Nummer 63


Volhardt en tekent, Demeulemeester | januari 2001


Vlaanderens hoofdstad in de wereld (Jari Demeulemeester)<< Nummer 63

In mijn vorige bijdrage pleitte ik ervoor dat de Vlamingen voor Brussel een ambitieus masterplan zouden uitwerken. Als we zelf geen ambities koesteren zullen we door de anderen als 'citoyens de seconde zone' afgeschreven worden. Dat is precies wat er nu gebeurd is met het toeristisch beleid.

De Brusselse toeristische dienst TIB werkte een fraai ogende informatiemap uit 'drie dagen in Brussel', bedoeld voor buitenlandse toerismepromotoren. Die map bevat een luik evenementen en festivals, die bij zo'n driedaagse excursie in het activiteitenpakket kunnen opgenomen worden. Wat blijkt? Noch Klinkende Munt noch Brossela Folk en Jazz, noch de Boterhammen in het Park, noch het Bronxfestival, noch Plazey, noch het Groot Beschrijf, noch,... noch om het even welk Vlaams initiatief wordt in de reeks keurige steekkaarten opgenomen. O ja, het prestigieuze Festival van Vlaanderen wordt ergens in een voetnoot vermeld.

TIB is een initiatief van de stad Brussel, in samenwerking met de andere gemeenten, de COCOF, de VGC, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Toerisme Vlaanderen en Promotion du Tourisme.

Het is duidelijk dat er twee culturen heersen in Brussel: de typisch Belgo-Brusselse cultuur van het TIB dat Vlaanderen niet wenst te kennen (de Vlaamse cultuuroperatoren werden niet eens geconsulteerd); en de cultuur van de eigen Vlaamse instellingen.

De vraag mag dan ook gesteld worden of die Vlaamse instellingen wel hun verantwoordelijkheid opnemen. Wíllen wij eigenlijk wel een uitstraling hebben naar Vlaanderen en naar de wereld? Hebben wij zin in een eendrachtig en coherent internationaal promotiebeleid? Is het denkbaar dat de organisatoren van de genoemde culturele evenementen gaan samenzitten om zich hierover te buigen?

En hoe zit het met de 'nieuwe initiatieven' van de Vlaamse overheden? Hoever staat het nu met 'Onthaal en Promotie Brussel', met 'Cultuurcommunicatie', met het 'Vlaams Huis van de Communicatie'? Ook hier schijnt het debat te verzanden in disputen tussen Vlaamse Gemeenschap en Vlaamse Gemeenschapscommissie, in onduidelijkheid over de doelstelling: alleen de Vlaamse initiatieven promoten of een algemene promotie voeren, zelfs in samenwerking met een Franstalige zusterorganisatie.

Mag de vraag ook gesteld worden hoe het komt dat de Vlaamse vertegenwoordigers in TIB een dergelijke informatiemap hebben laten passeren? Menen zij ook, zoals TIB-woordvoerder Anouschka Schmidt, dat de Vlaamse initiatieven niet interessant zijn om toeristen naar Brussel te lokken?

Twintig jaar lang hebben we geïnvesteerd in kwaliteit op internationaal niveau van onze Vlaamse cultuurproducties: we hebben naast het Festival van Vlaanderen, het Kaaitheater en de Luna, Anne-Theresa Dekeersmaeker, Jan Fabre, de Needcompany, en niet te vergeten het internationaal theaterfestival van de KVS. Stokt nu de ambitie?

Wat we zelf doen, doen we niet beter. Maar kan men niet ten minste proberen het beter te doen? Zou het zo een opgave zijn om alle Vlaamse actoren en overheden die ter zake een opdracht hebben in één stichting onder te brengen, en dan samen aan de kar te trekken?