Nummer 60


Interview | oktober 2000


CVP-jongerenvoorzitter Koert Debeuf: "Als we iets willen doen, dan moéten we Brussel meenemen" (Christian Dutoit)<< Nummer 60

Eind augustus, in volle komkommertijd, zond het bureau van de CVP-jongeren een manifest de wereld in onder de naam 'Een toekomst voor Vlaanderen en Wallonië'. Het gaat om een voorstel tot staatshervorming, met de bedoeling de Belgisch-Gordiaanse knoop door te hakken. In het voorstel, dat bijna naadloos aansluit op een aantal stellingen die de voorbije maanden en jaren in dit blad geformuleerd werden, maken de CVP-jongeren kipkap van de huidige drieledige gewestvorming. Een uitstekende aanleiding dus voor een babbel met de kersverse voorzitter van de CVP-jongeren, Koert Debeuf, een Bruggeling die thans in Leuven woont en graag het debat - binnen en buiten de CVP - wil stimuleren.

- De CVP-jongeren formuleerden onlangs een vrij radicaal voorstel in verband met het statuut van Brussel, 'Een toekomst voor Vlaanderen en Wallonië'. In feite diepen de CVP-jongeren het concept '2+2' terug op, maar dan in een geradicaliseerde versie. Hierin wordt Brussel een onderdeel van de deelstaat Vlaanderen, met een tweetalig statuut. Hoe is men daar toe gekomen?

Koert Debeuf: Op dit ogenblik zijn we bezig met de vraag: waarvoor staat de CVP. Waar moeten wij naartoe, enzovoort. Wat zijn de problemen van vandaag. En één van de zaken die opvallen is dat de betrokkenheid van de mensen met de overheid helemaal spaak aan het lopen is. Niet alleen de gewone mensen, maar zelfs de parlementairen zelf zien niet meer waar wat gebeurt, wie welke bevoegdheden heeft, enzovoort. En dat leidt tot pijnlijke toestanden. Ik zie hoe weinig parlementairen nog weten hoe het allemaal in mekaar zit. Het is misschien typisch Belgisch, maar men beschouwt de overheid bij ons niet als iets 'van ons'. Dat is altijd zo iets vreemds. De staatsstructuur, zoals we die nu kennen, werkt dit feitelijk in de hand. Dit is geen structuur waar men zichzelf kan mee vereenzelvigen. Een voorbeeld. We hebben een sommetje gemaakt van waar een Vlaamse Brusselaar uit Ukkel allemaal rekening mee moet houden om, als ie een probleem heeft, en dat is dan de gemeente, de agglomeratie, de provincie, het Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de VGC, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de federale regering. Da's een heel pak instanties, daar geraak je niet aan uit. Zelfs diplomaten geraken er niet aan uit.
Als we die betrokkenheid dus willen herstellen, dan moeten we twee dingen doen: ten eerste, een principe dat christen-democratisch is: je brengt het bestuur op een zo laag mogelijk niveau...

- Wat is daar nu typisch 'christen-democratisch' aan? Ook socialisten of federalisten zeggen dat...

Koert Debeuf: Het is inderdaad een democratisch principe. Zoveel mogelijk verantwoordelijkheden, tot op het niveau dat men het aankan. Hoe kun je de betrokkenheid vergroten, en dan denk ik dat het erop aankomt duidelijkheid te scheppen. Tweede punt: er is geen oorlog in België, maar de helft van onze politieke tijd wordt eigenlijk besteed aan technische discussies over bevoegdheden enzovoort. En ja, wat constateren we? Het werkt dus eigenlijk niét. Zopas was er een persconferentie over kinderrechten, over Bijzondere Jeugdzorg, maar als we dat even van dichtbij bekijken, dan merken we dat dit een ramp is. Als je jeugdige criminelen wil opsluiten in een instelling, dan is dat Vlaamse materie. Een kleine gradatie verder, in de gevangenis, dan is dat federale materie. Nu, de invulling daarin is Vlaams. Het is dus echt een kluwen, en niemand raakt er wijs uit. Als het niet werkbaar is, dan moet het vereenvoudigen. Dus: betrokkenheid bij het bestuur enerzijds en werkbaarheid anderzijds maken dat wij een zeer helder voorstel naar buiten willen brengen. Radicaal, maar vooral duidelijk. Rationeel. Vlaams-nationalisme is voor ons geen vendelzwaaien. Dat mag er voor ons allemaal wel zijn, maar we blijven rationeel: hoe kunnen we die twee zaken in een staatsconcept gieten. Met respect voor alle gevoeligheden. Neem nu de Franstaligen in Brussel. We moeten die eeuwige strijd voor de vervlaamsing van Brussel vergeten. We kunnen daar niet bezig mee blijven. Laten we gewoon de Franstaligen een zekerheidsstatuut geven. Zij mogen zich levenslang in hun eigen taal uitdrukken. Duitstaligen idem. Maar heel dat eigen bestuur, heel dat kluwen, laten we dat weglaten. Laten we gewoon werken met twee provincies die dezelfde bevoegdheden hebben als de andere provincies.

- Wat is de ratio van het integreren van Brussel in het Vlaamse geheel?

Koert Debeuf: Zuiver geografisch. Niet historisch. Als historicus kan ik daar urenlang over discussiëren, maar dat is een zinloos argument. Neem nu ruimtelijke ordening. Een Vlaams ruimtelijk structuurplan houdt op aan de grens met Brussel. Dat brengt heel wat problemen met zich mee. Of neem de arbeidsmarkt. Die taalgrens is een heel kleine grens, die op zoveel niveaus voor heel wat problemen zorgt. En men wil nu fiscale autonomie, maar daarbij vergeet men de discussie over Brussel. Als men dus een gemeenschapsfiscaliteit wil toepassen, laat je dan de Vlaamse Brusselaars enkel betalen voor de Vlaamse instellingen? En als de Vlamingen het kijk- en luistergeld willen afschaffen, geldt dat dan enkel voor de Vlamingen? Allez, dat is eigenlijk gewoon absurd. Dat moet maar eens gedaan zijn. En geografisch ligt Brussel in Vlaanderen. Ik vermoed dat de Brusselaars, indien ze zouden moeten kiezen voor Vlaanderen of Wallonië, ze dan zouden kiezen voor Vlaanderen. Ik ben daar vrij zeker van.

- Maar met dit systeem doorkruis je de bestaande machtsverhoudingen. Er is niet één haar op het hoofd van om het even welke Franstalige politicus dat eraan denkt om in een dergelijk scenario te stappen. U schaft een besturend niveau af, het Brussels Gewest, waar de franstaligen zich in verschansen. Als je dat wil afschaffen, dan gaan ze dat toch niet zonder slag of stoot over zich heen laten gaan.

Koert Debeuf: We moeten dat weer rationeel bekijken. Wat is er belangrijk? Hoe is indertijd deze staatsstructuur ontstaan? Vanuit de culturele gemeenschappen. Minister Anciaux moet zich niet inlaten met het Franse theaterbeleid in Brussel. Dat is evident. In die zin mogen die gerust hun eigen structuren, op dat vlak, behouden. Maar als het gaat over het gemeenschappelijk besturen, dan speelt de taal toch niet zo'n groot belang. Natuurlijk, de Franstaligen hebben een hefboom in vele materies. Maar dat is dan een puur politieke reden. En dan is de vraag: is dat belangrijk voor de mensen? Uiteindelijk zijn het de mensen die het niet meer kunnen volgen. Kijk, in een nieuwe provincie zullen de Franstaligen nog altijd de meerderheid hebben, en in het Vlaams parlement zullen ze een paar vertegenwoordigers meer hebben.

- Binnen uw partij gaat u lijnrecht in tegen de stellingen van bijvoorbeeld een Jos Chabert. Wat denkt uw CVP nu over die denkpiste? Chabert verdedigt de drieledigheid, mevrouw Grouwels verdedigt een vorm van tweeledigheid op grond van het concurrentieprincipe binnen Brussel, maar wat u zegt is nog iets heel anders. U spreekt niet meer van twee Gemeenschappen of drie Gewesten, maar van twee deelstaten.

Koert Debeuf: Alles heeft ook met Europa te maken. Daar snapt niemand dat er al eens iemand van de Gewesten opdaagt en dan weer iemand van de Gemeenschappen. Maar binnen de partij heeft men geen zin om daarover te praten.

- En waarom eigenlijk niet?

Koert Debeuf: Omdat er verkiezingen op komst zijn. Dat is de belangrijkste reden. Na de verkiezingen kan de discussie, denk ik, op gang gebracht worden. Ik heb daarover al eens met Chabert gediscussieerd, en hij is er inderdaad niet zo voor te vinden, omdat hij er ons van verdenkt dat wij vanuit een romantisch Vlaams-nationalistisch gevoel een onafhankelijk Vlaanderen willen promoten. Terwijl dat eigenlijk niet het geval is. Hij zegt dan: alle Brusselaars moeten goed samenleven. Maar dat vinden wij toch ook. Wij gaan hier geen oorlog ontketenen. Wij willen geen imperialisme met de bulldozer promoten.

- U stelt zich dus op als 'koele kikkers'...

Koert Debeuf: Ja. Eigenlijk wel. En heel bewust. We willen dat gevoelsmatige eruit laten. Anders verzink je in de discussies die op vele websites gepleegd worden en die leiden tot de grootste onzin. Wij gaan ervan uit dat we op een rationele manier de beste structuur moeten kunnen waarborgen. En toen heeft Chabert gezegd: ik wil er inderdaad wel eens over discussiëren, als ge dat zo ziet. Dan kan ik u misschien wel volgen. Hetzelfde met Brigitte Grouwels. Die zegt: akkoord, maar het is misschien wel te verregaand. Kijk, iedereen heeft daar zijn eigen mening over. We willen de discussie starten. Maar als we onze tekst zoals hij nu geformuleerd is voorleggen, dan zal daar niemand zijn handtekening onder zetten. Als we daarentegen zeggen: we willen hier enkele principes uithalen, dan krijgen we daar heel veel handtekeningen onder. We moeten de discussie starten en zien waar we uitkomen.

- Het zal er nu op aan komen de discussie op gang te brengen binnen de CVP...

Koert Debeuf: De CVP, dat is natuurlijk een enorme dieselmachine. Na de oorlog is die nogal goed op gang gekomen, maar om van richting te veranderen, dat is blijkbaar bijzonder moeilijk. Dat stoort mij ook.

- De CVP-jongeren hebben steeds een bijzondere rol gespeeld in die machine. We herinneren ons toch een aantal belangrijke voorzitters, en het 'Wonderbureau' van de CVP-jongeren in de jaren zestig met onder meer een Wilfried Martens en Miet Smet, de discussie over de progressieve frontvorming... En die CVP-jongeren hadden toch altijd al een duidelijk Vlaamser profiel dan de rest van de partij.

Koert Debeuf: De inspiratie van een Wilfried Martens met zijn federale structuur was indertijd ophefmakend. Gaston Eyskens kon er toen ook niet mee lachen. Het gevoel was er toen nog veel meer van 'pour les Flamands la même chose'. Maar nu is er toch veel veranderd. De samenwerking tussen Vlamingen en Franstaligen is, ook in Brussel, objectief verbeterd.

- Inderdaad. In de Brusselse ziekenhuizen is er al dertig jaar niets veranderd ten voordele van de Vlamingen.

Koert Debeuf: Euh, ja...

- François-Xavier de Donnea slaagt er nog steeds in Vlaamse cultuurinitiatieven te verbieden. Boterhammen kunnen niet meer in het park.

Koert Debeuf: Behalve in Brussel denk ik dat we daar in Vlaanderen toch geen last meer van hebben. Heel veel Vlaams-nationalistische gevoelens vertrekken vanuit een minderwaardigheidscomplex. Ik kan me niet ontdoen van de indruk dat men altijd vindt dat men onrecht is aangedaan, en dat is dikwijls zeer terecht, maar we moeten dat omdraaien. In plaats van te klagen moeten we - niet offensief - duidelijk zelf initiatief durven nemen. We moeten zeggen: zo en zo zal het zijn.

- In het geval van de Brusselse ziekenhuizen zou je inderdaad kunnen zeggen: we richten onze eigen Vlaamse ziekenhuizen in. Maar dan bots je tegen de belangen van Caritas Catholica, de katholieke zuil, en daar heeft de CVP toch ook wat mee te maken. Jan Gijsels, die één van de ontwerpers was van het concept van de 'persoonsgebonden materies' heeft onlangs nog in een Vrije Tribune in 'De Standaard' gesteld dat men die geconcipieerd heeft om de Vlaamse regering toe te laten om in Brussel ziekenhuizen in te planten. Er is er maar één gekomen, het AZ van de VUB. Maar men zou nog altijd een grotere aanwezigheidspolitiek kunnen voeren in Brussel, en daardoor de facto een politiek feit scheppen tegenover de gemeentelijke ziekenhuizen die geen tweetaligheid garanderen. Uw partijgenote Wivina Demeester was daar helemaal niet voor te vinden.

Koert Debeuf: We blijven daar toch mee bezig. Maar ik geef toe dat er nog maar weinig gebeurd is. Kijk, op het partijbureau is er nog maar eens gediscussieerd over de splitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Bepaalde rechtscolleges kunnen zich vandaag niet meer in het Nederlands uitdrukken. Met alle gevolgen van dien. Men wil het nu grondgebonden splitsen. Alleen op de hoogste niveaus zal men tweetaligheid vereisen. Dat is al een voorstel in de goede richting, om in Brussel twee pijlers te maken: èn Nederlands, èn Frans. Want die tweetaligheid, dat werkt niet. De magistratuur is onlangs in het nieuws gekomen, de ziekenhuizen ook. Maar goed, als er een aparte provincie komt, dan zijn het de Franstaligen die hun rechten zullen moeten gaan verdedigen. We draaien de situatie een beetje om. Dan hoeven we geen underdog-positie meer in te nemen.

- Het is frappant dat u zich als niet-Brusselaar die zaken zo erg aantrekt. Wat is daar de motivatie van? Bij de auteurs van de CVP-jongerennota is geen enkele Brusselaar...

Koert Debeuf: Neen. Een Kortrijkzaan, een Gentenaar en een Bruggeling. De Brusselse CVP-jongeren zijn voor een status quo.

- De CVP-jongeren van Brussel, dat zijn toch allemaal ex-kabinetsleden van Chabert, huidige kabinetsleden en aspirant-kabinetsleden van Chabert?

Koert Debeuf: Dat is altijd zo geweest. Ze hebben een beetje hetzelfde gevoel als Chabert: dat gaat hier toch zo slecht niet, dus we moeten het zo behouden. Ik heb het gezien in een van uw vorige edities, waar Yves Desmet zei: als ge voor mijn part iets vindt voor Brussel - en dat zegt iedereen, ook een Matthias Storme -, dan willen we Vlaanderen wel onafhankelijk. En dat blijft zo maar doorgaan. Wel, als we iets willen doen, dan moéten we Brussel meenemen. We moeten de keuze maken. We moeten stoppen met daarover te palaveren, we moeten gewoon iets doen. En waarom we ons met de staatsstructuren bezighouden? Wel, ik erger mij te pletter aan de maatregelen van Onkelinckx, die - los van het feit dat ik vind dat ze van een vorige eeuw zijn - voor Vlaanderen totaal niet werken. Zo zijn er tal van zaken. Als je daarin zit... Toen ik daar nog niet mee geconfronteerd werd op nationaal niveau dacht ik ook: dat werkt toch nog zo slecht niet. Maar hoe meer ik met concrete dossiers geconfronteerd word, denk ik: dit kan gewoon niet meer. Je kunt geen beleid meer voeren. Dat moet nu maar eens gedaan zijn. En als je wil dat het gedaan is, dan moet je Brussel meenemen. Je kan niet zeggen: we willen dit en we willen dat, en over Brussel zullen we nog wel eens nadenken. Ik hoor dat overal: we gaan nog wel eens over Brussel nadenken. Maar ik zeg: ofwel alles, ofwel niets.

- Dat is natuurlijk stoere taal. Die hebben we ook gehoord van VLD-kant toen de liberalen in de oppositie zaten. Nu er een paarse coalitie is horen we daar niet veel meer van. En binnen de CVP als oppositiepartij merken we vandaag toch ook geen echte 'Vlaamse' oppositie.

Koert Debeuf: Verhofstadt was belgicist tot hij terugkeerde uit Toscane. Maar in tegenstelling tot de VLD hebben wij toch wel de traditie mee. Wie heeft er indertijd de staatshervorming uitgevoerd? De CVP! Het is toch maar gebeurd.

- Mede omdat de Volksunie toen nog een Vlaamsgezinde zweeppartij was. Vandaag staat in een liberale krant een uitspraak van de VU-lijsttrekster van Brussel-stad dat de Volksunie al lang niet meer de communautaire partij is waarvan ze verdacht wordt.

Koert Debeuf: Als Bert Anciaux zegt dat de sociale zekerheid nationaal moet blijven, tja... Wat moeten wij dan nog doen? De hefboom met de kinderbijslag enzovoort. Wij hebben onze 'Lamme Goedzakprijs' aan de Volksunie gegeven. Trouwens, ons standpunt over de regionalisering van Arbeid en Tewerkstelling was nog maar pas gepubliceerd toen er van de Volksunie een communiqué vertrok met identiek hetzelfde, woordelijk overgeschreven. Wij zijn niet alleen bekommerd, zoals in het verleden, we hebben het ook gedààn. Ik denk niet dat de CVP morgen onze nota zal goedkeuren, maar ik merk wel dat er een zekere openheid is in de partij.

- Vroeger was de VU een zweeppartij, nu is er het Vlaams Blok...

Koert Debeuf: Ik ken het standpunt van het Vlaams Blok over Brussel eigenlijk niet. Dat geef ik toe.

- Het zal wel niet veel van uw voorstel afwijken.

Koert Debeuf: Ik weet het niet. Ze hebben ons inderdaad gezegd: is dat niet het Vlaams Blok-standpunt? Maar goed, het interesseert mij op zich niet of dat een Vlaams Blok-standpunt is. Het Vlaams Blok vertrekt niet vanuit de principes vanwaaruit wij dit standpunt hebben geschreven. Wij doen niet mee aan emotionele discussies, onze argumentatie is anders. Maar ik weet wel dat we tot hetzelfde komen. Daar kunnen wij niets aan doen. En het is helemaal niet omdat het Blok Vlaams zou zijn, iets waar je de laatste tijd bitter weinig van merkt, dat ons standpunt daar iets mee te maken zou hebben. Het Vlaams Blok mag zeggen wat het wil: ik trek me daar niets van aan. Wij hebben dit werkstuk doordacht, besproken enzovoort. Het is gewoon onze visie.

- Hoe zit het met de invloed van de CVP-jongeren in de partij? In het verleden werden jullie gehoord omdat jullie los van de standen stonden en vaak de contramine met de partijleiding niet schuwden...

Koert Debeuf: Och, ik ben slechts dienstdoend voorzitter.

- Ja, maar een 'overgangspaus' zoals Joannes XXIII bleek achteraf gezien wel belangrijker dan zijn voorgangers of opvolgers...

Koert Debeuf: Ik geef toe dat wij het als jongeren moeilijk hebben. Vroeger waren wij de grootste jongerenorganisatie van de grootste partij in de regering. Vandaaruit konden we altijd schieten op onze eigen regering. Wij noemden ons steevast het geweten van de CVP. Nu zitten we in de oppositie. Onze ingesteldheid is nog steeds: reageren tegen wat de regering doet, en daar ergens iets mee doen. Maar het is heel moeilijk om daar een forum voor te vinden. Alleen als we de CVP afschieten luisteren ze naar ons. Het is voor ons ook heel moeilijk om onszelf een plaats te geven. Ik vind dat de CVP-jongeren in de eerste plaats moeten durven nadenken vanuit jongerenstandpunten. Wat vinden wij belangrijk, en waar willen wij naartoe? Het is aan ons om lange-termijnvisies uit te stippelen. Onze ambitie is niet in de eerste plaats om als jongeren in het parlement te komen. Wel om vanuit de christen-democratie of wat dan ook dingen te realiseren.

- Het is dus geen eendagsvlieg? Jullie gaan dit actief opvolgen?

Koert Debeuf: Ja, natuurlijk. Het is makkelijk om een standpunt te vertolken, vervolgens in de pers te komen en dan te zeggen: ze hebben ons gehoord, dus het is nu gedaan. Maar kijk, deze tekst is een hefboom voor een discussie over Vlaanderen op het partijbureau en in de partij. Er staan al een aantal mensen achter onze tekst. Je gaat tenslotte in de politiek om iets te verwezenlijken. Je hoeft daarom geen minister te zijn, je kan ook gewoon druk uitoefenen als jongerenorganisatie.

- Maar het komt er wel op aan bondgenoten te vinden.

Koert Debeuf: Dat is nu eenmaal politiek. Als jongerenorganisatie hebben we een zekere traditie achter ons die ons een beetje gewicht geeft in de partij. Wie zijn nu onze bondgenoten? Dehaene. Die heeft gezegd: dit is het concept voor de toekomst. Van Rompuy heeft ook een nota geschreven die in die richting gaat. Maar het is een proces van minstens één à twee jaar om er iets door te krijgen.

- Het voorstel is een beetje een remake van een voorstel dat Van den Brande heeft verdedigd, het zogenaamde '2+2' standpunt, dat later in een softere versie Vlaams regeringsstandpunt werd.

Koert Debeuf: In het Vlaams parlement zijn er inderdaad een aantal mensen die ons gezegd hebben: eindelijk eens een duidelijk standpunt. Dat is trouwens een probleem van de CVP. Je kan wel een voorstel hebben, maar de mensen moeten het ook nog snappen. Politiek is ook een kwestie van communicatie.

- Het is inderdaad concreter dan het redelijk abstracte '2+2'-standpunt

Koert Debeuf: Hoe abstracter, hoe makkelijker je er iets door krijgt. Hoe concreter het wordt, hoe makkelijker ze beginnen te steigeren. Maar als wij een abstracte nota moeten afleveren, dan kunnen we beter een studiebureau inschakelen dan zelf aan politiek te doen.

- In het verleden is er duidelijk een antagonisme gebleken tussen initiatieven van de Vlaamse regering en de federale, in casu tussen Van den Brande en Dehaene. Die Vlaamse traditie, waar u naar verwijst, die bestaat wel degelijk, maar werd in het verleden vaak geneutraliseerd door Dehaene en door de federale regeringen. Hoe zit het nu eigenlijk met dat spanningsveld? Men heeft toch niet de indruk dat dit verdwenen is. De oppositie, die moet toelaten om te radicaliseren, daar wordt in feite weinig gebruik van gemaakt. Er worden nog altijd heel wat reserves ingebouwd omdat men kandidaat is voor het beleid op Belgisch niveau.

Koert Debeuf: Die spanning is er inderdaad nog altijd. Maar die is er wellicht een beetje in alle partijen. Maar de openheid om erover te discussiëren is toch afgeblokt. In de vorige regering was Dehaene als de dood om te struikelen over een communautaire kwestie. De kop moest een beetje ingetrokken worden. Het Vlaams parlement mocht wel wat roepen, maar Dehaene vergeleek in Haacht ooit het Vlaams parlement met een Davidsfondscongres. Nu is de openheid binnen het partijbureau groter. Maar de discussie heeft nog niet plaatsgevonden. Wij hebben gevraagd om de regionalisering van Arbeid en Tewerkstelling naar voren te brengen op de CVP-persconferentie van 11 juli, maar dan kon blijkbaar niet. De partij neemt op dit ogenblik geen grote standpunten in. Zeker niet voor de verkiezingen. Ik hoop dat het na de verkiezingen verandert. Dit jaar was op dat vlak een triestig jaar.

- Je zou toch verwachten dat er precies vóór verkiezingen een tandje bijgezet zou worden...

Koert Debeuf: Natuurlijk. In die zin vind ik dat het inhoudelijk een verloren jaar geweest is.

- Er zijn zelfs geruchten dat een aantal mensen binnen de CVP overwegen om een nieuwe partij op te richten, die de Vlaamse traditie van de partij expliciet op de voorgrond zou schuiven.

Koert Debeuf: Neen. Het is wel zo dat het na de verkiezingen zal gaan rommelen. We gaan naar een nieuwe partij. Volgens mij zal dat ook geen CVP meer zijn tegen het einde van 2001, maar zal dat iets anders zijn. Ik denk en ik hoop vooral dat het Vlaamse accent daarin duidelijker wordt gesteld. Het kerstcongres van 55 jaar geleden was duidelijk Belgisch, voor mij mag het nu duidelijk Vlaams zijn. Ook in de naam van de partij zou het Vlaamse meer benadrukt worden.

- Het gaat dus enkel om een naamsverandering?

Koert Debeuf: Ja, maar op het einde van een inhoudelijk project. De Vlaamse lijn is één van de lijnen die belangrijk is, en dus kunnen we beter ook onze naam in die zin aanpassen.