Nummer 58


Dialoog | juni - juli 2000


Vlaamse beweging en partijpolitiek: aanzet tot beoordelingskader (Peter De Roover)<< Nummer 58

VVB-Leuven stelde tijdens een debat aan Toon Roosens en mezelf de vraag naar de relatie tussen Vlaamse Beweging en partijpolitiek. Toon bracht zijn kijk eerder al in Meervoud. De redactie vroeg me mijn visie op papier te zetten. Een afgerond geheel wordt het zeker niet, eerder enkele aanzetten tot verdere gedachten.

De rol van politieke partijen

1. Het doel van de Vlaamse beweging, de vorming van een Vlaamse staat als noodzakelijke voorwaarde voor volwaardige ontvoogding, is revolutionair. De term mag hier echter niet in zijn 'romantische' betekenis begrepen worden, met revolverzwaaiende helden en barricaden, al dan niet bevolkt met een doortastende vrouw, één borst ontbloot. Het doel is revolutionair omdat het een staatsstructuur wil doen verdwijnen en dus ook het steunvlak onder een bepaald establishment zal weghalen.

2. Aangezien de Vlaamse beweging opkomt voor de ontvoogding van het Vlaamse volk, blijft de weg van de democratie niet alleen om pragmatische redenen (wie loopt nog warm voor een revolutie in de klassieke stijl?), maar ook om principiële redenen de enige die we willen gaan. Een 'elite/voorhoede' moet dan wel de weg wijzen en voorop durven lopen (de specifieke taak van de Vlaamse beweging), maar de 'bevrijding' van Vlaanderen kan natuurlijk per definitie nooit zonder, laat staan tegen de Vlamingen plaatsvinden.

3. Zonder te willen beweren dat de parlementaire democratie niet voor verbetering vatbaar zou zijn en zonder de dikwijls gerechtvaardigde kritiek op de werking ervan opzij te willen schuiven, moeten we toch onomwonden voor dat kader kiezen. En hier treden de politieke partijen dan op, die ooit zullen moeten afronden wat de Vlaamse beweging (de 'elite/voorhoede') is begonnen.

De niet-nationalistische partijen

4. De vraag of ook niet-nationalistische partijen een beslissende rol kunnen/moeten spelen in de vorming van een Vlaamse staat, moet pragmatisch beantwoord worden. De niet-nationalistische partijen zijn samen goed voor ruim driekwart van de uitgebrachte stemmen in Vlaanderen. Dat potentieel kan en mag niet genegeerd worden. Er bestaat overigens geen breuk tussen de kiezers van de ene en de andere soort partijen. Een groot deel van het electoraat bevolkt de grijze zone tussen beide soorten partijen. De Vlaamse beweging moet ook deze partijen nadrukkelijk benaderen in haar voorhoedewerk.

5. Daarbij mag niet vergeten worden dat staatsdragende partijen per definitie steunen op het bestaande establishment, dat juist bedreigd wordt door de agenda van de Vlaamse beweging. Als ze al bereid zouden zijn het verzwakkende Belgische establishment los te laten, dan moet in elk geval duidelijk gemaakt worden dat de stap naar de volwaardige Vlaamse staat geen stap naar de chaos is. Brede volkspartijen hebben, net als hun kiezers, van niets meer afkeer dan van chaos. De boodschap dat ook de Vlaamse staat een eigen establishment zal kennen, zoals elke staat en elke organisatie van mensen trouwens, en dat brede volkspartijen er goed aan doen aan de wieg van de nieuwe staat te staan, indien ze hun aandeel in die nieuwe staatsdragende klasse willen veiligstellen, biedt dan weer wel perspectief.

De nationalistische partijen

6. Tussen de 'elite/voorhoede' van de Vlaamse Beweging en de brede volkspartijen, die per definitie in het midden van het konvooi varen, vinden we de nationalistische partijen. Hun kerntaak bestaat in hun zweepfunctie, aangezien zij, in tegenstelling tot de beweging, wel voor rechtstreekse concurrentie kunnen zorgen voor de andere partijen. De andere partijen dwingen om de optie van de Vlaamse staat over te nemen, op straffe van overvleugeling door de nationalistische partijen indien ze dat niet doen, dat is de enige bestaansreden van deze laatsten. In die zin kunnen zij een onmisbare rol spelen.

7. Er is geen enkele objectieve reden waarom nationalistische partijen zich niet specifiek zouden richten op een segment van de publieke opinie. Zij kunnen dus hun nationalistische boodschap formuleren in het geheel van een specifiek maatschappelijk programma. Nationalistische partijen kunnen zich, naargelang tijd, plaats en omstandigheid links/rechts, conservatief/progressief, liberaal/sociaal/religieus/burgerlijk/ecologisch/... opstellen. Deze maatschappelijke opstelling is echter steeds ondergeschikt aan de nationale opdracht die de partijen zich stellen.

8. Zowel bij Volksunie als bij Vlaams Blok kan men zich de vraag stellen of deze partijen niet zwaar zondigen tegen de slotstelling uit het vorige punt. De boodschap van anderen overnemen en zelf beweren dat slechts een zeer klein deel van de bevolking 'wakker ligt' van de nationale problematiek, zoals Bert Anciaux en Patrick Vankrunkelsven (blijkens verslag van Le Soir van het colloquium-Gatz) doen, houdt de ultieme overgave in voor hun partij. Ofwel stellen Anciaux/Vankrunkelsven een feit vast en dan moet hun partij er alles aan doen om die foute perceptie van het publiek recht te helpen trekken, ofwel menen zij dat 'het probleem' wel degelijk grotendeels opgelost is en geen bepalend politiek thema meer vormt, en dan moet hun partij zichzelf ontbinden.

9. Het wordt de hoogste tijd dat de verantwoordelijken van het Vlaams Blok een antwoord formuleren op de vraag hoe zij nu eindelijk hun 600.000 kiezers op het politieke veld te gelde kunnen maken. Vandaag stellen we objectief vast dat deze partij fungeert als vergeetput voor Vlaams-radicale stemmen. Wie voor deze partij stemt, maakt de eigen stem politiek zinloos. Het Vlaams Blok slaagt er niet in om het eigen electorale succes constructief te gebruiken als hefboom naar de Vlaamse staat. In haar beginperiode kon de Volksunie terzake wel een indrukwekkend palmares voorleggen.

10. De vraag of nationalistische partijen in een regering kunnen stappen, moet ook weer pragmatisch bekeken worden. Wanneer een regeringsdeelname waarborgen inhoudt om fundamentele stappen naar de Vlaamse staat te zetten, dan zou het niet alleen dom en strategisch onbegrijpelijk zijn, maar zelfs verraad aan de eigen opdracht inhouden daarvan af te zien. Zo spreekt het voor zich dat een nationalistische partij perfect kan deelnemen aan de laatste Belgische regering. Bij de overweging of deelgenomen kan worden aan een Vlaamse regering, hoeft de lat niet zo hoog gelegd te worden. Maar de gevaren zijn erg groot. Voor het publiek is deelname aan de ene regering en oppositievoeren tegen de andere verwarrend. Als het beleid van beide regeringen niet fundamenteel verschilt, schaadt het de partij meer dan het baat. Men kan zich voorstellen dat de Volksunie vandaag nuttig gebruik kan maken van haar strategische positie als noodzakelijke partner voor de Vlaamse regering en van daaruit indirect van de Belgische constructie. Maar dan moet die regeringsdeelname uitsluitend gezien worden als hefboom voor de Vlaamse staatsvorming. Ook hier moet objectief vastgesteld worden dat de Volksunie haar regeringsdeelname niet eenduidig zo interpreteert. In zo'n omstandigheden is regeringsdeelname niet alleen onnuttig, maar zelfs destructief.