Nummer 65


Naar een soevereiniteitspartij voor Vlaanderen | maart 2001


De Vlaamse staat: onze vakbond in de wereld ( )<< Nummer 65

Terwijl we dit schrijven is het nog lang niet duidelijk of de groep rond Geert Bourgeois het Lambermontakkoord finaal de doodsteek zal geven. Ondanks het negatief advies van de Raad van State, ondanks het feit dat de CVP te kennen geeft de samenwerkingsakkoorden door zijn Brusselse minister te laten saboteren, ondanks het feit dat de Franstalige partijen niet willen weten van garanties voor de Vlamingen op gemeentelijk vlak in Brussel, schijnt Bourgeois op te schuiven van een terughoudend 'neen tenzij' naar een schuchter 'ja, maar'. De toekomst zal uitwijzen of dit ingegeven is door een taktisch spel voor intern partijgebruik, dan wel of Bourgeois en de zijnen in feite over het paard getild zijn door een al te hoopvolle Vlaamse beweging. We laten al die speculaties even terzijde en beelden ons in dat door de stuwing van de radicale achterban, de VU-parlementsleden eindelijk duidelijkheid scheppen door Lambermont 'ronduit' af te wijzen. Bert Anciaux en Paul Van Grembergen krijgen nog maar eens de gelegenheid om in Terzake, respectievelijk Humo hun gal te spuwen, en maken zich de facto onmogelijk in hun partij. Daarop wordt de strijd om het voorzitterschap ingezet. Die gaat tussen de verkapte Belgicisten die het 'stap-voor-stap-federalisme' belijden en de radicalen die zich afkeren van het drieledig federalisme en de thesis van de volkssoevereiniteit naar voren schuiven.

Op het verkiezingscongres spreekt voorzitterskandidaat Frieda Brepoels volgende rede uit:

Het Lambermontakkoord is dood. Nu we het ten grave dragen moeten we er ons van bewustzijn dat dit niet slechts een incident is in het moeizame proces van Belgische 'staatshervormingen'. Het is fundamenteler dan dat. Lambermont is het eindpunt waarmee een cyclus wordt afgesloten die aangevangen is met het Egmontpact. De dood van Lambermont betekent de dood van Egmont, want hoewel dat historische pact, trouwens net als Lambermont met succes door een alerte Vlaamse beweging werd bestreden en uiteindelijk sneuvelde door een negatief advies van de Raad van State, werden in de afgelopen dertig jaar alle cruciale onderdelen van het Egmontpact uitgevoerd.

Wat was het opzet van Egmont-Lambermont? De communautaire spanningen kanaliseren door het instellen van een hele resem instellingen en beleidsniveaus met mooie namen (Vlaamse Executieve, later Regering genoemd, Vlaamse Raad, later Parlement geheten), die echter niet met reële macht bekleed werden. Het resultaat is een totaal geperverteerd 'federalisme' dat de Vlaamse burger meer dan ooit van zijn overheden vervreemdt.

Met zijn 6 regeringen en nog een stuk of wat 'gemeenschapscommissies' is het bestuur een flink stuk complexer geworden. Niet alleen overlappen de grondgebieden van al deze autoriteiten elkaar, door de versnippering van de bevoegdheden is er ook geen enkel domein waar een of andere overheid een coherente politiek kan voeren zonder in aanvaring te komen met een van haar evenknieën. Want de bussen zijn Vlaams en de treinen zijn Belgisch. En de arbeidsbemiddeling zit bij de gewesten, maar de opleidingen zijn van de gemeenschappen en de werkloosheidspremies zijn federaal. Idem voor gezondheidszorg. Hetzelfde geldt voor landbouw, voor economisch beleid, enz. Het systeem is bovendien niet rechtvaardiger geworden: de ondoorzichtige geldoverdrachten zijn intact gebleven. Door allerlei scheeftrekkingen wordt de Waalse levensstandaard met Vlaams geld in stand gehouden, terwijl de Waalse economie geen enkele reële hefboom heeft verworven om uit het slop te geraken. Ronduit diabolisch is de constructie van het Brussels 'Hoofdstedelijk' Gewest dat dag aan dag de kloof tussen Vlaanderen en zijn hoofdstad vergroot, de Brusselse Vlamingen uitlevert aan de Franstaligen en hun Vlaamse collaborateurs, en Brussel, afgeknipt van zijn economisch hinterland, in een neerwaartse economische spiraal stort.

Maar het 'Federale' koninkrijk beheert nog steeds het geld van de belastingen en van de sociale zekerheid, leger en politie, en heeft aldus geen enkele fundamentele macht afgestaan.

Het democratisch Vlaams-nationalisme zit met de brokken. Het is tijd om in te zien dat een verkeerd model werd gehanteerd. Wat is er, na dertig jaar hoogstandjes van communautaire spitstechnologie over van de warme golf van begeestering omtrent de Vlaamse ontvoogdingsstrijd die zo kenmerkend was bijvoorbeeld in de strijd voor Leuven Vlaams en die de massa's op de been bracht met de 'marsen op Brussel'? Het is zo klaar als een klontje dat in culturele en academische middens het enthousiasme is omgeslagen in kille afstandelijkheid tot zelfs botte vijandschap. Professionele identiteitsloochenaars praten de Vlamingen een nooit geziene identiteitsschaamte aan. Is hun maatschappelijk afbraakwerk enkel ingegeven door hun afkeer voor het Vlaams Blok dat de Vlaamse ontvoogding bezoedelt met een racistisch en asociaal gedachtegoed? Zal het volstaan om het feitelijk Vlaams Blokmonopolie door een radicalisering te doorbreken? Of moet er meer gebeuren? Het laatste lijkt inderdaad het geval te zijn: de sociale dimensie moet ten volle doorwerken in het Vlaams-nationalisme.

Wat is de stand van zaken in het Vlaanderen van vandaag? Zijn we inderdaad dat welvarende land van noeste werkers? Een verwend volkje dat alleen door zijn eigen zelfgenoegzaamheid gebukt gaat onder 'subjectieve' problemen zoals een denkbeeldige onveiligheid, en een onterecht als 'bedreigend' ervaren immigratie zodat de zuurtegraad alarmerende proporties aanneemt.

Vlaanderen is niet zo'n land. De Vlaamse welvaart is een potemkinconstructie waarachter veel leed schuilgaat. Om in hun levensonderhoud te voorzien moeten de Vlamingen (net als alle andere volkeren in de westerse wereld) steeds harder werken. Tweeverdieners zijn geen luxe, maar een materiële noodzaak geworden. Een auto is geen comfort maar een must voor wie aan werk wil geraken. Wee de werkloze die geen telefoon, GSM en/of e-mailaansluiting bezit! Het statuut van ambtenaren, ziekenhuispersoneel, leraars, bedienden wordt systematisch kwetsbaarder. Aanhoudende loonmatigingen beknotten de koopkracht. Herstructureringen en bedrijfssluitingen zetten de arbeidende mens steeds meer onder druk. Steeds meer overuren moeten gepresteerd worden, die niet gecompenseerd worden. Maar ook de boeren gaat het slecht: ze worden de loonslaven van de agro-industrie; de middenstanders kwijnen als gevolg van de concurrentie van de grote distributiesector. En inderdaad, de bevolkingsgroepen die niet meekunnen verglijden in armoede of schuiven op naar de criminele sfeer.

De publieke dienstverlening (openbaar vervoer, openbare wegen, gerecht, administratie) geraakt in verval. Files op de baan, vertragingen in het verkeer, bureaucratische achterstand maken deel uit van het dagelijkse leven. In heel wat bedrijven, waar het Frans met succes was uitgebannen, doet het Engels nu zijn intrede.

En intussen wordt de samenleving overspoeld door de blitse maar valse dromen van geluk en genot die commercie en reclame ons via de kijkbuis aan huis leveren. Een bepaalde culturele upperclass kijkt vanuit zijn ivoren toren neer op het verachtelijke volk dat zich weer eens door het 'fascisme' laat lijmen.

Hoe komt het dat Vlaanderen meer en meer evolueert naar een duale samenleving waar sociale rechtvaardigheid stilaan een begrip wordt uit vervlogen tijden? Op welke manier kan in Vlaanderen reële welvaart gecreëerd en in stand gehouden worden?

De desinvesteringen in de openbare diensten en de druk op de lonen zijn een zuiver gevolg van de neoliberale politiek die ons wordt opgelegd door IMF, OESO en (politiek-juridisch) door de Europese Commissie. De 'actieve welvaartsstaat' van de paars-groene regering is een eufemistische vertaling van hun onverbiddelijke directieven. Maar niet alleen werd ons dit beleid opgedrongen (via de zogezegde convergentiecriteria van Maastricht), ook werden ons de beleidsinstrumenten afgenomen om een andere politiek te voeren. Door de invoering van de euro, kan geen enkele Belgische regering nog een afwijkende economische politiek voeren. En door het 'sociale' Europa worden we meegezogen in een mechanisme van sociale nivellering naar beneden toe. Straks volgt nog de 'fiscale harmonisering' en het plaatje is rond.

Over al deze fundamentele kwesties werd ten onzent nooit een maatschappelijk of politiek debat gevoerd. Deze maatregelen werden op Europese toppen eenzijdig afgekondigd en als voldongen feit aan het parlement ter goedkeuring voorgelegd.

Hier ligt dan ook de nieuwe taak voor het Vlaams-nationalisme.

Om Vlaanderen uit dit versmachtend systeem te bevrijden moeten we al onze krachten inzetten om de soevereiniteit te heroveren en daarmee ook de democratie te herstellen. Vlaamse volkssoevereiniteit staat inderdaad gelijk met democratie. Want democratische besluitvorming veronderstelt een maatschappelijk debat dat noodzakelijkerwijs gebonden is aan een taalkundig en cultureel begrensde ruimte. Publieke opinievorming is dan ook per definitie een nationaal gebeuren dat bij elk volk zijn eigen ritme, wetmatigheden en waardepatronen kent. Wat in België met zijn twee volkeren niet mogelijk is, is a fortiori in Europa niet mogelijk.

De Vlaamse volkssoevereiniteit staat inderdaad aan de antipode van de supranationale dictatuur. Die staat niet onder controle van een levend volk. Zij wordt geleid door de mondiale industriegroepen en kapitaalmarkten. Die scheppen geen welvaart of werkgelegenheid. Zij usurperen - dank zij de vrije circulatie van kapitalen - de vrucht van de werkende mens - ook van de Vlaamse mens die zijn spaargeld toevertrouwt aan banken die 'risicosparen' en beleggingsfondsen aanpraten.

Dat is dus de grote uitdaging van een nieuwe Vlaams-nationale politiek. We mogen de fout niet herhalen om ons in te schakelen in een futiel spel van herversnippering van schijnmacht tussen een Belgisch 'federaal' en en Vlaams beleidsniveau. Wij strijden om de reële macht en trekken de lijn direct door tot op het internationale forum. We willen een Vlaamse staat, die onze vakbond in de wereld moet zijn, die ons moet beschermen tegen de roofbouw van de internationale financie.

Een Vlaams-nationale politiek laat zich niet vastrijden in Belgische compromissen.
Een Vlaams-nationale politiek streeft naar volledige soevereiniteit.

Reële Vlaamse zelfbeschikking veronderstelt dat Vlaanderen uit de eurozone treedt.
Reële Vlaamse zelfbeschikking veronderstelt dat Vlaanderen de Europese verdragen opzegt die betrekking hebben op sociale regelgeving.
Reële Vlaamse zelfbeschikking wil zeggen dat Vlaanderen cultuur en onderwijs uit de Europese sfeer haalt.

De Vlaamse volkssoevereiniteit kan per definitie niet verworven worden door compromissen met de Belgische staat. Om haar te realiseren moet een zeer brede maatschappelijke basis gevormd worden. Vandaar de noodzaak om duidelijk aan te tonen aan de bevolking dat het jachtige levensritme dat haar wordt opgelegd en de verschraling van de levenskwaliteit geenszins een noodlot is, maar dat die gewijzigd kan worden indien de sociaal-economische beleidshefbomen terug onder democratische, want nationale controle komen.

Als in Vlaanderen een sterk sociaal-vooruitstrevend Vlaams-nationalisme tot stand komt, met een brede wervende kracht, is de tijd gekomen om bondgenoten te zoeken.

Het Waals nationalisme is al even murw geslagen door het Belgo-Brussels nationalisme als het Vlaams-nationalisme door de Vlaamse cultuurnegationisten. Maar dat is niet alles. Wallonië heeft er objectief gesproken geen belang bij om België op te blazen. De geldoverdrachten via de sociale zekerheid die jaarlijks op 2 à 300 miljard geschat worden zijn broodnodig om te vermijden dat de Walen collectief tot de bedelstaf zouden worden gedoemd. Zij kunnen het zich onmogelijk permitteren die inkomstenbron van de ene dag op de andere op te schorten. Een Belgische boedelscheiding is dan ook alleen denkbaar als Wallonië zekerheid heeft omtrent zijn economische relance. En daar moet Vlaanderen zich toe engageren. De opheffing van de Belgische staat zal inderdaad een einde maken aan de transfers in de sociale zekerheid. Maar in de plaats kan Vlaanderen dat geld gedurende een zekere overgangsperiode overmaken aan een Waals investeringsfonds dat opnieuw welvaart en werkgelegenheid in Wallonië brengt. Wallonië krijgt zo eindelijk het perspectief om zijn economisch zelfrespect te herwinnen, omdat het op termijn niet langer van deze Vlaamse gelden of van l'Etat belgo-flamand afhankelijk zal zijn.

Met andere woorden: het soevereine Vlaamse volk kan best solidair zijn met zijn naaste buur die trouwens tevens zijn voornaamste handelspartner is.

Met een breed draagvlak in Vlaanderen en een stevige bondgenoot in Wallonië is het lot van de Belgische staat snel bezegeld. Franstalig Brussel zal acte moeten nemen van de situatie, en krijgt in het soevereine Vlaanderen alle garanties om zijn eigen cultuur-, onderwijs- en welzijnsvoorzieningen in stand te houden. Het krijgt ook autonome politieke instellingen die gemachtigd zijn tot samenwerking met andere Franstalige landen.

Is dit alles utopisch? Misschien wel, maar het is een programma dat wel perspectief biedt om 'niet een Vlaanderen, maar een schoon Vlaanderen' op te bouwen. En het zal zeker meer mensen mobiliseren dan haarklieverijen over Lambermont, Lambermont-bis, Lambermont-ter of artikel 59 quinquies.

Daarom: Lambermont is dood, leve de Vlaamse volkssoevereiniteit, en leve het sociaal vooruitstrevend Vlaams-nationalisme.

(stormachtig applaus in Paleis 10 van de Heizel)