Nummer 53


"Ik kan me geen democratie met twintig talen voorstellen die werkt" (Tim Garton Ash) | januari 2000


Berichten uit Eurocratië (André Monteyne)<< Nummer 53

Top van Helsinki: Prodi's droom...

Commissievoorzitter Romano Prodi die ervan droomt een tweede Jacques Delors te worden had hoge verwachtingen gesteld in de "Top van de Raad van staatshoofden en regeringsleiders te Helsinki". Zij zou nog voor het einde van het millennium de definitieve stap zetten naar de door de Commissie geleide Europese superstaat. Daartoe dienden drie belangrijke agendapunten op de top hun beslag te krijgen : de fiscale harmonisatie, het Europees Verdedigingskorps (EVK) en als orgelpunt, de grondige hervorming van de Europese Unie om de uitbreiding tot een tiental Midden- en Oost-Europese landen op te vangen. Om een extra duwtje te geven aan zijn groots project had zijn vriend en geestesgenoot Jean-Luc Dehaene met twee andere "wijzen" een blauwdruk uitgetekend van het Groot-Europa van de toekomst, waarin als vanzelfsprekend de Commissie de leidende rol kreeg. Cruciaal punt was de uitbouw van een "harde kern van lid-staten" die, ongehinderd door pottenkijkers zoals de Britten, een voortrekkersrol zouden spelen. Als toemaatje had Prodi aangeboden om het Frans-Brits gekke-koeiengeschil op te lossen. Het werd een kil ontwaken.

Alleen het EVK-dossier werd afgerond, maar de lauweren daarvoor oogstte niet Prodi, maar zijn rivaal Javier Solana.

...aan scherven geslagen door de Britten....

De harmonisatie van de fiscale stelsels van de lid-staten op de "top" afronden, een uiterst ingewikkelde onderneming waar twee jaar aan gewerkt was, zou de centraal geleide Europese Staat een stapje dichter hebben gebracht.

Van bij de aanvang hadden de Britten echter bezwaar tegen de meldingsplicht voor financiële transacties tussen lidstaten, een essentiële voorwaarde voor het welslagen van het project. Om hen toch nog over de brug te krijgen, had Prodi hen een sterk vereenvoudigde formule voorgesteld, een initiatief dat bij de ministers van financiën van de meeste lidstaten "gemengde gevoelens" uitlokte. Maar het mocht niet baten. New-look socialist Tony Blair weigerde informatieverplichting voor beleggingen in Euro-obligaties van meer dan 40.000 Euro. Omdat die te veel administratiekosten zouden bijbrengen. Zoals de FET (11.12.99) opmerkt was de administratieve kostprijs voor bedragen beneden 40.000 Euro blijkbaar geen probleem.

Eigenlijk wilden de Britten de voordelen behouden die de City haalt uit het feit dat zij buiten de Euro blijven. En het is niet de forse koersdaling van de Euro tegenover de dollar die hen kon overtuigen. De 'Top' besloot dan maar het dossier van de financiële doorzichtigheid te verwijzen naar opnieuw een werkgroep die het dossier langdurig en zeer grondig moet bestuderen. In de wandelgangen werd niet zonder verbazing opgemerkt dat Luxemburg, nochtans modelleerling van de Europese klas, met enig enthousiasme die verwijzing naar een commissie steunde.

Prodi slaagde al evenmin in zijn poging om het vleesconflict tussen Britten en Fransen op te lossen. Na de "Top" wreekte hij zich voor het opgelopen affront door de Britten met uitsluiting te bedreigen. Door zijn onhandig optreden zou zijn commissie echter wel eens nog sneller in de verdrukking kunnen komen dat deze van zijn kleurloze voorganger Santer. Want het belangrijkste feit van deze "Top" was de versterking van de macht van de Europese Raad.

Zwarte zondag voor Prodi en Dehaene

Dit bleek toen de staats- en regeringsleiders Prodi's groots plan afschoten om de Europese Unie grondig te hervormen. Aan de blauwdruk van 'ervaren gids' Dehaene en zijn wijze kompanen werd zelfs geen woord vuil gemaakt. Alleen Verhofstadt deed nog namens de "kleine landen" een vertwijfelde poging om Prodi's zinkend vlot te redden. De "groten" gaven de genadeslag : Spanje was principieel tegen, Frankrijk omdat Prodi's megaproject, onvoldoende tijd zou overlaten om de Intergouvernementele Conferentie (IGC) tot een goed einde te brengen op de Franse "Top" in Nice, eind 2000.

Deze moet zich beperken tot de niet afgehandelde punten van het Verdrag van Amsterdam, zoals de opdracht en de samenstelling van de Commissie, de weging van de stemmen in de raad en de uitbreiding van de gekwalificeerde meerderheid. Allemaal zaken die in het voordeel van de "Groten" speelden.

De IGC komt bovendien in handen van de ministers van Buitenlandse Zaken; de Commissie mag alleen een waarnemer sturen. Van de andere kant werd het licht op groen gezet voor de reeds in Keulen overeengekomen uitbreiding van de EU tot 27 lidstaten. Dit betekent een totale breuk met de politiek correcte Delors-doctrine volgens dewelke de uitbreiding van de EU pas kon gebeuren na de "verdieping" (lees, centralisatie) van de instellingen. Die stelling die bijzonder sterk gesteund wordt door België (officieel omwille van de belangen van Brussel, niet officieel wegens de belangen van BACOB en andere vastgoedbeleggers), was ook de leidraad van de werkgroep Dehaene. De trendbreuk kan grote gevolgen hebben. Een gecentraliseerde Europese Unie met 27 leden is immers niet werkzaam met alleen maar de in Helsinki overeengekomen minimale structuuraanpassing. Zoals de Eurofore Luxemburger Wort nog voor het begin van de top vreesde, riskeert men dan ook naar het alternatief van een losser Europees verband te gaan zoals Britten en volksnationalisten voorstaan.

....een goede dag voor Europa

Niet alleen zij. Na afloop van de "Top" was eerste minister José Maria Aznar van Spanje, een van de vijf "groten", opvallend goed gemutst. In Helsinki is immers gebleken dat de natiestaat terug springlevend is. Tony Blair verdedigt de City en verzet zich tegen een Eurotaks op de verkoop van kunstwerken door Sotheby's en andere prestigieuze veilinghuizen. Old-look socialist Lionel Jospin schermt de Franse veeboeren af. "Blair"-socialist Gerhard Schröder houdt vast aan Duitse verankering en eist (terecht) het Duits als Europese werktaal.

Het confederaal alternatief krijgt ook meer kansen doordat het Europees machtscentrum na deze top verschoven is van de Commissie naar de Europese Raad, waarvan de agenda bepaald wordt door de nationale regeringsleiders en staatshoofden. Er is dus goede hoop dat zeker na de uitbreiding het spookbeeld van de Europese centraal geleide staat wegdeemstert.

Het Europees defensieleger: een euforische dag voor Solana

Prodi zou zijn kalvarie (El Pais, 12.12.99) tot het bittere einde lopen. Op de "Top" van Helsinki was immers een nieuwe sterke man van Europa opgestaan, Javier Solana, de bijzondere gezant van de Raad. Aan hem was het te danken dat het beginsel van het Europees defensieleger, thans omgedoopt tot Europees Vredeskorps, uit de startblokken geraakte. Hij slaagde er zelfs in Tony Blair, nochtans de trouwe paladijn van de VSA en hun gewapende arm, de NAVO, ertoe te bewegen het voorstel in te dienen. Het korps moet tegen 2003 operationeel worden en zou zowat 60.000 militairen tellen. Maar de opdracht van het korps is beperkt tot "vrede stichten", voor gewapend optreden moet de NAVO zijn zegen geven. Eigenlijk is het EVK gegroeid uit de Europese zwakte in Bosnië en Kosovo en zijn de Angelsaksers er gerust in dat het nog lang tandenloos zal blijven.

Solana had nog een tweede reden om euforisch te doen: dank zij zijn bemiddeling kon Griekenland overhaald worden om de kandidatuur van Turkije niet meer te dwarsbomen, en wou Turkije de voorwaarden van deze toetreding aanvaarden. Of die prestatie gevolgen zal hebben is twijfelachtig. Maar het kon de Europese faam van Solana alleen maar versterken.

Een toemaatje : Regendag in Brussel

Inmiddels gooit Prodi het op de volkse toer. Helemaal in de stijl van zijn vriend en mentor Jean-Luc Dehaene die zich voor de publieke zaak opofferde door een stier te bezadelen, reed "il professore" met de fiets naar zijn werk om de "Europese Dag zonder Auto" daadwerkelijk kracht bij te zetten. Het regende die dag in Brussel en zijn chauffeur volgde de sterk gemediatiseerde stoet met zijn regenmantel in de Mercedes. (Le Figaro, 31.10.99).