Nummer 42


Wallonië | december 1998


Het streven naar Waalse identiteit doorheen de geschiedenis (Philippe Destatte)<< Nummer 42

In de marge van een persconferentie na de OVV-meeting 'Vlaanderen, staat in Europa' uitte OVV-voorzitter Matthias Storme de wens om volgend jaar een gezamenlijke meeting te organiseren van de Vlaamse en de Waalse beweging. Als eventuele gesprekspartners vermeldde hij het 'Institut Jules Destrée' en 'Wallonie Libre'. Meervoud en het Masereelfonds hebben al een tijdje goede contacten met het Institut Jules Destrée. Met dit laatste organiseerden wij bijvoorbeeld een gespreksavond rond ons 'Marshallplan voor Wallonië'. Toch is de Waalse beweging in Vlaanderen niet zo goed bekend. Daarom brengen we hier een voorstellingstekst van het Destrée-instituut, geschreven door Philippe Destatte voor MFnieuws. De vertaling is van Bernard Desmet.

Wat is het Jules Destrée-instituut?

Het Jules Destréé-instituut organiseert permanente vorming, maar is vooral een studie-centrum over Wallonië. Het werd opgericht in 1938 door drie personaliteiten uit de Waalse beweging, nl. pater Mahieu, de José Happart van zijn tijd, die overal te lande ging spreken, die zich o.a. onderscheidde door zijn verzet tegen Degrelle, met als stelling dat Wallonië het alternatief was voor fascisme. Daarnaast was er Henri Carlier, een liberaal uit Charleroi, een geëngageerde vrijmetselaar, bekommerd om de Europese minderheden etc. En tenslotte was er Maurice Bologne, een militant marxist en Luikenaar. Kortom, een bont gezelschap van een marxist, een pater, die wel moeilijkheden kreeg met het kerkelijk establishment en ten slotte een liberale vrijmetselaar.

Deze samenwerking gaf aanleiding tot een bescheiden fonds, maar bleef wel, tot op de dag van vandaag, zeer open en pluralistisch.

Vandaag houden we ons nog steeds bezig met geschiedenis, maar ook met het definiëren van een toekomstproject voor Wallonië. Wij hebben samenwerking met diverse universiteiten, maar in onze raad van bestuur zetelen naast wetenschappers, ook politici uit zowat alle Waalse democratische partijen.

Hoe de geschiedenis van Wallonië benaderen

Een historicus die Wallonië wil bestuderen, wacht een zware taak. Niet enkel wordt de rol van de historicus in vraag gesteld, er wordt ook gesteld dat de historicus de feiten kan schrijven en interpreteren zoals hij wil. Bovendien zijn er nog steeds mensen die oordelen dat 'het' Wallonië niet bestaat. Men spreekt van de Franstalige gemeenschap van België, maar Wallonië als regio heeft voor die mensen geen geschiedenis en een onzekere toekomst.

Henri Carlier stelt dat de geschiedenis van Wallonië er niet voor pleit deel te gaan uitmaken van Frankrijk, maar evenmin voor het behoud van de Belgische staat of de creatie van een Waalse staat. Een historicus kan enkel helpen het heden te begrijpen.

In het verleden zijn er verschillende momenten geweest, die wijzen op een toenadering tussen Frankrijk en Wallonië. Sinds 1790, maar ook na 1830 waren haast alle belangrijke opties in Wallonië, opties in de richting van Frankrijk. Men zou dus kunnen concluderen dat de Walen Frans willen zijn.

Anderzijds zijn er ook elementen die Pirenne gelijk geven. Pirenne heeft misschien af en toe de zaken geforceerd om het bestaan van een Belgische geschiedenis te bewijzen, maar dat belet niet dat er vandaag een werkelijke Belgische staat bestaat.

Op mij hoeft u niet te rekenen om te bewijzen dat Wallonië altijd bestaan heeft, dat het bestaan van een eigen regering en parlement dus logisch zijn en Wallonië een rijke toekomst voor zich heeft. Die idee is trouwens zeer kwetsbaar, en wel om twee redenen. Enerzijds is er de Franse bourgeoisie die het bestaan van zoiets als Wallonië blijft ontkennen, anderzijds is er de vrees voor een nationalisme, mee geïnspireerd door de groei van het Vlaams nationalisme, waarvan hier weliswaar te vaak een karikatuur wordt gemaakt. Er is dus een dubbele rem op de ontwikkeling van een Waals bewustzijn.

De historicus moet altijd duidelijk aangeven op welk gebied, en met welke doelstellingen hij actief wil zijn. Welnu, er ontbreekt elke definitie van een Waalse politieke ruimte, verbonden met de idee van beslissing en verantwoordelijkheid. (c.f. Michel Molitor) En dit blijft ook vandaag gelden, want de plaatsen waar de werkelijke beslissingen over Wallonië genomen worden, zij niet noodzakelijkerwijs de regering of het parlement. Er zijn andere dynamieken dan louter de politiek. Het kapitalisme werkt autonoom van de minister-president van Wallonië.

De Waalse regering probeert momenteel wel een aantal instrumenten te verwerven om een politiek te kunnen voeren. Neem nu Clabecq. Waarom investeert de Waalse regering vele miljoenen in dit staalbedrijf, op een moment dat de metaalindustrie door velen wordt beschouwd als verleden tijd. Juist omdat het kapitalisme, de banken nog weigeren te investeren en hun rol te spelen. Idem wat betreft de quasi-nationalisering van Cockerill-Sambre. Men kan hier niet spreken van nationalisering, maar van in de plaats treden. De openbare sector treedt in de plaats van de privé, die weigert haar rol te spelen.

De Franstalige partijen zijn jammer genoeg niet gestructureerd in functie van Wallonië. Het is tekenend dat de PS in de Brusselse Keizerslaan, de PRL in de Brusselse Napelsstraat, de PSC in de Brusselse Tweekerkenstraat zetelen. En dit heeft zware gevolgen voor Wallonië. Men schat dezelfde dingen anders in vanuit Brussel, tussen de Generale, het paleis en dies meer, dan indien men zich hier zou bevinden. Wat me razend maakt is dat belangrijke beslissingen dan nog vaak genomen worden door de partijvoorzitters, om ruzie in de coalitie te voorkomen.

Dus, de ruimte waar de beslissingen over Wallonië worden genomen is niet noodzakelijkerwijs Wallonië zelf, en de particratie weegt zwaar door op de genomen beslissingen. En het zou er al anders uitzien mochten die partijen op Waalse basis georganiseerd zijn.

Een geschiedenis die eind vorige eeuw begint ?

Een historicus die over Wallonië praat start meestal in 1886. (Wallonië werd als het ware geboren uit de belangrijke stakingen). Wat interessant is om weten. De waarnemer volgt het ontstaan van Wallonië vanaf die stakingen. Terwijl de oorzaak van de stakingen niks specifiek Waals had, maar alles te maken had met het ontwikkelend kapitalisme. Om concurrentieel te blijven probeerde het patronaat de lonen te verlagen. En deze tactiek werd gevolgd tot het proletariaat in opstand kwam. César De Paepe, politicus en wetenschapper, zei toen dat heel Wallonië in staking was, van Doornik tot aan de Duitse (Pruisische) grens. Toen werd voor de eerste keer het woord Wallonië in een politieke en geografische betekenis gebruikt. Albert Mockel stichtte toen het blad La Wallonie, en ondersteunde daarmee de Waalse beweging. Een van de voorstellen was toen dat Vlaanderen Vlaams diende te zijn, Wallonië Waals en dat Brussel maar moest doen wat het wilde. Of, sterker nog, onze toekomst is het federalisme. In 1898 is er trouwens het eerste federalistisch project van de Waalse Liga uit Luik. Dit project kwam er als reactie op de Vlaamse beweging, en ten tweede de vaststelling dat de industriële dynamiek in Wallonië enkele haperingen kende.

Maar in het Journal de Liège uit 1831 was er (c.f. elders) een tekst die sprak over het gebied van het hedendaagse Wallonië (Land van Luik, Luxemburg, Namen en Henegouwen).

Wat is Waalse identiteit?

Identiteit is een term die momenteel in een slecht daglicht staat, o.m. door de gebeurtenissen in Bosnië. Voor mij is identiteit wat men is en wat men wil worden in het licht van naar voren gebrachte waarden. Wie zichzelf uitgebreid voorstelt, projecteert ook z'n eigen verwachtingen in deze voorstelling. Men kan vele verwachtingen, in diverse terreinen hebben. Wat erg was in Joegoslavië, dat men mensen verbood terzelfdertijd Serviër en Kroaat te zijn. Neem nu Denise Van Dam, die zichzelf voorstelt als Vlaming en Waalse. Neem onszelf, we zijn Waal, francofoon, Belg, en Europeaan, wat zeker vandaag nog niet onverenigbaar is.

Een Waal is iemand die samenwoont op een bepaalde gebied en een aantal waarden deelt. Maar dit is niet exclusief. Wallonië is geen eiland. Als men in de strijd tegen Degrelle zegt dat Wallonië een alternatief is voor het fascisme, wil dat niet zeggen dat het hier allemaal koek en ei is. Niet alleen heeft Vlaanderen z'n Vlaams Blok, maar ook Frankrijk, dat toch altijd weegt op Wallonië heeft af te rekenen met een nieuwe opkomst van het fascisme.

Een redacteur van Le Monde stelde ooit dat het niet volstaat met te zeggen dat men Fransman is, men moet er meteen bijzeggen tot welke traditie men wenst te behoren, die van Vichy of die van De Gaulle.

Iemand die ik graag citeer is J.M. Dehousse. Zeker als hij stelt dat Wallonië het eigendom is van geen enkele politieke groep. Wallonië mag zich niet te veel vereenzelvigen met één politieke kracht, uit gevaar zich te vervreemden van andere politieke krachten. Wallonië is niet rood, is niet blauw. Evenmin is Wallonië een bassin. Luik, Charleroi hoeven niet te overheersen.

Ik citeer ook graag Renard. En wat hij zegt klopt. Mocht ik in 1886 de stakende arbeiders geïnterviewd hebben, dan zou men mij niet gesproken hebben van Waalse identiteit, maar gewoon gezegd dat men streed omdat men crepeerde van de honger. Men was toen nog niet bewust van een Waalse identiteit. Maar het feit dat Wallonië de eerste streek was op het vasteland die zich industrialiseerde, heeft natuurlijk ook z'n gevolgen, tot vandaag, voor deze regio.

Defuisseaux, een van de leiders van de stakers, spreekt daarentegen wel van een Waals volk, niet van een Belgisch volk.

Een dikke honderd jaar in etappes

Een eerste etappe in de Waalse geschiedenis situeert zich van 1898 tot 1939. Dan ontwaakt de Waalse identiteit, komen er de eerste federalistische voorstellen. Belangrijk is dat ook de economische dynamiek deel gaat uitmaken van dit proces. Een van de eerste acties van de Waalse Liga in Luik is gericht tegen een omleiding van het spoorverkeer tussen Duitsland en Brussel en Frankrijk. Een regeringsproject voorziet een rechtstreekse verbinding met Brussel, via Vlaanderen. Men manifesteert tegen de Belgische regering, met in het achterhoofd dat dergelijke rechtstreekse verbinding vooral ten goede zal komen aan Vlaanderen, ten nadele van Wallonië.

De controle op hun economie ontsnapte de Walen in 1848. Men kent een aantal belangrijke faillissementen, een financiële crisis, een stoppen van de groei. Het merendeel van de familiale ondernemingen in de sector constructie en siderurgie schakelen om naar NV's, laten toe dat de banken in het bestuur intreden. En die banken zijn voornamelijk in Brussel gevestigd. De banken, waarvan de Societé wel de bekendste is, blijven investeren in Wallonië, zolang het hen goed uitkomt. Valt het tegen, dan houdt niks hen tegen elders te gaan investeren.

Henri Albert, op het een congres van de Waalse concentratie in 1934, schetst de problematiek van de controle door de banken op de Waalse economie. De Waalse banken worden filiaal van nationale, van Brusselse banken. Dat terwijl er aan Vlaamse kant wel banken worden gesticht, zoals bijv. de Kredietbank. In Vlaanderen wordt er ook het Vlaams Economisch Verbond gecreëerd. Er is dus een tekort aan Waals dynamisme. En dat is het zere punt, de Waalse kapitalistische burgerij is niet zozeer Waals, maar vooral francofoon. Ze is totaal niet bekommerd om wat er in Wallonië gebeurt.

Het uur van Wallonië

Tussen '30 en '40 maken we de opkomst van het nazisme mee in Duitsland, maar ook de ontsporing van een aantal Vlaamse partijen, het succes van Rex. Degrelle is echter meer Belg dan Waal, hij stamt uit reactionaire katholieke milieus, de milieus van de oude universiteit van Leuven. Ook is er het gewicht van het pacifisme van de Vlaamse beweging, dat wel geïnspireerd lijkt door vrees voor Frankrijk -Vlaanderen begint politiek door te wegen, er komt een Vlaams politiek platform. Op een gelijkaardig pllatform moeten we in Wallonië wachten tot 1980. Onder Vlaamse druk wordt er meer afstand genomen van de diplomatie en buitenlandse poltiek van een Frankrijk, dat op dat moment bestuurd wordt door het Volksfront. Dit creëert een Waalse publieke opinie, vertolkt door de editorialisten van Waalse kranten. Voor deze opinie blijft de band met Frankrijk belangrijk, een Frankrijk dat wordt beschouwd als een tweede vaderland. Het sterker wordend Germaans Duitsland beangstigt Vlaanderen blijkbaar niet. Want Vlaanderen weegt op de nationale beslissingen en beknibbelt o.m. op de defensie-budgetten en maakt dat het Belgisch leger post vat aan de Franse i.p.v. aan de Duitse grens. Terwijl er voor de Walen front gevormd dient te worden achter het Albertkanaal en in de Ardennen, samen met het Franse leger. Iets wat onverkoopbaar is aan de Vlaamse publieke opinie.

We hebben dus te maken met twee verschillende publieke opinies. Eén die Duitsland diaboliseert, en streeft naar een front tegen dat Duitsland. En aan de andere kant een opinie die eerder huiverig is voor Frankrijk. Hitler speelt hier trouwens op in na de bezetting. De soldaten van Vlaamse afkomst - en ook veel Waalse soldaten met Vlaamsklinkende namen maken hiervan gebruik - worden sneller vrijgelaten, de Vlaamse gemeenten worden bij de nazi-bombardementen meer ontzien dan de Waalse.

Dit creëert een stemming, die doorweegt in de na-oorlogse periode. Op het congres in 1945 heeft het Waals congres oor naar de republikeinse woorden van De Gaulle, stemt het voor aansluiting bij Frankrijk. Want net zoals bepaalde Vlaamse bewegingen voor de oorlog klandestien geld kregen van Duitsland, zijn er ook Waalse bewegingen die mogen rekenen op stiekeme steun van Frankrijk. Dat congres, dat onder leiding stond van Merlot, zag echter in dat dergelijke aansluiting in het licht van de internationale politiek niet verkoopbaar was, en opteert dan voor federalisme.

Ook de koningskwestie wijst op het verschil in publieke opinie van voor de oorlog. De koning wordt, meer dan zijn huwelijk tijdens de oorlog, zijn neutralistische politiek van voor de oorlog kwalijk genomen. Andere verantwoordelijken, zoals Van Zeeland, staan niet meer op de voorgrond en nog anderen, zoals Spaak, weten op opzienbare wijze hun hachje te redden door de leiding te nemen van manifestaties tegen de koning. Diezelfde Spaak geeft dan wel toe in z'n memoires dat hij in 1940 geneigd was Leopold III tot het einde toe te volgen. Maar al deze gebeurtenissen worden natuurlijk niet op deze manier in het onderwijs behandeld, daar heeft men geen oog voor de Waalse dimensie van de gebeurtenissen voor, tijdens en na de oorlog.

De mobilisatie van het volk

Vanaf 1951 komt langzamerhand een nieuwe figuur op de voorgrond, nl. André Renard. Men associeert hem steeds met de bewegingen in 1960, maar ook in de jaren vijftig was hij al present. Renard brengt op voorwaardelijke wijze de steun van de arbeidersbeweging aan de Waalse autonomistische beweging. Hij vraagt aandacht voor de nodige sociale hervormingen. Deze steun komt er ook omdat de Waalse syndicalisten oordelen dat zij te weinig kunnen doorwegen in de nationale beslissingen van hun vakbond. Als in '60 de nationale vakbondsleiding weigert te mobiliseren tegen de eenheidswetten, probeert Renard 'een socialisme in een land'. Als men de noodzakelijke hervormingen niet kan of wil doen in Belgisch kader, wil hij het proberen in een Waalse context. De beweging van Renard leidt tot het ontstaan van diverse Waalse splinterpartijtjes. Het Rassemblement Wallon laat echter al gauw de eis tot socialistische hervormingen vallen, om toenadering te zoeken tot de centrumkrachten, de christenen. Op zich hebben de linkse syndicalisten immers niet genoeg kracht om autonomie voor Wallonië af te dwingen, er is nood aan een meer pluralistisch front. Maar ook binnen de PS blijven rebelse regionalisten, zoals Cools, Merlot, Terwagne actief. Aan het hoofd van de machtige PS pakken zij weer uit met de idee van Waalse autonomie. Merlot zal als vice-premier onderhandelen met Tindemans over institutionele hervormingen, met steun van de liberalen. Men is bereid de Vlamingen hun culturele autonomie te gunnen, op voorwaarde dat er ook een economische dimensie, in het voordeel van Wallonië, is, door de creatie van gewesten. Vanzelfsprekend gaat niet alles even snel, er gaat veel kostbare tijd verloren, belangrijke sectoren blijven nationaal. Maar in 1983 kan men wel zeggen dat er federalisme is, het heeft wel zowat een eeuw geduurd om het te bereiken.

Besluit

Voor de Vlaamse beweging is taal de belangrijkste motor. In Wallonië ligt het anders, taal is slechts de schors van het Waals-Vlaams probleem.

In Wallonië ziet men de Vlamingen nog steeds als een minderheid in Belgische context. Men is altijd verbaasd als ik aantoon dat vanaf zijn ontstaan de Vlamingen reeds in de meerderheid waren. En dat gewicht is steeds toegenomen. Er bestaan twee belangrijke visies in Wallonië.

Eén visie is negatief, eerder fatalistisch. Men beseft dat er in de geschiedenis onrecht is aangedaan aan de Vlamingen en vindt het ergens normaal dat deze nu revanche nemen. Maar dit klopt niet. De Walen hebben de Vlamingen nooit geschaad. Het is een francofone burgerij, wonend in Vlaanderen, die verantwoordelijk is voor de wantoestanden. En die francofone burgerij was ook actief in Wallonië, waar men Waals en geen Frans sprak. In 1912 diende Destrée tijdens de kiescampagnes Waals te spreken, anders verstond het volk hem niet. Via het verplicht onderwijs, dat in België pas laat werd ingevoerd, werd Wallonië verfranst.

Een andere visie stelt verbijsterd vast dat Wallonië nog maar instaat voor een kwart van het BNP. Maar vermits demografisch slechts 29% Belgen Waal zijn, is dat minder catastrofaal dan het wel lijkt. Maar als men natuurlijk blijft geloven dat zowat de helft van België Waals is, zijn dat natuurlijk harde cijfers.

De Vlaamse beweging van haar kant, die lang politiek geminoriseerd was, handhaaft een zekere cultuur van minorisatie, achteruitstelling, van moeten vechten om iets te kunnen bekomen.

Een andere motor voor de groeiende Waalse autonomiegedachte is de idee van regionalisme. De idee van regio's is een oud idee. Het Europees federalisme spreekt er trouwens over.

Belangrijk is dat ook Wallonië opkomt voor zijn culturele autonomie. Men wil een decentralisatie t.a.v. Brussel. De Franse gemeenschap werkt vernietigend voor Wallonië. Op de scholen onderwijst men de Waalse geschiedenis niet. Men vertelt dat het feest van Wallonië te maken heeft met het wegjagen van de Hollanders uit het Brusselse Warandepark. Stel je voor, we spreken van Europa, maar vieren wel het verjagen van de Nederlanders, de oprichting van Wallonië zou te danken zijn aan het verjagen van de Nederlanders. Zoiets is toch belachelijk.

Ook wordt er niet gesproken over de oprichting van een Waalse raad in 1912, terwijl dit iets is om te herdenken als wapenfeit op weg naar meer autonomie. Identiteit wordt mogelijk gemaakt door vorming en communicatie. Welnu, op Waals niveau is er geen communicatie. Er is dus de Franse gemeenschap met de RTBf. De RTBf handhaaft een imago van belgicisme, van francofonie, maar is geen Waalse zender. De RTBf financiert een film zoals Daens, weliswaar een prachtige film, maar die toch niets te maken heeft met Wallonië. De Waalse ministers krijgen zelfs geen micro om te praten over de moeilijkheden, maar ook over de perspectieven in Wallonië.

Toen ik mijn boek over de geschiedenis van de Waalse autonomie op de RTB te Luik wilde voorstellen, durfde men me zelfs te vragen wat dit met Luik te maken had. Ik verwees dus maar naar mijn studies te Luik, de Luikse herkomst van mijn moeder e.d. Deze voorbeelden geef ik maar om een idee te geven hoe moeilijk wij hebben om te werken aan een Waalse identiteit.

Wij, met het Jules Destréé instituut proberen via congressen en colloquia te werken aan de Waalse identiteit. Wij maken duidelijk dat wij, Walen, nieuwe institutionele hervormingen willen, dat wij af willen van de Franse gemeenschap, dat onderwijs en onderzoek Waalse materies moeten worden. Wat natuurlijk niet belet dat wij geen goede band met Brussel willen hebben, als is het maar met een Brussel als Europese hoofdstad. Maar wij willen ook goede relaties met Vlaanderen. De oude conflicten tussen Wallonië en Vlaanderen kunnen zonder moeilijkheid opgelost worden. Wij betreuren de houding van de Waalse regering i.v.m. de faciliteiten, dit dreigt ernstig de goede relaties tussen twee regio's te schaden, die eerder in staat bleken hun conflicten op vreedzame wijze op te lossen.