Nummer 62


| december 2000


Het is tijd om kleur te bekennen! (Roel Van Booitshoecke)<< Nummer 62

Zowel in de binnenlandse als in de internationale politiek gelden een aantal evoluties als 'onomkeerbaar'. Dat er 'meer Europa' of 'meer Brussels Gewest' moet komen zijn zulke haast onaantastbare dogma's geworden, waarin het credo wijdverbreid is.

Men kan dan nog zo haarscherp aantonen dat 'meer Europa' betekent 'minder democratie' en dat het leidt tot het afblokken van de mogelijkheid van elke sociale politiek; men kan evengoed aantonen dat 'meer Brussel' leidt naar een minder leefbaar Brussel in het algemeen en naar een meer Vlaamsonvriendelijk Brussel in het bijzonder, de waas van fatalisme die deze juridische constructies omsluit, lijkt elk verzet ertegen reeds van tevoren te verlammen.

Dit blad is echter niet van plan zich te schikken naar deze bedrieglijke 'fataliteit', maar wil integendeel die leugen doorprikken. Dit blad zal dan ook steeds de verantwoordelijken aanwijzen die de democratische en sociale rechten van het volk te grabbel gooien aan de belangen van de kapitalistische wereldorde en evengoed hen veroordelen die Brussel uitverkopen aan de francofonie. Want politiek is mensenwerk: niets gebeurt 'vanzelf'.

De Volksunie staat vandaag voor de verantwoordelijkheid. Steunt zij het Lambermontakkoord, dan geeft zij een flinke duw aan de autonomie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en speelt zij met de gemeentewet een geweldig wapen in handen van Franstalig Brussel om de invloed van de Vlamingen op het beleid nog verder te beknotten.

De strijd om Brussel is assertief ingezet met de marsen op Brussel, nu 40 jaar geleden. Tot met het Egmontpact de Vlaamse aspiraties in Brussel frontaal werden tegengesproken. Het onzalige pact werd gekelderd, maar de worm zat in de appel, en bij elke hervorming werd Brussel een beetje meer 'staat'. Het Hoofdstedelijk Gewest kende zijn glorieuze opmars, die gelijke tred hield met de vernederende afgang van de Brusselse Vlamingen. Na tien jaar Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn stilaan de rampzalige gevolgen duidelijk: de taalwet is zo lek als een zeef, maar ook heeft men na zovele jaren wetgevend werk niet eens een duidelijk juridisch kader kunnen scheppen omtrent ruimtelijke ordening. Of het nu gaat om mobiliteit, huivesting, integratiebeleid of wat dan ook: het Brussels Gewest is een ramp. Intussen is Vlaanderen het enige land ter wereld dat over zijn eigen hoofdstad niets te zeggen heeft.

De Vlaamse beweging zegt duidelijk neen tegen meer Brussel, maar de Vlaamse politiek blijft consequent de lijn van Egmont volgen. Méér Brussel, méér Wallonië, méér Franstalige gemeenschap, allemaal op kosten van Vlaanderen.

We zijn ervan overtuigd dat dit geen noodlot is, maar dat het volstaat, 25 jaar na Egmont, 'neen' te zeggen, en te blijven zeggen, om de geschiedenis een andere wending te geven.

Het gaat hier niet slechts om elementair fatsoen, nadat men eerst - vlak voor de verkiezingen -in het Vlaams parlement een uitgesproken standpunt innam voor een tweeledige staatsstructuur. Het gaat hier om een tegemoetkoming aan de democratische aspiraties van een brede Vlaamse opinie, die het niet meer dan normaal zou vinden dat men in de hoofdstad in het Nederlands terecht kan, dat men er een vinger in de pap heeft, en dat de racistische uitwassen van bepaalde bestuurders kordaat bestreden worden.

Maar die simpele volkse aspiraties klinken nu als 'sloganeske' eisen in de oren van de luiden die verstrikt zijn in de geplogendheden van het politiek correcte denken van de Belgische machten. Het is tijd om kleur te bekennen.