Nummer 60


Standpunt | oktober 2000


VCK (Mireille Leduc)<< Nummer 60

Wij mogen veel vertellen over onze regering maar niet dat ze geen bijzonder respect opbrengt voor de Nederlandse taal.

Natuurlijk is het een kniesoor die zich stoort aan het taalgebruik van een vice-premier op haar website (www.rosetta.be). Want wie begrijpt er nu niet een zin als: "Met deze site wil ik als Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid van de Federale Regering, u met de concretisering van mijn plannen om de werkloze jeugd aan banen te helpen, doen kennismaken." Een paar kleine foutjes, wat is daar nu erg aan? En iedereen weet toch waar Roselaere ligt? Of wat een verklarende nota is. Trouwens, in Roselaere zijn helemaal geen werklozen, zij vertellen nu al rond dat dit mooi plan hen niet interesseert, zij kunnen dus best ophouden met klagen. En als ze echt willen klagen, dan kunnen zij terecht bij ene mijnheer Croes. Niet dat die er veel zal van begrijpen. Volgens zijn e-mailadres werkt hij immers op "cfwb.be". De communauté française Wallonie-Bruxelles. Eerlijkheid siert de vice-premier. Wij weten dadelijk voor wie zij werkt.

Maar voor de rest, niets dan lof voor deze regering. Zij vereert ons dagelijks met nieuwe uitdrukkingen. Zo leren wij dat iedere minister en iedere partij regelmatig mogen scoren. Nogal dikwijls belandt de bal in eigen doel. Maar dat vindt niemand erg, het spektakel is leuk en dat is het belangrijkste. Dat een en ander helemaal geen hout snijdt, is ook de laatste van onze zorgen. Wij hebben onze vijf minuten glorie gehad, en dat telt. Consequentie, dat hebben wij helemaal niet nodig. Stel je maar even voor dat de boskabouter van Geldenaken naar alle Europese lidstaten zou trekken om de mensenrechten te verdedigen. De sukkelaar zou tijd tekort komen, en dat mag je hem en de mensheid toch niet aandoen.

Als de jongens en meisjes een kabaal maken dat niet meer om aan te horen is, spreken wij niet meer over ruzie, maar over een open debatcultuur. En daar zijn wij voor. Soms toch, als er geen verkiezingen op komst zijn.

Maar één neologisme verdient toch de absolute hoofdprijs. De open debatcultuur geldt immers niet voor alle onderwerpen. Over communautaire problemen moeten wij er het zwijgen toe doen. Dat heet dan het Verbeterde Communautair Klimaat (voortaan spreken wij dus beter over het VCK). Iedereen moet zijn mond houden. Af en toe moet dit Verbeterd Klimaat bewezen worden. Dan nodigen enkele excellenties hun anderstalige collega's uit om beaat naar elkaars heldere analyses te luisteren, begrijpend te knikken, en met tranen in de ogen aan het glas te nippen.

Wellicht verwondert het niemand dat onze Vlaamse leiders eens te meer de beste leerlingen van de klas zijn. Zij hebben toch al jaren de gewoonte de besten in de klas te zijn. Want kijk, zelfs voor zij nog maar op weg zijn naar de grote powwow, hebben zij al een geniale strategie uitgedokterd. Zij zullen de Franstalige broeders geven waar zij zin in hebben. Zo wordt het Communautair Klimaat nog beter. Dan kunnen zij later nog eens heel ernstig rond de tafel gaan zitten. Hopelijk hebben de zuidelijke broeders de volgende keer zoveel geleerd dat zij zullen proberen de Vlaamse leiders gunstig te stemmen. Ooit moeten zij dat toch eens doen. Misschien als wij het hen heel vriendelijk vragen. Of als wij eens heel vriendelijk zijn voor hen.

Want vroeg of laat zullen ook zij eens hoffelijk zijn. In Brussel beloven zij het al jaren. Trouwens, alle begin is moeilijk. Maar zij zijn ermee bezig. Zie maar naar hun lijsten. Zij laten zelfs enkele Vlamingen toe op hun lijst. Dat is toch vriendelijk van hen of niet? Daar kan je je toch niet boos op maken. Wij gaan erop vooruit. Wie weet zullen onze Franstalige broeders ooit nog eens de wet respecteren. Dat zou pas een klimaatsverbetering zijn. Zouden er woorden voor bestaan?