Nummer 5


Progressieve journalistiek in Vlaanderen | december 1993


Het fenomeen Mark Grammens (Jef Turf)<< Nummer 5

Onlangs werd Mark Grammens zestig. Hij werd dan ook op 24 oktober jl. te Antwerpen in de bloemetjes gezet. Eén van de gastsprekers op de academische zitting was Jef Turf. Turf was jarenlang zèlf publicist (o.m. in de ter ziele gegane Rode Vaan). Wij geven hier zijn referaat weer, en wensen meteen Grammens nog jaren polemisch-journalistieke activiteit.

In het laatste nummer van Le Monde Diplomatique verscheen een bijdrage over de teloorgang van de geschreven pers. Zij zou de televisie naäpen: de voorpagina vertoont gelijkenis met een TV-scherm; de lengte van de artikels krimpt in, het sensationele heeft de voorrang en systematisch wordt de vergetelheid beoefend, de amnesie ten opzichte van informatie die niet direct actueel is. De geschreven pers verwaarloost de strijd van de ideeën. Gefascineerd door de vorm, vergeet ze de inhoud. Er blijft geen tijd meer over om de fundamentele gegevens van een probleem in herinnering te brengen, zijn historische antecedenten, zijn sociale en culturele betekenis, zijn economische diepgang, nodig om de complexiteit van het probleem te vatten.

Ik kon geen beter inleiding vinden om de journalistiek van Mark Grammens te typeren, die globaal en in alle details het tegengestelde beeld vertoont van wat Le Monde Diplomatique beschrijft als de hedendaagse trends in de pers. Bij Grammens primeert de inhoud; de historische situering van de problemen, betrokken op de actualiteit.

Een fenomeen

Het is niet overdreven te spreken over het fenomeen Mark Grammens in de Vlaamse journalistiek, alhoewel journalistiek hier te beperkend is: Grammens heeft als Einzelganger doorheen zijn strakke genadeloze analyses en zijn omvangrijk oeuvre aan politieke en polemische geschriften gewogen op de evolutie van het denken in Vlaanderen.

Ik kan dit bevestigen uit eigen ervaring. In de vorming van mijn overtuiging dat de autonomie van Vlaanderen niet alleen een democratische eis is, maar bovendien de enige mogelijkheid om in vrede te leven met onze Waalse naburen, heeft Grammens een belangrijke rol gespeeld, en naar ik vermoed is dat ook het geval bij vele anderen. Mark heeft de openbare opinie beïnvloed, of alvast de mening van een aantal intellectuelen en belangrijke opiniemakers, doorheen de helderheid van zijn betoog en de samenhang van zijn argumentatie. Dit betekent niet dat ik het altijd eens ben met wat hij schrijft. Vaak heb ik gesteigerd omwille van een aantal stellingnamen. Maar ook wanneer men het niet eens is, verplicht hij u naar de kern van de zaak te gaan en rekening te houden met zijn argumenten.

Een instelling

Grammens is een instelling, een cultureel fenomeen in Vlaanderen, en het is geen toeval dat voor hem geen plaats was in wat men noemt de weldenkende pers, trouwens evenmin in de niet-weldenkende linkse pers waarin hij nog meer persona non grata is. Aan autonome, onafhankelijke denkers schijnt het Vlaams medialandschap weinig behoefte te hebben. Gelukkig maar, zou ik zeggen, dat hij steeds gedwongen werd om vanuit een marginale positie zijn politieke journalistiek te bedrijven: zoniet was Vlaanderen wellicht verstoken gebleven van De Nieuwe, van het Tijdschrift voor Diplomatie en van het formidabele solo-avontuur van Journaal. Men kan zich moeilijk voorstellen, slechts vermoeden, wat het vergt aan inzet, volharding, doorzettingsvermogen om een onderneming als Journaal vol te houden, maand na maand, jaar na jaar, zonder enige toegeving te doen aan de kwaliteit, gesteund op heldere analyses, een merkwaardige belezenheid en een ontembare werkkracht. Opvallend is de bipolariteit van zijn journalistieke bedrijvigheid: Vlaams en internationaal. Zijn gedegen kennis van de internationale scène belet hem de realiteit te vernauwen tot de omgeving van zijn eigen kerktoren. In zijn recent Essay over de toekomst van Vlaanderen doet hij een opmerkelijke uitspraak omtrent de co-existentie van beide bekommernissen: "Ik droom van een Vlaamse staat waarin Artsen Zonder Grenzen een ministerieel departement vormt, dat de taak opneemt van wereldsolidariteit die de republiek Vlaanderen zich vrijwillig heeft gesteld en die zij volledig uit haar welvaart financiert."

Ondanks alle alternerende pogingen is Grammens niet onder te brengen in een ideologische noch enige partijpolitieke oriëntering wat als gevolg heeft dat hij in dit verzuilde Vlaanderen door elke groep gesitueerd wordt in het tegenovergestelde kamp. Al moet ik dit toegeven, dat in de loop der laatste jaren de kritiek uit wat men het links milieu noemt en Grammens naar de rechtse hoek verwijst, sterker is geworden. Naar mijn mening ten onrechte, althans wanneer men de moeite doet om grondig zijn argumentatie te ontlenen.

Ideologie

'De Vlaamse beweging is noch links noch rechts', is een geliefkoosd thema van Mark Grammens: "De Vlaamse beweging heeft geen ander doel, en ook nooit een ander doel gehad dan de Vlaamse belangen veilig te stellen en te bevorderen." Maar precies de omschrijving van die belangen in de dagelijkse praktijk is een taak waar de Vlaamse beweging moeite mee heeft. Hj beseft dat: "Het antwoord op de vraag of de Vlaamse beweging zich ook moet bezighouden met zulke vraagstukken als het pacifisme, het milieu, en noem er nog maar een paar op, is zo vanzelfsprekend dat men nog zou gaan twijfelen aan de ernst van de vragenstellers. Alles, zonder uitzondering kan in de Vlaamse beweging worden ingeschakeld, indien men dat wil. Alles, wat namelijk de Vlaamse belangen dient..." en verder: "Acht iemand dit verenigbaar met zijn marxistische denkbeelden, dat is dat uitstekend en behoort hij vanzelfsprekend tot de Vlaamse beweging. Acht iemand dit verenigbaar met zijn ideaal van vrije-markteconomie, hij weze welkom. Meent iemand dat de milieuvervuiling ons naar de ondergang leidt, dan heeft hij waarschijnlijk gelijk..."

Ik citeer uitvoerig Mark Grammens, omdat zijn typisch politiek pragmatisme zo scherp afsteekt tegen de ideologische benadering van de problemen. Hij gaat zelfs zo ver de ineenstorting van het socialisme grotendeels te wijten aan de ideologizering van zijn doelstellingen. Hij geeft de linkerzijde de raad "tegenover de politieke praktijk van het kapitalisme niets anders te plaatsen dan een eigen politieke praktijk, zij het dan wel een praktijk die, in tegenstelling tot het laisser faire van het kapitalisme, permanent de toetsing ondergaat niét aan een ideologie maar aan enige algemene ethische beginselen, zoals daar zijn het zelfbehoud, de identiteit, de vrijheid, de gelijkwaardigheid, de rechtvaardigheid, de geweldloosheid... Om dit te doen dient de linkerzijde een flinke intellectuele sprong te maken. Die is nu nodig. Als links niet meer bestaat, dan moet het opnieuw uitgevonden worden." Ik ben Mark Grammens dankbaar voor dergelijke beschouwingen. Ze impliceren volgens mij het afstand nemen niet van een ideologie maar wel van een verstarde vorm ervan die weigert rekening te houden met de realiteit. Ik ben goed geplaatst om de catastrofe te erkennen die daarvan het gevolg is. Maar wanneer hij rekent op links om de genoemde ethische beginselen toe te passen, dan is het omdat hij beseft dat men dat van rechts moeilijk kan verwachten. Zodat misschien toch niet alles zonder onderscheid thuis hoort in een ethisch verantwoorde Vlaamse beweging...? Pragmatisme wordt altijd gekleurd door het geheel van opvattingen die men heeft over mens en samenleving, dus door een ideologische benadering.

Om die redenering even te actualiseren: natuurlijk is het goed voor de Vlaamse zaak dat Van den Brande Vlaamse controle eist over wat men het 'sociaal pact' noemt. Maar als die controle betekent dat de geldstromen van de Vlaamse belastingbetaler verder moeten dienen om werkvernietigende rationaliseringen door te voeren en om megalomane projecten zoals de TGV te financieren, en niet voor de dringende onderbemande sociale taken, dan is dit uitermate schadelijk voor veel Vlamingen. Andere bedenking: destijds pleitte Grammens met klem voor de bezetting van de ministerzetel van Buitenlandse Zaken door een Vlaming "om een eigen nationaal geluid te laten horen". Wie in deze Europese tijden dagelijks de slaafse buigzaamheid vaststelt van de Vlaming die op die hoge post werd geroepen, kan niet anders dan beschaamd zijn voor wat men in onze naam zegt en doet.

Democratie

"Wat Vlaanderen nodig heeft om te overleven is democratie". Ik citeer Grammens uit zijn Essay over de toekomst van Vlaanderen. Ik kan dat slechts beamen, en met enthousiasme. Alhoewel bestendige precisering van democratie absoluut noodzakelijk is. Vooral in tijden dat men het uitroken van een parlement en de perscensuur toejuicht als uitingen van democratische overtuiging, wat belooft voor onze toekomst.

Grammens heeft met zijn publicistische activiteiten een reële en verhelderende bijdrage geleverd tot de ontwikkeling van de democratische idee in Vlaanderen. "Vrijblijvendheid ligt ons niet: we hebben er zelfs geen respect voor" heb ik opgetekend uit zijn geschriften. Geen vrijblijvendheid, maar wel "ononderbroken, tot uitputtens toe, altijd maar op dezelfde nagel blijven slaan: het KAN veranderen, maar alleen op voorwaarde dat wij WILLEN dat het verandert en dat wij uiting en uitdrukking geven aan deze WIL."