Nummer 63


Koerdistan | januari 2001


De Europese Gemeenschap, Turkije en de Koerden (Jan van Ormelingen)<< Nummer 63

Op 22 december vond er in de congreszaal van de Kamer in Brussel een belanghebbende conferentie plaats over de Europese Gemeenschap en haar houding ten opzichte van Turkije en de Koerden. Terwijl Belgische politici druk in de weer zijn om allerlei vormen van discriminatie uit onze actieve welvaartstaat te bannen, worden de mensenrechten in Turkije massaal geschonden. Natuurlijk zijn onze politici hoegenaamd niet te spreken over de Turkse wreedheden, maar ze steken hun kop in het zand met de veel gebruikte frase: 'eigenlijk kunnen we er maar weinig aan doen, Europa moet zo'n zaken oplossen'.

Nochtans zijn ze niet zo kwaad, de politici die de conferentie mee hielpen organiseren. Wie zou er twijfelen aan de oprechtheid van een volksnationalist als Ferdy Willems (VU) of aan de sociale bewogenheid van Anne Van Lancker (SP)?

In zijn openingstoespraak toonde Willems veel begrip voor de Koerdische zaak. Hij zei dat het geweld van de PKK een gevolg was van de Turkse houding in het conflict en wees op de parallellen met het Vlaams Blok in Vlaanderen. Volgens Willems hebben voor- en tegenstanders van een Turkse toetreding tot Europa eenzelfde doel: het verbeteren van de mensenrechten. Tegenstanders weten dat Turkije lid wil worden van de EU en eisen daarom eerst duidelijke garanties. Voorstanders willen Turkije in de overgang naar democratie helpen door het land snel lid te laten worden van de EU.

Tijdens de top van Helsinki op 10 december 1999 besloot Europa om de toetredingsprocedure voor Turkije in gang te zetten. Om ervoor te zorgen dat Turkije zich aan zijn afspraken zou houden werd een 'Partnerschap voor Toetreding' (PT) opgesteld. In dit document werden doelstellingen op korte (2001) en middellange (zonder datum) termijn vooropgesteld. Uiteindelijk moeten de zgn. drie criteria van Kopenhagen worden gerealiseerd. 1. Stabiliteit van de instituties, gegarandeerde democratie, onafhankelijk recht, respect voor mensenrechten en bescherming van de minderheden. 2. Een functionerende markteconomie en competitiviteit in de EU. 3. Het naleven van de verplichtingen van een lidmaatschap, met inbegrip van de politieke, economische en monetaire consequenties. Journalist Guido Van Leemput stelde dat deze criteria Turkije 'een Europees kapitalisme met een menselijk gezicht' moeten geven.

In het korte-termijnluik van het PT staan elf politieke eisen. De meeste daarvan vragen een algemene verbetering van de mensenrechten, twee eisen impliceren respect voor de Koerdische eigenheid zonder het met zoveel woorden te zeggen. Er wordt gevraagd om radio- en televisie-uitzendingen van Turkse burgers in hun moedertaal toe te laten en om de situatie in het Zuid-Oosten te verbeteren. De andere 42 criteria zijn in ruime zin economisch van aard.

In het middellange-termijnluik staan nog acht politieke eisen, die erop neer komen dat Turkije zich moet gedragen als een Europees land, met respect voor de mensenrechten en de minderheden. 50 economische criteria sluiten het geheel af. Het politieke luik van het PT oogt zonder twijfel heel mooi, maar bij de Europese beslissing om Turkije de mogelijkheid te geven om lid te worden, waren humanitaire argumenten nogal ver te zoeken tussen de stapel economische en militair-strategische wensen. Turkije is heel aantrekkelijk voor Europa. Om te beginnen is het land militair-strategisch bijzonder goed gelegen en kunnen er massale hoeveelheden wapens worden verkocht. De economische mogelijkheden zijn minstens even interessant: de geplande pijplijn van Bakoe aan de Kaspische Zee loopt door Turkije en mits de nodige aanpassingen kan het land een kapitalistische groeipool worden. De mensenrechtensituatie in Turkije is voor de Europese machtshebbers in dat licht enigszins vervelend te noemen. Enerzijds is er geen haar op hun hoofd dat eraan denkt om de bovengenoemde voordelen te laten vallen, maar anderzijds weten ze maar al te goed dat de Europese publieke opinie de Turkse barbarijen niet neemt.

Anne Van Lancker behoort niet tot de Europese machthebbers, ze onderkent de verschrikkelijke gebeurtenissen die tot op vandaag de dag blijven voortduren. Ze weet dat de militairen het hele politieke leven in Turkije controleren en betreurt dat economische belangen primeren in dit dossier. Van Lancker is europarlementslid maar kan niets doen omdat belangrijke beslissingen niet in het europarlement worden genomen. Toch koestert ze, net als de meeste van haar collega's, de naïeve hoop dat de Europese instellingen ooit iets beters zullen baren dan het verminkte rapport van 8 november jl.

Dit rapport moest in het kader van het Helsinki-proces de toestand in Turkije evalueren. Het document kon niet anders dan toegeven dat Turkije de Europese voorwaarden in verband met de mensenrechten niet heeft vervuld. Militairen overheersen het politieke landschap, er is geen persvrijheid, de doodstraf is niet afgeschaft, folteringen en andere schendingen van de elementaire rechten van de mens komen nog algemeen voor, minderheden worden niet beschermd, enz... Met een vergrootglas was er gezocht naar positieve evoluties: er zou een debat op gang zijn gekomen, Öcalan is nog niet terechtgesteld, sommige minderheden hebben een zekere bescherming gekregen, het PKK-geweld is sterk verminderd en kinderen mogen een Koerdische naam krijgen.

In het rapport was het woord 'Koerden' systematisch vervangen door 'Turkse burgers van Koerdische oorsprong', waarmee nog maar eens wordt aangetoond dat de Europese machthebbers geen zier geven om het Koerdische volk.

Er waren natuurlijk ook Koerdische sprekers, die hun land zijn ontvlucht omdat ze daar geen spreekrecht hebben. Medeorganisator Derwich M. Ferho mocht als eerste het woord nemen. Hij is de bezieler van het Koerdisch Instituut in Brussel en geen onbekende in Meervoud-kringen.

Dogan Özgüden, directeur van het blad Info-Türk, gaf een schets van de drie grootste problemen voor het Koerdische volk. Ten eerste is er het leger dat het openbare leven domineert en controleert. De Koerden hebben het meest te lijden onder de acties van de Nationale Veiligheidsraad, een autonoom en door de militairen gecontroleerd orgaan dat instaat voor de 'nationale veiligheid'. Elk jaar besteedt het leger 150 miljoen $ in de hoogtechnologische Amerikaanse en Europese wapenwinkels. Het leger dat vroeger de waarden van Ata Türk moest verdedigen is verworden tot een kapitalistische bourgeoisie die niet geremd wil worden in haar vrijheden. Ten tweede is er het probleem van de extreem-rechtse partij MHP die in de Turkse regering zit. Özgüden vroeg zich terecht af waarom Europa Oostenrijk verkettert en zwijgt over Turkije. De MHP heeft al duizenden doden op haar geweten en wordt binnenkort misschien zelfs de grootste partij in Turkije. Hoeveel doden heeft Haider op z'n geweten? Extreem-rechtse Turkse politici met bloed aan de handen worden officieel ontvangen door België. Of kunnen Turken dan niet extreem-rechts zijn? Ten derde zijn er de Turkse media die zijn verworden tot een propaganda-apparaat van de Turkse overheid. Het bovengenoemd rapport van 8 november 2000 werd voorgesteld als een steun aan het huidige Turkse beleid. Recent nog werden de acties van het leger geplaatst in het kader van de humanisering van de gevangenissen, de tientallen doden die daarbij vielen zouden een gevolg zijn van zelfmoorden en van beantwoord geweld tegen de militairen. Deze visie werd bijna klakkeloos overgenomen in de buitenlandse pers, terwijl de bewijzen er zijn om aan te tonen dat het vreedzaam protest in het bloed is gesmoord en dat het 'F-type'-gevangeniscellen regelrechte isoleercellen zijn om politieke gevangen te moreel en fysiek te kraken. Turkse media gaan zich te buiten aan beschadigingsacties tegen eerlijke mensen die daardoor het slachtoffer worden van aanslagen door 'onbekenden'.

Mehmet Sahin gaf een opsomming van de eisen die het Koerdische volk gerealiseerd willen zien. Hij richtte zich daarbij tot Turkije, maar misschien meer nog tot Europa, waar de Koerden veel hoop op hebben gesteld.

Het zijn geen onredelijke eisen, de Koerden vragen gewoon dat hun eigenheid wordt erkend en gerespecteerd.

Als laatste spreker werd de bekende mensenrechtenactivist Akin Birdal verwelkomd. Hij is oud-voorzitter van de Turkse mensenrechtenorganisatie IHD en vice-voorzitter van de Internationale Organisatie voor de Rechten van de Mens. De positieve ingesteldheid en de gedrevenheid waarmee hij sprak, dwong terecht respect af bij de toehoorders. Dat hij ondanks verschillende aanslagen blijft vechten voor zijn volk heeft daar zeker mee te maken.

Birdal maakte van de mogelijkheid gebruik om de misdaden tegen zijn volk aan te klagen en hamerde erop dat de recent aangekondigde amnestie enkel bedoeld is voor misdadigers van gemeen recht. Het hebben van een eigen mening is in Turkije veel erger en daarom mogen politieke gevangenen niet vrij komen.

Na alles wat er tijdens de conferentie was gezegd vroeg Birdal zich af of de Koerden voor of tegen Europa moesten zijn. Hij gaf geen antwoord op die vraag maar zei dat de Koerden - ondanks alles - blijven geloven in een democratische oplossing van het conflict.