Nummer 52


Politiek | december 1999


Rik Coolsaet over mondiale chaos en nationale staat (Antoon Roosens)<< Nummer 52

Van de hand van prof. Rik Coolsaet verscheen zopas een boeiende monografie onder de titel: 'De wereld van de 21ste eeuw: wanorde of déjà vu?' (1). De auteur onderscheidt vier grote tendensen die aan de basis liggen van de huidige mondiale wanorde. Daarna onderzoekt hij de tegenstrijdige krachten van desintegratie en integratie, die werkzaam zijn in de samenleving. En hij besluit dat de bestaande chaos - die in historisch perspectief niet ècht nieuw is - op vrij korte termijn gevolgd zou kunnen worden door een periode van stabiliteit, op voorwaarde dat de nationale staat opnieuw zijn rol als uniek machtscentrum ten volle zou gaan spelen.

Rik Coolsaet was jarenlang beheerder van de gekende progressieve uitgeverij Kritak. Nadien werd hij medewerker van de socialistische think-tank SEVI. Onlangs doctoreerde hij aan de Gentse universiteit met een lijvig werk over de diplomatieke geschiedenis van de Belgische staat. Hij doceert nu te Gent aan de faculteit van politieke en sociale wetenschappen onder de leiding van prof. Helmut Gaus.

Coolsaet behoort tot die groep Vlaamse intellectuelen die, uit traditie en/of sociaal engagement, aanleunen bij de socialistische partij. Het is vooral in dat milieu dat men de laatste jaren zovele 'kruisvaarders' aantreft die de idee van de Vlaamse zelfstandigheid bestrijden, vanuit een superieure minachting voor de 'voorbijgestreefde' idee van de natie en de nationale staat. Daarom is het interessant kennis te maken met de analyse van professor Coolsaet, die ingaat tegen dit soort 'internationalistisch' messianisme. Hij werpt een koele blik op de rol van de nationale staat, die hij als onmisbare stabiliserende factor ziet in de dreigende mondiale chaos van de volgende eeuw.

*
* *

In zijn inleiding stelt de auteur vast dat de hoop op een nieuwe wereldorde, na de val van de Berlijnse muur in 1989, snel is verzwonden. De vrees wint veld dat de 21ste eeuw zich veeleer aandient als een tijdperk van mondiale chaos. Hij stelt de vraag of er achter deze schijnbare chaos niet een nieuwe orde in de maak is. Daarbij gaat hij uit van de vuistregel dat een wereldorde stabiel is wanneer economische, politieke en militaire macht samenvallen in machtscentra, die in staat zijn een beroep te doen op - en bereid zijn gebruik te maken van - deze drie structurele bronnen van internationale macht. Hij ziet geen ander mogelijk machtscentrum dan de nationale staat. Hiermede zet hij zich af tegen het modieuze discours als zou de natiestaat gedoemd zijn om te verdwijnen, ingevolge de mondialisering, om te worden vervangen door een nieuw, supranationaal politiek stelsel.

*
* *

Historisch wisselen perioden van relatieve internationale stabiliteit steeds af met periodes van wanorde, zegt Coolsaet. De huidige chaos ziet hij als het resultaat van vier lange-termijntrends die op elkaar inwerken en elkaar versterken.

Vooreerst meent hij een terugkeer te erkennen naar multipolariteit: een wereldorde zonder grootmacht die economische, politieke en militaire macht concentreert. Hij betwist dat de USA deze grootmacht zou zijn. Economisch moet Amerika de macht delen met West-Europa; militair met Rusland dat, gezien zijn kernwapenarsenaal, als rivaliserende macht moet worden geteld. De stelling is controversieel. Hoewel Amerika een kleiner aandeel heeft in de wereldhandel dan Europa, is de USA niettemin het vitale centrum van de gemondialiseerde mega-systemen, en van de gemondialiseerde kapitaalmarkt, en als dusdanig onbetwistbaar de economische grootmacht. Militair dan beschikken noch Rusland, noch West-Europa over het uitgebreide arsenaal van nieuwe technologische wapens om met Amerika te kunnen rivaliseren.

Maar anderzijds heeft Coolsaet wèl gelijk wanneer hij wijst op de kwetsbaarheid van de huidige Amerikaanse welvaart, die berust op een speculatieve beurs-zeepbel. Indien deze barst, komt de huidige economische wereldorde op de helling te staan. Daarom ziet hij in de toekomst een fragmentatie van economische, politieke en militaire macht, en een terugkeer naar de toestand van de 19de eeuw, toen vijf grootmachten, in een 'multi-polaire' wereldorde, elk hun eigen geo-politieke invoedssfeer beheersten.

*
* *

De tweede lange-termijntrend noemt hij de 'vaandelvlucht van de politiek', of de terugkeer naar het klassieke liberalisme. Ook dit is, historisch, niet nieuw: periodes van extreem economisch liberalisme wisselen steeds af met periodes van strakke politieke controle van de economie. Maar het is juist dat, sinds het opgeven van het internationaal muntsysteem van Bretton Woods in 1971-'73, en vooral sinds de deregulering van de kapitaalmarkten begin van de jaren tachtig, deze politieke controle op de economie grondig werd afgebouwd. "Deregulering en liberalisering hebben ongetwijfeld bijgedragen tot de uitholling van de internationale politieke beheersinstrumenten", zegt Coolsaet terecht. Hij trapt niet - zoals vele naïeve 'internationalisten' - in de ideologische val te denken dat de verdwenen nationale instrumenten van politiek vervangen zouden kunnen worden door een supranationale politieke controle op de economie.

*
* *

Als derde lange-termijntrend onderlijnt Coolsaet terecht de mutatie van de productie-structuur. Bedoeld wordt de overgang van een industriële economie naar een diensteneconomie. De auteur legt wellicht een verkeerd accent wanneer hij dit "een nieuwe industriële revolutie" noemt, tenzij de term veleer als beeldspraak wordt bedoeld.

De essentie van de economische mutatie ligt niet in de verschuiving, binnen de industrie, van de basisnijverheid naar de technologische nijverheid, maar wel in de vervanging van de nijverheid door de diensten, als voornaamste vorm van productie van meerwaarde, terwijl deze dienstensector niet in staat is de rol van de industrie, als historische vorm van kapitaalaccumulatie, over te nemen. Het zijn de beleggings- en pensioenfondsen - instrumenten ontstaan uit de Keynesiaanse welvaartstaat - die nu de rol van de, met de industrie verbonden, zakenbanken of holdings hebben overgenomen, als verzamelaars van financieel kapitaal en als transformators van dit financieel kapitaal in investerings- of productief kapitaal (2). Daarmee kwam de gehele kapitaalcyclus, die het wezenskenmerk is van het kapitalistisch productieproces, op de helling te staan.

Men staat o.i. aan de beginfase van een nieuwe historische productiewijze, in de marxistische betekenis van dat woord, wat steeds een periode van sociale en politieke instabiliteit en mutatie inluidt.

Coolsaet wijst daarbij op het feit dat deze economische mutatie plaatsgrijpt op een ogenblik dat, onder invloed van het neo-liberalisme, de nationale staat zichzelf buiten spel heeft gezet, door zich te ontdoen van de noodzakelijke beleidsinstrumenten om deze economische mutatie politiek onder controle te houden. Aldus versterken deze beide lange-termijntrends elkaar in hun destabiliserend effect.

*
* *

Als vierde factor noemt de auteur: de mondialisering. Opnieuw wijst hij erop dat ook dit geen 'nieuw' verschijnsel is. De mondialisering "begon met de ontdekking dat de aarde rond was, en is sindsdien in stappen geëvolueerd... Op het einde van de negentiende eeuw was het voor het eerst mogelijk om te spreken van een globale markt waarbij goederen, diensten, geld en personen zich vrij konden bewegen over de gehele wereld." Deze stelling is historisch onweerlegbaar, en is zelfs een understatement. Braudel beschreef reeds het bestaan en de werking van een dergelijk mondiaal systeem ten tijde van de Spaanse wereldhegemonie (3). Inderdaad dus: sinds de ontdekking dat de aarde rond was!

Toch moet deze indruk van 'déjà vu' enigszins gerelativeerd worden. In de vroegere historische fases van mondialisering was er wel een vrije, wereldwijde circulatie van geld, goederen en personen. Maar wat er toen niet was, en nu wel, is een mondiaal geïntegreerd industrieel productienet. Dàt is nieuw, en het is wèl het gevolg van de vooruitgang van wetenschap en techniek; de explosieve ontwikkeling van verkeers- en communicatietechnieken, sinds de laatste wereldoorlog, heeft het mogelijk gemaakt dat een multinationale groep de productie van elk van de onderdelen van een bepaald product, concentreert in één van zijn afdelingen. De componenten van dat product worden dan uitgewisseld tussen de verschillende afdelingen van deze groep, verspreid over verschillende landen en zelfs continenten, om ten slotte in een andere afdeling tot één eindproduct te worden samengevoegd. Daar ligt trouwens de oorzaak van de exponentiële groei van de wereldhandel, die voor twee derden bestaat uit de uitwisseling van onderdelen tussen de verschillende, territoriaal verspreide afdelingen van deze mondiale groepen.

Niettemin blijft het juist dat deze industriële mondialisering (die onomkeerbaar is) niet hoefde te leiden tot de deregulatie van de kapitaalmarkten en tot de financiële mondialisering, met al haar speculatieve en destabiliserende neveneffecten. Een mondiale economie kan perfect functioneren binnen een wereldsysteem van economisch soevereine naties. De financiële deregulatie is uitsluitend een - voor het kapitalisme noodzakelijke - correctie op de daling van de productie van meerwaarde, en de daaruit voortvloeiende inkrimping van het vermogen tot kapitaal-accumulatie van de kapitalistische mega-industrie.

Coolsaet slaat dus de nagel op de kop wanneer hij schrijft: "De uitholling van de monetaire soevereiniteit van de staten is niet het gevolg van anonieme krachten van technologische of economische aard... Maar de basisoorzaak ligt in een doelbewuste optie van politieke en ideologische aard".

Daarom ook noemt Coolsaet (zoals wij zelf reeds deden in Meervoud nr. 39) deze mondialisering een 'mythe' die wordt aangewend als een ideologisch voorwendsel om elk debat over een economisch en politiek alternatief in de kiem te smoren.

*
* *

Coolsaet eindigt dit eerste deel van zijn monografie (die binnenkort in boekvorm zal verschijnen) met deze prachtige beschouwing, die wij ter meditatie aanbevelen aan onze sociaal-democratische en andere 'linkse' vrienden in Vlaanderen: "Elk tijdperk is specifiek, maar het zou fout zijn het huidige tijdperk te beschouwen als uniek. De specificiteit van de huidige wereldorde ligt in het feit dat wij gelijktijdig geconfronteerd worden met de effecten van vier cyclische ontwikkelingen. Dat is geen neutrale constatering. Indien immers de huidige chaos het gevolg zou zijn van anonieme en onvermijdbare economische of technologische trends, dan is men gedoemd om deze machteloos te ondergaan. Indien men de huidige wereld-wanorde daarentegen analyseert als niet-uniek en als het resultaat van processen waarin menselijke beslissingen, ideologische overwegingen, en belangen, een cruciale rol hebben gespeeld, dan leidt dit tot de tegengestelde conclusie, nl. dat wat de mens heeft gecreëerd, door de mens ook ongedaan kan worden gemaakt."

Dat is precies de formulering van de centrale inzet van de komende politieke strijd: het herstel van de democratische controle over het kapitaal, door het volk, via zijn nationale staat.

*
* *

In een volgende bijdrage zullen wij verder ingaan op het laatste deel van deze monografie, nl. "Het paradigma om de huidige wereldorde te interpreteren". Coolsaet definieert dit paradigma als een dialectisch verband tussen een aantal krachten die tenderen naar desintegratie, en een aantal andere factoren die integrerend werken. Het is in dat deel dat hij uitvoerig ingaat op het probleem van het hedendaags nationalisme, en op de toekomstige rol van de nationale staat.

(1) Rik Coolsaet: De wereld van de 21ste eeuw: wanorde of déjà vu? Demokritos-Mededelingen van de werkgroep Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent, 1999. 52 p.
(2) Zie onze studie: 'Diensten-economie: post-industrieel of post-kapitalistisch? In 'Vlaams Marxistisch Tijdschrift, juni 1997.
(3) Fernand Braudel: 'La Méditerranée et le monde méditerranéen à l'époque de Philippe II', 8e ed., Armand Colin, Parijs 1987. - Deel 2, pp. 422-463.