pathetische oproep tot de francofone Brusselse elite om een autonoom Wallonië te aanvaarden, en het als het ware te gebruiken als een (ultieme) dam tegen de Vlaamse vloedgolf die Brussel dreigt te overspoelen.

Hij wordt daarin blijkbaar niet gevolgd door een (meerderheids-) groep van Toudi. In een postface, een nawoord van de redactie in hetzelfde dubbelnummer van Toudi, schrijft François André: "José Fontaine besluit zijn studie met een oprechte uitgestrekte hand naar hen die, bijna zonder uitzondering, op een of andere manier Wallonië verachten en ontkennen. Ik moet toegeven dat ik persoonlijk veel minder vergevingsgezind ben en dat ik ten zeerste twijfel aan het nut van een dergelijke toegereikte hand." Waarvan akte.

*
* *

De Waalse beweging zal haar bondgenoten moeten kiezen. Maar ook de Vlaamse beweging ! Het is een verkeerde strategie geheel franstalig België op één hoop te gooien, zoals dat nog steeds gebruikelijk is in het discours van het rechts Vlaams-nationalisme. De progressieve Vlaamse beweging heeft steeds een klasse-analyse gemaakt van de Vlaamse kwestie. Zij heeft van daaruit steeds benadrukt dat niet het Waalse volk, maar de Belgisch-Brusselse bourgeoisie, de hinderpaal is voor het tot stand komen van een zelfstandige en democratische Vlaamse staat.

De jongere generatie weet het wellicht niet meer, maar onmiddellijk na de marsen op Brussel, begin jaren zestig, organiseerde het toenmalig Vlaams Aktiekomitee Brussel en Taalgrens een historische betoging te Antwerpen, onder het motto: Voor federalisme en economische structuurhervormingen. Aan deze betoging werd deelgenomen door een indrukwekkende delegatie van het Mouvement Populaire Wallon, met hun Waalse vlaggen die broederlijk wapperden naast de Vlaamse leeuw. Het was de zwanenzang van het Aktiekomitee: want een zekere - Antwerpse - rechterzijde (toen reeds!) verzette zich tegen deze strategie.

De Vlaamse beweging had nooit deze weg mogen verlaten. Het zou ons veel ellende hebben bespaard. En de staatshervorming zou wellicht nooit de nefaste vorm hebben aangenomen van een drieledige gewestvorming, met francofoon Brussel als een bijna oninneembaar bastion van de laatste die-hards van la Belgique de papa.

Toudi, nr. 13-14, september 1998, 240 fr. Inlichtingen: rue du Bois-de-l'Ecluse 4, 7830 Graty.