Nummer 64


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | februari 2001


(Euro-)Brussel-kroniek (Bernard Daelemans)<< Nummer 64

Molenbeeks gemeenschapscentrum op de korrel

Twee Molenbeekse verenigingen liggen in conflict met het Gemeenschapscentrum de Vaartkapoen. Ze vinden dat het Gemeenschapscentrum geen oog heeft voor zijn eerste opdracht: een steunpunt wezen voor het sociaal-cultureel verenigingsleven en de cultuurspreiding.

De Vaartkapoen is ingeplant in laag-Molenbeek, op een steenworp van het Sint-Jans-Voorplein en van het kanaal. Die buurt heeft met de jaren een erg mediterraan karakter gekregen door de vele immigranten van maghrebijnse herkomst die er zich zijn komen vestigen. Het gemeenschapscentrum speelt volop in op dat gegeven, en ontwikkelde een buurtwerking met sociale projecten die deels gefinancierd worden met SIF-gelden (er is onder andere een kapsalon en een naaiatelier ondergebracht, daarnaast gaat aandacht naar initiatieven om de taalachterstand bij de allochtonen in de Nederlandstalige scholen weg te werken). Vorig jaar echter weigerde het personeel van het centrum de toegang te verlenen aan een parlementaire commissie die een werkbezoek gepland had om kennis te maken met de realiteit achter een van de SIF-projecten, die tenslotte met overheidstoelagen gefinancierd worden. De reden die werd opgegeven was dat er een VB-parlementslid deel uitmaakt van de commissie. Het incident heeft nooit opvolging gekregen.

Terwijl de werking van het centrum aldus op de Nieuwe Buren werd georiënteerd, haakten de Vlaamse verenigingen stilaan af. De Katholieke gepensioneerdenbond, de Meiboomvereniging, de Vlaamse Scouts, ze zochten allemaal elders hun heil, in privé-lokalen in Hoog-Molenbeek of in de gemeenschapscentra van Koekelberg of Sint-Agatha-Berchem. Vijf jaar geleden werd ook het lokaal gemeenschapsblaadje afgeschaft. Elk Brussels gemeenschapscentrum geeft zo'n blaadje uit dat in de hele gemeente onder de bekende Nederlandstalige inwoners wordt verspreid en de verenigingen de gelegenheid biedt om hun activiteiten bekend te maken.

Na de verkiezingen van mei '99 moest de Gemeenschapsraad opnieuw samengesteld worden. In dat orgaan zetelen in principe de afgevaardigden van de verenigingen, en hij stelt een deel van de leden van de raad van bestuur van het gemeenschapscentrum aan. Een aantal andere leden van het bestuur worden afgevaardigd door de politieke partijen. Vroeger gebeurde dit in functie van de getalsterkte van de (Vlaamse) partijen in de Brusselse Raad, maar nu is men daar, op initiatief van VGC-voorzitter Robert Delathouwer (SP) van afgestapt (omwille van de doorbraak van het VB), en wordt nog slechts één afgevaardigde per partij in het bestuur opgenomen.

Het bestuur van West-In (een vereniging die in Molenbeek, Berchem en Koekelberg actief is en met succes allerlei cultuurspreidende activiteiten op touw zet - bezoek aan toneel of tentoonstellingen, kookcursussen, wijnproeverijen enz.) stoort zich aan het feit dat het bestuur van de Vaartkapoen nog weinig met het verenigingsleven te maken heeft. Men beroept zich wel op een 'basis' van 48 verenigingen, maar op de Algemene Vergadering van 1999 kwamen er maar 13 vertegenwoordigers opdagen. Die moesten dan maar instemmen met de coöptatie van 9 leden voor de raad van bestuur, die echter niet de moeite genomen hadden op de Algemene Vergadering te verschijnen en zich aan de verenigingen voor te stellen. Hoewel op deze vergadering de grieven van de verenigingen te berde gebracht werden (met name met betrekking tot de toegankelijkheid van het centrum en de nood aan een lokaal tijdschrift), bleef een antwoord, bijvoorbeeld in de vorm van een nieuw overleg of een beleidsbrief, uit. Ook na herhaaldelijk schrijven kwam er geen respons. In 2000 werd de gemeenschapsraad zelfs in het geheel niet bijeengeroepen. De definitieve samenstelling van de beheerraad moest men via het Staatsblad vernemen. En het verzoek om het kostenplaatje te ramen om het tijdschrift opnieuw uit te geven, werd al helemaal niet beantwoord. Ook het amateuristisch toneelgezelschap De Zuidstar is boos en schreef op zijn beurt: «vzw Vaartkapoen, wie bent u? Wat doet u??? Want in de samenstelling van de raad van beheer vinden wij geen enkele vertegenwoordiger van onze plaatselijke verenigingen terug.»

West-In en De Zuidstar nemen er aanstoot aan dat er wel geld en middelen gevonden worden om een campagne te voeren i.v.m. 'Extreem-rechts en de gemeenteraadsverkiezingen', en om een memorandum op te stellen in verband met het beleidsprogramma van het nieuwe gemeentebestuur, maar niet om het verenigingsleven op een efficiënte wijze te ondersteunen.

20.000 parkeerplaatsen afschaffen

Brussels staatssecretaris Delathouwer wil liefst 20.000 parkeerplaatsen in Brussel schrappen. De pendelaars worden wel heel letterlijk uit de stad geweerd. Eerder had zijn partijgenoot, Rufin Grijp, in zijn verkiezingsprogramma aangekondigd dat een van zijn grote bekommernissen was de strijd aan te binden tegen de pendelaars die in zijn gemeente Anderlecht de metro naar het stadscentrum komen nemen. (Grijp zit echter niet meer in de coalitie in Anderlecht). De Vlamingen in Oudergem deden het nog straffer: de lijst SAMEN wou zelfs het autosnelwegviaduct dat de pendelaars uit Namen naar het centrum voert afbreken (Ook zij zitten echter niet in het nieuwe bestuur). Maar door de druk van de groenen werd de Kortenbergtunnel (de verkeersader in het verlengde van de snelweg uit Leuven) op één rijstrook gebracht.

Inmiddels worden de luchthavenactiviteiten van Zaventem beperkingen opgelegd. En de Brusselse Hoofdstedelijke Raad heeft zich ook al uitgesproken tegen de vestiging van een extra-HST-station in Schaarbeek.

Het beleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest schijnt uitsluitend nog oog te hebben voor het onmiddellijk comfort van zijn bewoners, en nauwelijks voor de hoofdstedelijke functie. Zo wordt ook victorie gekraaid omdat de kantooroppervlakte in het centrum met 30% is teruggedrongen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de bedrijven steeds meer de wijk nemen naar de rand. Men schijnt niet te beseffen dat men stilaan de economische bedrijvigheid in de stad aan het fnuiken is. Wil men van Brussel een stad van steuntrekkers maken?

Er zijn tijden geweest dat bestuurders juist het belang inzagen van goede verbindingen voor de ontwikkeling van de stad en het welzijn van zijn bevolking. Brussel ontstond trouwens op de kruising van de Zenne en de grote handelsweg van Brugge naar Keulen. Maar toen Brugge als internationale haven wegdeemsterde ten voordele van Antwerpen, werden enorme inspanningen geleverd om met de nieuwe metropool verbonden te zijn, door de aanleg van het kanaal Brussel-Rupel, een voor die tijd megalomaan project.

Moeten de pendelaars dan overschakelen op het openbaar vervoer? Ondanks vele palavers is er niet veel te merken van een vastberaden en ambitieuze investeringspolitiek in het openbaar vervoer.

Nederlandstalige artsen in Brussel

Om het Nederlandstalig medisch aanbod in Brussel te verbeteren werd eind 1999 een opdracht uitgeschreven aan de vereniging Pro Medicis. Het initiatief kwam van toenmalig VGC-minister Rufin Grijp en beoogt zowel het aantal Nederlandstalige huisartsen, als het aantal Nederlandstalige ziekenhuisartsen op te drijven.

Pro Medicis ontwaart, behoudens de politieke problemen, een drietal praktische moeilijkheden, waardoor Vlaamse artsen de weg naar Brussel niet zo makkelijk vinden. Wat de huisartsen betreft is er een tekort aan stagemeestersplaatsen. Het spreekt vanzelf dat iemand die zijn stage in Brussel kan uitoefenen, een binding krijgt met de stad, zodat de kans groter is dat hij zich blijvend in Brussel zal vestigen. Maar het aantal stageplaatsen is uiterst beperkt. Dit moet door de bevoegde instanties van Volksgezondheid gewijzigd worden. Wat de ziekenhuisgeneesheren betreft is er een substantieel loonverschil (tot 30% met vergelijkbare Vlaamse ziekenhuizen); in de Brusselse raad heeft Rufin Grijp dan ook al gepleit voor het uitwerken van een premiestelsel om dit op te vangen. Ten slotte heeft het bestaan van de numerus clausus een uiterst negatieve weerslag op de effectieven in de geneeskundefaculteit van de VUB, die dus minder dan ooit bij machte is om het personeel aan te leveren voor al de Brusselse openbare ziekenhuizen. Pro Medicis zal zich in 2001 toeleggen op het formuleren van adviezen om aan deze situatie te verhelpen.

Geen holebi in Brusselse OCMW-raad

Tijdens een van de eerste zittingen van de nieuwe Brusselse gemeenteraad werd ook de nieuwe Brusselse OCMW-raad gekozen. Dit orgaan is niet zonder belang voor het beheer van een resem OCMW-instellingen, waaronder niet minder dan vier openbare ziekenhuizen (Sint-Pieters, Brugmann, Koningin Fabiola en het Bordet-instituut). Maar hoewel er in de gemeenteraad 7 Vlamingen zetelen, werd geen enkele Nederlandstalige verkozen in de OCMW-raad. De nieuwe Vlaamse schepen Bruno De Lille steunde de drie kandidaten van Ecolo, maar daar was geen Vlaming bij. En ook de CVP'er Jean De Hertog steunde een Franstalige kandidaat. Nochtans had VU-ID-raadslid Marie-Paule Quix een valabele kandidaat voorgedragen, nl. dr. Peter Van Breusegem. Als arts had die zeker een degelijke inbreng kunnen hebben in het beheer en de controle over de verzorgingsinstellingen. Het Vlaams Blok werd echter niet benaderd (samen met de stemmen van VLD en VB, zou Van Breusegem probleemloos verkozen geraken).

Maar zoals gezegd had ook de militante Vlaamse homo De Lille voor Van Breusegem, die bekend staat als 'roze leeuw' geen stem veil.

Aangezien er geen rechtstreeks verkozen Vlaams OCMW-raadslid is, zal nu, van rechtswege, de eerste niet-verkozen Nederlandstalige met raadgevende stem in de OCMW-raad worden aangesteld. De meningen lopen echter uiteen of die de SP'er Rohnny Buyens moet worden of een ECOLO-Vlaming (al naargelang men het aantal voorkeurstemmen of de rangorde van het systeem imperiali als criterium hanteert).

Hoe dan ook valt het niet te verwachten dat de nieuwe OCMW-raad veel werk zal maken van een versterking van het aantal Vlamingen in de beheerraden van de openbare ziekenhuizen die ze binnenkort moet samenstellen.