Nummer 51


Meervoud | november 1999


"Wij zullen de heilige koeien slachten" ( )<< Nummer 51

Op vrijdag 15 oktober vond in het Vlaams Huis een bescheiden receptie plaats, naar aanleiding van het verschijnen van het vijftigste nummer van Meervoud, en tevens naar aanleiding van de zeventigste verjaardag van onze medewerker Antoon Roosens.
De genodigden werden begroet door Geert Orbie, voorzitter van onze redactieraad. Gastsprekers waren Peter De Roover, voormalig voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging (VVB) en Jef Turf, voormalig hoofdredacteur van 'De Rode Vaan'. Naar aanleiding van dit gebeuren gaf Meervoud een bloemlezing van oude en recentere teksten van Antoon Roosens uit, die wij gratis aan onze lezers aanboden.

Een zestigtal vrienden van Antoon waren opgedaagd om hem in de bloemetjes te zetten. Wij geven hieronder enkele opmerkelijke passages weer uit de speeches van de drie sprekers. Geert Orbie bracht het welkomswoord.

Geert Orbie: «Wat mij opvalt in de teksten van Antoon is de afstand die hij steeds heeft weten te bewaren ten opzichte van de verleidingen en de vleespotten van de macht en van het establishment. Het establishment, dat er als geen ander in slaagt om rebelse stemmen te smoren. Die inzet, het feit dat hij zich nooit verkocht heeft voor een bord linzensoep, moet een les zijn voor ieder van ons, en in het bijzonder voor de jonge kemphanen die vaak niet van enige persoonlijke ambitie gespeend zijn.»

De voorzitter van de redactieraad dook daarop even in het verleden: «Toen wij zo'n zeven jaar geleden begonnen zijn met het initiatief Meervoud, was dat ergens vanuit een emotionele reactie op het verkiezingssucces van het Vlaams Blok. Zwarte zondag, november 1991 dus. En anderzijds op het amalgaam dat door de pers en de goegemeente werd gemaakt tussen de strijd voor nationale zelfstandigheid en extreem-rechts fanatisme en racisme. Onze bedoeling was om de in de diaspora verspreid geraakte linkse flaminganten te verzamelen, een hart onder de riem te steken en aan te zetten tot weerwerk. Toon was er niet meteen van in het begin bij betrokken, maar toen hij onze redactie na enige tijd vervoegd heeft, heeft hij onmiddellijk ons blikveld verruimd en verdiept. Want we hadden wel enthousiasme, maar geen analyse. En we hadden inzet, maar geen strategie. Als Meervoud vandaag geworden is tot wat het is, en als onze groep gegroeid is, zowel in diepgang als naar mekaar toe, dan is dat in belangrijke mate te danken aan de inbreng van Antoon. Ik moet ook zijn inzet vermelden voor het tot stand komen van dit Vlaams Huis, waarvoor hij zich gedurende maanden dagelijks ingezet heeft.»

«Wij zijn er niet in geslaagd om met Meervoud het tij te keren. De afstand die er bestaat tussen de Vlaamse strijd en mensen die zich inzetten voor de sociale ontvoogding blijkt vaak een grote kloof te zijn. De brede brug die wij tussen beiden trachtten of dachten te slaan blijkt nog altijd een slingerend hangbruggetje te zijn. Vaak zijn wij roependen in de woestijn. Een troost, maar tegelijk een hoop naar de toekomst is het feit dat we merken dat er steeds meer mensen in die woestijn rondlopen. Steeds meer mensen op zoek naar een antwoord en naar een uitweg. En die mensen komen hun oor bij ons te luisteren leggen.»

Met de originele slagzin «Het is een hard leven, maar ook een schoon en een fascinerend» rondde Geert Orbie zijn strijdrede af.

Peter De Roover belichtte vooral het belang van Roosens als publicist. De Roover: "Het is de pen van Roosens die ervoor gezorgd heeft dat dingen blijvend zijn, omdat we ze kunnen herlezen. Ik overloop even de titels waarin hij gepubliceerd heeft: Het Pennoen, De Nieuwe, Richting, Rood, De Maand, Toestanden, Markant, Meervoud, Vlaams Marxistisch Tijdschrift... We vieren vandaag ook Meervoud, en ik wil er wel op wijzen dat de meeste van de tijdschriften waar Toon aan meegewerkt heeft verdwenen zijn en ik hoop dat Meervoud erin kan slagen om die duivelse dynamiek te doorbreken. Maar ook al hebben de tijdschriften andere namen, de lijn blijft dezelfde. Toon Roosens was toch wel onwaarschijnlijk consequent. Uit zijn oudere teksten blijkt dat zijn radicaal flamingantisme ook een band met Wallonië heeft geïmpliceerd, de solidariteit met de Waalse strijdgenoten. Dit is een evidentie die niet iedereen in de Vlaamse beweging gemaakt heeft of maakt. Het 'sociaal flamingantisme' heeft zich ontwikkeld tot een progressief nationalisme. Het is een cocktail, het zijn twee termen die niet evident bij elkaar horen, zo wordt althans door sommigen beweerd, en daarom is het des te uitdagender om de pogingen om die termen met mekaar te verbinden gade te slaan. Er is wel een evolutie van pleidooien voor federalisme naar pleidooien voor onafhankelijkheid. Ik ben jarenlang voorzitter geweest van een vereniging die een zelfde evolutie heeft gekend, en ik geloof dus niet dat het een breuk is of was. (...) Toon is een bestrijder van de euro. U voelt meteen aan hoe onmisbaar hij dus in Vlaanderen is, want het aantal publicisten dat dàt aandurft is op één hand te tellen."

"Wellicht zouden niet veel mensen in Vlaanderen Gramsci kennen als Toon hem niet voortdurend ten tonele zou gevoerd hebben. Onervaren jonge Vlaamse bewegers zeggen me wel eens, als het over de thematiek van de vreemdelingen gaat: wij hebben er toch ook een gehad in de Vlaamse beweging, neem nu die Gramsci... Gramsci was natuurlijk Italiaan, maar toch ook een inspiratiebron voor onze Vlaamse beweging."

"Toon is onmiskenbaar een inspiratiebron, omdat hij opvalt door zijn originaliteit, zijn durf, zijn totaal gebrek aan politieke correctheid en zijn taal die inzicht probeert te brengen. En ook al ben ik het er soms niet mee eens, toch blijft het uitdagend, en het is altijd de moeite. Alleen om die reden al is het de moeite om Meervoud te lezen. Er ligt geweldig veel ongeopende Vlaamse bewegingspost achter mijn brievenbus, en die gaat dan ook ongeopend in de vuilnisbak. Meervoud valt altijd in de categorie van de bladen die ik opendoe. Je vindt er dingen in die je elders niet leest."

Jef Turf, ex-communist en voormalig hoofdredacteur van het KP-weekblad 'De Rode Vaan', haalde een aantal herinneringen aan.

"Precies 36 jaar geleden merkte ik Toon Roosens op in mijn gezichtsveld. Het was op 10 september 1963. Als jong lid van het Politiek Bureau van de Communistische Partij woonde ik een zitting bij, en ik heb de nota's van die zitting teruggevonden. Daarin zag ik één woord staan, tussen veel zinnen: 'Roosens'. Dat was in de nadagen van de Marsen op Brussel. In die boeiende periode was ikzelf actief in de Mouvement Populaire Wallon, als rasechte Waal, geïntegreerd in de Waalse arbeidersbeweging. Enkele jaren daarna heb ik Toon leren kennen in de dagelijkse activiteiten. Onze samenwerking evolueerde heel snel tot een echte vriendschap."

"Toon Roosens kan gekarakteriseerd worden in een aantal trefwoorden. De trefwoorden die bij mij spontaan opwellen zijn: Vlaanderen, Masereelfonds en Gramsci. Als bestuurslid en als voorzitter van het Masereelfonds bevestigde hij zijn faam als consequente Vlaamse progressieve intellectueel. Zijn belangstelling bevatte alle belangrijke aspecten van het in wording zijnde autonome Vlaanderen met Brussel als hoofdstad, naast een autonoom Wallonië. Weg van de Belgische bevoogding, die ons volk aan handen en voeten geboeid overlevert aan de anarchie van het kapitaal, met zijn groei naar de ondergang. Als creatief en radicaal Vlaams denker vond Toon inspiratie bij Antonio Gramsci, voor wat de voornaam betreft zijn naamgenoot. Wars van de marxistische orthodoxie begreep hij veel vroeger dan ikzelf de betekenis van de verdieping en verbreding van het marxisme door Gramsci, met de nadruk op de wisselwerking van economie, ideologie en politiek en op de eminente bijdrage die progressieve intellectuelen kunnen leveren bij het streven naar een meer humane wereld. Toon heeft de theorieën van Gramsci bestendig weten toe te passen in de veranderende situatie van dit land, van dit continent en van deze wereld. Wie sinds jaren de publicaties van Toon volgt, onder meer in Meervoud, zal er in de chaos van deze tijd een richtsnoer in gevonden hebben voor denken en handelen. Door zijn glasheldere analyses en door de manier waarop hij de vinger op de unitaristische wonden legt, heeft hij zich de woede op de hals gehaald van de 'organische intellectuelen', die hun ziel verpand hebben aan de combinatie van het belgicistisch en het kapitalistisch systeem. Het is een goede zaak voor ons allen dat de creativiteit en de inzet van Toon niet aangetast worden door de jaren."

Antoon Roosens zelf gaf nog een kort dankwoordje ten beste, waarin hij 'Meervoud' citeerde als de logische voortzetting van de traditie van Links en Vlaams.