Nummer 45


Het goede leven | maart 1999


Happen en stappen in de omgeving van 'de schreve' (Christian Dutoit)<< Nummer 45

Het bruist van het gastronomische goede leven aan beide zijden van 'de schreve', de grens die Frans-Vlaanderen spijtig genoeg van de rest van Vlaanderen scheidt. Vooral in Dranouter schieten de 'brasseries' als paddestoelen uit de grond, maar ook aan de andere kant van de grens is het jonge volkje overtuigd overgeschakeld op de traditionele bieren en de 'cuisine du terroir', de ouderwetse Vlaamse keuken. Wij deden voor onze lezers een - overigens niet onprettige - verkenning.

Het Blauwershof (1) in Godewaersvelde, aan de voet van de Catsberg, zullen de meeste lezers van Meervoud wellicht kennen. Het estaminet kan echter al lang geen bruine kroeg meer genoemd worden. Foto's van het interieur verluchten allerlei officiële toeristische brochures, en er tijdens het weekend een plaatsje bemachtigen is een heikele aangelegenheid. De keet barst uit zijn voegen. Het publiek is, zeker 's avonds, erg jong en komt voor een groot deel uit het Rijselse.

In de rubriek Gastronomie van La Voix du Nord werd onlangs (21 februari) een artikel gewijd aan deze wel unieke horecagelegenheid. "Het is eigenlijk geen gastronomische uitstap. Je gaat er gewoon om een stukje te eten en iets te drinken. (...) De bieren nemen de helft van de kaart in en voor het overige is de keuze snel gemaakt: enkele boterhammen en enkele streekgerechten. Toch bevatten deze beperkte suggesties een goddelijke verrassing: een pot'che vleesh om je de vingers af te likken, een heerlijk haantje in bier bereid, en frieten van het soort dat je niet op elke hoek van de straat tegenkomt. Je degusteert het met op de achtergrond Keltische muziek (soms live) in een ambiance waar yuppies aan de praat gaan met het woeste volk. Als je nu van Duinkerke, van Rijsel of zelfs van de Auvergne bent, je komt er zeker buiten met een hart dat een beetje Vlaamser klopt", aldus Marie-Pierre Damarty. Uitbater Kris Mercier, zelf afkomstig uit Duinkerke, beseft wel dat zijn zaak een echte fabriek geworden is, maar hij is daar niet rouwig om. "Veel mensen die hier voor het eerst komen zetten achteraf toch zeker een Vlaams tandje bij. Het is niet onbelangrijk voor het Vlaams bewustzijn bij ons om in een dergelijke sfeer ondergedompeld te worden." Het commentaar van La Voix du Nord lijkt dit te bevestigen.

Een Frans-Vlaamse bierrevival

Het Blauwershof heeft natuurlijk al navolging gekregen. In Bavinchove, vlak bij Cassel, is er zelfs al een heus Celtic Café, uitgebaat door een Bretoense. En op de Casselberg zelf is er Het Kasteelhof, waar men naast een hele trits bieren (van beide kanten van de grens) ook cider van Oxelaëre kan degusteren en zich streekproducten kan aanschaffen. Let wel: de bierprijzen liggen er toch wel een stuk hoger dan bij ons. Daartegenover staat dat de keuze enorm is, en dat daar een aantal biertjes - en zeker geen klein bier - tussen zitten die bij ons nauwelijks verkrijgbaar zijn: natuurlijk het over heel de Franse staat bekende Trois Monts (8,5% alc.), maar ook het lekkere Blonde d'Esquelbecq uit Ekelsbeke, Hommelpap uit Belle en Graind'Orge van de Brasserie Jeanne d'Arc uit Ronchin (bij Rijsel) Deze laatste brouwerij bracht ook een Ambre des Flandres op de markt (6,4% alc.), een soort stevige Palm dus.

Op café kost zo'n fles (75 cl) gemiddeld tussen de 30 en de 40FF. De brouwerij van Trois Monts uit Sint-Sylvester-Cappel heeft al enige tijd een nieuw bier op de markt: Gavroche, in flesjes van 33 cl (richtprijs 13 à 15 FF): een eerder donker bier, dat volgens ons een net iets te zoete afdronk heeft en met zijn 8,5% alc. nogal gevaarlijk kan zijn. Ook populair is het donkere bier Jenlain van de brouwerij Duyck uit Picardië ('slechts' 6,5% alc.), maar het kon ons niet echt bekoren.

Goedkoop zijn deze bieren niet echt, maar in de meeste van die goed beklante estaminets gaat een Duvel al gauw tussen de 20 en 25 FF kosten.

En dan is de keuze rap gemaakt, zeker als je waar voor je geld krijgt.

Intussen, aan 'Belgische kant'...

Juist omdat de prijzen in de Belgische staat een stuk lager liggen, zijn de vele folkcafés van Dranouter en omgeving enorm populair bij de jongeren uit Frans-Vlaanderen. In sommige van deze afspanningen komen tot 80% Franse Vlamingen, en in één geval is er al een horeca-ondernemer uit Belle die zich aan de andere kant van de grens gevestigd heeft en er De Barbier (2) heeft opgericht. De patron, die goed Nederlands praat - of tenminste de lokale variant ervan - heeft zijn uiterste best gedaan om er iets moois van te maken. Hij verwarmt met oude kolenkachels en heeft ook een vooroorlogs 'winkeltje' in zijn estaminet ingericht. Zoals in de meeste van die schenkhuizen zijn de zolderingen gedecoreerd met gedroogde hoppebloemen.

In Dranouter begon het een beetje in de sfeer van het jaarlijkse folkfestival. Al jaren zijn er de referentiecafés De Ekster, De Halve Maan (van Alfred en Christien Den Ouden) en De Tere Plekke (3). Dit laatste café beschrijft de sfeer van het huis van weleer: "De bierenwalm van de grondwerkers in hun van zweet doordrongen geribd fluwelen werkkledij, sabbelend op het chikske van hun stinkende, zelfgemaakte sigaretten. Deze geur van de sigarettenrook waarvan gordijnen, deuren, muren, planchée en slaapkamers doordrongen waren, en die 's avonds onze vermoeide kinderogen prikte en deed tranen, de zure geur van de ijzeren emmer met bierklikskes, de geur van belegen schotelvodden, de geur van de zwartgeteerde pissijn op de koer, de geur van de lege snuifdozen die we kregen van vrouwen met gaten in de rond hun benen gedraaide nylonkousen, de straffe haksmeten uit mémé's schortezak, het Frans brood met een export dat we samen om vier uur aten." Misschien wel wat overdreven, maar toch mooi gezegd. In het Frans klinkt dat dan: "Une 'Tere Plekke' est très personnelle, et différente pour chacun, bien que nous ayons tous la même 'Tere Plekke' entre les deux gros orteils".

Vlak in de buurt is er een ander 'smulcafé van te lande', De Preekstoel (4), met midden in de gelagzaal een heuse uit Frans-Vlaanderen afkomstige preekstoel, alhoewel de uitbaters toch niet goed weten waar hij precies vandaan komt. Maar goed, hij staat er, en misschien weten de sympathieke uitbaters het tegen een volgende keer wel.

En nu: aan tafel!

Maar echt goed smullen doe je toch vaak beter aan de andere kant van de grens. Het pot'che vleesch - wij noemen het, in de streek van Veurne, 'potjesvlees', bestaat uit kip, konijn en kalf, en heeft een lange traditie: het werd gemaakt als er kermissen waren, omdat er dan weinig tijd was voor het bereiden van warme maaltijden. De ingrediënten baden in gelatine met citroen, en het gerecht wordt koud gegeten, maar meestal met frieten. Vandaag is het uiterst populair in Frans-Vlaanderen, en zelfs in Rijsel wordt het thans geserveerd in chique brasseries.

Maar er zijn natuurlijk de iéts betere etablissementen, waar je echter lang niet berooid buiten hoeft te komen. Nieuw is, in Terdeghem, tussen Steenvoorde en Cassel, Au moulin de la Roome (5), een goed middenklasserestaurant gebouwd naast één van de molens van het dorp (het gaat niet om de bekende 'stenen meulen', maar om een houten artefact). Aan de molen ontbreken nog de wieken - ter plekke worden die vlerken genoemd -, maar in het restaurant ontbreekt het aan weinig. Vier pronte dames - één ervan is de patronne - geven enige overtuigende uitleg bij hun saveurs des Flandres. Toch is er bijvoorbeeld geen pot'che vleesch op de kaart. Maar dat kan toeval zijn: er zijn tijdens de week ook dagmenus (55 FF). Op vrijdag- en zaterdagavond is er een compleet menu voor 85 FF, en de zondag voor 150 FF. Maar voor die prijs word je wel verwend.

Wij startten met een klassieke Picon vin blanc (18 FF), hèt populaire aperitief in deze contreien. Maar het is geen schande een biertje te degusteren als voorproefje. Au Moulin de la Roome heeft een eigen huisbier, uiteraard Bière du Moulin de la Roome (30 FF voor een fles van 75 cl). Het gaat uiteraard om een etiketbier van brouwerij Eecke uit Watou, de brouwerij die ook het overheerlijke Hommelbier brouwt. Een garantie dus voor kwaliteit.

Daarna kozen we, à la carte, voor Petits boudins blancs au genièvre rôti à la flamande (28 FF), een vrij kopieus voorgerecht, en een pannetje van kalfszwezeriken 'argenteuil', met schorseneren en een lichte kaassaus (38 FF). Als hoofdgerecht viel ons oog op een gebraden eendenborst met honing (66 FF), een gerecht dat begeleid was met selderpuree, wortelpuree, spinaziepuree en pommes dauphinoises, en verder in een tomaat verstopte champignons en een slaatje. Op het randje van 'van het goede teveel', maar wel bijzonder lekker. Flamand staat in deze regionen toch wel voor copieus, zoveel werd mij duidelijk. Mijn tafelgenoot koos een waterzooi ("waterzoï;") van verse zalm (68 FF), een iets minder bourgondische maar wel lekkere keuze. Ter afsluiting kwam er een kaasbord met de plaatselijke, heerlijke trappistenkaas van de Catsberg, een puntje brie en een stuk mimolette. Jammer dat er niet gekozen werd voor een aantal andere Vlaamse kazen die zeker beter een dergelijke maaltijd aflsuiten dan bijvoorbeeld brie. De kaas van Zermezeele of Bergense kaas (van Sint-Winnoksbergen) zouden zeker meer afwisseling in het smaakpalet gebracht hebben.

Leuk meegenomen is dat de wijnen helemaal niet duur zijn. De prijzen variëren ongeveer van 60 tot 150 FF, maar voor die prijs krijg je dan ook nog eens kwaliteit (een Sauternes - Château la Pelouc - is er voor 135 FF, wat zeker niet overdreven is). Wij kozen, met de knip op onze portemonnee, voor een Bordeaux Château de Faisé 1995 (69 FF, een prikje!). Met andere woorden: voor een dikke 2.000 frank kregen we voor twee personen een meer dan behoorlijk kwaliteitsaanbod van spécialités flamandes, die misschien wel wat minder 'Vlaams' waren dan verwacht, maar dat kon het gastronomisch genot zeker niet bederven. Een aanrader dus, deze Roome-meulen. Nog een pikant detail: zoals in de meeste streekrestaurants wordt er geen Frans brood geserveerd, maar wel gewoon witbrood, met een flinke homp boter. In de Frans-Vlaamse keuken is boter alom aanwezig.

Als we de Meervoud-lezers een niet al te duur weekeindje Frans-Vlaanderen zouden voorstellen, dat tippen we zeker voor dit restaurant. Nog minder duur kan ook, bijvoorbeeld in de Taverne Flamande in Millam, vlak bij de kapel van Sint-Mildreda, waar ribstukken en andere hapklare brokken vlees gebraden worden op een houtvuur in een haard van de zeventiende eeuw. Of, 's middags tijdens de week, in het estaminet Erkelsbrugge in Bollezeele, waar de bazin onwaarschijnlijk lekkere doordeweekse kost serveert voor een prikje. Iets noordelijker, in Warhem (bij Sint-Winnoksbergen) is er natuurlijk Den Bonten Hert - Le Cerf Bigarré (6), waar de zeer goed Nederlands sprekende madame Monique bij het binnenkomen steevast klaagt dat ze 'niets in huis heeft', tot je je na een savoereuze maaltijd afvraagt wat er gebeurt als ze wel eens iets in huis heeft.

Vrij goedkoop overnachten kan ook, bijvoorbeeld in de vele Gites die de streek rijk is.

Frans-Vlaanderen: het is er een hard leven, maar ook een schoon en een fascinerend!

(1) Het Blauwershof, Eeckestraat 9, Godewaersvelde. - (2) De Barbier, Hillestraat 5, Dranouter. - (3) De Tere Plekke, Koudekotstraat 21, Dranouter. - (4) De Preekstoel, Zwartemolenstraat 43, Dranouter. - (5) Au moulin de la Roome, Roome straete 885, Terdeghem. - Le Cerf Bigarré, Henri-Vandaëleplein, Warhem.