Nummer 46


Schotland | april 1999


Na 300 jaar geduld: Schotten kiezen parlement (Peter De Roover)<< Nummer 46

In 1707 besliste het Schots parlement zich te verenigen met het Engelse. De Schotse parlementsleden die voor de fusie stemden, werden zoals beloofd beloond met grote lappen grond en ronkende adellijke titels. Het Schots parlement was als het ware opgekocht door het Engelse. 292 jaar later stellen de Schotten opnieuw een eigen parlement samen.

Op Labour-day 1997 (1 mei) won Tony Blair overtuigend de Britse verkiezingen en maakte een eind aan 18 jaar Conservatieve heerschappij. Eén van de voordelen van het Britse meerderheidssysteem bestaat erin dat de partijen een zogenaamd manifesto voorstellen aan de kiezer, een regeerprogramma waaraan ze strikt gebonden zijn. Wie wint, beschikt over een absolute meerderheid en heeft geen verontschuldigingen om het manifesto niet uit te voeren. Blair maakte snel werk van zijn belofte om in Schotland (en Wales) een referendum te houden over de herinvoering van een eigen parlement. Op 11 september 1998, goed zeventien maanden na zijn overwinning, kregen de Schotten van Blair twee vragen voorgelegd. "Ik ga ermee akkoord dat er een Schots parlement moet zijn" meende 74,3% van de deelnemers aan het referendum. 63% kruiste ook het vakje aan achter de stelling "Ik ga ermee akkoord dat een Schots parlement de bevoegdheid moet hebben om de belastingen te wijzigen". Die laatste bevoegdheid, de zogenaamde Tartan Tax, is weliswaar erg beperkt, maar toch reëel.

Op 6 mei van dit jaar, weer acht maanden later, zullen de Schotten hun 129 parlementsleden verkiezen. Die zullen zetelen in Holyrood in Edinburgh, wanneer het gebouw binnen enkele jaren gerenoveerd zal zijn. Eerst zullen ze plaats moeten zoeken in een voorlopig gebouw. Amper twee jaar na de overwinning van Labour zal dat eigen parlement een feit zijn. Een staaltje van doortastend politiek handelen.

Stap naar onafhankelijkheid?

De plaats ontbreekt om de geschiedenis van het referendum hier te verhalen. In 1979 mislukte een eerste poging op het nippertje, hetgeen het einde van Labour-premier James Callaghan en het begin van de periode Thatcher inluidde. Toen namen de Schotse nationalisten (SNP) een vis-noch-vleeshouding aan. De afwijzing van het eigen parlement en de weifelende opstelling was dan ook het begin van een jarenlange crisis voor de SNP.

In 1990 nam de toen 35-jarige pragmatische economist Alex Salmond het stuurloze schip over. Hij kreeg de overhand op de fundamentalistische vleugel, die weinig voelt voor tussenstappen met halfbakken Schotse parlementen. In 1998 voerde Salmonds SNP samen met Labour en de Liberaal-Democraten campagne voor wat hier met een heel eigen term devolution wordt genoemd. Alleen de Conservatieven waren tegen het eigen parlement. Maar na de politieke eliminatie in Schotland op 1 mei 1977 kreeg die partij bij het referendum een tweede mokerslag in het noorden te incasseren. De Schotse kiezers droegen het unionistische Groot-Brittannië ten grave met een verpletterende meerderheid.

De tijdelijke coalitie Labour-SNP-Libdem had echter iets van een monsterverbond. In feite maakten de SNP en de Conservatieven dezelfde analyse: het eigen parlement vormt slechts een stap naar de volledige onafhankelijkheid. De Conservatieven vrezen dat, de Scottish National Party hoopt het, Labour zag er juist een techniek in om de Britse eenheid te bewaren. De verkiezing van 6 mei zal een eerste indicatie geven wie het bij het rechte eind heeft.

Labour-land

Groot-Brittannië kent een tweepartijensysteem. Labour en de Conservatieven beheersen het politieke spel. In Schotland bestaan er vier belangrijke politieke stromingen. De sterkste van de vier, Labour, profiteert van het districtenstelsel, waarbij de sterkste partij de enige zetel van de constituency wint, omdat de partij oppermachtig is in de bevolkingsrijke centrale as tussen Glasgow en Edinburgh. De SNP, die haar stemmen gelijkmatig wint in heel Schotland, blijft daardoor steeds karig bedeeld in zetels.

Labour is niet alleen traditioneel zeer sterk in Schotland. Ze bleef hier ook veel meer dan in Engeland een klassieke arbeiderspartij. Niet alle Schotse Labourmensen vertrouwen Blairs New Labour, al is de prime minister als persoon ook in het noorden erg populair. De invloed van de Schotten in Labour is qua personeel nochtans erg groot. Toen Labour in Engeland onder de Thatcher-dominantie ineenschrompelde, bleef Schotland tientallen verkozenen leveren. De falende partijleider Neil Kinnock werd in 1992 opgevolgd door John Smith, een op de handen gedragen advocaat uit Edinburgh, die zijn hele leven streed voor een eigen Schots parlement. Smith overleed heel plots op 12 mei 1994 (op de vijfde verjaardag van zijn sterfdag komt het Schotse parlement voor het eerst samen. In zijn spoor groeiden vele Schotse Labour-mensen naar de partijtop. Opvolger Blair zelf ging naar school in Edinburgh. De Schotten Brown (financiën), Cook (buitenlandse zaken), Robertson (defensie) en Lord Irvine (justitie) bezetten topfuncties in de huidige regering.

Toch gaat het Labour niet echt voor de wind in het land van de kilts en de doedelzakken. Door het proportionele systeem (zie kader) en de afkalvende aanhang dreigt de partij geen absolute meerderheid te halen. Daardoor kan een coalitieregering noodzakelijk worden en zoiets staat haaks op de Britse politieke tradities. Lijsttrekker Donald Dewar wekt veel vertrouwen, maar komt erg grijs over. De partij kreeg te maken met een reeks schandalen op lokaal vlak. Een Schots parlementslid pleegde zelfmoord. Een collega van hem werd indirect verantwoordelijk geacht en uit de partij gesloten. Het eerste islamitische parlementslid, verkozen in Glasgow, zat jarenlang verwikkeld in een verkiezingsfraudeschandaal. Hij werd pas enkele weken geleden vrijgesproken. Topminister Cook raakte verwikkeld in een amoureuze soap. Bij de lijstsamenstelling kregen zogenaamde Blairites de voorkeur op vertegenwoordigers van de typisch Schotse linkervleugel. Zo kregen twee bekende Labour-MP's geen plaats op de lijsten omdat ze niet Blairgezind genoeg zijn. Blairs overheersende invloed wekt de indruk dat Labour vanuit Londen wordt geleid. Eind maart moest campagneleidster Helen Liddell (lid van de Schotse deelregering) het veld ruimen, omdat haar anti-SNP-campagne de partij eerder leek te schaden dan te baten. Het traditionele Labourbolwerk Schotland vertoont barsten. Op 6 mei vindt ook een test plaats voor het project-Blair. Blijven de Schotse kiezers in zijn reformistische koers? Zo krijgt deze verkiezing meteen een heel-Britse betekenis.

Nieuwe nationalisten

De SNP vertoefde de voorbije zomer in de zevende hemel. Peilingen plaatsen de partij zowaar voor Labour, een voor Schotland unieke situatie. Sedertdien normaliseerde de toestand zich enigszins, maar de SNP lijkt een heel sterk resultaat te zullen boeken. Partijchef Salmond, ooit nog een uiterst-linkse rebel die van 1982 tot 1988 uit de partij werd gezet, mikt nu op een nieuwe, jonge generatie nationalisten. Zij willen onafhankelijkheid, maar zijn bereid de weg van de geleidelijkheid te volgen. Salmond presenteert op 6 mei een ploeg van jonge, zelfs yuppie-achtige no-nonsensnationalisten. De eeuwig lachende Salmond draagt alleszeggende dassen van het merk Boss: poepsjiek en meteen een duidelijke verwijzing naar zijn positie in de partij. Toch wisten ook hardliners, o.l.v. Margo Macdonald (die ooit geschiedenis schreef toen ze als jonge blondine de Labour-kandidaat in haar district klopte), Alex Neill of het republikeinse MP Roseanna Cunningham, heel wat verkiesbare plaatsen binnen te rijven.

Op de achtergrond staat Jim Sillars, echtgenoot van Macdonald, ooit Labour-MP, later verkozen voor de SNP, mede-rebel met Salmond, weer later uit de partij getreden en nu messcherpe commentator in een populair dagblad, waarin hij Salmonds middenkoers voortdurend hekelt.

Als het proces naar onafhankelijkheid wat te traag verloopt, zelfs na een electoraal SNP-succes, dan dreigen ernstige spanningen binnen de partij de kop op te steken. Maar de huidige hoogconjunctuur bedekt alle tegenstellingen. En de beroemdste levende Schot, icoon Sean Connery, is weer graag bereid om zijn propagandarol te spelen voor de Schotse zaak. Zijn steun is goud waard, letterlijk, want nogal wat in de filmbusiness verdiende dollars stromen naar de partijkas. James Bond irriteert Labour dan ook mateloos, hetgeen Connery vorig jaar een adellijke titel kostte.

Op de wip

De twee kleinere partijen zouden wel eens een erg belangrijke rol kunnen spelen, want het nieuwe kiesstelsel maakt een coalitie wellicht noodzakelijk. De Conservatieven verloren in 1997 al hun weinige resterende Schotse zetels. Paradoxaal genoeg kan de partij aan haar herstel werken dankzij het door haar verwenste proportionele systeem. In het klassieke meerderheidssysteem zou de partij wellicht geen zetel halen. Nu mag de partij hopen op 10 tot 15 verkozenen.

Op het partijcongres van eind maart zorgde voorzitter McLetchie voor spektakel door te verkondigen een eventuele minderheidsregering van Labour te zullen tolereren. "We would never do anything which would be seen to help the separatists", verklaarde een partijtopman. Vele wenkbrauwen gingen de hoogte in. Zouden de Conservatieven aartsrivaal Labour voor de vernedering behoeden? Voor de Conservative and Unionist Party blijft de Britse eenheid belangrijker dan de afkeer voor Labour. Michael Forsyth, de briljante rechts georiënteerde minister voor Schotse aangelegenheden in de regering-Major, zorgde in de rand van het partijcongres voor een uitdagende en dus hem typerende gedachtenkronkel. Wie een onafhankelijk Schotland wil, moet voor de Conservatieven stemmen. Zij willen die organiseren binnen het kader van Groot-Brittannië, terwijl de SNP het land wil uitleveren aan de grillen van Brussel. De SNP is inderdaad erg EU-gezind. "De waarheid is dat de SNP het grootste gevaar voor de Schotse onafhankelijkheid vormt. Zij verbindt zich ertoe ons land uit te verkopen aan de krachten van het Euro-federalisme. Ze wil Schotland herleiden tot een regio in het land Europa. Nergens, behalve in de verbeelding van Salmond, wordt Brussel gezien als een agent voor grotere vrijheid en soevereiniteit", sneert Forsyths alom gevreesde scherpe tong. Zelf is hij geen kandidaat.

De liberaal-democraten kunnen in Schotland rekenen op een kleine, maar erg geconcentreerd wonende aanhang. In het uiterste noorden en zuiden telt de partij enkele bastions. Daardoor halen ze traditioneel relatief veel zetels in Schotland. Oud-partijvoorzitter Sir David Steel doet bij deze verkiezingen zijn heroptreden. Maar de partij kampt met intern-Britse problemen. Partijleider Paddy Ashdown treedt af en drie Schotten (Charles Kennedy, Jim Wallace en Menzies Campbell) willen hem opvolgen. De Schotse verkiezingen lijken dan ook vooral binnen de partij van groot belang te zullen zijn.

Belastingen

Het ziet ernaar uit dat de verkiezingsstrijd zich toespitst op het belastingsthema. Labour won in 1997 met een anti-belastingsprogramma. De partij gaat door op dat elan en minister Brown kondigde in volle verkiezingsstrijd een verlaging van de taksen aan. De Conservatieven zijn uiteraard voor een lagere aanslag. De SNP wil de fiscale bevoegdheid van het Schotse parlement gebruiken om die verlaging ongedaan te maken. De liberalen komen onomwonden op voor belastingsverhoging. De lezer zal vaststellen dat de Britse politiek duidelijke eigenaardigheden kent, met belastingsvriendelijke liberalen en belastingsvijandige socialisten. Dit thema maakt een coalitie Labour-Libdem trouwens erg moeilijk.

Met belastingsverlagingen win je verkiezingen, zo luidt een politieke wetmatigheid. Of die in Schotland opgaat, moet nog blijken. Uit talloze peilingen leren we dat de Schotten graag bereid zijn hogere belastingen te betalen, als die besteed worden aan gezondheidszorg en onderwijs. Het sterke gemeenschapsgevoel van de Schotten doorkruist misschien de gekende politieke wetmatigheden.

Vooral de meest Schotsgezinden behoren tot de voorstanders van hogere belastingen voor meer gemeenschapsvoorzieningen. Dat versterkt de indruk dat een belastingsafkerige Labourpartij te sterk vanuit Londen geleid wordt. Dat imagoprobeem moet de partij in de laatste weken van de campagne proberen om te buigen. Want dat Schotland een eigen karakter heeft, daarover zijn bijna alle kiezers boven de 'border' het wel eens.