Nummer 60


Het Nederlands in het Caribisch blauw | oktober 2000


Aruba, Curaçao en de overige Nederlandse Antillen in de kijker (Leo Camerlynck)<< Nummer 60

Er bestaat slechts één continent, dat van de Noordpool tot de Zuidpool reikt, dat is Amerika. Van Alaska tot Vuurland worden op dit reusachtige vasteland slechts vijf talen officieel erkend. Met Suriname neemt Curaçao, samen met de rest van de Nederlandse Antillen en Aruba, het voortouw om het Nederlands in het Caribisch gebied hoog in het vaandel te houden.

Leo Camerlynck, voorzitter Vlaanderen van het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV), reikte er tijdens de zomer 2000 de Visser-Neerlandia-prijs uit aan de Openbare Bibliotheek van Willemstad. Tevens werd de plaatselijke ANV-afdeling nieuw leven ingeblazen. Tijd om even een blikje te werpen op de toestand van het Nederlands op Curaçao en de eilanden in "de West".

Wat ooit als chartervluchten met het Belgische Sobelair op verzoek van de uitstekende Nederlandse Van der Valk-hotelketen werd aangegaan, mondde in 2000 vlug uit in een reguliere vluchtlijn.

Op maandag en woensdag kan ongehinderd gependeld worden tussen Brussel en Kralendijk op Bonaire en Willemstad op Curaçao. Twee bestemmingen op de Benedenwindse Eilanden van de Nederlandse Antillen.

Sobelair zorgt voor een perfect Nederlandskundig personeel.

De doorgaans enthousiaste reizigers zijn voor de ene helft Antillianen, die terugkomen van het vaderland of even de "heimat" willen bezoeken, de andere helft Nederlanders en opmerkelijk veel Vlamingen, die in de gaten hebben dat je ook met je eigen moedertaal in de tropen terecht kunt.

Tien uren samen zitten in een metalen kist, in casu een vliegtuig, leidt tot gesprekken onder reizigers.

Sobelair, lees Sabena, nu samen met Swissair, blijkt bij de meeste Nederlanders goed te scoren, soms beter dan de vertrouwde KLM.

Kralendijk / Bonaire

De landing op Kralendijk blijft een belevenis. Het neerpoten van een boeing 767 op een niet zo lange landingsbaan vergt precisiewerk van de piloot. De luchthaven wordt overigens eerlang uitgebreid.

Het landschap van Bonaire houdt het midden tussen het Verdronken Land van Saeftinghe en een overwegend vlakke far-west-aanblik. De schoonheid van het semi-woestijnlandschap omgeven door huizenhoge cactussen is het thuis van een zeer gevarieerd wildleven. Divi-divi-bomen gekromd onder de nooit aflatende passaatwinden vormen surrealistische beeldhouwwerken. In de verte ontwaart men de witte zoutpannen.

Het vliegtuig begeeft zich naar het flamingokleurige luchthavengebouw. Flamingo Airport staat overigens op het torengebouw te lezen.

Op het tarmac staan brandweerwagens met het Nederlandstalige opschrift "Brandweerkorps Bonaire" op de flanken. Ja, dit zijn de Nederlandse Antillen.

Bonaire is een schitterend eiland van de Nederlandse Antillen dat het allerberoemdst is omwille van de onderwaterwereld.

Curaçao

Maar Curaçao blijft de eindbestemming. Tien minuten airborne volstaan om de rots in de zee, het baranka den laman in het Papiaments, te bereiken.

De landing verloopt opperbest ondanks de hardnekkige zuidoostpassaatwinden die onophoudelijk blijven blazen.

De luchthaven Hato vertoont een en al drukte. De Antilliaanse Luchtvaartmaatschappij ALM, Air Aruba, de Surinaamse Luchtvaartmaatschappij SLM Surinam Airways, KLM, Martinair en sinds kort Sobelair zijn er het meest vertegenwoordigd.

De weg van de luchthaven naar Willemstad maakt duidelijk dat men in Midden- en Zuid-Amerika vertoeft. De ruimtelijke ordening is niet echt Nederlands te noemen. Een aantal ruige heuvels met grillige rotsformaties domineren het landschap. Ook hier kleuren cactussen en divi-divi-bomen het eiland groen. Als contrast zijn er de rookpluimen van de olieraffinaderij Curoil die boven het Schottegat hangen, een natuurlijke haven, aan de poort van Willemstad.

Het beeld van Curaçao is pas compleet wanneer men van de 55 meter hoge Julianabrug een prachtige blik heeft op de kleurrijke gevels in Hollandse stijl langs de Handelskade in Punda. Punda is voorts ook nog met Otrabanda verbonden langs de pontjesbrug, de enige brug ter wereld die op bootjes gebouwd is.

Curaçao is het grootste en meest bevolkte eiland van de Nederlandse Antillen. Het ligt tussen Aruba en Bonaire in, ongeveer 55 km uit de kust van Venezuela en er wonen zo'n 155.000 mensen. Etnisch domineert het negride type.

Het administratieve centrum van de Nederlandse Antillen, Willemstad, is een levende stad aan de Sint-Annabaai aan de Curaçaose zuidwestkust.

Het was Amerigo Vespucci in 1499 aan wal kwam op Curaçao. Hij nam het voor de Spanjaarden in bezit. Maar het eiland bood hen weinig, althans in de zin van vers drinkwater en goud. De Spanjaarden verlieten dan ook Curaçao en lieten het over aan de Nederlandse West-Indische Compagnie, die het gebruikte als een handelshaven.

Op een kleine periode na bleef Curaçao onder Nederlands bewind, totdat het in 1954 zijn autonomie verkreeg samen met de andere eilanden van de Nederlandse Antillen. In 1986 kreeg Aruba een aparte status. De Nederlandse Antillen en Aruba vormen samen het Koninkrijksdeel van de Nederlanden. Zelfs als een autonoom gebied blijven de banden met het moederland sterk. Zo worden buitenlandse zaken en defensie nog steeds door Nederland geregeld.

Venezuela's off-shore olie-industrie bleek een ware goudmijn toen de Shell een olieraffinaderij op het eiland bouwde. Na de tijdelijke sluiting hiervan in 1985 en de overname door Curoil heeft het toerisme zich ontwikkeld als een belangrijke drager van de economie van het eiland. Curaçao's klimaat is overigens zonnig en warm, met een gematigde neerslag.

Het drinkwaterprobleem is opgelost door de bouw van een ontziltingsfabriek die zeewater omzet in zeer zuiver drinkwater. Zelfs het plaatselijke bier wordt hiermee gebrouwen.

Onder Curaçao's belangrijkste attracties bevindt zich het Onderwaterpark, een 20 km beschermd koraalrif en kustlijn. Voor hen die liever op het droge blijven, biedt het Christoffel-Park vele mogelijkheden. Verder is Curaçao natuurlijk bekend om haar likeur, de Blue Curaçao, maar daarnaast bevindt ook de oudste synagoge van het Westelijk Halfrond zich op het eiland. Ook zijn er tal van musea, zoals het Maritiem Museum, het Curaçaosche Museum en het Kura Hulanda.

Bevordering van het Nederlands op de Antillen en de rol van het ANV

Op 5 en 6 juli 2000 vonden op Curaçao twee belangrijke ANV-gebeurtenissen plaats.

Op 5 juli mocht de heer Peter Steenbakkers, directeur van de bijzonder mooi uitgeruste Openbare Bibliotheek van Curaçao, een Visser-Neerlandia-prijs uit handen van Leo Camerlynck, voorzitter Vlaanderen van het ANV, in ontvangst nemen. Deze prijs zal hoofdzakelijk besteed worden aan de aankoop van Nederlandstalige kinderboeken en aan het stimuleren van de schrijf- en leescultuur onder de jongeren op de Antillen.

De Openbare Bibliotheek van Willemstad is in een prachtig pand gehuisvest in de fraaie wijk Scharloo aan de rand van het Waaigat, een bijbaai van de Sint-Annabaai. Een kleine vijftig personen werken in deze uiterst verdienstelijke instelling, die opmerkelijk goed met zijn tijd mee geëvolueerd is. Niet alleen de architectuur is uitnodigend, maar het hele concept is bezoekersvriendelijk, vooral naar de jongeren toe.

Eén van de succesvolle initiatieven is een Boekenbus, die in en om Willemstad de bibliotheek bij de doorsnee burger aanprijst. De bus werd onder meer met geld uit Vlaanderen hersteld. Op de achterzijde van het voertuig prijkt een Vlaamse Leeuw en een tekst in het Nederlands en het Papiaments met de vermelding van de sponsor.

Op 6 juli had in het verlengde van het bibliotheekgebeuren een cultureel-literaire avond plaats in de gemoedelijke struisvogelboerderij van de Zuid-Afrikaan Mervyn Malan, even buiten de hoofdstad Willemstad. Het Nederlands doorheen de wereld, maar vooral in het Caribisch gebied, was de rode draad doorheen deze uiterst geslaagde avond, die muzikaal opgeluisterd werd door het Curaçaose koor Cantamus.

Jan-Arie Oudshoorn, voorzitter van de ANV-afdeling Nederlandse Antillen en Aruba, is de drijvende kracht achter dit en nog andere prachtinitiatieven.

Tijdens deze avond werd aandacht besteed aan letterkunde en taalkunde. Mevrouw Komdeur, een Indonesische, bracht "Sneeuwwitje" in het Petjok-Nederlands, gekruid met Papiaments.

Rony Lobo, een Surinamer, bracht prozastukken van Dobroe in het Surinaams-Nederlands. De satirische stukjes vielen goed in de smaak van de toehoorders.

Wim Rutgers, uit Aruba, belichtte de toestand van het Nederlands in de West, m.a.w. de Nederlandse Antillen, Aruba en Suriname.

Michael de Sola gaf een uiteenzetting over zijn jeugdtoneelgroep Theatrum, een boeiend initiatief om kinderen van Curaçao voor het Nederlandstalig toneel te interesseren.

Onder de aanwezigen was mevrouw de Jongh-Elhage, gedeputeerde voor sport en cultuur op de Antillen, die het ANV-initiatief luidkeels toejuichte en haar steun beloofde.

Tweeëntwintig nieuwe ANV-leden op de Nederlandse Antillen en Aruba vergroten de ANV-familie op wereldvlak. Onder hen Jaanchie Christiaans, die in 1961 een voordachtwedstrijd van het ANV won en die trots zijn ANV-oorkonde uitstalt in zijn gezellig restaurant op Westpunt. Maar hoe Nederlandstalig ogen de Antillen? Even wat toelichtingen.

Het Nederlands als officiële taal

Op de Nederlandse Antillen en Aruba is de officiële taal het Nederlands, net als in Suriname overigens. Hetgeen betekent dat wetten in het Nederlands worden uitgevaardigd, dat de rechtspraak in het Nederlands wordt voltrokken en dat alle overheidsstukken in het Nederlands worden opgesteld.

Op het Amerikaanse continent is er echter een niet onbelangrijk verschil tussen Suriname enerzijds en de Nederlandse Antillen en Aruba anderzijds. In Suriname is Nederlands een taal, die in het dagelijkse leven vlot wordt gebruikt, een taal die men op straat hoort spreken, samen met het Sranan tongo en nog een aantal talen zoals het Javaans, het Chinees, het Hindostani, Indianentalen en andere. Maar op de Benedenwindse Eilanden is het Papiaments bij de meerderheid de omgangstaal en op de Bovenwindse Eilanden dan weer het Engels. Ook Spaans en bijwijlen ook Creools-Frans hoort men wel eens uit de mond van de vaak illegale arbeidskrachten uit de Dominicaanse Republiek en Colombia en uit Haïti.

Bijna alle Antillianen op zowel de Bovenwindse als de Benedenwindse eilanden en Arubanen hebben kennis van het Nederlands, en ze gebruiken het meestal bij bepaalde gelegenheden, zoals in de contacten met de overheid of in gesprekken met Nederlanders, Vlamingen, Surinamers of zelfs Zuid-Afrikanen.

De meeste "Benedenwinders" spreken vlot Papiaments, vlot tot zeer behoorlijk Nederlands, goed Spaans en Engels. De "Bovenwinders" spreken vlot Creools-Engels en, jammer genoeg, iets minder goed Nederlands. De eerste groep mag als viertalig worden bestempeld, de tweede als bijna tweetalig.

Wie Engels als moedertaal bezit is minder toegankelijk voor andere talen, en dat moet men ook op Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius, m.a.w. de Bovenwindse Eilanden, vaststellen. Voor Spaanstaligen geldt overigens heel vaak hetzelfde. Het Nederlands als instructietaal zorgt er dan ook onrechtstreeks voor dat de Antillianen en Arubanen meertalig zijn en blijven. Eens het Engels of het Spaans als onderwijstaal wordt ingevoerd betekent dit na enkele jaren de doodsteek voor de multilinguale rijkdom van dit deel van de Caraïben.

Wordt het Nederlands dan vanuit Nederland en misschien ook Vlaanderen gesteund?

In zekere zin wel, want ondanks de grote mate van zelfbestuur van de Nederlandse Antillen en Aruba oefent het Koninkrijk der Nederlanden wel degelijk een niet mis te vatten invloed uit. Zo stond in de Rijksbegroting van 1999 met betrekking tot de positie van het Nederlands in het Caribische gebied het volgende: "De verbondenheid van de landen, de noodzaak van één bestuurstaal binnen het Koninkrijk en de afhankelijkheid van de Nederlandse Antillen en Aruba van vervolgopleidingen in Nederland, pleiten voor het behoud van een belangrijke positie van de Nederlandse taal in het onderwijs. Dit onverlet een verdere formalisering van het gebruik van het Papiaments respectievelijk het Engels als instructietaal...." Iets verder lezen wij: "In de gesprekken met de Nederlandse Antillen over medefinanciering van de herstructurering van het onderwijs zal de positie van de Nederlandse taal blijvend een belangrijk beoordelingscriterium zijn."

De Antillianen, vooral uit de Benedenwindse Eilanden, en de Arubanen, weten dat het niet echt "politiek Den Haag" is dat veeleisend of opdringerig is inzake het behoud van het Nederlands als instructietaal op de Antilliaanse en Arubaanse scholen. Het zijn doorgaans de ouders zelf die dat willen. Nederlands blijft een taal met prestige. Met die taal kun je vooruit, je kunt er succes mee boeken, het biedt toegang tot verdere opleidingen, vooral in Nederland en in mindere mate ook in België.

Op het Kolegio Erasmo, dat is slechts één van de om en bij tachtig basisscholen op Curaçao, worden alle lessen in het Papiaments gegeven.

Onderhandelingen over experimenteel tweetalig basisonderwijs, namelijk Papiaments en Nederlands op de Benedenwinden enerzijds, Nederlands en Engels op de Bovenwinden anderzijds, werden reeds gevoerd, doch allerlei omstandigheden vertragen of belemmeren een verdere voortgang. Hoewel het Spaans en het Engels in deze regio belangrijke talen zijn blijft het Nederlands in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs de hoofdrol spelen. En zoals reeds hiervoor geschreven komt dit alleen ten goede aan de goede talenkennis van de Antillianen en Arubanen.

Tot voorlopig slot van deze bijdrage valt het voor een Vlaming op, en dan nog wel een Brusselse Vlaming op bezoek op de Antillen, zoals uw dienaar, hoeveel parallellismen met het Nederlandstalig onderwijs te Brussel kunnen worden getrokken. Het bicultureel onderwijs zoals in een aantal Brusselse Nederlandstalige scholen zou een aanrader zijn voor de Antillen. Het harmonisch samengaan van Papiaments en Nederlands biedt waarborgen voor de toekomst van het Nederlands en voor de eerbied van het Papiaments. Wordt alvast vervolgd.