Nummer 52


Standpunt | december 1999


De West-Noord-Belgische kust (Mireille Leduc)<< Nummer 52

Het moest verkeerd aflopen. Dat wisten we allemaal. Maar erger nog: het is zelfs verkeerd begonnen. Want geef nu toe: wie stelt nu een Bruggeling tot minister van toerisme? Want vraag het maar aan die drie Bruggelingen die niet in een chocoladewinkel, card-shop, dentellerie of andere toeristenval werken. Zij zullen het wel eens zijn: een numerus clausus voor toeristen, dat willen zij. Of toeristenvrije zondagen.

Maar neen, kameraad Renaat werd minister. Naar Brugge wilde hij niet dadelijk meer toeristen brengen. Maar wel naar de kust. Tot nu toe genieten veel te weinig buitenlanders van dit wonder van de natuur. Waarom? Dat wist kameraad Renaat nu ook niet. Als minister moet je niet alles weten. Hij neemt dus zijn telefoon, en belt kameraad Fernand. Kameraad Fernand heeft het ook ver geschopt onder de vleugels van peetvader Frank. Hij is deputee geworden. Hij heeft ook een kasteel gekregen. Daar mag hij uitleggen hoe het toerisme in de noordzeegouw in elkaar moet zitten. Blijkbaar met niet teveel succes, want er komt toch maar geen volk naar die prachtige kust. Maar kameraad Fernand weet wel hoe dat komt. Hij is socialist, dus progressief, en dus ook Belgisch. Al dat gezever over Vlaanderen, dat geeft de mensen alleen maar slechte gedachten. Kameraad Renaat is verpletterd door deze heldere analyse, en laat ze aan de wereld kond doen. Door zijn communicatieverantwoordelijke. Die draagt wel dezelfde familienaam als kameraad Renaat, maar dat is natuurlijk puur toeval. Zij is er enkel gekomen omwille van haar eminente capaciteiten.

Zijn uitleg is even helder. Voor Duitsers is het allemaal hetzelfde, als ze maar veel lawaai kunnen maken. Fransen beginnen dadelijk te denken aan "la Flandre française" en nemen dus de verkeerde afrit van de autoroute. Dat weten wij dan ook weer. Het heeft ons altijd verwonderd waarom Fransen liever hun zuidelijke oorden opzoeken, dan te genieten van het prachtige afwisselende noordelijke klimaat. De meeste Fransen vallen wel van hun stoel als je hen probeert diets te maken dat zij in een deel van Vlaanderen hun beschaving hebben opgelegd, maar wij zullen weer de verkeerde Fransen ontmoet hebben. Vervelende gewoonte. Maar helemaal scherpzinnig is kameraad Renaat als hij het over de Britten en andere Angelsaksen heeft. Als zoon van een middenstander uit "Waaipers" weet hij het maar al te goed. Hij heeft er genoeg over zijn drempel gehad. Als je over "Flanders' praat, dan denken die Britten dadelijk aan papavers en kerkhoven: dus niet aan zonovergoten zandvlakten, aan helderblauwe oceanen.

Waarschijnlijk is kameraad Renaat de afgelopen jaren zelf niet teveel de grenzen overgetrokken. Had hij het wel gedaan, dan had hij misschien geweten welke connotaties "België" wel oproept. Inderdaad, sommige buitenlanders kennen deze staat: een staat met een gerecht dat niet werkt, dioxine-kiekens en corrupte politici. Voorwaar prachtige verkoopsargumenten.

Maar wie nu denkt dat wij pleiten voor de benaming "Vlaamse kust" heeft het verkeerd voor. Zo particularistisch zijn wij nu ook weer niet. Integendeel: deze kust moet Belgisch zijn. Wie denkt dat we nu helemaal het noorden kwijt zijn, moet de volgende keer maar zijn Rodenbach en tomaat-krevetten laten staan en in een scheepje een paar zeemijlen van die beruchte kust afvaren. Iedere keer je dit wonder van stedenbouw en ruimtelijke ordening ziet ben je verwonderd over de concentratie aan grijsheid en afzichtelijkheid. Je krijgt schrik om het land achter de muur te zien. Zoveel verzamelde lelijkheid: dat moet Belgisch zijn.