Nummer 59


| september 2000


Op de Meervoud-boekenplank (Frans Maes)<< Nummer 59

Chicago aan de Amstel?

Daverde België een paar jaar geleden op zijn grondvesten wegens de Agusta-smeergeldaffaire, dan blijkt uit Chaos aan de Amstel van journalist Jos Verlaan dat Nederland in het algemeen en de stad Amsterdam in het bijzonder, ons jarenlang de loef heeft afgestoken.

Geen haan die ernaar kraaide. En journalist Verlaan van Het Parool schopte jarenlang tegen zere schenen zonder dat er ook maar iets gebeurde. Fraude, corruptie, extreem verzuim en graaicultuur bleken Amsterdamse ziekten waar geen kruid tegen gewassen was. Tot eind jaren negentig de stedelijke verantwoordelijken toch wakker schoten en justitie werd ingeschakeld. In 1997 beschikte men over een lijst van ruim 130 betrapte stadsambtenaren. In de twee jaar daarna groeide die uit tot meer dan 200. Verlaan wijst erop dat het werkelijk aantal ambtenaren dat de afgelopen jaren betrokken is geweest bij fraude en corruptie of op een of andere wijze zijn zakken heeft gevuld, gewoon niet te achterhalen valt. Het is immers pas van '96, toen na de commissie Van Traa de criminologen Cyrille Fijnaut en Frank Bovenkerk de macht schetsten van de georganiseerde criminaliteit en de invloed ervan op het ambtelijke- en bestuursapparaat, dat begonnen werd met een centrale registratie van alle fraude- en corruptiedossiers. En zelfs nu nog spreekt de auteur in zijn boek over het 'topje van de ijsberg'. Dat komt volgens hem door de lage pakkans, het gedoogbeleid en het feit dat leidinggevenden alles afdekken. In Amsterdam is een gestructureerd antifraudebeleid pas begonnen.

Voor de gemeentelijke milieudienst en directeur Jan Cleij heeft de auteur niets dan lof. Het gaat om 'schone' milieudienst, zo stelt Verlaan. Wat daarop volgt is minder fraai.

Van het Amsterdamse Gemeentevervoerbedrijf kan hij alleen een somber beeld tekenen van ambtenaren die smeergeld aanvaarden en voor miljoenen (gulden) bij elkaar stelen. Van ex-directieleden die wekelijks op kosten van de Spaanse leverancier CAF met een privéjet naar Spanje en terug gevlogen worden; ja zelfs maandelijks op kosten van het GVB naar Suriname...

Het Grondbedrijf kreeg geen goedkeurende handtekening van de accountantsdienst omdat er... 60 miljoen gulden (nog altijd meer dan één miljard frank) niet meer in de boeken voorkwam.

Bij de dienst Sportzaken stak de directeur de huur van de gemeentelijke sportvelden gewoon in eigen zak onder het mom van financiering van studiereizen naar... de zonnigste en meest exotische landen van de wereld.

Stadreiniging kreeg af te rekenen met 'toeren', het afhalen van bedrijfsafval op aanvraag en tegen betaling. Daarbij kwam echter nooit één gulden in de stadskas terecht. En dat is dan nog maar klein bier vergeleken met de ambtenaar (met huis en landgoed in Brazilië) die 23 miljoen gulden achteroverdrukte.

Toen openbare werken de administratie op de computer ging zetten struikelde men ineens over bruggen die nooit gebouwd werden en andere 'slordigheden' die uiteindelijk goed waren voor een minpost van rond de 100 miloen gulden. Na veel 'onderhandelen' over openstaande vorderingen kon de schade herleid worden tot 45 miljoen gulden.

Nog leuker wordt het wanneer Jos Verlaan in het tweede deel van zijn boek drie 'affaires' gaat ontrafelen. Dit onderdeel leest als een misdaadroman waarin de misdaad (voor één keer?) loont. Het gaat over de muntverwerking bij Stadstoezicht (o.a. parkeermeters); de metroperikelen van het GVB en het 'front op de Wallen'. Navertellen zou te lang uitvallen en bovendien de pret van de lezer bederven.

In het laatste deel van het boek beschrijft de auteur wat Amsterdam ondertussen poogt te doen aan al die misstanden. Hij geeft toe dat een en ander de jongste jaren sterk verbeterd is, maar besluit toch met een restant van twijfel over de goede afloop van de 'saneringsoperatie'.

Jos Verlaan. Chaos aan de Amstel - Fraude en corruptie in Amsterdam. Uitgeverij SUN, Nijmegen, 1999. 240 p., verlucht met illustraties van Peter van Straten.

Het museum van de natie: allen tegen de boze separatisten!

Herman Asselberghs (kunstenaar en o.m. medewerker aan Andere Sinema) en Dieter Lesage (oud-parlementair medewerker van SP-politica Kathy Lindekens en auteur van een soort liber ennemicorum voor Luc Van den Brande), verzorgden onlangs de redactie van een 'mengelwerk' onder de titel Het museum van de natie - Van kolonialisme tot globalisering.

Het 'museum' gaat in eerste instantie over het 'Koninklijk Museum voor Midden-Afrika' in Tervuren, een cadeautje van wijlen Leopold II, de koning die ons een kolonie schonk als een wereld zo groot. Dit museum, voor een groot stuk een reliek van een ooit ambitieuze, koloniserende staat, is een beetje een anachronisme geworden. Vandaar dat het tijd wordt om een - virtueel - 'museum van de toekomst' op te richten, "de nostalgie voorbij". Asselberghs en Lesage sprokkelden dus een reeks artikelen bijeen met een aantal inzichten over verleden, heden en toekomst, waarbij vermeende originaliteit het haalt op kwaliteit - enkele uitzonderingen niet te na gesproken.

De meest ergerlijke bijdrage is een revisionistisch stuk van 'filosoof' Lesage zelf, 'Federalisme en postkolonialisme'. In deze tekst, die blijkbaar ernstig bedoeld is, schopt Lesage wild om zich heen naar iedereen die hij rauw lust, en bedenkt hij zijn tegenstrevers steevast met het epitheton 'separatist' als ultiem scheldwoord: de "Vlaamse separatistische filosoof Ludo Abicht" (p. 102) moet het, als eerste in een lange rij, zwaar ontgelden. Je kan beter je moeder vermoord hebben dan in de val trappen van het 'separatistisch terrorisme', hèt sluipende gif van de eeuwwende. Toch wemelt het in de Lage Landen van adepten van deze schurftige epidemie, een gevolg van het "collectief egoïsme van een van de welvarendste regio's van Europa, of tenminste toch van haar leidende politieke klasse". De voorbeelden zijn legio en liegen er niet om: een Vlaams CVP- parlementslid Hugo Van Rompaey die zich enkele jaren geleden inliet met de zaak van de Koerdische voorman Öcalan of - erger nog - voormalig SP-Vlaams volksvertegenwoordiger Michiel Vandenbussche, "zowat de beschermheer van het echtpaar Moreno-Garcia" (twee Basken die enkele jaren geleden ei zo na uitgewezen werden). Ook de brave Nelly Maes krijgt een veeg uit de pan, omdat zij onderhuidse sympathieën zou koesteren voor de 'Padaanse' leider Umberto Bossi.

Lesage kraamt nog wat onzin uit over de weldaden van de faciliteiten voor Franstaligen en over de schande van de splitsing van de Leuvense universiteit in de jaren zestig, waarbij fijntjes opgemerkt wordt: "Het valt op, wanneer men de televisiebeelden van toen opnieuw bekijkt, hoe de Vlaamse studenten betoogden in pak en das. Paul Goossens, de leider van de Vlaamse studentenprotesten en latere hoofdredacteur van De Morgen, zag er toen (...) veel burgerlijker uit dan nu" (p. 112). Juist, ja. De eerste suffragettes hadden ook iets langere jurken dan de geminijupeerde Dolle Mina's van enkele decennia later, dat is veelzeggend!

De politique-fiction van Lesage kent nauwelijks grenzen, wanneer de filosoof zijn vrees benadrukt dat de Vlaamse separatisten van het Museum in Tervuren wel eens een Vlaams propaganda-instituut zouden kunnen maken om "eindelijk met België komaf te kunnen maken" (p. 118).

Asselberghs valt nog eens uit tegen de film en de figuur van Damiaan en noemt terloops de film Daens een Heimatfilm (sic, p. 177). Wat heeft Damiaan mispeuterd? Aha, nu gaan we het horen: "(...) dat is de finale tekortkoming van Damiaan: hij heeft human interest met hopen en nog meer kommer en kwel, maar geen reclame, tenzij voor de Vlaamse natie in wording" (p. 196).

Lezers die er moeite mee hebben te geloven dat er anno 2000 nog een uitgever gevonden wordt om zoveel onzin persklaar te maken, kunnen zich het boek aanschaffen: het bestaat ècht. En er staan nog mooie illustraties in ook.

Herman Asselberghs en Dieter Lesage (red.). Het museum van de natie. Van kolonialisme tot globalisering. Uitgeverij Yves Gevaert, Brussel, 1999.