Nummer 55


| maart 2000


De bollen van Sauwens (Christian Dutoit)<< Nummer 55

In volle krokusvakantie lanceerde minister Sauwens de nobele idee om eindelijk de roestende Atomiumbollen met Vlaams geld te laten opblinken en er eventueel ook nog een deel van de Vlaamse administratie in te proppen. Op zich een fait divers, maar laten we de geschiedenis daarover oordelen. Hier gaat het 'm echter niet om. De zet van Sauwens is immers niet belangrijk omdat hijzelf graag in de krant komt, maar om er ons nog eens aan te herinneren dat wij Vlamingen, als puntje bij paaltje komt, best een toontje lager kunnen zingen.

We zetten nog eens een en ander op een rijtje. Toen het Flageygebouw van de NIR en later de BRT-RTB op invallen stond, was er een plan om het merkwaardige pand - met een vanuit akoestisch standpunt bekeken schitterende concertzaal - met Vlaams geld op te kalefateren. Er kwam onmiddellijk een kordaat Franstalig njet. Toen enkele jaren geleden de Brusselse burgemeester Hervé Brouhon overleed, en ad interim opgevolgd werd door eerste schepen Lefère - een 'flamand de service' afkomstig uit het verre Ieper, was een Brussels PS-kopstuk, Freddy Thielemans, er als de kippen bij om boudweg te verklaren dat het 'ondenkbaar' was dat een Vlaming ooit burgemeester van Brussel zou worden (van racisme gesproken !). Een Vlaams zomerfestival als 'Boterhammen in het park' kan niet, want er staan tere plantjes die echter wel vertrappeld mogen worden op 21 juli. Louis Michel schreeuwt vandaag moord en brand over het 'fascistische Oostenrijk' en de lauwe reacties daarop vanuit Vlaanderen, maar schijnt vergeten te zijn dat hij het was die, nog geen tien jaar geleden, Roger Nols inviteerde om zijn PRL-kamerlijst te duwen. De PRL-affiches die toen de Brusselse muren opsmukten doen vandaag zelfs de meest rabiate Blokker blozen: met kamelen en alles erop en eraan. Het francofone geheugen is dus wel erg selectief.

In die zin zijn niet de bollen van het Atomium op zich, maar wel de Franstalige reacties op het al dan niet ironisch bedoelde voorstel van Sauwens een geheugensteuntje voor die Vlamingen die denken dat het tijdperk van discriminatie, vernedering en pesterijen zich in een ver verleden situeert. De overdrive van de meeste francofone politici en de Franstalige pers (Le Soir: 'Les Flamands tentent une OPA sur l'Atomium') spreekt boekdelen. Elio di Rupo vond het zelfs nodig om vanuit Chili te reageren.

Wat is nu de moraal van dit krokusverhaal? Ten eerste dat er in het 'multiculturele' concept van de francofonie geen of nauwelijks plaats is voor de Vlamingen. Alle verbale hoogstandjes ten spijt. Ten tweede mogen de Vlamingen niet zo naiëf zijn te denken dat de Franstaligen zich minder xenofoob zullen opstellen tegenover Vlamingen als die met poen over de balk komen (dit willen zij tenminste in geen enkel geval laten blijken, al was het maar om hun onderhandelingspositie niet te verzwakken). En ten derde, meer in het algemeen, dat het oliedom zou zijn om zich te laten ringeloren door het verbale geweld van de Franstaligen. Zoals Roger Van Houtte het verwoordde in Gazet van Antwerpen (25 februari jl.): "Het antifascisme van het Brussels establishment is even opportunistisch als het royalisme en patriottisme van de Parti Socialiste."