Nummer 48


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | juli 1999


(Euro-)Brussel-kroniek (Bernard Daelemans)<< Nummer 48

Het Vlaams Blok: de verliezende overwinnaar

In tegenstelling tot wat door media en duiders wordt beweerd heeft het Vlaams Blok wel degelijk een belangrijke doorbraak geleverd bij de voorheen Fransstemmende Brusselaars. Het is in de groep Vlamingen dat de partij niet is kunnen doorstoten. Los van de bedenkingen die elders in dit blad reeds gemaakt werden over de sociologische samenstelling van de groep Brusselse Vlamingen, heeft de partij, die al jarenlang een zeer intensieve Brusselcampagne voert, met regelmatige, veelkleurige publicaties die in alle brievenbussen terechtkomen, dat in hoofdzaak aan zichzelf te wijten. De aanpak was, zoals Guido Tastenhoye ook analyseert, te agressief. Het was ook fout om de campagne naar de Franstaligen toe eenzijdig op het veiligheidsthema toe te spitsen, en de communautaire strategie zedig te verzwijgen. Daardoor kon de tegencampagne van Mark Michiels en co, waarin onder meer benadrukt wordt dat het Vlaams Blok het Koningshuis wil afschaffen, toch nog effect hebben.

Het ziet er op grond van deze uitslag wel niet naar uit dat het VB snel bij machte zal zijn om een institutionele patsituatie te veroorzaken door een meerderheid te verwerven in de Nederlandse taalgroep. Het is nog maar de vraag of de partij zijn huidige score nog eens zal kunnen evenaren. De extreme polarisatie die kenmerkend was voor deze verkiezingen was immers ingegeven door de panische angst bij de traditionele partijen voor een grote VB-doorbraak. Men ziet zich dit geen tweede keer op die manier voordoen. Niettemin worden de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar een belangrijke test-case. Inmiddels moeten de kersverse verkozenen - in het bijzonder Johan Demol - zich nu op het politieke forum waarmaken. Men weet dat dit niet zijn sterkste kant is. Ze genieten alvast van het voordeel dat zij - gezien het feit dat alle andere partijen zich bij de meerderheid voegen - de enige Vlaamse oppositiepartij van Brussel zullen zijn.

De 'democraten' geven zich bloot

Op de verkiezingsshow die TV-Brussel op 13 juni in het Luna-theater organiseerde deden zich incidenten voor die menigeen niet licht zal vergeten. Op het ogenblik dat Johan Demol de zaal betrad schoot een horde 'democraten', aangevuurd door Michiel Vandenbussche (SP) in actie om luid joelend en krijsend een zelden geziene demonstratie van collectieve haat te demonstreren, die algauw door het gros van de aanwezige 'Vlaamse intelligentsia' (dixit Le Soir) werd overgenomen. Het interview dat journalist Robert Esselinckx van Demol afnam werd volledig overstemd door het gejouw. Demol, Esselinckx en hoofdredacteur Jan De Troyer werden zelfs beklad met de inhoud van meerdere pinten. Demol bleef er kalm bij, maar bedankte ervoor om in dergelijke omstandigheden deel te nemen aan het panelgesprek later op de avond.

Cryptische commentaar bij het gebeurde in de overheidskrant 'Brussel Deze Week': « Extreme partijen lokken extreme reacties uit » en de Blokkers zijn « de verkeerde mensen in de verkeerde stad ». Geen woord van afkeuring voor de ontspoorde 'democraten' !

De Morgen bericht...

In 'De Morgen' werd een week voor de verkiezingen nog een artikelenreeks gewijd aan het Vlaams Blok, getekend 'Douglas Deconinck'. De betrokken journalist heeft destijds nog mooi werk afgeleverd met zijn boek over 'De schat van de Arme Klaren', en heeft nog verdienstelijke dossiers samengesteld inzake stedebouwkundige en immobiliënschandalen in Brussel, maar wat hij nu aan het papier heeft toevertrouwd is journalistiek niet verantwoordbaar. Maar dat was waarschijnlijk ook niet de bedoeling. Als men natuurlijk de werken van Hugo Gijsels als referentie gebruikt, dan weet je het al... Zo 'ontmaskert' Deconinck het Vlaams Blok dat in Brussel zijn Vlaams-nationale roeping overboord gooit en volop Franstaligen in zijn rangen opneemt. Nu, dat is niet nieuw, en het is inderdaad ook zo dat dit in eigen rangen met argusogen wordt gevolgd - overigens schijnen nogal wat Franstaligen bij het uitblijven van de grote doorbraak de partij alweer te verlaten. Hilarisch is wel dat Deconinck als 'bewijsmateriaal' de telefoongids aanhaalt, en er de 'Franstalige' Blokkers met de vinger wijst. Zo onder meer Peter Lemmens, gemeenteraadslid in Brussel-stad. Nu weet een kind dat het bij Belgacom schering en inslag is dat Nederlandstalige personen en instellingen ongevraagd in het Frans in de telefoongids terechtkomen - de etnische zuivering via de telefoongids, als het ware. - Maar had VB-'specialist' Deconinck ooit één persconferentie van het Vlaams Blok meegemaakt over taalwetsovertredingen, dan had hij er zeker kennisgemaakt met een verbeten Peter Lemmens, auteur van een VB-brochure over de taalwetgeving, en van honderden klachten bij de Vaste Commissie voor Taaltoezicht.

Grouwels gesaboteerd door eigen partij

De persoonlijke score van Brigitte Grouwels (3.393 voorkeurstemmen, een verdriedubbeling) zal haar zeker een hart onder de riem zijn, en - vooral - haar positie binnen de hoofdstedelijke CVP versterken. Nochtans heeft zij het niet onder de markt gehad en werd zij voluit tegengewerkt van binnen de eigen partijgeledingen. Zo heeft Jean-Luc Dehaene in persoon verhinderd dat Grouwels ook een plaats kreeg voor de senaatslijst, en aldus een populariteitstest kon aangaan in heel Vlaanderen. Zo bekostigde zij zelf een peperdure pre-campagne, waarop de partij prompt gelden vrijmaakte om voor Chabert eveneens een pre-campagne te voeren. Zo kregen de CVP-jongeren slechts logistieke steun voor hun campagne op voorwaarde dat zij Chabert zouden steunen. Tussen haakjes: in de folder die de CVP-jongeren enkele dagen vóór de verkiezingen verspreidden komt het woord 'Vlaams' niet voor - of ja toch, in de zinsnede « Brussel is noch Frans noch Vlaams ». Dan hebben we het nog niet gehad over het feit dat de hoofdstedelijke raadsleden en Chabert haar publiek verloochend hebben door in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad een tegenmotie te steunen tegen de Vlaamse resoluties over de staatshervorming, waarvan de Brussel-resoluties op het kabinet-Grouwels geredigeerd zijn.

Zoals elders gesteld heeft het effect-Grouwels de CVP voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad gered (net als Leo Peeters dat trouwens voor de SP doet in zijn arrondissement voor het Vlaams Parlement). Ze is dan ook alvast 'beloond' met het fractievoorzitterschap in de Raad. Niettemin houdt zij vast aan haar kandidatuur als minister in het Hoofdstedelijk Gewest. Deze positie - in de Raad of in de regering - wordt in elk geval heel wat minder comfortabel dan binnen de Vlaamse regering. De maneuvreerruimte binnen de context van de hoofdstedelijke instellingen is nu eenmaal beperkt. In feite moet alles in het regeerakkoord worden geregeld, want eens de investituur achter de rug is de Brusselse regering - zo is uit de feiten gebleken - onafzetbaar.

Sven Gatz wil 'lijdensweg voortzetten'

Er ontstond dan ook nogal wat verwarring rond de uitlatingen van Sven Gatz, die volgens een Belgabericht had laten uitschijnen dat er geen communautaire eisen op tafel komen in Brussel, iets wat prompt door hem werd tegengesproken.

In ieder geval is het zo dat ingevolge de afspraken van voor de verkiezingen, VLD-VU-O één fractie zal vormen, waarvan Gatz voorzitter wordt. Guy Vanhengel zal Annemie Neyts opvolgen in de Raad wanneer zij minister wordt, en Gatz zal Vanhengel opvolgen in het Vlaams Parlement. Dat maakt dat Gatz alvast niet autonoom kan handelen, en zeker al gebonden is tot na de investituur - zonder zijn steun kan Neyts geen ministerpost claimen.

In ieder geval komen zowel VLD als VU terug op de stellingen die zij sinds het ontslag van Vic Anciaux samen hebben verkondigd, met name dat zij de regering niet zouden steunen als er niet eerst op federaal vlak een nieuwe regeling was uitgewerkt voor Brussel (met vaste vertegenwoordiging, een nieuwe regeling voor de taalkaders, en vooral de omkering van de voogdijmechanismen, zodat de Franstalige minister de taalwetgeving niet meer kan saboteren).

Wat blijft er dan overeind van de communautaire eisen? Gatz meent dat in het regeerakkoord moet worden vastgehouden aan « de lijdensweg van de driemaandelijkse taalrapporten ». Daarnaast moet er na een jaar ook een globale evaluatie van het taalhoffelijkheidsakkoord komen. Nochtans sluit het raadslid niet uit dat de Raad van State, op vraag van het Vlaams Blok, de nietigheid van dat akkoord zou uitspreken (het akkoord voorziet immers uitzonderingsmaatregelen op de taalwetgeving, iets waarvoor de Brusselse regering niet bevoegd is). Verder moet de Brusselse regering er volgens Gatz op toezien dat de gemeenten een evenwichtige spreiding nastreven van hun middelen over de Vlaamse en Franse bevolking, in domeinen als cultuur, onderwijs en bibliotheekwerking.

Walter Vandenbossche zet OCMW-ziekenhuizen op agenda

Inmiddels heeft de CVP'er Walter Vandenbossche de kat de bel aangebonden inzake de lopende fusie-operaties bij de Brusselse OCMW-ziekenhuizen. Vandenbossche werd als gemeenteraadslid van Anderlecht uitgenodigd om op een spoedzitting van de gemeenteraad de fusie van het gemeentelijk OCMW-ziekenhuis Bracops met vier andere Brusselse OCMW-ziekenhuizen goed te keuren in het kader van een door de federale regering opgelegd rationaliseringsbeleid. Daarbij viel zijn oog op een bepaling in de statuten van de nieuwe beheersstructuur van 'IRIS-Ziekenhuizen Zuid' die stelt dat er «minstens één Nederlandstalige» in de Algemene Vergadering moet zitten. Voor Vandenbossche is dit onaanvaardbaar en luidt het virtueel het einde in van de bicommunautaire ziekenhuissector. Hij diende een amendement in om het minimum-aantal Nederlandstaligen op negen te brengen, iets waar hij overigens bijval voor kreeg van de Franstalige oppositie en van de Vlaamse meerderheidsleden, waaronder Rufin Grijp. Het amendement werd echter niet ontvankelijk verklaard - de statuten moesten goed- of afgekeurd worden in vijf gemeenteraden zoals ze nu voorlagen. Ze werden dan ook goedgekeurd met 19 ja-stemmen, 10 neen-stemmen en vijf onthoudingen, waaronder Agalev-raadslid Pierre Demol. Walter Vandenbossche kondigde aan dat hij het dossier op de tafel van de regeringsonderhandelingen zou brengen.

Hoe het groeide

We schetsen even de historiek van de problematiek van de Brusselse OCMW-ziekenhuizen, waar de taalwetgeving al zohaast veertig jaar dode letter is gebleven.

Naar schatting is minstens 30% van de patiënten in deze ziekenhuizen Nederlandstalig. Een derde van de patiënten komt trouwens van buiten Brussel. Blijkens een onderzoek van KUL en ULB acht zo'n 60% van de ondervraagde Nederlandstalige patiënten zich gedwongen om op het Frans over te schakelen om zich bij artsen en verplegers verstaanbaar te maken. Nog geen tiende van alle artsen is Nederlandstalig, en de meeste Franstalige artsen zijn Nederlandsonkundig.

Nochtans is wettelijk voorzien dat al het medisch en verplegend personeel tweetalig moet zijn, ook contractuele artsen en stagiairs, en moet de helft van de afdelingschefs Nederlandstalig zijn, alsook 25% van de globale personeelsstaf. Alleen het ziekenhuis van Anderlecht zelf beantwoordt aan deze vereisten.

Tijdens de eerste legislatuur werd door de Brusselse Regering vier miljard vrijgemaakt om de schuldenberg van de OCMW-ziekenhuizen weg te werken. Daarbij werden de ziekenhuizen verplicht zich te groeperen in het samenwerkingsverband IRIS. Minister Rufin Grijp heeft destijds twee jaar het been stijf gehouden om een minimumvertegenwoordiging van Nederlandstaligen te voorzien in de nieuwe beheersstructuren, zowel in de IRIS-koepel (minimum 6 Vlamingen op 40 in de Algemene Vergadering; minimum 5 Vlamingen op 28 in de beheerraad) als in de lokale beheerraden (1 Vlaming op 8 of 7 beheerders). Uiteraard was dit nog vér van de 1/3 vertegenwoordiging die de Brusselse SP zelf had vooropgesteld en alleszins onvoldoende om greep te krijgen op het personeelsbeleid van zo'n ziekenhuis. Zo oordeelde ook Agalev'er Dolf Cauwelier die destijds de houding van de Vlaamse meerderheid aan de kaak stelde, en ervoor zorgde dat de zaak ter stemming kwam in de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, waar de Vlamingen in principe een blokkeringsmacht hebben. De CVP - althans Walter Vandenbossche en Jos Chabert - keurde de deal goed in ruil voor compensaties voor de Christelijke ziekenhuizen. Alleen Vic Anciaux en Jan Béghin (CVP) haastten zich tijdens de stemming lafhartig in de coulissen. Brigitte Grouwels had toen geen stemrecht in de raad.

In de taalsituatie in de ziekenhuizen kwam dan ook geen enkele verbetering. Ook niet toen de nieuwe regering zich ertoe verbond driemaandelijkse evaluaties te houden van de toepassing van de taalwetgeving. De oppositie (vooral Dominiek Lootens, Vlaams Blok) werd ruim een jaar aan het lijntje gehouden vooraleer ze kon kennis nemen van het eerste 'rapport' : een velletje papier met negen cijfers, zonder enige uitleg. Twee jaar lang heeft de meerderheid, hier in het bureau door CVP-fractieleider Walter Vandenbossche gesteund, het debat voor zich uitgeschoven, en op een gegeven moment gaven de twee voogdijministers een alweer hoogst origineel 'besluit' uit waarin zij « vaststelden dat zij het niet eens waren over de uitvoering van de schorsingen door de vice-gouverneur voorgesteld », en een hele opsomming van aantallen personeelsleden waarvan de schorsing niet uitgevoerd was omdat de dossiers hen niet tijdig (binnen de 40 dagen) bereikt hadden, omdat ze inmiddels het taalattest hadden gehaald, of omdat ze eenvoudig weg alweer uit de dienst waren verdwenen. Voor de resterende dossiers had Grijp een schorsingsbesluit opgemaakt en ondertekend. Collega Didier Gosuin weigerde dit. Nog een jaar later volgde het 'taalhoffelijkheidsakkoord'. Daarin werd vooropgesteld dat er een wervingsreserve moest worden opogebouwd, van mensen die het tweetaligheidsattest hebben verworven, en waaruit de gemeenten en OCMW's verplicht moeten recruteren. Aan de aanwervingen uit het verleden wordt echter niet geraakt, terwijl uitzonderingen worden mogelijk gemaakt indien de wervingsreserve geen kandidaten levert. Dan mogen mensen voor twee jaar worden aangesteld 'in afwachting van' hun taalproef. Een nieuwigheid was dat de Franstaligen aanvaardden dat ook contractuelen onder de taalwet vallen. Over stagiairs werd echter niet gerept. Meteen na het taalhoffelijkheidsakkoord gingen een aantal gemeenten over tot het uitbesteden van een aantal OCMW-taken aan gemeentelijke vzw's, om zich aan de toepassing ervan te onttrekken. Het aantal tijdelijke contracten voor de duur van twee jaar steeg plots. Inmiddels had Vic Anciaux ontslag genomen uit de Brusselse regering, maar dan omwille van de vaststelling van het taalkader van de Brandweer op 29, 47% Nl/ 70,53%F in plaats van de vroegere 1/3 - 2/3 regeling.

Pas een jaar na de ondertekening van het taalhoffelijkheidsakkoord werd er werk gemaakt van het opstarten van de wervingsreserve. Daartoe moesten de taalexamens 'bijgesteld' worden, zodat ze meer toegespitst waren op het functionele taalgebruik voor elke betrekking. Ook moesten een aantal scholen aangewezen worden als officiële instanties waar de kandidaten zich konden voorbereiden op het taalexamen.

Inmiddels werden nieuwe ziekenhuisdossiers voorbereid op regeringsvlak: een ruim investeringsplan ten bedrage van 4 miljard, te spreiden over 12 jaar, werd op de ministerraad goedgekeurd. Voor deze investeringskredieten werd nooit een meerderheid gevonden in de Nederlandse taalgroep, maar geen nood, Chabert toverde twee artikels uit de financieringswet uit zijn hoge hoed, en de werken konden aanvatten, zogezegd omwille van de hoogdringendheid en omwille van de 'continuïteit' van de dienstverlening. Zo werden heel nieuwe vleugels gebouwd voor de ziekenhuizen van Sint-Pieter in Brussel, voor Brugmann en voor Etterbeek.

Deze kredieten moeten nog steeds achteraf goedgekeurd worden door de nieuwe meerderheid. Dit, en de vertrouwensstemming voor de nieuwe regering zijn de instrumenten die de nieuwe raadsleden nog als hefboom rest om eindelijk fundamenteel in te grijpen in een sector waar de taalrechten toch echt wel elementaire mensenrechten zijn.